De vierendeling van broeder Basilius

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 month ago     107 Views     Leave your thoughts  

Even een update.

Deel 2 (goed voor 66 A4-pagina’s tekst) van ‘Dagboek van Augustijn 1572-1579’ staat op papier. Eindelijk en na twee maanden schrijven. Ik heb zopas een eerste herlees-sessie afgerond. Nu nog de spellingchecker aan het werk zetten en dan nog één leesbeurt. Nog enkele dagen en ik kan mijn nieuwe kroniek gaan inblikken op www.dekronieken.com. Vanmorgen kwam ik nog voorbij aan onderstaande passage. Die leek me een ideaal opwarmertje voor de rest. Nog een weekje geduld en alles is af. Misschien nog een waarschuwing voor gevoelige lezers: zo hard en meedogenloos ging het er aan toe in de middeleeuwen..

…………………….

8 september 1579. Dinsdag, eerlijk gezegd, ik raak helemaal de tel kwijt met de dagen. Een ruiterbrigade van Ieper pakt een lokale lekenbroeder op buiten de stadsmuren. De man heeft een verdacht briefje op zak. De stakker wordt onmiddellijk naar het centrum gebracht en verder doorgelicht. Het briefje moet doorslaggevend bewijs bevatten. Even later wordt er groot alarm geslagen. De poorten gaan allemaal dicht. Bij de militairen heerst er grote animositeit. De burgers weten niet wat ze er over moeten denken. Tot verscheidene Ieperlingen opgepakt worden. Ze worden ervan verdacht om samen te spannen met de Walen, daarom wordt er zo paniekerig ingegrepen. Het algemeen alarm weerklinkt rond 16u, ruiters en soldaten zwerven rusteloos en geagiteerd rond. De burgerij van de stad maakt zich grote zorgen. Een aantal van de opgepakte burgers wordt na een ondervraging van twee uur weer op vrije voeten gesteld.

Er blijven drie verdachte burgers over. Bernaert Byckman, Marx de Quycke en de pachter Paulus de Quycke samen met zijn vrouw. Vier dus, ik tel zijn madam er ook bij, plus natuurlijk ook de lekenbroeder die het boterbriefje aan het binnensmokkelen was. ‘s Anderendaags worden de poorten haast niet opengezet. De verdachten worden gepijnigd en gemarteld en ondertussen horen we hier en daar geruchten dat de Walen grote verkenningsronden aan het uitvoeren zijn in de dichte buurt.

De 11de september gaat het verhoor en de pijniging van de gevangenen verder. Ze weten veel meer dan ze laten uitschijnen, zoveel is zeker. Aan de zuidkant van de stad wemelt het van de Walen, precies zoals dat zes weken geleden het geval was. De malcontenten lijken wel hier hun boodschappen te komen doen. Het vangen van mensen is nog nooit zo erg geweest. Het volk van De Lamotte zou naar verluidt opgedoken zijn in Lo waardoor het vendel van kapitein Pnese rond middernacht de Elverdingepoort verlaat om zich naar daar te begeven. De volgende dag riskeren de Walen zich nu tot aan het kruis buiten de Mesenpoort waar ze paarden en poorters vangen en landlieden verwonden. De ‘protestantse’ Ieperlingen lijken wel op een eiland te wonen temidden een zee van ‘katholiek’ geweld en willekeur.

Guillaume de Quycke wordt op borgtocht vrijgelaten, de belastingen op de verkoop aan Waalsgezinde steden wordt nog verder opgedreven, elk pond boter is nu al goed voor een stuiver taks waardoor de verkoop ervan stilvalt. Broerke de lekenbroeder, alias Basilius Camerlinck, Marx de Quycke en Bernaert Byckman worden op de avond van de 12de nog eens bovenaan de lakenhalle gebracht waar ze aan een nieuwe martelsessie onderworpen worden. De heren van de wet willen een en ander te weten komen en aarzelen niet om de limieten van het menselijk weerstandsvermogen op te zoeken. Op 14 september wordt de geseling verder gezet. ‘Maar wat willen jullie dan wel van ons weten?’, roepen ze in pijn en agonie uit. De bevolking stelt zich diezelfde vraag, van dit drietal kan in wezen weinig gezegd worden, het enige wat de mensen beseffen is de wetenschap dat Basiel, Marx en Bernaert morgen zullen sterven. Rond ‘de Roostere’ wordt een hele bende Walen gesignaleerd waarop een groep ruiters er naartoe rijdt. Ze komen te laat, de Walen zijn de pijp uit. Overal waar ze voorbij komen zwijgen de klokken, daar waar ze de voorbije vijf uur nog op uitdagende manier geslagen hebben.

18 september 1579. Het leger van De Lamotte bevindt zich in Roesbrugge. Het zou gaan om twintig vendels en daar krijgen ze nog de assistentie van de vendels van Sint-Winoxbergen en van Zonnevelt. De inwoners daar zullen het wel geweten hebben. Het hele dorp wordt in lichterlaaie gezet, het landvolk loopt rond als kippen zonder kop terwijl de klokken zonder ophouden hun katholieke serenades verkondigen. Jezus zou zich omdraaien in zijn graf, ik mag nog blij zijn dat hij verrezen is en het van hierboven of ergens anders aan het bekijken is.

Zaterdag 19 september 1579. Rond 9u worden de drie patiënten naar boven gebracht. Toch sinister dat ze hier hun terdoodveroordeelden omschrijven als zijnde ziek of gewond, patiënt, maar daar zorgt de wet dan zelf wel voor. Basilius Camerlinck is geboortig van Brugge, de andere twee zijn afkomstig van Ingelmunster. Rond 10u in de voormiddag brengen ze alles in gereedheid om hen te rechten. Het schavot verrijst recht voor de halle, recht voor de comptoir van de hoogbaljuw. Om 13u is het zo ver. De lakenhalle gaat dicht. Voor de toegangsdeur staan wachters, ondertussen leest de vierschaar de akte van beschuldiging. Niemand weet momenteel wat precies de aanklachten zijn tot er toch enkele spiekbriefjes op de marktplaats belanden. Tijdens de marteling zouden de mannen dan toch toegegeven hebben dat ze hier en daar wel wat verraad gepleegd hebben. Na al die pijnen en tormenten zijn ze gezwicht. Het enige wat hen nu nog wacht is een heel erg pijnlijk afscheid van deze wereld.

Hun straf is barbaars. Ik ben beschaamd om in deze inhumane en wreedaardige stad te wonen. Niet de stad natuurlijk maar wel zijn hardvochtige en tirannieke meesters die dergelijke beestachtige behandeling van mensen van vlees en bloed laten uitvoeren. Ik noteer de wrede details, het lijkt er wel op dat ik met bloed aan het schrijven ben. Eerst moeten Basiel, Marx en Bernaert,vastgemaakt op een vlaak en vastgebonden aan paardenstaarten rond de grote markt gesleept worden. Daarbij zien ze alle hoeken van de markt en ongetwijfeld alle kleuren van de regenboog. Basiel moet na zijn dood gevierendeeld worden en de vier stukken van zijn lijk zullen demonstratief opgehangen worden aan een schandpaal buiten een stadspoort. Zijn hoofd blijft binnen in de stad en krijgt een plaatsje naast de andere twee hoofden. Natuurlijk die van Marx en Bernaert.

Die twee zullen dus inderdaad ‘onthalsd’ worden en omdat de rechters toch enig medelijden hadden met hen, zullen hun lichamen begraven worden. Met uitzondering van hun hoofden die voor de lakenhalle op staven geplaatst worden. Een laatste bizarre glimp van de markt van Ieper anno 1579 zullen de drie sukkelaars niet meer te zien krijgen. Daarvoor zijn ze te dood. En zo is er gerechtigheid gekomen, de rechters maken hun borst nat dat ze goed voor ons hebben gezorgd. ‘Zal wel’, denk ik, ‘menen ze dat nu echt serieus?’. Broeder Basilius stierf terwijl hij dankbare bedankingen schreeuwde naar de Heer en onder de belijdenis van zijn zonden. Ook Marx heeft God bedankt en nog geroepen aan de mensen dat ze deugdzaam moeten leven, en ook Bernaert is tijdens zijn laatste ogenblikken een vroom man geweest, hij bleef dankbaar tot het einde maar bleef wel hardnekkig vasthouden aan zijn onschuld. Het duurt nog tot 17u vooraleer broeder Basilius ‘gekwartierd’ wordt, De hoofden van de slachtoffers zullen pas op zondag op hun staven voor de halle gespietst worden.

………………………………….

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>