De veldslag van Cassel in 1070

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 year ago     393 Views     Leave your thoughts  

Boudewijn van Bergen volgde welhaast zijn vader in het graf; hij stierf in 1070. Zijn broeder Robertus beweerde alsdan recht te hebben op het graafschap van Vlaanderen. Maar Boudewijn van Bergen had in zijn testament dit land aan zijn oudste zoon Arnoldus gegeven; en de jongsten met naam Boudewijn was graaf van Henegouwen verklaard geweest, onder het regentschap van zijn moeder Richildis.

Robertus ziende dat zijn aanmatigingen door de edelmannen van Vlaanderen niet ondersteund werden, wilde tenminste, volgens de inhoud van het testament, de voogdij van Arnoldus hebben; Richildis verzette zich daar tegen en Robertus werd gedwongen van in Holland te trekken, alwaar hij getrouwd was met Gertrudis van Saxen, weduwe van graaf Florent.

Bij zijn aankomst vond hij de Vrieslanders in oproer tegen hun gravin. Hij onderwierp hun zo volkomen dat hij den naam van Vrieslander (Fries) gekregen en behouden heeft. Richildis alleen meester gebleven zijnde, begon gewelddadig Vlaanderen en Henegouwen te besturen. Ze sloeg zelfs het graafschap van Aalst en de vier Ambachten aan, welke de wettige erfgoederen van Robertus den Vrieslander waren.

Dezen beklaagde zich daar over aan Zijn neef Philippus de eerste koning van Frankrijk die beloofde van hem te ondersteunen. Maar die gierige vorst die, in deze schrikkelijke tijden, de grote wegen bezette om de koopmannen te bestelen, verliet Robertus om dat hij van Richildis vierduizend pond goud gekregen had.

Daarenboven werd er aan Godefridus V, bijgenoemd de Gebulte, hertog van Neder-Lorreynen, bevolen van Robertus uit Vriesland te gaan jagen. Aan het hoofd van een machtig leger, randde de hertog deze prins aan, welke verslagen en gedwongen werd van bijna alleen de vlucht te nemen.

Richildis verlost zijnde van haar schoonbroeder, bedwong geenszins haar dwingelandij meer. De Franse heren De Mailly en De Couchy waren de agenten van hare wreedheden. De zaken kwamen zo ver dat een enkel geknor in Vlaanderen en in Henegouwen met de dood gestraft werd. Een afgezantschap heren kwam haar te Meessen vinden om zich in den naam van de stad Ieper, tegen enige afpersingen te verzetten.

Ze deed al de gezanten onthoofden benevens de 68 dienaren die over de dood van hun meesters hadden durven wenen. De kloosterlingen van de abdij van Mesen deze moord afgekeurd hebbende, deed zij hun stad en het klooster in brand steken. Jan van Gavere, baron van Vlaanderen, werd insgelijks om een onaangenaam woord ter dood gebracht.

Verscheidene gezanten van Gent en Brugge, gekomen om de klachten van hun medeburgers te overhandigen , zouden ook onthoofd geworden zijn had Gerardus de Buck, kastelein van Rijsel, hun in zijn sterkte niet bevrijd. De wreedheden welke deze prinses dagelijks beging, maakten de Vlamingen moedeloos.

Zij zonden heimelijk aan Robertus den Vrieslander, die in Saxen gevlucht was, een boodschap om hem te doen terugkomen ten einde Richildis en hare kinderen uit Vlaanderen te verjagen. Robertus kwam met een klein getal mannen te Gent waar hij met vreugde ontvangen werd. Zijn leger, dat elk ogenblik vermeerderde, trok ’s anderendaags op de stad Ieper, van welke hij zich meester maakte. Van daar begaf hij zich spoedig naar Rijsel waar de kastelein tegen Richildis was opgestaan.

Zohaast Robertus het kasteel bezet had, deed hij de stad dagen van hem de poorten te openen. Het volk maakte een oproer, nam de heer De Mailly en houwde hem in stukken. Richildis vervaard zijnde, vluchtte naar Amiens en Robertus werd te Rijsel als een verlosser ontvangen. Robertus vernemende dat Richildis de hulp van de koning van Frankrijk verwachtte, trok aanstonds op Cassel waar hij zeer wel aanvaard werd. Hij vergaderde in deze stad alle zijn krijgsbenden en wachtte stoutmoedig de vijand af; zijn leger was niet talrijk, maar integendeel was het wel dapper en wel ingericht.

De koning Philippus de eerste, gepraamd zijnde door Eustachius ,graaf van Boulogne en bondgenoot van Richildis, kwam de gravin helpen met alle de krijgsbenden van zijn koninkrijk. Men moet aanmerken dat Frankrijk alsdan door de leenroerige verdeling niet veel groter was dan het graafschap van Vlaanderen. Maar verscheidene leenmannen volgden de koning, en het leger van Richildis en van haar bondgenoten , ’t welk talrijker was als het geen van Robertus en kwam te Amiens bijeen.

Aan het hoofd van haar krijgsbenden was de gravin met haar zoon Arnuldus, de graaf Eustachius en Philippus de eerste; dezen vorst meende geenszins dat Robertus hem te Cassel afgewacht zou hebben, en hij vernam met verwondering dat de Belgische prins, in plaats van hem te ontvluchten hem zelf kwam vinden.

Het was in den winter en het weer was zeer hard. Zohaast Robertus de vijandelijke troepen ontwaard had, stelde hij de zijne in slagorde. Zijn soldaten waren in drie benden verdeeld; de ruiters maakten de beide vleugels uit, voor op het middelpunt plaatste hij de Vlaamse boogschutters en de achterhoede bestond in eene krijgsbende Saxen die hem gevolgd hadden.

Van een andere kant, was Richildis in het middelpunt aan het hoofd van die van Henegouwen; de koning van Frankrijk voerde het bevel over de rechtervleugel en de graaf van Boulogne over de linkerzijde. Een groot geschreeuw, tegelijk door de beide legers opgegeven, was het teken van het gevecht.

Van op het slagveld kon men de stad Cassel zien. Deze strijd gebeurde de 20ste februari 1072, zijnde een zondag. Aanstonds werd het gevecht zo hevig dat de moorderij zonder ophouden duurde sedert 8 uren ’s morgens tot 4 uren in de namiddag. Niettegenstaande dat hij minder volk had, zegepraalde Robertus overal.

Nochtans (na 4 uren ontwaarde de Belgische prins dat den graaf van Boulogne zijn linkervleugel doorbrak. Hij liep er met enige ridders naartoe, en vocht zo dapper dat de vijand op zijn beurt op de vlucht gedreven werd. Maar Robertus had zich te ver begeven; hij bevond zich alleen te midden van een vijandelijke krijgsbende welke hem aan Eustachius overleverde.

Dezen leidde de prins naar St.-Omer. Ondertussen verdubbelden de soldaten van Robertus hun moed, verdreven overal de Fransen dood en eveneens de jonge hertog Arnoldus. Meester gebleven zijnde van het slagveld ’t welk met 22.000 doden bedekt was, zagen zij alsdan maar dat Robertus hun bevelhebber ontbrak.

Het gerucht werd verspreid dat de vijanden hem naar St-Omer leidden. Woedend geschreeuw deed de lucht weergalmen, men wakkerde de dapperste soldaten aan om hem te gaan verlossen. Aanstonds geven verscheidene ruiters hun paard de sporen. Ze achterhaalden de Fransen die hun krijgsgevangene wegleidden, trokken overhoop met de vijand de stad binnen en vochten in de straten; welhaast verlosten ze Robertus en namen op hun beurt de graaf van Boulogne krijgsgevangen en brachten vrolijk hun prins en hun vijand terug.

De zegepraal van Cassel was schoon en volledig, alhoewel die veel bloed gekost had. De koning van Frankrijk had de vlucht genomen; Arnoldus was dood , en Eustachius krijgsgevangen. De heer De Couchy, tweede gunsteling van Richildis, was in de strijd gedood, en welhaast vernam men dat de gravin zelf gevangen was genomen. Robertus, die zeer edelmoedig was, stelde haar en de graaf van Boulogne in vrijheid zonder losgeld te eisen. Van dan af regeerde hij over geheel Vlaanderen. Maar Philippus de eerste , beschaamd over zijne nederlaag, lichtte in Frankrijk een nieuw leger en maakte zich meester van St.-Omer alwaar hij alle slag van wreedheden beging.

Zohaast hij vernam dat Robertus hem kwam bevechten, keerde hij spoedig naar Parijs terug, latende aan de jonge Boudewijn van Henegouwen een deel van zijn troepen. Een tweede veldslag had plaats bij St-Omer.

Boudewijn opnieuw verslagen zijnde, vluchtte bij zijn moeder. De oude gravin geen geld noch krijgslieden meer hebbende, verkocht het graafschap van Henegouwen aan de bisschop van Luik Theoduiuus, en werd zijn leenvrouw.

Met deze som lichtte zij nieuwe troepen; Godefridus den Gebulte koos haar zijde; Henricus II, graaf van Leuven, en Albertus III, graaf van Namen, kwamen haar ter hulp; de bondgenoten waren door den keizer Henricus IV in deze oorlog ondersteund. Robertus die het groot aantal vijanden niet vreesde, liet hun de tijd niet van nog andere helpers te werven; hij ging het leger van de bondgenoten te Broqueroye bij Bergen vinden en versloeg het zelf in een zo bloedige strijd dat het slagveld sedertdien altijd de naam gedragen heeft van de ‘Rij der doden (Dumus mortis)’

Na de overwinning, verwoestte Robertus het land van Henegouwen en keerde zegevierend in Vlaanderen terug. Hij boezemde alsdan zo een groten schrik in dat zijn vijanden hem om de vrede vroegen. Hij werd als graaf van Vlaanderen erkend.

Maar men verzocht hem van de stad Douai aan zijn neef Boudewijn te geven. Hij stemde daarin toe op voorwaarde dat Boudewijn een van zijn nichten zou getrouwd hebben. Dit was een list. Het verdrag werd getekend; maar wanneer de graaf van Henegouwen deze opgeleide vrouw aanschouwde, vond hij deze zo lelijk en zo mismaakt, dat hij liever had de stad Douai daar te laten dan met dit monster te trouwen.

Aldus bleef deze stad van Vlaanderen deel maken. Godefridus de Gebulte stierf te Antwerpen in 1076. De graaf van Vlaanderen besloot dan om Vriesland te heroveren, ’t welk het erfdeel was geweest van Florent de eerste, wiens weduwe hij getrouwd had. Hij maakte zich inderdaad van dit land meester, en herstelde daar Thierry de vijfde van die naam, zoon uit het eerste huwelijk van zijn vrouw. Deze landstreek werd van dan af aan algemeen Holland genoemd.

Uit ‘De Militaire Jaarboeken der Belgen’ van Armand Neut van 1817

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>