De Zandvoordse herbergen van weleer

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 year ago     935 Views     Leave your thoughts  

In een vorige bijdrage werd de vraag gesteld wat er van het mooie Zandvoorde nog overblijft. Inderdaad, er is heel wat verdwenen uit dat heerlijk verleden van een landelijk dorp, zoals het er honderden jaren uit gezien heeft, tot de eerste Wereldoorlog het een ander aangezicht gaf. Zal men vandaag toelaten dat enkele van de laatste overblijfselen van dat rijk verleden, onder de mom van koude officiële administratieve richtlijnen, ook nog teleurgaan?

Waar zie je nog de naam Zandvoorde, nu die al niet meer terug te vinden is – zelfs niet in kleine letters – op de nieuwe plaatsnaamborden? Hopelijk zal men nu ook ter gelegenheid van het Jaar van het Dorp die ‘vergetelheid’ nog gauw herstellen. Velen zouden dat met mij weten te appreciëren.

In dankbare herinnering aan mijn vader, gewezen gemeente-ontvanger van Zandvoorde, die in de stilte van de oude dag herinneringen ophaalde en zo, enkele tientallen jaren terug, de namen van de drankgelegenheden van voor de oorlog I914-19I8 noteerde, wil ik graag hiervoor even uw aandacht vragen.

Ik dank eveneens enkele van de oudere inwoners die me hielpen het geheugen wat op te frissen, en heel speciaal Martha Brel. Blijven er thans nog twee herbergen voor 602 inwoners (1978), voor de eerste wereldoorlog waren er niet minder dan zesentwintig voor 1009 inwoners (1912) of een café voor 39 inwoners! Men begrijpt al vlug dat geen enkele uitbater met zijn zaak een deftig bestaan kon leiden. Inderdaad, de dorstigen laven mocht dan nog een werk van barmhartigheid zijn: voor de meesten zal de verdienste van de herberg slechts een welgekomen aanvulling geweest zijn van het inkomen als landbouwer, smid, metselaar, slager, schoenmaker, loonarbeider, enz.

Eén waagde het zelfs rond de eeuwwisseling om volk te lokken door het inrichten van een bal ter gelegenheid van Sint-Cornelius-kermis. Hiermede hoopte hij zijn huur te kunnen betalen wat achteraf dan ook bleek mogelijk te zijn. Helaas kwam het bepaalde mensen duur te staan in de biechtstoel. En de arme jongen die de hele avond de fonograaf draaiende had gehouden werd alleen nog spottend “de orgeldraaier” genoemd.

Wellicht de oudste herberg was de BASSEVILLE (1), aan het kruispunt van de Zillebekestraat en de Oude Zonnebekestraat, vlak naast de Bassevillebeek. Ze is de enige die reeds vermeld staat op de kabinetkaart van de Oostenrijkse Nederlanden~ beter bekend als de kaart van Ferraris (1771-78). Volgens de schets van de hand van Alfons Bouteca (Roeselare) hier bijgaand, bestond de herberg reeds in 1443. Waar deze datum op berust kon ik evenwel niet achterhalen. Bemerk voor de herberg de ‘Balustrade’, waar de paarden van de reizigers werden aan vastgebonden. Het pannen dak zal wel van recentere datum zijn. Eigenaardig is dat de herberg niet vermeld staat op de militaire kaart van PH. Vandermaelen (± 1840), noch op het kadasterplan van Popp (,:1: 1834). Volgens de kadastrale legger van 1834 was de Basseville eigendom van Jean Baptiste Morel. Ik hoop later nog wel eens deze familie van dichterbij te onderzoeken daar zij een belangrijke rol gespeeld heeft in het politiek en sociaal leven van Zandvoorde. De zoon van deze Jean Baptiste Morel, eveneens Jean Baptiste, was gehuwd met een dochter Laumosnier, en zal wel een van de eerste onderwijzers geweest zijn van de gemeente. Daarover meer later.

basseville

De Basseville is, naast de Voorstraat, de herberg die heel de oorlog I914-I8, een centraal punt was, hetzij als hoofdkwartier hetzij als verbandplatz van de honderden Duitse Regimenten die ze vernoemen in hun oorlogsherinneringen. Zij was ook het verste punt dat door de Engelsen bereikt werd in augustus 1917, tijdens het voorspel tot de grote slag van Passendale. De herberg met bijhorende boerderij werd na de oorlog opnieuw uitgebaat door de familie Pattijn en dit tot in 1975. (anno 2016 nog altijd door het gezin van Freddy Pattyn). Na een traditie van wellicht honderden jaren moest ook deze typisch landelijke herberg de wet van de vooruitgang ondergaan.

DE VOORSTRATE (2) of Voorstraat of De Vorststraat (Stafkaart 1899) of de Vorst Straet (Vandermaelen), op bijgaande schets eveneens van Alfons Bouteca (Roeselare) La Voorstrate, was gelegen in de Komenstraat, net op de grens van Komen Ten Brielen, Deze herberg was laatst voor de oorlog bewoond door J.B. Ghesquière en werd na de oorlog niet meer uitgebaat.

voorstraete

In 1834 was de eigenaar Amelia Six, rentmeester te Wervik. De Flou vermeldt De Oude Voorstrate, eene herberg nabij den keiweg naar Comen te Zantvoorde (1910) en Voorstraet, een weg en later ook eene herberg te Zantvoorde Ter Voorstrate. Op het grondgebied van Ten Brielen, een tweehonderd meter verder, ongeveer tegenover de weg die leidt naar de Ferme des Obeaux stond voor de oorlog eveneens een herberg A la nouvelle Voorstrate.

Vanaf 22 oktober 1914 groeven de Duitse Kavalerie en verscheidene Jagerregimenten zich in aan de zuidergrens tot tegen de Voorstraat. De grote uittocht van de Zandvoordenaars begint, daar de inname van het dorp gepland.is voor de volgende dag, wat evenwel niet gebeurt daar de versterking van Duitse zijde niet tijdig ter plaatse is. Uitstel is evenwel geen afstel en Zandvoorde wordt een week later Duits bezit voor zevenenveertig maanden.

De Voorstraat is voor de Zandvoordenaars nog steeds het gebied ten zuiden, grenzend aan Ten Brielen en wordt meestal gebruikt als vervanging van de aanduiding De Gavers.

Een derde café, dat tevens als wijknaam diende was A LA CHAMPREULE (3), ook à la Champreuil, voor de oorlog bewoond door Paul Cuvelier, die ook ‘beestefacteur’ of makelaar was. Gelegen op de splitsing van de wegen naar Pont Hallot, Houtem en Hollebeke, duidt het nog steeds het gebied in het zuidwesten van Zandvoorde aan. Zeker, een eigenaardige naam, waarvan het moeilijk en gewaagd zou zijn de oorsprong ervan te verklaren. Heeft het iets te maken met het woord ‘Champ – veld’, of zou het een vervorming kunnen zijn van het Franse ‘Chantepleure’ een soort wijntrechter, wat er zou kunnen op wijzen dat men hier vroeger wel een wijntje kon proeven? Een riskante gissing !

Als laatste herberg die eveneens een wijk aanduidde vinden we IN DE STIER (4) bewoond door Désiré Reynaert, van beroep boomzager, en gelegen in de Geluveldstraat op de hoogte, laatste huis rechts voor de grens met Geluveld. Tijdens de eerste wereldoorlog werd de hoogte door de Engelsen aangeduid met de naam Alaska Houses.

Misschien mogen we hier ook de herberg IN DE DOORNKAPEL -A la Chapelle d’Epines (5) vermelden. Alhoewel niet op het grondgebied van Zandvoorde gelegen, wel op dat van Komen Ten Brielen, nu Wervik, aan het einde van de Kruiseeckestraat, hebben de bewoners van de herberg en de hele wijk zich steeds Zandvoordenaars gevoeld. Ook na de oorlog liepen de kinderen van de wijk school te Zandvoorde.

‘Den Doorn’ duidt nog steeds het oostelijk deel van Zandvoorde aan, van over de Kasteeldreef tot over de Blokstraat in Wervik. De herbergkermis op de eerste zondag van mei was er druk bezocht door de Zandvoordenaars. De grootvader van de laatste uitbater, de kinders Catel, Jules van den Doorn en Angèle van den Doorn, zou nog koster geweest in de kerk van Zandvoorde.

Dat herbergen nogal eens hun naam geven aan een wijk, toonden we reeds aan in onze vorige bijdrage, waar we het hadden over: De Basseville (I – kant Zillebeke) – De Voorstrate (2 – kant Komen) – De Champreule (3 – kant Houtem-Hollebeke) – De Stier (4 – kant Geluveld) en Den Hoorn (5 – kant Kruiseecke) .

We moeten volledigheidshalve daar nog een ‘wijk’ aan toevoegen, namelijk ‘ Au Lion D’Or’, (25), in de Volksmond ‘De Rape’, die je bereikt aan het einde van de Processieweg die loopt van achter de kerk en uitmondt in de Houtemstraat. Vroeg iemand naar een plaats daar in de omgeving, dan hoorde je nooit ander s dan; ‘aan de rape’, en na de oorlog sprak men alleen van ‘baaske van de Rape’, als men het had over Henri Dobbels.

kaart

Het verst afgelegen, in de Kleine Ieperstraat, midden de Hogebosschen op de weg naar ‘Het Pappotje’ en waar nu Remi Carrein woont, tussen het groen verscholen, lag ‘Au Chat’ (21), die van de gewone sterveling evenwel de veel poëtischer naam kreeg van: ‘In ‘t Sparregat’. Warden Bocarren en Sidonie Angillis hadden er ook nog de zorgen over een kleine boerderij.

Wanneer we nu de platte grond van het dorp bekijken, blijkt reeds duidelijk dat – zoals dat wel overal elders in Vlaanderen het geval zal geweest zijn – elke straat ten minste één herberg rijk was. Slechts de Waterstraat schijnt daar de klassieke uitzondering op te vormen die de regel bevestigt, Waarom? Waarschijnlijk wegens de nabijheid van de Zwijnhoek met ‘In de Linde’, die, alhoewel op het grondgebied van Geluveld, toch ook zijn naam gaf aan de noordelijke uithoek van Zandvoorde,

Als we nu nog ‘In den Haas’ (27) even willen binnenwippen, dit is in de Geluveldstraat waar thans Jozef Ramon woont, dan zijn we meteen het dorp rond. De overige negentien drankhuizen moeten we in het centrum zelf of daar toch dicht aansluitend gaan zoeken. ‘De Haas’ werd gehouden door Louis Cnockaert, die iedereen slechts kende als ‘Wieten van den Haze’, getrouwd met Fietje Padot! Daar is weliswaar niets speciaals aan, maar ons troffen toch die zangerige namen.

In de Zillebekestraat kunnen we ook nog even naast de Basseville, ‘Au Pigeon Voyageur – De Reisduif’ (22) aandoen, nu hofstede van Jozef Ghekiere, maar voor de oorlog uitgebaat door familie Caillez. Murice Cillez heeft me herhaaldelijk bevestigd dat zij van daar op de vlucht gegaan zijn door de bossen naar de Pappot en dat pas op oktober 1914, wanneer ‘s anderendaags reeds de Duitsers Zandvoorde inpalmden. Van op het nippertje gesproken!

Even verder vinden we ‘Au Paradis’ (23), bewoond door Louis Catteau, nu Fieuw, het eerste huis van ‘Menu ‘s Reke’. Deze Louis C atteau was tevens voerman en bracht de Zandvoordse boerinnen, met hun manden rijkelijk gevuld met malse boter en verse eieren, naar de wekelijkse vrijdagmarkt te Wervik. Die taak werd tussen de twee oorlogen overgenomen door Jules Vaeye . In de Houtemstraat hadden we ook nog café ‘A la Paix’, in de volksmond, ‘In de Fijge’, waar nu Marcel Caillez woont . Grymonprez, ‘tabakfacteur’, hield er ook een kruidenierswinkel.

De hoek van de Hou t ems t r-ae.t en de Dorpplaats werd gevormd door ‘A la Couronne Royale – In de Vroon’ (10)” . Vlak voor de oorlog werd deze herberg uitgebaat door Henri Develter die tevens boer en beestefacteur was. Hij was het die op 25 oktober 1914 Zandvoorde ontvluchtte en in Zillebeke Jules Loridan het onprettige nieuws kon mededelen dat diens huis in brand stond.

De herberg werd gerekend onder de eerder grotere uitbatingen in tegenstelling tot de landelijke. Inderdaad zij zag er ongeveer uit zoals nu, had een bovenverdieping en was de zetel van de gilde van de bolders. Regelmatig was er ‘krakebolling’ en werd er gebold voor een ‘krakekoeke’, een grote ronde koek met tekeningen. Gerard Leuwers, bediende er tot voor enkele jaren nog de laatste klanten.

couronne

Bijgaande foto toont ons op het voorplan de herberg ‘A la Couronne Royale – In de Kroon’, in de zomer van 19I5, met vier Duitse soldaten van de Gezondheidscompagnie.

In de Komenstraat vinden we naast de Voorstrate, nog ‘Au Boulevard’ (6) in de volksmond ‘t Klijtgat’, beneden aan de berg, waar nu Henri Dobbels woont , Uitbater was Behaegel, schoonvader van Jules Hoornaert, de bouwer van het prachtig miniatuurkerkje dat thans in de voortuin van de pastorij prijkt.

In de Kruiseeckestraat hadden we ‘In de Klokke’, (15 , bewoond door Jules Reynaert die, evenals zijn broer Désiré uit ‘ De Stier’ boomzager was. Na de oorlog werd de herberg beheerd door Paul Pauwels die er een mekanieke schrijnwerkerij bijbouwde en later ook de toneelzaal van Zandvoorde.

Henri Dubois, metselaar, was de baas van ‘Au Bienvenu’ (I7) gelegen waar nu het huis staat dat de hoek vormt tussen de Kruiseeckestraat en de Geluveldstraat, en dat dienst gedaan heeft als gemeenthuis, namelijk tot bij de bouw van het huidige. Het café moet er in het verleden waarschijnlijk ‘Au Sabot’ geheten hebben, want in de volksmond sprak men nog van ‘De Patijne’. Zou de bewoner klompenmaker kunnen geweest zijn?

En nu gaan we nog even de herbergen van de dorpskom zelf aandoen. Naast de meisjesschool, waar vandaag Jozef Verhaeghe woont, hadden we ‘Café du Commercd’, (I6), een van de schoonste en grootste, dat trouwens tot voor enkele jaren nog druk bezocht werd. Vandermarliere, tabakfacteur, later gemeentesecretaris in opvolging van Horrent, was er de cafebaas.

‘t Gildenhof’ (19), schuin rechts voor het klooster, is samen met de ‘Lustige Boer’ alles wat er vandaag nog overblijft van openbare drankgelegenheden in Zandvoorde, De herberg werd slechts korte tijd voor de oorlog gebouwd door Jules Loridan, die er het agentschap van de Belgische Boerenbond vestigde. Het huis ging in de vlammen op op 25 oktober I9I4, terwij1 de eigenaar zich samen met nog enkele Zandvoordenaars op de vlucht bevond te Zillebeke, slechts enkele uren nadat hij het verlaten had. Wij bewaren nog heerlijke herinneringen aan de tijd toen de bovenverdieping gebruikt werd als toneelzaal.

Er naast bevond zich ‘ In den Slachter’, (19) , café en beenhouwerij, gehouden door Jules Verbeke, vader van Jerome Verbeke die er tot op heden nog een drukbeklante beenhouwerij beheert. Het was Jules Verbeke die op 17 oktober I914, toen de eerste Duitser sneuvelde te Zandvoorde, het paard van de ongelukkige Ulaan Wilhelm Hummel, van het 2e Württtembergische Ulanen-regiment nr 20, ter plaatse versneed voor de toestromende nieuwsgierigen. Misschien aten de Zandvoordenaars toen voor de eerste keer paardevlees! Dit gebeurde ongeveer daar waar Hollinck’s weugeltje in de Geluveldstraat uitmondt.

‘In den Bonten Os, (20) woonde Vanhalewijn, die eveneens schoenmaker was. Nu is dit het huis van Marie Legrand, weduwe Arsene Fremaut. En tenslotte, wat tenminste deze kant van het dorp betreft, hadden we nog ‘ In de Warande’, (2I), bewoond door de familie Lescouhier, nu familie Deleu. Het is dank zij de zoon, Remi Lescouhier, na de oorlog onderwijzer te Oostkamp, dat we erin slaagden meer details te ontdekken over hoger genoemde Ulaan.

Aan de andere van de dorpsstraat hield Bourgeois ‘A la Montagne’, (7) open, ook wel ‘Den Tapet’ genoemd, nu het huis van Henri Blanckaert. Daar tegenover naast de jongensschool hadden we ‘Au Moulin’ of ‘t Molentje’ (9) gehouden door Gardijn.

Op de hoek van de Houtemstraat en Komenstraat, nu Gerard Sigiez, stond waarschijnlijk ‘A la Belle Vue’, (10) bewoond door Leo Desimpel, die tevens schoenmaker was. Het is zijn dochter die in ‘t klooster trad en die in 1974 te Leuven stierf als overste van de Congregatie De Goede Herder. De naam van deze laatste herberg geven wij evenwel met het nodige voorbehoud. Oe eigendom behoorde toe aan de ongehuwde kinders Brel, grootooms en groottantes van Jacques Brel. Aan de overkant, midden ‘Puype’s Reke ‘, waar nu de kinders Horrent wonen, zien we ‘Au Bons Amis Réunies’ (11), uitgebaat door Isidoor Knockaert en vlak voor de oorlog door Paul Delaere.

Waar vandaag Germaine Baelen, weduwe Camiel Verbeke woont, bemerken we ‘Au Coq – t Haantje’, (12), gehouden eerst door Jules Verbeke, herbergier en beenhouwer, daarna door Henri Verbeke die als burgemeester Zandvoorde door de vorige oorlog loodste.

En zo komen we tot de laatste twee herbergen: ‘A la Maison de Ville, Estaminet, Administration’ (14), dat de hoek vormt van Cruiseeckestraat en Dorpplaats, en ‘ A La Maison Communale’, (13) nu ‘ In de Lustige Boer, bij Patrick Dehem, bakkerij sedert meer dan zeventig jaar.

Voor een kleine gemeente, die nu dreigt zelfs haar eigen naam te verliezen, nogal aanmatigend zou men zeggen, twee gemeentehuizen. En toch. ‘A La Maison Communale’, was vlak voor de oorog bewoond door weduwe Maes, Pharaïlde de Ketelare, of zoals iedereen zei: Pharaïlde van den Ezel. De herberg zou inderdaad de bijnaam ‘In den Ezel’ gekregen hebben ten gevolge van een grap. Twee spuiters zouden mekaar uitgedaagd hebben om eens bij Pharaïlde op bezoek te gaan in gezelschap van een heuse ezel. Wat dan ook gebeurd is, met het gekende gevolg.

Vóór Maes was de uitbater Jean Bille, oom van Appoline Beirnaert, die bij hem inwoonde en later huwde met Auguste Bre1, grootvader van Martha Brel. Deze ‘Jean Bille’ was burgemeester van Zandvoorde van 1849 tot 1854. Kort na zijn huwelijk kocht Auguste Brel de eigendom naast ‘La Maison Communale’, en opende er een winke in ‘ellegoed’ en café ‘A la Maison de Ville’.

Zijn kleindochter, Martha Brel, heeft tot einde 1977 de herberg open gehouden en er het grootste deel van het ‘officiële’ Zandvoorde van de laatste zestig jaar als gastvrouw meegemaakt. De oude meubelen, ook de tafel waarrond meer dan een Zandvoordenaar in het huwelijk verbonden werd, staan er nu verlaten bij, maar blijven de stille getuigen van het rijke verleden van deze kleine landelijke gemeente op de heuvel. Een blad van de geschiedenis is omgekeerd; jammer, maar onherroepelijk.

Daarmee zijn alle herbergen op een rijtje gezet. Mochten wij bij sommige oudere lezers een herinnering hebben doen opflakkeren, en bij de jongere een beetje belangstelling voor het verleden van ons mooi dorp, dan achten wij ons zeer gelukkig en rijkelijk beloond. Misschien neemt iemand het initiatief om, zoals elders in het land reeds gebeurd is, de oudere cafe- en plaatsnamen op één of andere manier weer op het voorplan te brengen. Wij hopen het.

N.B. Het eerste cafe dat na de oorlog I4-I8 werd opengesteld was in 1919 ‘Au Front’, en werd uitgebaat door de familie Horrent, waar nu de hoeve Dhaenens ligt, halfweg tussen de Basseville en ‘t Kruis.

Geschreven door Jacques Fremaut, een onlangs overleden Zandvoordenaar. Meteen een schitterend eerbetoon aan zijn werk!

Overgenomen uit Zonneheem van 1978