De zoon van Robrecht van Bethune

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       7 months ago     257 Views     Leave your thoughts  

Robrecht van Bethune en Gwijde van Dampierre
Robrecht van Bethune en Gwijde van Dampierre laten zo hun sporen na in de geschiedenis van Vlaanderen. Ondanks hun vaak roekeloos gedrag en hun vaak decadente levensstijl die betaald werd door de hardwerkende Vlaming, laten ze allebei een zweem van eerbied na. Precies alsof zij nu echt die leeuwen van Vlaanderen waren aan wie wij onze Vlaamse identiteit te danken hebben. Met Robrecht van Cassel, de zoon van Robrecht van Bethune, is het net andersom.

Tijdens zijn leven kiest hij een aantal keren resoluut de kant van het gewone volk. En toch laat hij een reputatie na als die van een windhaan. Een opportunist die eigenlijk altijd de zijde gekozen heeft van diegenen die de macht in handen hadden. Maar diezelfde Robrecht van Cassel intrigeert en biologeert. Eigenaardig. Natuurlijk moeten we verder met de geschiedenis van de Westhoek. Maar de studie van historicus Edward Le Glay (1785-1863) rond het leven van de gravenzoon, die het ‘comité Flamand de France’ in 1868 laat verschijnen, houdt de belofte in om nu eindelijk eens echt te ontdekken wat de man bezielde.

Wie was Robrecht van Cassel nu eigenlijk?

Le Glay wordt eveneens gefascineerd door de grote invloed die Robrecht van Cassel uitoefent op de illustere gebeurtenissen van de 14de eeuw. De levensloop van de man loopt voor een flink stuk parallel met de met dramatiek beladen Vlaamse ontvoogdingsstrijd voor en na de Guldensporenslag. Hij probeert zich een schets te vormen van het getormenteerde leven van die simpele gravenzoon die zo goed als onterfd wordt door zijn vader die kreunt onder de eisen van de Franse politiek die op zijn beurt wil afrekenen met de al te grote macht van de feodale heren. Wie is die van Cassel nu eigenlijk?

De enen bewonderen Robrecht van Cassel, de anderen vervloeken hem. Le Glay gaat op zoek bij rasechte Leliaards en luistert bij pure Vlamingen. Veel Vlamingen in Frans-Vlaanderen hebben in de 19de eeuw een confuus beeld van zichzelf en van hun volk. Hoe zouden ze zich dan een concreet beeld kunnen vormen van die van Cassel? Ze vangen de glimp op van de man als een dappere ridder, één van de meest talentvolle prinsen van zijn tijd, nog volop blijven hangen in de tijden van de leenheren en de vazallen. Le Glay vindt het cruciaal dat hij de man totaal onbevooroordeeld benadert: ‘scribitur ad narrandum, non ad propandum’.

De Rijselse historicus probeert eerst en vooral orde te scheppen in de chaotische overdaad aan gegevens en gebeurtenissen die zichzelf regelmatig tegenspreken. Er moet gewerkt worden aan een juiste chronologie. En dat is allemaal niet zo eenvoudig. Vroeger werden de jaren niet alleen geteld tussen 1 januari en 31 december, maar ook tussen Pasen en Pasen. En dan is er nog de vaak verwarrende naamgeving van de verschillende ‘Robrechts’ in het geslacht van de Dampierres die allemaal ook aangesproken worden met ‘Robrecht van Vlaanderen’. Of Lodewijk van Nevers die evengoed omschreven wordt als Lodewijk van Crécy.

Hoe dan ook; Robrecht, gekend als de heer van Cassel, het leengebied dat hij in 1320 verwerft van zijn vader, kan evengoed aangesproken worden als Robrecht van Vlaanderen of als Robrecht van Nevers. De familie zit vrij complex in elkaar. De naam Robrecht van Vlaanderen en van Nevers geldt trouwens evengoed voor die van zijn vader. Om het leven van Robrecht van Cassel goed te begrijpen, gaan we noodgedwongen terug naar de afkomst van zijn familie.

Het voorgeslacht van Robrecht van Cassel
Gravin Margaretha van Constantinopel huwt met legerbevelhebber Willem van Dampierre afkomstig van een bekende, maar ietwat verarmde adellijke familie uit de Champagnestreek. Ze krijgen samen vier kinderen: Willem (1225), Gwijde (1226), Jan (1230) en Johanna. Als Willem op jonge leeftijd in 1251 sterft, komt Gwijde als wettelijke troonopvolger aan de macht in Vlaanderen. Gwijde trouwt met Mathilde van Bethune en wordt daardoor ook de heer van de heerlijkheden Dendermonde en Bethune. Tijdens het huwelijk van Gwijde en Mathilde wordt Robrecht van Bethune geboren. Als eerste van een hele reeks kinderen.

Bij de dood van zijn moeder, erft hij het voogdijschap over Atrecht (Arras), Bethune en Dendermonde en talrijke domeinen in Vlaanderen en Artesië. Vader Gwijde van Dampierre hertrouwt 2 jaar later met Isabella van Luxemburg en wordt daardoor heerser over het graafschap Namen. Robrecht van Bethune zal er tijdens het nieuwe huwelijk van zijn vader nog 11 stiefbroers- en zusters bij krijgen. In 1265 trouwt de 18-jarige Robrecht van Bethune met Blanche, een kleindochter van de Franse koning en de dochter van Karel van Anjou. Ze krijgen in 1269 een zoon die ze Willem noemen. Maar Blanche sterft op het kraambed van Willem. In 1272 hertrouwt Robrecht met de 25-jarige weduwe Yolande van Nevers. Het jaar erop erft Robrecht het graafschap van Nevers en wordt hun zoon Lodewijk geboren. Een stiefbroer dus voor Willem. Rond 1275 komt Robrecht van Cassel ter wereld. Willem, het 11-jarig zoontje van Robrecht en Blanche sterft in 1280 onder verdachte omstandigheden.

Heel de grafelijke familie zit vast in Frankrijk
Bepaalde kronieken insinueren dat het kind omgebracht wordt door zijn stiefmoeder Yolande die absoluut zeker wil zijn dat haar erfdeel zal overgaan op haar eigen kinderen. Robrecht van Cassel heeft 3 jongere zussen. Johanna, de dame van Coucy en St.-Gobain (+1333), Yolande (+1313), getrouwd en 5 kinderen met de heer van Enghien, en Mathilde, (+1328), de dame van Florines. Het is bekend dat Robrecht van Bethune zijn dochters een forse bruidschat schenkt: 36.000 Parijse ponden aan Johanna, 19.000 ponden aan Yolande en 30.000 ponden aan Mathilde. Laatstgenoemde krijgt trouwens op kerstnacht 1317 ook de lenen van Beveren en Elverdinge als erfdeel.

De geschiedenis leert ons niets over de jeugd van Robrecht van Cassel. De eerste sporen die we van hem terugvinden, dateren van rond 1300. Hij moet ergens 25 jaar zijn als zijn grootvader in een hinderlaag loopt van Filips de Schone. Gwijde van Dampierre reist naar Parijs om er te onderhandelen over vrede met de Franse koning. In zijn zog reizen zijn dochter Filippina en zijn zonen Robrecht van Bethune en Willem van Dendermonde. Zijn kleinzonen Lodewijk van Nevers en Robrecht van Vlaanderen behoren eveneens tot de Vlaamse delegatie.

Ze worden geëscorteerd door een groep Vlaamse ridders waar onder meer Jan van Belle, de heer van Hondschote, deel van uit maakt. Ze worden met zijn allen op verraderlijke manier aangehouden en voor vier jaar geïsoleerd van hun achterban. Filippina zal nooit meer vrijkomen. Vermoedelijk verblijft Robrecht van Cassel de hele tijd in het graafschap Nevers waar hij trouwens in 1304 tot ridder geslagen wordt. Hier is trouwens het besef gegroeid dat hij als zoon van Vlaanderen voorbestemd is om een actieve rol te spelen bij de turbulente evenementen die zich in zijn thuisland afspelen.

De Vlaamsgezinde opvoeding van Robrecht van Cassel
Robrecht heeft tijdens zijn jeugdjaren een Vlaamsgezinde opvoeding gekregen en hij kent de gebruiken in Vlaanderen tot en met. De man lijkt voorbestemd om één van de leiders te worden van de Vlamingen die hun grondgebied met een energieke hardnekkigheid verdedigen tegen de dominantie van een Franse leenheer die over eindeloze middelen lijkt te beschikken. De controverse tussen Frankrijk en Vlaanderen is al aan de gang sinds 1075 met opflakkerende tussenpozen zoals de strijd van Bovines in 1214.

De Fransen kunnen het niet verkroppen dat Vlaanderen stilaan uitgroeit tot het meest welvarende deel van het Frankenland en doen er alles aan om te vermijden dat de Vlaamse provincie zich zou afweken van het moederland. Ridder Robrecht van Cassel krijgt in 1304 te maken met de intelligentie van de onberekenbare Filips de Schone die op dat moment al twintig jaar de scepter zwaait over Frankrijk. Het is een wrede en koele heerser die niet wars is van smerige spelletjes. Hij misbruikt als géén ander zijn vriendschap met de paus en stelt zich rancuneus en bijzonder kwaadaardig op tegenover iedereen die zich wil meten met zijn macht en rijkdom. De oude graaf Gwijde zal het wel geweten hebben. Hij wordt gevangen gehouden in het Louvre of in Compiègne.

Zijn oudste zoon Robrecht van Bethune zit vast in Bourges. Robrecht van Cassel en zijn broer Lodewijk worden onder surveillance geplaatst in de buurt van Nevers. Het gaat er rustig en vreedzaam aan toe. Helemaal anders dan in Vlaanderen waar hun thuisland tussen 1300 en 1304 zowat de meest turbulente periode van zijn bestaan meemaakt en waar de rivaliteit tussen de Leliaards en de Klauwaards hoge toppen scheert. Lodewijk van Nevers is er eigenlijk fijn gerust in. Maar zijn broer Robrecht van Vlaanderen voelt zich wel overbodig en machteloos in dit godverlaten stadje van de Nivernais. Hij is op een leeftijd gekomen om zelf actief deel te nemen, maar moet machteloos toezien hoe zijn vaderland verscheurd wordt, zonder dat hij er ook maar iets kan aan doen. Robrecht wil kost pas kost terugkeren naar Vlaanderen.

Gwijde van Dampierre komt nog een laatste keer terug
Op 20 mei 1304 besluit Robrecht om zich uit de voeten te maken en terug te keren naar zijn thuisland. Met de hulp van broeder Pierre wordt een manifest verspreid en laat hij weten dat het zijn persoonlijke taak is om de eer van zijn vader te verdedigen en dat hij er alles zal aan doen om de graaf uit zijn gevangenis te bevrijden. Door zijn vlucht verliest hij zijn rechten op zijn leengebieden in de Champagne, maar hij heeft er van nu af aan alles voor over om zijn vader op vrije voeten terug te brengen naar zijn graafschap Vlaanderen.

Hij sluit zich aan bij zijn ooms Filips van Chieti en Jan van Namen die op dat ogenblik een veldslag aan het uitvechten zijn in Doornik. De Vlamingen hebben hun hoop gevestigd op Filips van Chieti. De edelen hebben hem aangesteld als hun ruwaard. De titel ‘ruwaard’ is eigenlijk afkomstig uit het Duitse ‘Ruhe Warten’ en wordt in het Vlaams vertaald als ‘rust-bewaarder’. Filips van Chieti is aangesteld als een regent die er moet over waken dat de rust bewaard blijft in Vlaanderen. Korte tijd later is er sprake van een tijdelijke terugkeer van Gwijde van Dampierre, die de nodige gijzelaars ter beschikking stelt om voor korte tijd terug te keren naar Vlaanderen.

Er wordt een tijdelijke wapenstilstand afgekondigd zodat de graaf op zoek kan gaan naar vredelievende oplossingen. Maar de oude man heeft zijn beste tijd gehad en keert korte tijd later, zoals afgesproken, terug naar zijn gevangenschap van Compiègne. Hij is uitgeput. De toestand in zijn thuisland is trouwens helemaal niet van dien aard dat er ook maar sprake kan zijn van vrede en de Franse koning is al evenmin gek om in discussie te gaan met die vermaledijde Vlamingen.

De loden hitte op de Pevelenberg
Ridders spelen een toonaangevende rol in de oorlogsvoering van die tijd. Het zijn de aanvoerders zelf die hun mannen naar de strijd leiden. Het zijn trotse mannen die met hart en ziel voor het vaderland de Groeningestrijd wonnen in 1302. Onder leiding van hun commandant Jan van Namen, zoon van de graaf, werd het een elitestrijd waar zelf de broer van de Franse koning zijn leven liet, en waar honderden vergulde sporen achtergelaten werden als trofee van die historische overwinning voor de Vlamingen. Maar de Franse koning is verre van uitgeteld. Anderhalf jaar later ontmoeten ze elkaar ter hoogte van Zierikzee waar de Vlamingen een nederlaag aan hun broek gesmeerd krijgen.

De zoon van de graaf van Vlaanderen, die de vloot aanvoerde, wordt krijgsgevangen genomen en weggevoerd naar Calais. Maar de Vlamingen blijven niet bij de pakken zitten en maken intensief werk van een nieuw leger. Robrecht van Cassel en zijn neef Willem, graaf de Juliers, zullen het centrum van het leger bezetten aan het hoofd van milities uit Rijsel, Ieper en Kortrijk. Fransen en Vlamingen ontmoeten elkaar op de Pevelenberg op 18 augustus 1304. Filips de Schone pretendeert dat de Fransen winnen en laat zelfs een ruiterstandbeeld van zichzelf oprichten in de O.L.V.-kerk in Parijs. Maar de realiteit is anders. Onder de loden zomerhitte van die dag blijkt geen van de troepen in staat om de andere definitief te vellen.

Ja, het wordt één reusachtig aaneengesloten bloedblad met dan nog uiteindelijk de Vlamingen die de overwinning claimen. Het Vlaamse leger trekt de volgende dag naar Rijsel. De milities keren finaal terug naar hun thuissteden onder de leiding van Robrecht van Vlaanderen en Jan van Namen. Willem de Juliers is gesneuveld tijdens de slag. Filips van Chieti blijft in Rijsel. Het duurt al met al niet lang vooraleer de Fransen aan de poorten van de stad staan en die gaan belegeren. De Vlaamse milities die zich allerminst verslagen voelen op de Pevelenberg, komen nog voor 30 september terug naar Rijsel. Nog vuriger en in groten getale onder de leiding van Robrecht en Jan. De koning moet niet denken dat hij het Vlaamse Rijsel zal kunnen innemen!

De trucs van Filips de Schone
Ze slaan ostentatief hun tenten op in de nabijheid van de blauwe Leliaardtent van Filips de Schone en dagen de Fransen uit om te vechten. De Franse koning reageert verrast op de stoutmoedigheid van de massaal toegestroomde Vlamingen. ‘Ik geloof dat het hier Vlamingen regent’, roept hij uit. Hij stelt een vredesverdrag voor, noemt de Vlaamse steden, hun besturen en edelen bij naam en biedt Vlaanderen het eigendomsrecht over Rijsel, Douai en Bethune aan.

De Vlaamse onderhandelaars aanvaarden het voorstel van Filips de Schone zonder te beseffen dat de koning alleen maar tijd wil winnen om de volgende keer wel met een degelijk leger op de proppen te komen. We zijn december 1304 als Gwijde van Dampierre het akkoord ondertekent. Er wordt afgesproken dat er vanaf 16 januari 1305 onderhandelingen zullen starten tussen de Fransen en de Vlamingen om uiteindelijk tot een meer gedetailleerd vredesakkoord te komen. De slimme Filips de Schone krijgt nu enkele maanden uitstel om de oude Gwijde tot verdere toegevingen te dwingen. Maar de oude graaf overlijdt in maart op het kasteel van Pointoise.

Nog voor hij van de vrijheid heeft kunnen proeven. Zijn dood wordt aanvankelijk verzwegen. Maar als het overlijden van zijn vader na enkele maanden dan toch bekend geraakt bij Robrecht van Bethune, betekent dit het signaal om op krachtdadige wijze zijn eigen terugkeer naar het graafschap Vlaanderen af te dwingen. Zijn invrijheidstelling op 3 juni 1305 betekent in realiteit een alibi voor beiden om het vredesverdrag van Athis-sur-Orge aanvaard te krijgen door de Vlamingen. Tot ieders verrassing worden Rijsel, Douai en Bethune opnieuw afgestaan aan Frankrijk. Hier wordt de basis gelegd van 20 jaar rellen en ongenoegen in Vlaanderen. Niet moeilijk. De nieuwe graaf van Vlaanderen belooft, in naam van de Vlaamse steden, dat zij de hoge boetes zullen betalen aan de Franse schatkist.

De onderhandelingen van Athis-sur-Orge
Die belofte zorgt voor grote mistevredenheid en oppositie van die van Ieper, Brugge, Kortrijk en Gent. Robrecht van Cassel staat in die tijd pal achter de beslissingen van zijn vader Robrecht van Bethune. Ondertussen trekt zijn oudste broer Lodewijk van Nevers zich op het Franse niets aan van die oorlogstoestanden. Hij leeft een verdorven leven vol met uitspattingen en bestialiteiten. Gelukkig komt hij niet naar Vlaanderen, waar hij het zijn vader nog extra moeilijk zou maken.

Trouw is Robrecht van Cassel zeker. Vanaf 1306 staan hij en zijn ooms Willem en Jan van Vlaanderen borg voor schulden die Robrecht van Bethune aangegaan is ten opzichte van Italiaanse bankiers. Ondertussen blijven de Vlaamse steden bij hun weigering om de harde vredesvoorwaarden van Athis-sur-Orge te slikken. In 1307 trekt Robrecht met Boudewijn Alour en Simon Brasketin, en een reeks wethouders naar Parijs in een poging om die voorwaarden enigszins te doen milderen. Maar van toegevingen blijkt amper sprake. Op 8 juli 1307 is Robrecht van Cassel aanwezig in Ieper als de schepenen alsnog instemmen met de meeste van de opgelegde voorwaarden.

Maar er blijft protest. Einde 1307 verblijft Robrecht van Cassel in Duinkerke van waaruit hij het niet onder de markt heeft om Brugge te overtuigen om het akkoord te ondertekenen. Maar de Bruggelingen verkiezen liever te vechten dan om dit schandalig protocol te ondertekenen. Na veel vijven en zessen vertrekt een delegatie van de Vlaamse steden, in het gezelschap van Robrecht van Cassel, op 26 maart 1308 naar Parijs. Ook broer Lodewijk van Nevers is van de partij. Er komen enkele zwakke aanpassingen van het vredesakkoord en er is ook sprake van een akkoord tussen de twee broers over de troonsopvolging moest hun vader komen te overlijden. Robrecht van Cassel smeekt de steden om het afgezwakte akkoord van Athis-sur-Orge eindelijk te willen aanvaarden. Het is niet langer een kwestie van willen. Het is van moeten. Zonder akkoord zal Robrecht zich ‘tot zijn grote spijt’ verplicht zien om in te grijpen.

Robrecht van Cassel trekt naar Italië
Alle steden, met uitzondering van Brugge, gaan door de knieën voor dit dreigement. Die van Brugge vragen en krijgen bedenktijd. Dank zij de actieve tussenkomst van Robrecht van Cassel komen er nog enkele wijzigingen in mei en juli van 1309. Brugge aanvaardt op 8 juli. Het geheel wordt nu geratificeerd op 16 december van het jaar 1309. Er breekt nu een korte periode aan van relatieve rust in het graafschap Vlaanderen.

Tussen Robrecht van Bethune en zijn oudste zoon Lodewijk van Nevers botert het niet. Ook de Vlamingen beschouwen Lodewijk als hun vijand. Telkens als graaf Robrecht een deel van zijn macht wil afstaan, doet hij dat aan zijn jongste zoon. Zo is het bijvoorbeeld Robrecht van Cassel die wordt afgevaardigd om aanwezig te zijn op de kroningsceremonie van Karel de Schone in 1322. Zijn zoon heeft voor hem gevochten voor de onafhankelijkheid van Vlaanderen en staat de graaf voortdurend bij met diens onderhandelingen met Frankrijk. Lodewijk van Nevers wordt enkel aanzien als een obstakel.

Nadat het akkoord met Frankrijk in 1309 wet is geworden, groeit de sociale onrust gaandeweg. De rivaliteit tussen het gewone volk en de Vlaamse adel groeit met de dag. Robrecht van Cassel ziet zich regelmatig verplicht om in naam van zijn vader tussen te komen in de conflicten. De voorbije jaren is het vertrouwen van de adel en de rijke burgerij in de gravenzoon alleen maar toegenomen. Zijn rol als scheidsrechter lijkt hem op het lijf geschreven. De oorlog met Frankrijk is gesust en net zoals zijn vader krijgt Robrecht de kriebels om zich te wagen aan buitenlandse militaire expedities.

Zijn achterneef Hendrik VII van Luxemburg maakt aanspraak op de eigendomsrechten van het oude Italië en roept onder andere zijn ooms Jan van Namen, Gwijde en Hendrik van Vlaanderen op om hem militair te ondersteunen in zijn strijd tegen de Gibelijnen. Robrecht van Cassel reist met hen mee naar Breccia en Pisa en gaat zich moeien in andermans zaken in een poging om Rome te bereiken.

Roberto di Casale
Robrecht van Cassel laat zich onderscheiden tijdens een veldslag ter hoogte van Firenze. De keizer van Italië toont zijn erkentelijkheid en schenkt hem het leengebied en de tienden van de Lombardische stad Casale. Het wordt nu plots duidelijk waarom Robrecht van Cassel al omschreven wordt als ‘van Cassel’ nog lang vooraleer hij enige rechten heeft op die Vlaamse stad. Casale wordt in die tijd Casal genoemd en het minieme onderscheid tussen Casal en Cassel (allebei afgeleid van het Latijnse Castellum) zal voor de nodige misverstanden zorgen bij de historici. Maar het is duidelijk: in 1312 is het Robrecht van Casal en (nog) niet Robrecht van Cassel.

De Vlamingen laten zich in Pisa onderscheiden door hun dapperheid als ze worden aangevallen door een vijandelijk leger en er een veldslag leveren die anderhalf uur duurt en door Le Glay wordt omschreven als ‘une affreuse boucherie’! Korte tijd later is Robrecht betrokken bij een zwaar treffen in San Gemignano. Het aantal Vlaamse ridders, dat sneuvelt daar in Italië is indrukwekkend. Robrecht heeft afdoende redenen om zo snel mogelijk terug te keren naar Vlaanderen waar zijn vader het alweer aan de stok heeft gekregen met Filips de Schone. Hij twijfelt even, maar keert uiteindelijk in de zomer van 1313 terug naar het graafschap.

Lodewijk van Nevers vlucht naar Vlaanderen
Tijdens het verblijf van Robrecht in Italië, gaat het met zijn broer van kwaad naar erger. De humeurige en kolerieke Lodewijk profiteert van zijn machtspositie en maakt zich schuldig aan obscure gewelddaden op zijn vazallen. Zijn gedrag is ontoelaatbaar voor koning Filips. Lodewijk van Nevers ziet zich genoodzaakt om uit Frankrijk weg te vluchten en zoekt een schuilplaats in Vlaanderen.

Op 5 oktober 1311 stuurt Filips de Schone een aanmaning naar de baljuws van de Vermandois en Amiens. Hij verplicht de oudste zoon van Robrecht van Bethune om op 1 december te verschijnen voor de pairs van Frankrijk. Lodewijk weigert om het oordeel van de hoogste Franse adel te ondergaan. Het gevolg laat zich raden. De uitspraak van de pairs is genadeloos: zijn graafschap Nevers wordt in beslag genomen en hij verliest alle rechten om zijn vader als graaf van Vlaanderen op te volgen. De banneling doet nog pogingen om zijn kinderen over te laten brengen naar Vlaanderen onder het mom van hen de Vlaamse taal te laten aanleren, maar zijn vrouw en zeker de koning van Frankrijk, trappen niet in die valstrik en ze blijven netjes op Frans grondgebied.

Lodewijk maakt gebruik van de afwezigheid van zijn broer om zijn geschil met de Franse koning te linken met de zorgen van zijn vader, die het bijzonder moeilijk heeft met het verlies van Rijsel, Douai en Bethune. En natuurlijk ook met die godverdomse afbetalingen voor de voorbije oorlogen. Lodewijk krijgt zijn vader zo ver om hem op 11 juli 1312 te laten verklaren dat de Franse koning niet de minste zeggenschap heeft om zich te moeien over zijn toekomstige troonsopvolging.

Robrecht van Bethune en Filips de Schone
De Franse politiek is er tot op dat moment altijd op gericht geweest om te profiteren van de tweespalt tussen de machtige Vlaamse steden en de graaf. De discussie rond het afbreken van ongewenste versterkingsmuren en het tijdig betalen van de taksen, zorgt voor zoveel wrevel tussen de graaf en de stedelingen, dat er geen sprake is van een eensgezind Vlaanderen. Maar Filips de Schone is een klootzak eerste klas.

Waarom zou hij die opstandige en verbannen Lodewijk van Nevers niet gebruiken om zijn levensdoel te realiseren en Vlaanderen rechtstreeks onder koninklijk bevel te brengen? Hij ziet ook wel dat het gezin van Lodewijk op en top Frans is en dat de opvolging over Vlaanderen zich best hier kan situeren. Het snode plan van de Franse koning zorgt voor een belangrijke wijziging in de Franse strategie tegenover het graafschap Vlaanderen en meer specifiek tegenover graaf Robrecht van Bethune die met de terugkeer van zijn verloren zoon zijn persoonlijk paard van Troje binnen haalt.

Robrecht van Bethune eist de teruggave van Rijsel, Douai en Bethune omdat de Vlaamse steden hun woord hebben gehouden en de ronde som van 600.000 Doornikse ponden hebben betaald aan Frankrijk. Maar Filips doet alsof zijn neus bloedt. De zaak escaleert. Robrecht weigert om verder in te gaan op het verzoek van het Franse parlement om te verschijnen voor de pairs van Frankrijk. Hij weigert te gehoorzamen aan Frankrijk. Het Franse parlement confisqueert nu Vlaanderen en de paus slaat de graaf, zijn aanhangers en zijn opvolgers met veel machtsvertoon in de ban van de kerk. Robrecht van Bethune voelt zich in het nauw gedreven en staat uiteindelijk toe om te verschijnen op een ultieme zitting van de pairs die doorgaat op 31 juli 1313 in Arras. Noodgedwongen aanvaardt hij de definitieve afstand van de steden Rijsel, Douai en Bethune aan de Franse kroon.

De verdachte rol van broer Lodewijk van Nevers
Zoon Lodewijk speelt een verdachte rol bij het verdrag. Zijn broer Robrecht wordt in elk geval het kind van de rekening. Allemaal erg vreemd. De koning eist Robrecht van Cassel, amper terug van zijn escapades in Italië, op als gijzelaar, als onderpand voor de strikte naleving van het akkoord van Arras. Robrecht wordt aanvankelijk naar het kasteel van Pontoise gevoerd, en op bevel van Filips de Schone in augustus 1313 naar het kasteel van Verneuil overgebracht.

Lodewijk heeft nu vrij spel. Hij overtuigt zijn vader om in september te starten met verregaande vredesonderhandelingen. Het moet gezegd worden: bovenaan op de verlanglijst wordt de onmiddellijke vrijlating gevraagd van Robrecht en van alle Vlaamse gijzelaars. Orchies 1313. Op 13 september verklaart Robrecht van Bethune, in het bijzijn van Lodewijk, dat hij zich nederig verontschuldigt tegenover de Franse koning en dat hij het vruchtgebruik over graafschap Vlaanderen met onmiddellijke ingang van zaken overdraagt aan zijn zoon Lodewijk van Nevers.

Als Robrecht van Bethune zal sterven, dan wordt Lodewijk van Nevers zijn troonopvolger. De eerste stap naar de totale onterving van Robrecht van Cassel is gezet. Lodewijk van Nevers houdt vast aan zijn dubbelspel. De Vlaamse steden zien dat verdrag van Orchies helemaal niet zitten. Er is nog maar eens sprake van nieuwe herstelbetalingen en het verdwijnen van die drie belangrijke handelssteden uit het graafschap is pijnlijk. Lodewijk verzet zich, voor de schone schijn, nog tijdens de onderhandelingen van Orchies tegen de afstand van Rijsel en konsoorten. Welke belangen worden hier gediend?

.

Dit is een fragment uit deel 3 van ‘De Kronieken van de Westhoek’.

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>