Dood aan de ‘sgraventafelmeulen’

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       2 months ago     100 Views     Leave your thoughts  

Uit de geschiedenis van Passendale: wat voorafging…

Rond de jaren 1600 waren Boudewijn de Camacker, Laurens de Bouvere en Denijs Bouchery schepenen van de heerlijkheid van den hove te Passendale, Schaghe enzoverder. Zij ‘attesteerden ende certificeeren bij desen dat Mr. Thomas de Thiennes, graaf van Rumbeke, Baron van Hemelhem etc….. in actuele processie is ghewwest van in den jare 1622 van tontfanghen ende prouffijteren als heere van de voornoemde heerlijkheid van den hove te Passchendaele, Schaghe ende al het incomende van dien (archieven Rumbeke 26-5-1676). In het archief van de stad Roeselare treffen we in het poortboek nr 43 van de nieuwe aencommende ende foraine poorteren van de Stede Rousselaee (1590-1711-1796) namen aan van Passendalenaars die als poorters werden ingeschreven. Ze werden ook de ‘haeghepoorters’ genoemd. Zo was bijvoorbeeld François Ignaas Bouten, filius Guil. bij A. M. Ancheel getrouwd einde 1769, baillu van Passendale, Schaghe, Helminghe en Ghezworenschap en tevens buitenpoorter van Roeselare. Hij verzaakte aan dit buitenpoorterschap op 27 november 1769 omdat hij in het huwelijk zou treden met een dochter ‘dewelke niet is hebbende de poorterije ofte civiliteit dezer stede.’ Hij moet daarvoor 100 Parijse ponden betalen om ontvreemd te worden van de poorterije van Roeselare.

In hetzelfde archief van 10-09-1688 vinden we de namen van de bediende van het hof van Passendale; ‘Hofgemaekt bij Sr Gheeraert Boutten bailliu, present Jan Grymelpon, Jan Verdoolaeghe, Pr. Bonte, Carel Terriere ende Joos Pattyn, mannen ende bediende van heere van den leenhove van Passendaele’. ‘Item 18-03-1637 …ghemaeckt bij Pr. Bastoen bailliu, Karel Vanderhaeghe, Joos Burchghraeve, Thomas Bollaert, Marijn Mortier ende Jan Verhulst, mannen van leenen van den hove van Passchendaele, Schaeghe, …’

Dat de familie Bouten in aanzien stond kunnen we lezen in een artikel van Vlaamse stam d,d, 1971. Vanaf de jaren 1600 passeren diverse generaties Bouton de revue als ontvangers of als baljuws. Zo onder andere Gerardus III, Gislenus (+1741), Joannes Gerardus (+1755), Franciscus-Ignatius (+1777). Tijdens de Spaanse bezetting telde Passendale nog andere baljuws: Joos Nieulaat, Jacque Fraeye en Joseph Bayart.

Al van tijdens de Spaanse bezetting telde het schilderachtige Passendale op haar talrijke heuvels een groot aantal windmolens. Dank zij de archieven en andere inlichtingen kunnen er enkele van beschreven worden.

De Crismolen of ‘molen het Crisken’: deze houten molen stond tussen de Doornkouterstraat en de huidige provinciebaan, omtrent achter de reke van Bayart. In oude archieven lezen we: ‘..op 26 april 1676, daniël decapmaeckere fs boudewijn verkoopt aan boudewijn decapmaeckere fs boudewijn sijnen oudsten broeder, twee ghemeten, twee lijnen, twee roeden lants, behuysde hofstede, meulewal land ende meerschen te Passchendaele wat noort van de kercke met deen helft in een cooren wijntmeulen met woonhuys scheure ende ovenbeur ghenaemd het Crisken soo dien staet en draeyt’ In 1685 wordt er vermeld: ‘de Cresmeulen wat noort van de kercke met woonhuys en herberghe ende jauwerie.’ De 19de maart 1731; dus reeds in het tweede Oostenrijkse tijdperk: ‘verkoop van den wijntmeulen de Crist door dhoirs Roegier decapmaeckere.’

De grifmolen: een staakmolen die op een geringe afstand stond van de Crismolen en ook behoorde aan Daniel Decapmaeckere die; ‘…op 13 april verkoopt aan sijnen oudsten broeder Boudewijn …deen helft vanden coorenwijntmeulen ghenaemt het Grifken soo dien staet ende draeyt ghemeene met den cooper onder de heerlijckheyt vander Heyde wat noort van de kercke met den helft van L.XXII roeden landt wesende den wal daer den den selven meulen op staet voor de herberghe Rousselaere.’

De molen op de Molenhoek zal ongewijfeld in het 2de Oostenrijks tijdvak gebouwd zijn. Hij stond aan het kruispunt van de Sterrestraat en de Molenstraat. Deze molen met stampkot werd in het begin van deze eeuw gesloopt. De kabels om hem omver te halen waren vastgelegd aan de eiken in de dreef (de vroegere weg naar de heerlijkheid ‘het Brouckhof’.

De Nieuwe molen: deze molen wordt al verschillende malen aangehaald in de jaren 1500 en 1600. Zoals ‘de kerckewech ofte straete die van Passchendaele naer de nieuwe meulen loop in 1576’. Rond 1550 luidt het als volgt: ‘van den muelene ghenaempt nieumeulen’, in 1641 staat het gebouw vermeld als Niemeulen. In 1660; ‘de straete loopende van Passchendaele naar den nieuwen meulen’ of ‘in Passchendaele ..up welc staet eenen coorenwintmeulen ghenaempt den nieuwen meulen.’

Op 8 juli 1664 is er op deze houten windmeulen een vrselijk ongeluk gebeurd. De vijftienjarige Wouter Cruyt, fs Pieter werd tussen de schijfloop en het kamwiel gedraaid en gedood. Men vond hem liggend op de zuidkant van de meulenwal van de Nieuwmeulen gebruikt door Maarten De Coene.

Op 28 juni 1669 verkoopt Ghyselen fs Jans het ‘vierde part van eenen coorenwijntmeulen genaemd den nieuwmeulen staende op chijns, compareerende den heere van thof te pascendaele ghelegen binnen de prochie onder thof aldaer in pachte gebruyckt door Carel Terriere up tstraetken loopende van tvoorschreven vosken naer den nieuwmeulen…een partie saylant ghenaempt het nieuwe gars paelende van oosten den chijns gaende met den nieuwen meulen (1711).’

De nieuwe molen is omvergewaaid tijdens het stormweer op de eerste zondag van de vasten van het jaar 1876 en werd niet meer heropgericht. Deze molen staande aan de samenloop van de Zuidstraat en de Nieuwe Molenstraat wordt weleens verward met de nieuwe molen op de Mosselmarkt.

‘s Graventafelmolen: reeds in 1500 is er sprake van ‘een straetkin dat loopt van sgraventafel naar Beselare’. In 1710 is er melding van sgraventafelmeulen. Het was een open houten molen op teerlingen. De 18de maart 1898 werd een kindje van de molenaar, omtrent vier jaar oud, dat te dicht bij de draaiende molen aan het spelen was door een van de wieken het hoofdje van het lichaam gerukt.

‘s Zuutmuelene: ‘muelene up ‘t straetkin dat loopt van den zuutmuelene naer ‘t goed van Rogaer Vanderfaelge 1576)’. ‘De straete vanden zuutmuelene naar Beselaere 1576’. Het is mogelijk dat het over dezelfde molen gaat als de nieuwe molen die in de Zuidstraat stond.

De overige molens werden maar later gebouwd. In voorgaande eeuwen werd een molenaar aanzien als een rijk en welbegoed persoon. Van 1600 tot 1700 hadden we in Passendale als molenaars Maarten De Coene, P. Ghyselen, Carel Terrière, Boudewijn Decapmaecker, Daniël Decapmaecker, S. Jean. Op de mosselmarktwijk vermeldt men in 1500 de oudste en meeste bekende houten molen van de gemeente en mogelijk wel van het omliggende. Die was reeds in 1600 bezeild door de molenaarsfamilie Decapmaecker. De familie is er eeuwenlang uitbater en eigenaar van gebleven. Later werd op dezelfde plaats een nieuwe molen gebouwd, vandaar de verwarring.

..wordt vervolgd….