De wind zit in ‘t kaloonegat

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 week ago     79 Views     Leave your thoughts  

Hoewel dit geen specifieke zegswijze is, wilde ik toch niet nalaten die even aan te stippen. Dr. Leon Dewulf (Poperinge) maakte me ooit erop attent dat hij tijdens een huisbezoek in de omgeving van Abele een patiënt hoorde zeggen dat de wind in het ‘kaloonegat’ zat. Toen hij verbaasd informeerde wat daarmee werd bedoeld, wees de man op een gat in de muur tegen de vloer, waardoor men bij het ‘steperen’ (schoonmaken met de luiwagen) het water naar buiten veegde.

Ik herinner me nog zeer goed, toen ik als kleine jongen in een oud huis woonde in de Boeschepestraat (Poperinge), dat ook daar twee ‘kaloonegaten’ waren. Die waren ongeveer 8 cm breed en een 10 cm hoog. Wanneer men die niet gebruikte werd er aan de binnenkant een plankje voor geschoven, want het kon wel eens een ‘trekgat’ (tochtgat) zijn.

‘t Iz e gat in m’n portemannee. Er is een gat in mijn portemonnee.
Ik heb geen geld meer, want ik heb er de laatste tijd te veel moeten uitgeven. Het betekent zoveel als: je moet me niets vragen of je moet me niets willen verkopen, ik heb toch geen geld. Deze zegswijze wordt veelal gebruikt tijdens de eerste dagen na een feest (bv. trouwfeest, kermis, nieuwjaar). De maandag na de kermisweek wordt in Poperinge officieel Pameltje Maandag genoemd, maar de plaatselijke bevolking heeft er een andere beeldrijke benaming voor bedacht, nl. de dag van de lege portemonnees.

Och dieën kuut’n! E wilt kyk’n deur e planke wo dat’r gin gat in is. O die onnozelaar! Hij wil kijken door een plank waar geen gat in is. Het zijn allemaal verloren pogingen. Hij denkt dat hij alles weet.

Kus m’n oère, ‘t iz e gatj’in. Kus mijn oor, er is een gaatje in.
Kort gezegde, waarmee men zoveel wil zeggen als: loop naar de maan, wat je zegt of wat je doet, het kan me niet schelen.

Bazinne, ‘t iz e gat in m’n pynte. Bryngd e nieëwe! Bazin, er is een gat in mijn pint. Breng een nieuwe!
Grappig bedoeld en gezegd tot de cafébazin bij het bestellen van een nieuwe pint bier.

We gebruiken vandaag de dag zo vlot het begrip ‘pint’, maar beseffen we wel wat een pint in grootvaders tijd eigenlijk was? Zoals het doorgaans wel is geweten werden de decimale of tiendelige maten (dus ook de inhoudsmaten) tijdens de Franse Revolutie ingevoerd. Het duurde een hele tijd voor onze voorouders zich aanpasten aan die moderne manier van werken. Wanneer wij nu een pint bestellen, wordt er doorgaans maar een biertje van een kwart liter geserveerd, hooguit 33 cl. Vroeger was een pint een inhoudsmaat van een halve liter, twee pinten waren dan een kan en twee kannen een stoop.

Jonge vrijers (in het Poperingse zegt men ‘sefteurs) hadden een halve eeuw geleden minder zakgeld bij dan nu. Wanneer ze samen met hun ‘lief een pint gingen drinken, beperkte het traktaat zich meestal tot een ‘kapper’ of een halve pint met zijn tweeën.

Nuuz huuz iz nog e bouwd mi chat en tap. Ons huis is nog gebouwd met gat en tap.
Voor het dakgebinte van ons huis werden geen spijkers, maar wel houten tappen gebruikt.

‘k Rocht’et moeë en ‘k toogde ze ‘t chat van d’n tum’rman. Ik geraakte het moe en ik toonde ze het gat van de timmerman.
Ik wees ze de deur.

Me gon probeer’n ‘t chat te stop’m. We gaan proberen het gat te stoppen.
We gaan proberen om de achterstand goed te maken. Letterlijk betekent deze zegswijze natuurlijk: het gat van een kous stoppen of een lekke band dichten. Voor de aardigheid kunnen we nog aanhalen dat Gezelle noteert dat hij in Poperinge ooit hoorde zeggen: ‘Kykt tat stop’m hooft toa stoan!’ of ‘Kijk dat stoppen hoofd daar staan’, m.a.w. je moet hem eens zien staan met zijn domme kop.

‘k Chon nu nog etwod eet’n om de gatjes te vuèl’n. Ik ga nu nog wat eten om de gaatjes te vullen.
Hoewel ik al genoeg heb gegeten, ga ik nu nog wat eten omdat het zo lekker is. Als de smulpaap, die zijn buik rond gegeten had, voldaan zei: ‘Oh, ‘k syn dik om te splyt’n’ of ‘Oh, ik ben zo dik dat ik ga splijten’, werd daarop gevat geantwoord’; ‘Hoalt te spoa, ‘k chon j’n de(l)v’m’ of ‘Haal de spa, ik ga je delven.’

Maar daarop werd alweer met een laconiek rijmpje geantwoord: ‘Beet’r d’n buuk, e bost’n of de spyze bedorv’m’ of ‘Beter de buik gebarsten dan de spijs bedorven’, wat betekende: Het zou zonde zijn om die lekkere spijzen te laten verloren gaan.

E makt e nieêw gat om en aand’r te stop’m. Hij maakt een nieuw gat om een ander te stoppen.
Hij maakt nieuwe schulden om oude schulden te dekken; hij doet verloren werk, werk dat toch geen aarde aan de dijk brengt. Deze zegswijze werd eertijds letterlijk toegepast. Tweemaal per jaar immers kwam een door de magistraat beëdigde ‘schouwer’ (controleur) de straten en de beke; ‘schouwen’. Het was namelijk zo dat iedere aangelande (een persoon die een stuk grond heeft dat aan de weg of de beek grenst) het stukje weg moest onderhouden; dat voorbij zijn huis of zijn akker voorbijkwam.

Meestal moest hij dan binnen de kortste keren de putten in de weg dempen of de zijkanten van de weg weer in orde brengen omdat er bijv. meer tarwe dan gras groeide. In het eerste geval moest men inderdaad een nieuw gat maken om een ander te stoppen.

Na enkele weken deed de ‘schouwer’ opnieuw zijn ronde en indien bleek dat de klus nog niet had geklaard, werd men beboet.

Uit ‘Scatologische spreekwoorden en zegswijzen uit de Westhoek’ door Willy Tillie

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>