De vier koningen met de ster

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       2 years ago     547 Views     Leave your thoughts  

Sinds weken bereidde zich het diepgelovige Roeselare voor op het groot hoogfeest van Kerstdag. Boomplanters en bloemenverkopers pintten de markt met sparren en dennen, en voor hun drempel herschiepen de bloemisten het pad in een klein dennenbos. Als uit de hoorn des overvloeds goten de winkeliers hun étalages vol sterrekens, zilverdraad, schitterende ballonnekens en pinkelende sneeuwwattcn.

Mooi verlichte kerstkribbekens versierden de uitstalramen en de voorbijgangers herinnerden zich het wondere kerstgebeuren, honderden jaren terug… ” Et in terra pax hominibus bonae voluntatis”.

Pee den Ouden en Tanite waren druk in de weer om de opgeschoten denncboom die ze over de straat gesleept hadden, al over dat het ging, in een marmiete met aarde vast te stampen. Peegie bracht balonnekens aan en hielp de kaarskens vastzetten. Hij brak twee groen-zilveren bollen naeen…

– Komt daar niet meer aan, potferde Tanite van op haar trapladder. Ge gaat ze nog ollemale naar de vaantjes helpen, lelijk sporrewaan. Maar Peegie was daar wel gerust in, totdat het op zijn bloot gat kreeg. Zijn kelegat ging rekkewijd open en het tierde, totdat Tanite om er van af te zijn, het een goude sterre in de handjes stopte.

Het stalleken werd onder de boom gezet op een tafelken met groene pane overdekt en een krans van gekleurde elektrische lichtjes glinsterde feëriek.

– Vind je niet dat Sinte Djozef er zo oud uitziet voor zijn oude, moedre? vroeg Peegie. Is ’t ne hem zo late getrouwd?

– Ha ja, vintjie, da was gunter olzo de mode zeekre?

Pee den Ouden riep van achter de boom waar hij vernestelde in zijn pinkelende zilverdraad:
– Peegie bring nekeer den osse en den ezle.
– Aan wuk zie je gie dadde dat dadde nen osse is vadre?

– Aan zijn rijstpapgat!

Sissen, Tarzan en Savatte kwamen binnengetriemd. Sissen met een borstelstok. Tarzan met een pak karton en Savatte geladen met een ganse doze blikwerk, tin en zilverpapier, postzegels en gekleurde serpentins.

– Allé, Pee. ’t es wel met joenen kerstboom, zei Sissen, “k Gelove dat ’t een van de schoonste ga zijn!

– Zeg maar de schonsten, vint, viel Tanite in, de schonsten. Sissen, kijk maar van dichte, maar d’rof bluven hé, beingskie, da me geen breuken heen.

– En g’heet de keuningen vergeten, loech Tarzan.
– Me gaander junder een bietjie bijzetten, loech Tanite.
– Me zijn hier met oes alaam voor de sterre. Wanneer zetten we aan?
– Met den donkeren, mensen, zei Pee cn hij haalde een fles cognac boven en schonk voor elk een borrel. Met gezelschap begon te knoeien en te passen. te hameren en te timmeren aan de sterre

– ’t Ga de tofste zijn van geheel de stee, zei Sissen.
– Zie maar dat ge de koorde een bitje beter vaste makt ols over jare Sissen, loech Tarzan. Weet je het nog hoe dat ze losschoot ols ze ten vullen aan het schijveren wos. ‘k Peinze dat ze ging zotdraaien.

– Ge kunt zien dat ge van de jare serieuser zijt en niet peerdecrimineel thuis komt, van ’t zou van deze keer kunnen tegen junder dotshoofd waaien, verwittigde Tanite.

– O! zo nucht ols ’t engelke Gabriël, treiterde Pee den Ouden.

– Ge ga van deze keer niet moeten lachten, vint, ols ’t zo late is, ‘k sla den kerstboom op joen verdommenisse.

– Ja wuvegie, doet dadde

– Jamaar, het is geen lachedingen van deze keer.

– Horkt, zei Sissen, binst dat we nu toch bezig zijn, me zouden best oes liegie repeteren. ‘k Ga ’t ne keer voren zingen, maar ols je ’t nog niet kent, zingt maar mee. ’t Ga rapper gaan met vieren ols allene.

– ’t Es ’n gedacht being, viel Savatte in, begunt maar. En sissen de godvruchtige lei zijn klak op tafel, sloofde zijn mouwen op en begon:

Der wos daar ’n kindegie geboren up strooi,

En ’t lag in ’n baksgie gedekt met hooi.
’t Had twee schone vuistjes, zo zuiver ols was
En zijn goudblonde krullegies, ze stonden van pas.
’t Had twee slimme oogsgies. zo zwort als kardas,

En d’herders ze zeiden dat ’n schoon kindjie was.
’t Had twee dikke kaksgies. zo blozende rood

En het lag er te spartelen up Maria’s schoot.
Het keek naar zijn meerkie en het loech toch zo snel.

’t Wos zijn moeders keppe en het wist het zo wel.
’t At pap uit zijn teelkie en het miek hem niet vuul

En het viel up zijn poepkie en ’t en had er geen buul.
Hct kind leerde temmeren aan Djozcf de man
En het miek een kleen leerkie en het tuimelde der van.
Het miek wok een beddegie cn het lei er hem in.
En zc meerkie zc dekte ’t tot over de kin.

Tanite stond godvruchtig te luisteren met haar stofdoek in de handen en ze was ontroerd.
– t Es wel. Sissen, ’t es wel, man.
Ze nam Sissen’s borrelken en schonk het nog eens boordevol.
– Up joen kostlijke, vint…

Toen de avondstilte over de Nieuwmarkt neerstreek, trokken Sissen, Pee, Tarzan en Savatte, geschilderd en opgedirkt, al draaiend aan hun prachtige ster de stad in. Savatte was in ’t zwart geschilderd en Tarzan in ’t rood.
Van drempel tot drempel ging de tocht, bij voorkeur in het deurgat der herbergen.
– Hier zijn de vier keuningen uut den Oriant met hunder sterre… riep Savatte met zijn hese stemme. Ze komen van verre en z’heen dust… Wie trecteert er voor ’n liegie?

– Allé patron, vult ze nekeer up mijn kosten, riep een pepermarchand.
De vier koningen spoelden eventjes duchtig hun kelegat om de juiste toonladder te vinden. Tarzan plaatste zich vooran met de ster, en draaide dat ze zoefde; en de vier chanteurs hieven aan, elk op zijn verschillende toonhoogte en ze zongen een liedje over Maria, heilig en goed.

’t Liedjen was nog niet ten einde, of Savatte en Pee schoten tussen het publiek met uitgestoken muts. Als de aangesprokenen maar een stuk van tien centiemen toewierpen, schonk Savatte hun dat beleefd terug en duwde opnieuw zijn beste citeysportmuts onder hun neus met een blik die weinig goeds voorspelde.

Hoe verder de tocht, hoe dorstiger ze werden. Tarzan draaide aan zijn ster dat ze gonsde, zodat er nu en dan ’n blikdoos loskwam en tegen de muren slingerde.
– Allé mensen… riep Tarzan. gif maar ’n goe poenke aan d’heren keuningen. van ze moeten nog enigte kilometers ofleggen voor da ze in Bethelem geraken.

Toen ze bijna uit hun vooizeken niet meer geraakten en de toon kwijt waren, begonnen de herbergpilaren te lachen dat ze hutsten. Aldus gebeurde het dat er hier en daar een gezegde vloog dat Pee niet graag aanhoorde en ’t ene woord bracht t’ andere bij.

– Karamboeja!!!, riep er een naar de zwartgeschildcrde Savatte.
– Christoffel Colombus!!!, hoorde Tarzan roepen.
– Gaan we met ons heren keuningen den aap laten houden, siste Savatte.
– Neenw, milledju, brieste Tarzan en in een haai en een zwaai waren zij aan de slag. Pee en Sissen veegden de pinten van de toog en gooiden er vijf tegelijk de café in.

Tarzan sloeg met zijn ster lijk een bezetene. Al wat er aanhing rammelde van ’t geweld: hier vloog een tuit en daar plofte een brok. Horen en zien verging.

– Ni… stotterde zotte Peere, die scheef gedronken dc toog vasthield, zijn sterre is der nu of gevlogen en je slaat nu met d’ overscheute up hunder verdommenisse.

De garden kwamen aangestormd maar, ol zo zere ols twee en twee viere, kregen zij een lading flessen op hun mooie helmen, terwijl onze koningen langs een zijdeur de plaat poetsten.
De wetsdienaren lieten hen veiligheidshalve in de nachtelijke duisternis verdwijnen. Toen ze in de Rodenbachstraat belandden, kon Tarzan zich met meer bedwingen en gaf aan Caesar wat Caesar toekwam.

– Ni, riep de wankelende Savatte, ’t staan daar nu twee gazelanteerns…
Er stond daar inderdaad een verlaten lantaarn die zijn geplempt licht somber uitgoot over onze vier koningen en scheen te mijmeren het zijn niet al wijzen die uit het Oosten komen…
– Ja ‘k mezinke, zei Sissen, ‘k zie ze wok olletwee…
– t Es nu da je gaat gaan zien zi, hoe nuchtre da’k nog benne… bromde Savatte… ‘k ga subiet nekeer gaan proberen zi, om der rechte tussen te gaan zonder een van de twee te genaken.

– ‘k Moete da zien gebeuren, loech Pee, die steun zocht bij de muur van de burgerschool.
Savatte sloofde zijn hemdsmouwen op en trok kordaat naar de lantaarn waartegen hij vierkant terecht kwam, zodat hij al de sterren zag, de grootste eerst…
– Verdomme, brombeerde hij, al tastend, moord!…
– ’t Tinkt mij da je olgelijk dronke zijt, Savatte, loech Pee…
– Ba ‘k en doe, kreunde Savatte, maar ‘k en ha dee derde niet zien stane…

Pee draaide met veel geduld en na lang tasten zijn warme sleutel in de voordeur, stapte uit zijn kloefen en keek nog even naar de hemel en de sterren.

Tanite is niet wakker geworden, deze nacht. De vierde der koningen uit de Oriant had zich immers zachtjes neergevleid op het tapijtje onder aan de trap. Hij had de moed niet gevonden om nog die steile berg te beklimmen.

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>