De verwantschap tussen België en Wit-Rusland

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       2 years ago     411 Views     Leave your thoughts  

De weggegleden jaren
Het achtste deel van de annalen van het ‘Comité Flamand de France’ verschijnt in 1865. Het eerste hoofdstuk van het nieuwe boek draagt de titel ‘Les Ancêtres des Flamands de France’ en is van de hand van een zekere Victor Derode. Het moet één van de laatste verwezenlijkingen zijn van de Duinkerkse historicus die in 1867 op 70-jarige leeftijd zal sterven. Na wat geblader door het boek, weet ik het zeker. Hier blijven we even hangen.

We keren met plezier terug naar een tijd die nu toch al wel heel lang achter ons ligt. Derode begint met de prehistorie. Hoe ver kan je terugkeren in de tijd? Naar de ijstijd wanneer Europa nog niet eens bewoonbaar is en die grosso modo ingedeeld wordt in het stenen en het bronzen tijdperk? Dat leerden we ook al in onze geschiedenislessen. We zijn toch wel benieuwd of de schrijver ons meer inzichten zal bijbrengen.

Het stenen tijdperk op zich bevat twee periodes die verschillen van de manier waarop steen wordt aangewend. De bijlen en andere hakinstrumenten zijn gemaakt van steen, silex en jade. En ook het bronzen tijdperk wordt een beetje op analoge manier ingedeeld. Het is een ruwe, vage indeling van tijden die we amper kennen, maar die helpt schrijver Victor Derode alvast op de goede weg in zijn studie. De weggegleden eeuwen liggen al zo ver achter ons en verhullen zich in de onzekere en duistere nevel van de tijd. De schrijver gaat er van uit dat al wat hij terugvindt in Frankrijk min of meer ook zal meetellen voor Vlaanderen.

Wat we zullen aantreffen, zal ons iets bijleren over de sociale status en de gewoontes van onze voorouders. De mensen leven in grotten, of op hooggelegen plekken waar ze veilig zijn voor overstromingen. De volkeren van toen maken oorlog. Zo veel is er dus niet veranderd. Hun wapens verschillen niet zo gek veel van enkele types die we op vandaag nog kennen. De bijlen die teruggevonden worden in de Seine te Abbeville of in de grafheuvels van Morinië verschillen amper van exemplaren die tevoorschijn komen in Nieuw-Zeeland of in rotsachtige gebieden. De vorm is identiek, het type steen hangt af van de streek.

De oermensen exploiteren steen
De industriële activiteit van de oermensen richt zich op de exploitatie van steen. Naast de productie van bijlen, zien we ook stenen pijlpunten en een reeks van projectielen. Lasso’s voor het gevecht en de jacht, haken voor de visvangst. Messen en schrapers om dieren te villen. Ook in Morinië, de noordwestelijke kant van Noord-Frankrijk en Vlaanderen, leven dergelijke primitieve volkeren. Zoveel is zeker, vertelt Derode. Ontelbare vondsten leveren een overtuigend bewijs. In 1863 zijn de archeologen op jacht gegaan op het strand van Boulogne waar ze op acht maand tijd zowat 3000 bewerkte silexstenen opgraven. Vlaanderen is in die periode nog weggezakt in het water.

De mensen van de streek, de Oromanzakken, wonen in grotten in de heuvelachtige streek van Boulogne. Een droog alternatief vergeleken met de moerasachtige gebieden waar de Morinen zich ophouden. Uit beenderen en hoornachtig materiaal worden naalden, versieringen en juwelen gesneden. De potterie is handgemaakt. De manier waarop de Egyptenaren hun potten draaiden, lijkt van alle tijden. De prehistorische mensen beheersen het vuur.

Dat getuigen overgebleven resten houtskool in hun grafstenen en woonplaatsen. Ze zijn niet alleen. Er dwalen her en der beren rond. En rendieren. Nog overgebleven van de ijstijden. Dankzij het milder geworden klimaat, zien we ook varkens, paarden en koeien. Victor Derode heeft het ook over leeuwen, tijgers, nijlpaarden, olifanten die we op vandaag alleen nog maar terugvinden in warmere regio’s.

Ziezo. De schrijver is alvast van start gegaan met zijn studie. De eerste resultaten staan op papier. Interessant. Maar hij beseft dat het geheel mysterieus blijft. Het is vooralsnog alleen maar mogelijk om een klein tipje van de sluier te lichten. Hij besluit om wat op te schuiven. Vooruit in de geschiedenis. Naar de periode van ongeveer 17 eeuwen voor het begin van het Christelijk tijdperk. De tijd waarin de Indo-Europeanen hun primitieve plaatsnamen zullen geven over zowat het hele West-Europese continent.

De Fir Bolgs heersen over Ériu
De Indo-Europeanen, oer-Kelten en -Galliërs, hebben de Rijn overgestoken en verspreiden zich in onze streek die bekend geraakt als ‘Gallië’. De Gaule. Ongeveer 1000 jaar (50 generaties later dus) later arriveren de Bolgs, de voorouders van de Belgen. Net als de Bretoenen van Angelsaksische herkomst. Afkomstig van het eiland dat aan de andere kant van de zee ligt en later zal bekend geraken als Brittannië.

De Bolgs? De Franse historicus werpt een eerste bom in zijn studie. De Bolgs. De Belgen. Een merkwaardige gelijkenis. Waarom weten wij, Belgen van de 21ste eeuw, niet dat onze voorouders Bolgs waren? Ook Google blijft me hardnekkig en onterecht doorverwijzen naar ‘blogs’. Uiteindelijk belanden we bij de ‘Fir Bolgs’, een Ierse stam. Vinden we hier meer nieuws rond onze origines? De Fir Bolgs blijken in de oudheid te heersen over Ierland dat in die dagen Ériu wordt genoemd. En zo trekken we naar Ierland.

In het jaar -2068 zetten Parthalon en zijn bende Hebreeuwse krijgers voet op het verlaten eiland. Ze arriveren uit de oude Griekse wereld en ze vestigen zich in Ballyshannon, een klein eiland in de Erne rivier. Bij de dood van Parthalon wordt het land verdeeld onder zijn vier zonen Er, Orba, Ferann en Fergna. De kolonisten krijgen het in -2018 hard te verduren als ze door een dodelijke plaag getroffen worden. Alleen diegenen die op tijd kunnen vluchten, overleven de ziekte.

Pas 20 jaar later keren ze terug naar Ériu waar ze tot in minus 1738 de vaste bewoners worden van het eiland. Rond datzelfde jaar -1738 spoelt een nieuwe lading immigranten aan in Ierland. Kolonisten uit Skythia. De Skythen blijken Indo-Europese nomaden die leefden aan de Zwarte Zee en daar door de Sarmaten werden verdreven.

De Gáilióin en de Fir Bolgs, Galliërs en Belgen
Ze worden Nemedianen genoemd naar hun leider Nemedh. Of ze veel plezier beleven aan hun verblijf in Ierland, is zeer de vraag. De originele kolonisten, de Formorianen, behandelen hen als slaven. De nieuw aangekomen Indo-Europeanen behoren tot drie groepen: de Fir Bolgs, de Fir Dommann en de Gáilióin. Een situatie die 216 jaar lang aansleept tot in -1492 tot een groep Nemedianen de uitbuiting moe is en de Formorianen neerslaat.

Het zijn de Fir Bolgs die de macht grijpen in Ierland. Een reeks koningen komen aan het roer. In -1477 zijn Sláine, Rudraige, Gann & Genann, Sengann, Fiacha Cennfinnán, Rinnal, Fordbgen en Eochaid mac Eirc al de revue gepasseerd. De Gáilióin en de Fir Bolgs. De link met de Belgen, de ‘Belgae’, en de Galliërs is gelegd. Het is even zoeken naar de betekenis van de naam ‘Fir Bolgs’ of ‘Fir Bholgs’. Verrassend genoeg vinden we het antwoord in Bulgarije, dat zichzelf Balgarija noemt. België versus Bulgarije, vreemd toch? We worden opnieuw dieper in de maalstroom van de tijd gesleurd.

De proto-Bulgaren blijken aangespoelde Kimmeriërs te zijn die verjaagd werden door een Egyptische farao en zich via Iran en Oekraïne verspreiden tot aan de Zwarte Zee in Bulgarije. Een deel van die proto-Bulgaren, bekend om hun lederen tassen en riemen die ze altijd met zich meedragen, de Fir Bolgs, zeilen naar Ierland om er dus een nieuw leven te beginnen. De term ‘Bolgs’ wordt dus geassocieerd met het Engelse ‘Bags’.

Het Ierse woord ‘bolg’ staat in het Engels voor ‘belly’ of ‘bag’. Als je nu dus denkt aan een ‘shopping bag’, denk dan eens aan ons, Belgen. De Fir Bolgs krijgen in -1456 te maken met een hard en meedogenloos Syrisch volk met de speciale naam ‘Tuatha-De-Dananns’ die de heerschappij over Ierland, Schotland en Scandinavië zullen overnemen tot in -1016.

Hugo Slaini, de eerste koning van de Fir Bolgs
Rond ‘Tuatha-De-Dannans’ hangt een mist van mythische verhalen. De waarheid is van geen kanten te onderscheiden van de fantasie. Hier gaan we niet dieper op in. Laat ons echter eens naar Bunclody trekken. Een klein stadje in het zuidoosten van Ierland waar de rivieren Slaney en Clody elkaar ontmoeten in de vallei onderaan de ‘Blackstairs Mountains’ van ‘Mount Leinster’. Langs de Slaney moet volgens de overlevering Hugo Slaini (Sláine), de eerste koning van de ‘Fir Bolgs’, gewoond hebben.

De geschiedenis van Bunclody heeft het over de betekenis van het woord Slaney, maar wat ons echt interesseert is dat de vroegere naam van de Leinster in die dagen bekend staat als de ‘Gallian’, genoemd naar de Gallians, die blijkbaar een familietak zijn van de ‘Fir Bolgs’. We gaan eens op bezoek in Bunclody anno 2013. Zijn er nog andere links met de Belgen te vinden? Het woord ‘Belly’ duikt inderdaad op. Het Ballinapark. Plaatsen met de namen Ballynastraw of Ballymurtagh. Ballinavocran. De woorden van Caesar; ‘De Belgen zijn de dappersten onder de Galliërs’; krijgen hier wel een heel speciale betekenis. In het Ierse stadje Munster duiken sporen op van de Builgs.

Morinië en Armorique
De komst van ‘Tuatha-De-Dananns’ in -1456 lijkt een acceptabele reden om aan te nemen dat veel Bolgs het aftrappen in Ierland en hun geluk gaan beproeven in hopelijk veiligere oorden op het Europese vasteland. En zo komen we weer terug in het verhaal van Victor Derode. Hij heeft het over de vele volkeren die wel van overal lijken te komen. Eerst zijn het de Kelten. Maar die worden gevolgd door karrenvrachten vol mensen uit het Noorden en vanuit de Siberische steppen en die de historici in hun boeken omschrijven als ‘de invasie van de barbaren’.

De Goten, de Visigoten en de Vandalen. Derode krijgt er een punthoofd van. Hij schuift wat op in de tijd. Er is nog geen sprake van de Romeinen in onze contreien. De streek, tussen de monding van de Loire en die van de Rijn, een gebied van zowat 1000 km, wordt in die dagen de kust van ‘Armorique’ genoemd. Noordelijk van de Loire wonen de Franken, de Germanen en de Teutonen. Tussen de mondingen van de Canche (Boulogne) en die van de Schelde bevinden we ons in Morinië.

Zowel Ar-mor-ique als Mor-inië zijn afgeleid van het woord ‘mor’ of ‘moer’ een Keltisch woord dat in het Frans staat voor ‘mare’ of ‘marais’. Morinië betekent dus het land van de moeren. De mensen die zich in Morinië komen vestigen, worden Morinen genoemd. Dat betekent helemaal niet dat ze hun vroegere nationaliteit en hun moedertaal opgeven. Laat staan hun politieke en religieuze overtuigingen. En zo zien we bij het schuiven van de eeuwen de Rutheniërs, Bretoenen, de Nerviërs, Saksen, Romeinen, Franken en Noormannen opduiken.

Ieper en de Dnieper in Belarus
De schrijver vat het plan op om dieper in te gaan op elk van die groepen. Zijn voorkeur gaat echter uit naar de Saksische rassen die samen met de Karlings of Kerls de werkelijke voorouders zijn van de Vlamingen. Eerst neemt hij de Rutheniërs onder de loep. De kuststreek van Morinië draagt lange tijd wel een erg uitgesproken naam: de ‘Russium littus’, vrij vertaald ‘de Russische kust’. Het aangrenzende land heet Ruthenië. Of ook wel Ruthelia.

De naam wordt afgeleid van de Ruthen, een uitgebreid woud dat al bestaat in de tijden van Julius Caesar. De Romeinse generaal schrijft het trouwens neer. Op zijn weg naar het Westen en Boulogne wordt hij geconfronteerd met de ‘Reuzen’ die hij trouwens allen neerslaat. ‘Géants’, het Frans voor reuzen, is 21 eeuwen na datum nog altijd niet vergeten in Douai, waar ze hun stadsreus nog altijd ‘Gayant’ noemen.

In Rijsel hebben ze ook hun reus die de naam Liederik draagt. Derode vraagt zich af of de Reuzen werkelijk de eerste inwoners zijn van de Russum litus. En welk verband bestaat er tussen de Rutheniërs, de Russen die vandaag in Rusland leven en die eerste bezetters van Vlaanderen? Hij blijft het antwoord schuldig. We gaan noodgedwongen verder op zoek. 13de eeuwse manuscripten omschrijven Ruthenia als landstreken die toebehoren aan de oude Russen die leven in West-Rusland, Belarus, Oekraïne en het oosten van Polen.

Wikipedia heeft het uitgebreid over de ‘Ruteni’ die door zo veel kroniekschrijvers vermeld worden, en kan alleen maar besluiten dat de naam afkomstig is van krak diezelfde Gallische stammen die ooit vermeld werden door Julius Caesar. Is het toeval dat we hier op de naam ‘Belarus’ stoten? De ‘Bellys & Belts’ van de oude Bolgs duiken weer op. Vinden we de opvolgers van de oude Galliërs, de Belgen en de Rutheniërs ook in Rusland?

We vinden het antwoord in het Pools, waar hele gebieden in het oude Rusland een opmerkelijke synergie naar voor brengen. De ‘Rus Halicko-Wolynska’ staat voor het koninkrijk van Galicia en de ‘Rus Biala, Czarna en Czerwona’ worden respectievelijk omschreven als het Witte Ruthenia (Wit-Rusland of Belarus), het Zwarte Ruthania (deel van het moderne Belarus) en het Rode Ruthenia, dat ook wel ‘Galicia’ wordt genoemd. Het antwoord op de vraag die Victor Derode niet kon beantwoorden is dus ondubbelzinnig ‘ja’. En voor wat ons betreft; Belarus heeft dezelfde wortels als België.

Er overvalt me iets dat me met verbijstering slaat als ik me concentreer op de regio van Rusland, Belarus, de Zwarte Zee en Ukraïne. Een Engelstalige kaart van de streek heeft het over de ‘Dnieper River’. Met een lengte van 2285 km één van de langste rivieren van Europa. Maar Dnieper verdorie? De gelijkenis met Ieper is frapant. Ik raadpleeg de ethymologie van het woord. ‘The Close River’. De Russen spreken van de Dnepr. Net als wij Ieper uitspreken als Ypres. De Dnieper in Belarus en Ieper in België.

Kan toeval zo ver gaan? We keren terug naar Morinië waar Ruthenië nog lang zichtbaar blijft. In 870 wordt de kust van Grevelingen nog de Ruthenium Littus genoemd. Op 10 km van Sint-Momelijn in de Franse Westhoek, vinden we Ruminghem dat door de eigen mensen ook de Ruthe wordt genoemd. Plots duikt de naam Polen weer op. Fascinerend. In Lemberg, Gallicia, wordt een oude kerk nog altijd ‘Ruthen’ genoemd.

Dit fragment komt uit deel 4 van De Kronieken van de Westhoek – Lees verder op http://www.westhoek.net/P0980100.htm – ook beschikbaar via het eboek – De Opkomst van Vlaanderen – 

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>