Doet ge ‘nen ezel wel

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       3 weeks ago     74 Views     Leave your thoughts  

Volksspreuken waar dierennamen in voorkomen

 

Hij is zo zot als een keezemeeze, als de koekoek en de pimpermeeze.

De hennen liggen daar allen met hun steerten naar de markt. (ze leggen weinig eieren)

Waar ‘t aas ligt, vergaren de gieren.

Schrijf het op de balke, de kalvers en zullen het niet uitlekken (van een schuld die nooit betaald wordt)

Twee katten aan een muis, twee vrouwen in een huis, twee honden aan een been…komen zelden overeen.

Twee mussen aan een korenaar maken nooit een vreedzaam paar.

Pier zit vul vier lijk een mussche vul suiker.

Doet ge ‘nen ezel wel, hij beloont u met zijn scheten.

Als twee honden vechten voor een been, loopt de derde er mee weg.

Er zijn paddepoten in dat lijnwaad (dunne plekken)

Trien met heur paddebillen (magere benen)

Hoe nader de hond, hoe nader de bete (het gevaar)

Ieder mannetje heeft zijn wulvetandetje. En ieder vrouwtje haar schapeklauwtje.

In iets betrut zijn als een henne met 17 kiekens (overladen zijn)

Kermissen zonder danspartijen zijn witte meerelaars.

De dwingelanden vallen in hun schatkamers lijkt de eksters in hunder nesten.

Een eerlijk herte en ‘nen gebonden hond, lijden veel.

Aan zang, spel en paarderennen kan men eenieders zotheid kennen.

Wie met de honden slapen gaat, niet zonder vlooien op en staat.

‘t Is verloren geschuifeld als ‘t peerd niet en wil pissen.

Hebt ge de Koekuit gehoord dè? (wordt gevraagd aan iemand die vroeg is opgestaan)

Uit de volkskundige almanak ‘t Beertje van 1938

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>