De winters van vroeger

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       2 months ago     88 Views     Leave your thoughts  

Zeggen wij eerst dat de sterrenkundigen het niet eens zijn over het begin van de lente dit jaar. De almanak van Snoek beweert dat het de 21ste maart is; de almanak van de Wegwijzer zegt dat het de 20ste maart is, dat de lente aanvangt en een blad van Brussel schrijft dat de 22ste de lente aangekomen is. Het is vast en zeker dat allen zich bedriegen. Men moet maar de neus aan de deur steken om te zien dat het geen lente is. Het is winter, en dan ook volop winter. De hemel is loodgrijs en beladen; de sneeuw ligt een voet dik in de straten. Onze rivieren zijn gevuld met drijfijs en de wind blaast nijdig en scherp in de schoorsteenpijp. We maken in onze kamers vuur gelijk in december en we hoesten gelijk ongelukkigen, verkouden als we zijn.

Neen. Snoek en Wegwijzer zijn mis, erg mis, helaas. Het is nog winter en dat heeft jammerlijke gevolgen. Alle werken buiten huis liggen stil; meer dan één handel en nijverheidstak lijden door dit aanhouden slecht weer. De ellende neemt toe.

De Zeeuwse dichter Philibert van Borselen zegt: ‘De winter is een win-teer omdat hij het gewin verteert. En J. Darings, is een artikel over de strengste winters in de Nederlanden, verschenen in het Belgisch Museum, van Willems, doet terecht opmerken dat die uitleg van de winter een onbetwistbare waarheid bevat.

Ja, in de winter verteert menig man hetgeen hij gewonnen heeft in het goede jaargetijde en als de winter langer duurt dan gewoonlijk, zoals nu het geval is, dan komt de armoede zich in menig gezin aan de droevige haard neerzetten. Gelukkig dat de engel van de liefdadigheid waakt! Spreken we dus een beetje over de winters en wel over de strengste die mensen hebben geplaagd.

Het schijnt dat over vele eeuwen de gemiddelde temperatuur van de koudste maand van het jaar vijf of zes graden lager was dan tegenwoordig. De winter die in onze gewesten het vroegste kwam valt in het jaar 358. In de winter van het jaar 400 bevroor de Zwarte Zee. Gedurende de winter van 462 trok het leger van koning Theodomir de met ijs bevloerde Donau over.

In 763 vroor de Zwarte Zee andermaal dicht. Zwaargeladen wagens reden in 822 gedurende een maand over de Donau, de Elbe, De Seine, de Rhône en de Po. Gedurende de winter van 981 viel er buitengewoon veel sneeuw in heel Europa.

Petrus Scriverius verhaalt in zijn Hollandse, Zeelandse en Friesse Chronycke dat er in 1080 zulke strenge vorst heerste dat daardoor de meren en de rivieren in de Nederlanden zo hard toevroren dat Dirk V, graaf van Holland, op het ijs van de Rijn tweemaal slag leverde aan de Friezen, bij dewelke de Friezen 10.000 mannen verloren.

Als zeer strenge of langdurige winters staan nog vermeld diegenen van de jaren 1216, 1234, 1240, 1241, 1242, 1245, 1293, 1305, 1323, 1334, 1358, 1361, 1399. De winter van 1361 ging in Vlaanderen vergezeld van duurte en pest.

Volgens de getuigenis van de kroniekschrijvers was de winter van 1407-1408 de verschrikkelijkste die men sedert vijf eeuwen in Europa gezien had. De Maas bleef twee maanden lang dicht liggen en de Luikenaars van het beleg van Maastricht terugkomend, trokken met hun wagens over het ijs van de stroom.

De Seine lag insgelijks dicht en wagens met paarden reden er over. De griffier van het parlement van Parijs verhaalt dat de inkt zijn pen vervroor, ondanks het groot vuur dat in zijn kamer brandde. Misschien is die griffier van de eerste leugen niet gestorven.

Wat er ook van zij, het wordt in ‘de oude boeken’ vermeld dat veel mensen en beesten stierven van gebrek en koude…iets helaas wat nu nog gebeurt in de winter.

De dooi, na zeven weken vorst, in 1408, sleepte veel huizen en molens weg. Men heette de winter van 1408 ‘de grote winter’. In 1434 kwam er een lange winter.

Het begon te vriezen in december 1434 en de vorst duurde tot de 22ste maart 1435. Dan had men enkele dagen dooi, maar het begon opnieuw te vriezen. In Frankrijk tot de 17de april en in de Nederlanden tot in het begin van mei! De Schelde lag van Antwerpen tot aan Batz vervroren. Van Nieuwjaar tot in juni telde men hier te lande 40 dagen sneeuw en op Sint-Jansmisse stonden de vrouwen nog met vuurpotten aan de kerkdeuren.

Dus, mogen we nog niet te hard klagen: onze voorouders kregen het nog erger voor hun schenen dan wij! Als ge wilt, zullen we in het vervolg nog een beetje klappen over de strenge winters.

Uit de krant van 1888 – www.historischekranten.be –

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>