De vreselijke werken van de beul

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       2 months ago     139 Views     Leave your thoughts  

Martelingen in beeld

Onze schilders en beeldhouwers hebben dikwijls de beul afgebeeld, bezig met zijn akelig werk. Van de kruisiging zullen we niet spreken, noch evenmin van andere straffen die in Vlaanderen niet werden toegepast. De marteldood van Sint-Jan de Doper, dikwijls afgebeeld, toont hoe de valsmunters ter dood werden gebracht. Ze werden in een ketel ziedende olie of water geworpen; die van Sint-Jan de Evangelist laat een onthoofding zien. Breughel heeft een koperdruk uitgegeven met de afbeelding van alle lijf- en doodstraffen.

De beul en de rechters

Te Gent werd de beul benoemd door de schepenen van de Keure, die, buiten het bestuur van de stad, ook het hoger gerecht in hun bediening hadden. Men stelde een verbintenis op, door beide partijen ondertekend. Men bepaalde er het loon van de beul in, naast hetgene hij vanwege de baljuw uit naam van de vorst ontving. Op het einde van het stuk was vermeld, datde scherprechter zich moest gedragen naar de overeengekomen bepaling en zoniet zou hij scherp gestraft worden en van zijn ambt ontheven worden indien het Mijne Heren beliefde.

Dat overkwam Willem Hurtecant. In plaats van zich op het gestelde uur op de gerechtplaats te bevinden, bleef hij in de kroegen tot hij dronken was. Eindelijk aan het schavot gekomen, faalde hij bij de terechtstelling ‘tot grote schaamte van heer en wet en van alle lieden, die het aanzagen, niet schuldig te lijken zonder straf”. Derhalve werd hij vijftig jaar uit de stad verbannen op 26 juli 1486.

Als de nieuwe beul de overeenkomst getekend had, legde hij de vereiste eed af. ‘Dit zweert gij; officier en scherprechter van deze stad van Gent te zijn, onze heer graaf van Vlaanderen en de wet goed getrouwelijk te dienen, mits het loon, door u met de schepenen overeengekomen, zonder dat in enige manier te buiten te gaan; het geheim van de schepenen, zowel in de pijniging als elders, waar het u bekend zal zijn, te bewaren en voorts alles te doen wat een rechtvaardige officier en scherprechter aan deze stad schuldig is en behoort te doen. Alzo moet u God helpen en al zijn heiligen!’ Niet zelden schonken de schepenen na de eed een toelage aan de nieuwe ambtenaar en ook wel een ‘aalmoes’ voor de inrichting van zijn huishouden.

De moeilijk en lastige ‘werken’ van de beul.

Wat de beul te verrichten had was soms zeer vermoeiend, ja afmattend. In 1435 kreeg hij opdrahct om op de Hoofdbrug zeven personen, veroordeeld voor opstand, na elkaar te onthoofden. In 1595 waren er negen terechtstelling op één dag: twee door het vuur en zeven door de strop. Om met één slag het hoofd af te houwen moest men zeer handig en sterk zijn. Miste men de slag, zo moest de veroordeelde verder afgemaakt worden met een mes, wat tot een heuse slachtpartij uitgroeide. Soms waren de mensen die de beul aan de galg ging niet onmiddellijk dood en hij moest ze dan voorgoed wurgen met op hun nek te gaan staan en erop te trappelen.

Om de vrouwen die levend begraven moesten worden de adem te benemen, deed hij nagenoeg hetzelfde, na ze bedolven te hebben. Hij duwde met de voeten de aarde verder dicht. Al die gruwelijke bewerkingen moesten tenslotte de ongevoeligsten ondermijnen. Had iemand zelfmoord gepleegd, zo moest de beul het lijk uit de kamer brengen door een gat in de plankenvloer, een strop aan de hals binden en zo het lichaam onder de dorpel van het huis op straat trekken, de de grond van oner de steen te hebben verwijderd.

Daarna werd het lijk op een horde geworpen en tot aan de Galgenberg gesleept. Het gebeurde meer dan eens dat het lijk van de zelfmoordenaar pas enkele dagen na de dood werd gevonden, iets wat de lange bewerking nog onaangenamer maakte, vooral in de zomer. De baljuw schreef in zijn rekening van 1386 dat hij 8 pond had betaald aan de beul, om afscheid te nemen van het lichaam van Jan van Namen die zich te Lokeren had opgehangen en hij voegt er aan toe ‘de kok kreeg voor zijn dienst 8 pond want die was niet zo geestig alsof hij levend ware geweest.’

Het zal wel niet nodig zijn te zeggen, dat men dikwijls moeite had om iemand te vinden die de vonnissen ten uitvoer wilde brengen en dat het nog moeilijker was iemand in dienst te krijgen, die een goed gedrag had en bekwaam was om het werk te verrichten ter voldoening van de rechters. Men is dan ook niet al te verbaasd, in een plakkaat van 1506 te lezen, dat de rechters op het platteland die in de onmogelijkheid zijn om een scherprechter te vinden, zonder grote uitgaven, de landlopers en -loopsters in overtreding van de geboden, mogen doen geselen door één van die landlopers.’

De beul en het volk

Joos de Damhouderse, Brugs rechtsgeleerde in het midden van de 16de eeuw, schrijft in zijn ‘Practijcke in criminele sacken’ dat de scherprechters zich zelf en hun ampt hatelijk moeten maken, en komt hierbij dat velen hun ambt niet uitnodigen met zulk medelijden en zulke menselijkheid voor de lijder, zoals het eigenlijk niet hoort. Zij mishandelen dikwijls de misdadiger, ze trekken hem, ze doden hem, ze vermoorden hem, ze beulen hem zo minachtend af alsof ze beeste voorhanden hebben.

De mensen schuwen de plaats waar de hangman komt en versteken hem uit hun gezelschap. Ze vluchten niet alleen zijn gezelschap maar ook de plaatsen waar hij komt. Deze tekst vraagt enige toelichting. De wreedheid van de beul waarvan De Damhoudere spreekt, was dikwijls ongewild maar had tot oorzaak, men vergeve onze de uitdrukking, het gemis van kennis van zijn job.

In 1513 was de beul van Mechelen belast om het hoofd van een veroordeelde met het zwaard af te slaan. De man miste zijn slag en kwetste de lijder verschrikkelijk zonder hem het leven te benemen. Het volk, dat in massa de strafuitvoering bijwoonde, riep razend; ‘Ter Dood’, stenigde de beul en maakte hem met stokslagen af. Maximiliaan van Oostenrijk en Filips de Schone, overwegende dat, indien dergelijke feiten zich nog konden voordoen, het onmogelijk zou geweest zijn om nog een beul voor het karwei te vinden. Ze gaven op 6 april 1513 te kennen dat ze die ambtenaars onder hun hoede namen en dat ze de overtreders zouden straffen met de dood en met verbeuring van hun goed. Men zal allicht begrijpen dat een omvangrijke menigte gemakkelijk een beul kon mishandelen die zijn werk slecht verrichtte.

In 1572 veroordeelde de Raad van Vlaanderen vijf kerels te Gent ter dood, met het zwaard. De beul gelukte er niet in, één enkele met één slag te onthalzen en moest telkens herbeginnen. Onder de massa gingen kreten op en het scheelde niet veel of de scherpkok werd gestenigd. In 1576 was hij zo onbehendig dat hij verschillende keren moest houwen. In 1582 moesten te Gent twee moordenaars worden onthalsd. Bij gebrek aan een beul werd die van Brugge ontboden, die bij de eerste uitvoering zodanig mis sloeg, dat men riep ‘Doodt hem!’

De overheid slaagde er in om de orde te herstellen en de tweede uitvoering liep goed van stapel. De beul, die toch voor zijn leven vreesde, wierp zich op de knieën voor het volk, vroeg vergiffenis en beloofde dat het niet meer zou gebeuren. ‘Maar hij loog’, zegt de kroniekschrijver die het verhaal vertelt. Voegen we er aan toe dat de schepenen van Gent al in 1407 met drie jaar verbanning en een geldboete diegenen bedreigden die de beul iets zouden misdoen.

Zoals De Damhoudere zegt, werd de beul altijd geschuwd omwille van zijn beroep. Bij overmaat van ongeluk, had hij zekere bijwinsten waarvan ook hij leven moest en dat maakte hem voor de mensen nog hatelijker. Zo had hij het recht een deel van de eieren en het fruit aan te slaan die men dan in de stad bracht om daar verkocht te worden. Hij bezat ook zekere rechten op de dobbelspelen die men gedurende de halfvastenmarkt mocht houden de de Kouter en voor het Vleeshuis. Die profijten werden hem in ruil voor een schadevergoeding onttrokken; het eerste in 1342, het tweede in 1398-1399.

Tenslotte delen we nog mee dat de scherprechter recht had op de mantel van de baljuw toen deze in bediening trad en op de kleren van de terdoodveroordeelden. Ook kreeg hij van de stad een woning en een ‘rooden frak’, zoals we hem gekleed zien op de middeleeuwse schilderijen.

Uit ‘Het Laatste Nieuws’ van 4 augustus 1980

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>