De vondst van Carolina Priem

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 year ago     364 Views     Leave your thoughts  

‘In de bibliotheek van de Zonnebeekse heemvrienden doe ik een fascinerende ontdekking. Twee dikke boeken met ingebonden kopies van oude Ieperse kronieken. Eigenaardig dat er in het stadsarchief van Ieper hier geen spoor van terug te vinden is. De handschriften dateren van 1789 en werden geschreven door een nobele onbekende. Een zekere L. Boeteman die zichzelf presenteert als ‘uw ootmoedigen dienaar’ en mij aanspreekt als ‘beminde lezer’.

Nog geen uur later zit deze beminde lezer aan zijn computer thuis al op het internet te snuisteren naar wie die Boeteman is. Veel vind ik niet terug. Het duurt even tot ik plots beet heb in ‘Rond den Heerd’, een leesblad voor alle lieden van 13 april 1872. De schrijver van toen heeft het over de Boetemans van Ieper. Een schalkse tekst die perfect past in mijn stijl van kroniekschrijven en die ik graag integraal overneem, zei het dan in de spelling van vandaag.

‘De familie Boeteman is al een oude Ieperse familie die in de vroegste tijden daar een naam had en met grote Ieperse families van Ieper in verwantschap trad. Zo was zij onder andere in samenhang met de familie Belle die het ‘Godshuis Belle’ gesticht heeft. Men heeft mij verzekerd dat pastoor Ameloot van Bavikhove dikwijls verteld heeft de volgende verzen gelezen te hebben die op een balk in de Belle gesneden waren:

Als de Boetemans zullen stinken
dan zal onze Belle nog klinken

Een Ieperse medewerker die ik aangeschreven heb om te weten of het waar is, antwoordt mij dat er daar nu niets meer van zulke verzen te zien is. Immers omdat al de balken in de Belle gewit of beplakt zijn en dat er zelfs niemand van iets meer weet. Nochtans dat pastoor Ameloot dit vertelde , blijkt mij volstrekt zeker om diens wil dat ik het al te goede bron vernomen heb. Misschien staat er daar wel iets van in pastoor Ameloots nagelaten papieren, maar waar deze naar toe zijn weet ik niet. Wie mij op de weg ervan kan zetten, zal een goed werk doen.

Mijnheer Louis Boeteman was een snuisteraar die achter de historie van zijn geboortestad zocht en niet bang was om zijn vondsten op papier te zetten. Ik heb een van zijn handschriften hier op mijn schrijftafel liggen. Het is getiteld als volgt: ‘De Schone Historiën van Vlaanderen en bezonderlijk der stad Ieper’. Behelzende al dat er gebeurd is sedert het jaar 2000 na de diluvie of de algemene watervloed, of voor Christus’ geboorte tot aan het jaar ons Heren Jezus Christus 1574 in onze hoofdstad van Ieper van West-Vlaanderen met een korte begrijp van de levens van de eerste forestiers waarna vanzelf gekomen zijn de graven van Vlaanderen. Eerste boek. Beschreven en bijeen verzameld door L. Boeteman. Anno 1789.

Dit werk bevat drie delen onder één nummering. Het begin staat vol ongeloofbare vertellingen die grotendeels getrokken zijn uit Marc van Vaernewyck en andere dergelijke kluchtigaards. En als we wat verder komen in de historie van de graven van Vlaanderen, wordt het handschrift nauwkeuriger, daar de historie van die latere tijden uit betere kronieken genomen is en daarbij beter bekend. Sommige bijzonderheden zelf zijn in die kroniek te vinden die ik tot nu toe elders niet gevonden heb.’

Mijn besluit staat onmiddellijk vast. Wat Louis Boeteman in 1789 in zijn mooiste handschrift met monnikengeduld aan het papier heeft toevertrouwd verdient eigenlijk de volle aandacht van de geschiedenisliefhebbers van mijn tijd. Ik zet mijn Macbook op scherp voor een opdracht die me zeker enkele maanden tijd zal kosten. Ik heb het er maar al te graag voor over.

¨¨¨¨

¨’Beminde lezer

Het zal u aangenaam wezen om de oudheid van de historie van Ieper te lezen om de verandering van de oude tijden te weten, wat er al is voorgevallen die de stad van Ieper al heeft moeten doorstaan, zodat ik deze al verzameld heb om daarvan een fraai boek te beschrijven dat ik zelf nauwkeurig en uit verscheidene auteurs mijn werk heb beschreven in drie boekdelen, waarmee heb ik de eer te wezen, beminde lezer, uw ootmoedige dienaar Louis Boeteman, Ieper, de eerste januari 1789.’

….

Beste liefhebber van ‘De Kronieken van de Westhoek’. Bovenvermelde tekst had ik al méér dan enkele maanden geleden neergeschreven. Ik maak er mijn werk van om de kronieken van Boeteman te verwerken tot één of meerdere van mijn eigenste kronieken. Hier en daar komt Louis Boeteman toch wel erg verrassend uit de hoek met ontboezemingen over de geschiedenis van Ieper. Deze week kwam ik voorbij aan een fragment uit 1385 waarbij de vondst van zilveren munten in de Boterstraat toch wel hallucinant precies omschreven staat. Voor wie twijfelt aan het waarheidsgehalte kan ik alvast meegeven dat keizer Nero wel degelijk in deze periode aan zet was. Dan is de vraag onmiddellijk; heeft Ieper dus wel degelijk een Romeins verleden?

Lees alvast onderstaande tekst uit de kronieken van Boeteman;

‘Anno 1385, de 8ste mei heeft juffrouw Carolina Priem, wonende binnen Ieper op de grote markt, aan de zuidzijde rechtover de lakenhalle, haar huis doen afsmijten om hetzelfde geheel nieuw te maken en te herbouwen. Het oud huis afgesmeten zijnde en aldaar gedolven wordende om een kelder te maken, zo hebben de metsers in het uitgraven gevonden een oude stenen trap het welke zij aan juffrouw Carolina Priem hebben kenbaar gemaakt. Juffrouw Priem heeft opdracht gegeven om deze oude gevonden trap te volgen en open te graven om te zien waar zijn einde zou kunnen uitkomen en wat dit zou beduiden.

Dus hebben de werklieden de trap voorzichtig ontgraven, en vervolgd en gevonden hebben zestien stenen trappen van blauwe kleur en op het uiteinde van deze trap vonden ze een ijzeren deur, welke ze met geweld van handbomen hebben opengebroken. Deze ijzeren deur, nu opende zijnde, vonden zij een grote gevoute kelder die ver onder de markt uitkwam. Ze zijn er met lichten binnengegaan en vonden daarbinnen een ijzeren koffer met ijzeren banden beslagen, welke koffer ze hebben opengeslagen en daarin hebben gevonden een groot deel zilveren penningen. Allemaal in de vorm van een kroonstuk, op welke penningen aan de ene kant gegraveerd stond een portret van een keizer met een kroon en een scepter in zijn handen.

En op de andere zijde vonden ze de woorden; ‘dit is er ere van de grote keizer Julius Caesar’. Deze zilveren penningen waren van ouderdom geheel groen uitgeslagen en met heeft geoordeeld dat dit geld daar gelegen had van omtrent de tijd van Julius Caesar, keizer van Rome, wanneer de Romeinen binnen Ieper hun heerschappij hadden. En dat dit geld aldaar in oorlogstijden was verstopt geweest. Men vond ook in die kelder een metalen helm of schild met een zwaan erop gegraveerd voorzien van volgende woorden; ‘vecht kloekelijk voor het vaderland, voor uw ouders en ook voor uw kinderen. Amen.’

Deze metalen helm of schild was in zijn tijd met goud gedecoreerd geweest. Immers, deze gevonden zilveren penningen brachten de som op van twaalfduizend gulden, wat een groot en gelukkig geval was voor deze juffrouw Carolina Priem. Maar deze juffrouw, om God te bedanken over deze gevonden schat, heeft ze aan iedere werkman die in haar huis gewrocht had doen geven elk drie van deze zilveren penningen. En ze heeft in de kerk van Sint-Maartens doen stellen in de muur een epitafium of grafschrift voor haar, hetwelk gesteld aan de muur zoals men van de Leet de grote kerkdeur binnengaat van Sint-Maartens omtrent de doopvont onder dewelke het epitafium tot een gedachtenis eeuwig beschreven staat hoe dat juffrouw Carolina Priem een zulke schat heeft gevonden. En diezelfde metalen helm of schild werd tot eeuwige gedachtenis daarboven gesteld. Al die schone gedachtenissen werden later door de beeldenstormers gebroken en verwoest, tot de gronden toe.

Deze juffrouw Carolina Priem deed de gevonden kelder helemaal afbreken omdat er water begin in te komen en heeft die zo doen opvullen. Men bevond dat zij van haar huis wel veertien voeten diep onder de markt uitkwam. En als deze juffrouw Carolina Priem zes jaar daarna kwam te sterven en recht voor de sepulture van Sint-Maartens begraven was, zo hebben de vrienden in haar huis gevonden dezelfde koffer en haar tresoren, nog altijd in groten getale van de gevonden zilveren penningen die de vrienden onder elkaar hebben verdeeld. Nog menige jaren daarna heeft men nog van diezelfde penningen getoond, maar men heeft ondervonden dat men sedert de beeldenstormers de overhand hebben gehaald in Ieper men nooit nog van deze gevonden zilveren penningen heeft kunnen achterhalen in Ieper.

Anno 1385 werd binnen Ieper in de Boterstraat bij het uitgraven van een fundament tot het opbouwen van een groot nieuw stenen huis, aldaar ontdekt een marmeren trap die leidde naar een grote gewelfde kelder ondersteund door zes marmeren pilaren. In deze kelder lag een groot zilveren afgodsbeeld, voorstellende de afgod Pan, de god van de herders met menigvuldige zilveren kandelaars, wierookvaten, enzoverder. Er waren ook enkele metalen potten vol met gouden medailles, gouden kettingen en een vergulde kist met drie sloten.

Deze sloten, opengebroken zijnde, werd daarin gevonden een zilveren herdersstaf, samen met een instrument van zeven buizen in goud gedecoreerd en versierd met kostbare gesteenten. Ze waren voorzien met de Latijnse woorden ‘dit zijn de schatten die toebehoren aan de tempel van de herdersgod Pan, gevlucht voor de vervolging en tirannie van keizer Nero van Rome. Al wie deze vinden zal, wordt bezworen bij de God Pan om zijn tempel te restitueren. Geschreven binnen Ieper, deze 22 mei in ‘t jaar 57.’

Deze verborgen schatten zouden daar in die kelder gelegen hebben gedurende 1328 jaar sedert die tijd dat de keizer Nero deze landen omwille van hun rebellie samen met al de steden van Vlaanderen ten gronde deed destrueren zoals hiervoor beschreven is, was dit de eerste ruïnie en ondergang van de stad Ieper.’

…..

De publicatie van de rest van de Boeteman kronieken is voorzien voor 2017.. Zeker de moeite waard…

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>