Een façade van hypocrisie en verraad

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       6 months ago     195 Views     Leave your thoughts  

De schrijver is een kind van de Westhoek
Nog even en ik verlaat de jaren 1400 op zoek naar een nieuwe horizon en me goed bewust van de gevaren van een onbekende toekomst. Vooraleer de stap naar de 16de eeuw te wagen, wil ik echter absoluut nog eens terug naar het vroegere Diksmuide. In het jaar 2011 heb ik ooit een hoofdstuk geschreven over de intrigerende stichting van deze stad. De komst en vooral de afkomst van de Engelsman Arnulf de Bevere hebben toen gezorgd voor een onbekend stukje geschiedenis van één van onze belangrijkste Westhoeksteden. En nu sta ik hier opnieuw. Ik wil de draad opnemen ergens rond het einde van de jaren 1200 en op zoek gaan naar het verder verloop van de lokale geschiedenis.

Mijn reisbrochures liggen al op de salontafel. De Neckermann catalogus van dienst prijkt hier voor me met zijn Franse titel ‘Histoire de la Ville de Dixmude et de ses chatelains’. Geschreven door abt Ferdinand Van de Putte, regent in het bisschoppelijk college van Brugge in het jaar 1842. De auteur is vooraanstaand lid van de geschiedkundige kringen van Morinië en die van Brugge. Van de Putte is een kind van de Westhoek en wordt geboren in Rumbeke. Hij loopt school in Ieper en in Diksmuide en zal tijdens zijn carrière nog pastoor worden in Boezinge, Poperinge en Kortrijk. Zijn leven strekt zich uit tussen 1807 en 1882. Hij moet zich dus in zijn gloriejaren bevinden als hij zich in 1842 waagt aan de oude geschiedenis van Diksmuide.

Waar is de tijd van Arnulf de Bevere?
Ik blader door het boek. De titel; ‘Chronique de la Ville de Dixmude’ oogt aantrekkelijk. Ik hou halt. Hier begint mijn nieuwe episode. In 958 richt graaf Boudewijn er de eerst publieke markt op. Dat zal wel het gevolg geweest zijn van de aanwezigheid van Arnulf de Bevere sinds 940. In 962 stopt graaf Arnulf de Jonge voor het eerst wat eigendomsrechten toe aan de plaatselijke kerk die toen nog in zijn kinderschoenen staat en nog volledig afhankelijk is van de hoofdkerk in Esen.

In 1045 is Diksmuide groot genoeg geworden om op eigen kerkelijke benen te staan. De bisschop van Terwaan wijdt er een nieuwe kerk die nu volledig los staat van die van Esen. Er komt zonder twijfel een economisch vervolg als de Ieperlee in het jaar 1166 wordt uitgegraven. Het nieuwe kanaal dat in deze tijd nog omschreven staat als ‘Yperleet’ zorgt voor een verbinding tussen Ieper, Scheepsdale bij Brugge, Diksmuide en Nieuwpoort. Ook de Ijzer wordt in goede banen gelegd en zorgt voor een reünie tussen Ieper, Diksmuide en Nieuwpoort. De tijd is dan al doorgeschoven tot aan 1251. Goede tijden wisselen af met slechte tijden.

Maar ik hoor de mensen niet klagen. In 1270 worden stad en kerk door het vuur verwoest. Gwijde van Dampierre maakt van de heropbouw gebruik om nieuwe stadswallen aan te leggen. Een robuuste mix van grove aarden wallen en allerhande versterkingen. Onze graaf moet dan al over een soort van glazen bol beschikken. Het zou wel eens allemaal veel minder kunnen worden. De jaren 1200 zijn verlopen in relatieve vrede en voorspoed en van een oorlog is er sinds de komst van de Noormannen eigenlijk al enkele eeuwen geen sprake.

De koosnaam van de Fransgezinden
De periode van de moord op Karel de Goede moet wel gezorgd hebben voor een belangrijk conflict in Vlaanderen, maar Ferdinand Van de Putte vindt van die gebeurtenissen niet het minste spoor terug in de archieven van Diksmuide. De toestand van peis en vrede en ongebreidelde groei blijft inderdaad niet duren. De schrijver springt naar het jaar 1297. Er melden zich onweersbuien aan de einder. In Vlaanderen komt het tot een fameuze tweespalt tussen de inwoners onderling. Een deel van hen blijft trouw aan de graaf van Vlaanderen en de rest kiest de zijde van de nieuwe koning van Frankrijk.

Filips de Schone is de nieuwe wonderboy van zijn generatie en ambieert de volledige zeggenschap over het grondgebied dat al eeuwen beheerd wordt door de graven van Vlaanderen. Dat grondgebied draagt de naam van Vlaanderen en Gwijde van Dampierre heeft het er bepaald moeilijk mee dat de Franse koning zich als een typische schoonmoeder begint te manifesteren. De Fransgezinden krijgen de koosnaam ‘Leliaards’ toegestopt, een verwijzing naar de lelies op hun nationale vlag. De bisschop van Terwaan, de abt van Ter Duinen, de burggraaf van Veurne, de heren van Diksmuide en van Sint-Winoksbergen zijn stuk voor stuk notoire Leliaards en Fransgezind in hart en nieren.

Ik vertel de historie zoals Van de Putte ze heeft neergeschreven. Het zint Dampierre hoegenaamd niet dat de leiding van de Westhoek meezeult met de Fransen. Hij laat, op kosten van de bevolking, Duitse soldaten aanvoeren om zijn positie in het Westland te handhaven. Zoon Robrecht van Bethune kan niet lachen met de Westhoekse dissidente steun voor Filips de Schone en zakt af naar Veurne om er de schuldigen te straffen.

Boudewijn Reyfin zorgt voor een nederlaag
Zijn actie is ondoordacht en impulsief en gooit alleen maar olie op het vuur. De commandant van Veurne, Boudewijn Reyfin speelt het geraffineerd en hard tegenover Robrecht en bezorgt hem en de Vlamingen een militaire nederlaag in de moddervelden van Bulskamp. De gravenzoon koelt achteraf zijn woede op de binnenstad van Veurne waar zijn Duitsers zich uitleven aan ontoelaatbare plunderingen.

De bewoners van Diksmuide en Nieuwpoort willen een soortgelijke ravage voorkomen en geven zich prompt over. Na het vertrek van de vreemde grafelijke troepen, nemen de Fransen beide steden weer in. Als voorzorg besluiten ze om die achteraf ook nog beter te versterken. Ik moet wat gewoon raken aan de stijl van kroniekschrijver Van de Putte. Hij schrijft gehaast en van veel details is er geen sprake. De naam van Bulskamp als locatie voor het militair treffen, blijft verbazingwekkend genoeg achterwege. Ook de gebeurtenissen van het jaar 1300 worden in een soort van Twittertaal ingeblikt.

Zoiets als; ‘de stad wordt omringd door stenen muren. Charles de Valois maakt er zich baas en verhoogt de belastingen.’ Daarna zit ik al direct in het jaar 1316. Er wordt een vredesverdrag ondertekend tussen de prominenten van Frankrijk en van Vlaanderen. Ook afgevaardigden van de voornaamste Vlaamse steden moeten zich engageren. Voor Diksmuide is dat Jan Balquart. En het lijkt er in 1302 wel op dat de Guldensporenslag een fantoom van de geschiedenis is geweest. Ferdinand Van de Velde spendeert er in elk geval geen aandacht aan.

Vulcani Dixmuda est usta periclo
1328 dan maar. Diksmuide krijgt een serieuze zwiep in de nadagen van de slag van Cassel waar Zannekin en zijn Vlamingen in massa sneuvelen. Een Brugse divisie die zich tijdens de confrontatie strategisch heeft opgesteld ter hoogte van Doornik verneemt het nieuws van de nederlaag van de Vlamingen en spoedt zich naar Diksmuide om er de Fransen te beletten om verder door te stoten naar Brugge. Maar tegen het machtige leger van Charles de Valois is zoiets onbegonnen werk en zo trekken ze zich verder terug naar hun thuisbasis. De bevolking van Diksmuide krijgt achteraf een boete van 6000 pond en de stedelingen verliezen tot overmaat van ramp ook nog hun stedelijke rechten.

Die krijgen ze in 1330 terug van graaf Lodewijk van Nevers. Er wordt een vast mannetje van de graaf als ruwaard geïnstalleerd. Zijn naam is Jacques Sac. In het Vlaams Jacobus Zak, een naam die weinig goeds voorspelt, maar dat is een subjectieve invulling van mijn kant. Sac wordt in elk geval belast met de veiligheid in de stad en met het strikt laten respecteren en doen opvolgen van de privileges.

Waar de schepenen vroeger het recht kregen om twaalf raadsleden aan te stellen, wordt dat recht voortaan opgeëist door Lodewijk van Nevers zelf. Op 29 september 1333 wordt de hele stad na een uitslaande stadsbrand in de as gelegd. Ook de kerk moet er aan geloven. ‘Vulcani Dixmuda est usta periclo’, de archieven liegen er niet om. De stad en de kerk worden in de jaren die volgen weer opgebouwd maar volgens geschiedschrijver Sanderus zal het kerkgebouw nooit meer zo prachtig worden als voordien.

Een façade van hypocrisie en verraad
In 1337 gaan de Vlamingen een alliantie aan met Engeland, de grote vijand van de Fransen. De Vlaamse graaf Lodewijk van Nevers wordt een tijdje gevangen genomen en gegijzeld. In de Westhoek zijn ze niet gelukkig met deze gang van zaken. Ze hebben in het verleden al herhaaldelijk de pot uitgelikt voor het haantjesgedrag van de Vlamingen en ze blijven verschrikt en op hun hoede voor Franse represailles. Gentenaar Jacob van Artevelde, de architect van de samenwerking met Engeland, wordt door de Raad van Vlaanderen tot algemene leider verkozen. Maar leider of niet, hij wordt weggejaagd uit Sint-Winoksbergen.

Het zorgt voor een nieuwe golf van zelfverzekerdheid bij de edelen die zich natuurlijk achter hun graaf scharen en hem oproepen om Kortrijk te verlaten en af te zakken naar Diksmuide waar een algemene noodvergadering zal gehouden worden. De officiële houding van Diksmuide is die van de adel, graafgezind en Fransgezind dus. De modale Vlaming kan in realiteit, schrik voor de Fransen of niet, Lodewijk van Nevers noch zien noch luchten. Het zorgt ervoor dat het officiële Diksmuide ongewild met een gespleten tong ageert.

Lodewijk wordt in stijl ontvangen. De inwoners laten uitschijnen dat het allemaal koek en ei is. Maar hun gedrag is een façade waar achter hypocrisie en verraad schuil gaan. Die van Diksmuide hebben in realiteit een bode naar Brugge gezonden met de mededeling dat de graaf en zijn entourage zich bij hen bevinden en dat het moment ideaal is om zich van hem meester te maken. Diksmuide biedt Lodewijk van Nevers aan op een presenteerblaadje. Een staatsgreep is in de maak.

Van Nevers raakt op het nippertje weg
De Bruggelingen laten het zich geen twee keer zeggen. Binnen de kortste tijd arriveren ze in Beerst, een dorp dichtbij de poorten van Diksmuide. Ze verschijnen er in het holst van de nacht en willen hun slag slaan nog voor het krieken van de nieuwe morgen. Even een moment van rust en dat zullen ze Lodewijk uit zijn bed pikken. De graaf wordt haastig gewekt door iemand die blijkbaar beseft dat er verraad in het spel zit.

De schrijver geeft me hieromtrent geen verdere informatie. Contraspionage in de middeleeuwen. Hier en daar zal er wel iemand een dubbele rol spelen. Veel tijd moet Lodewijk niet hebben als ik het zo lees. Hij laat de stadspoorten richting Woumen met geweld openbreken en slaat met enkele van zijn getrouwen halsoverkop op de vlucht. Hij heeft zich verdorie moeten haasten. Het is hem aan te zien bij zijn aankomst te St.-Omer.

De graaf en zowat honderd medevluchters komen er aan in hun slaapkledij, zonder bagage en met alleen het strikt noodzakelijke bij zich. Tijdens het tumult is hij zelfs zijn grafelijke zegelring kwijtgespeeld. Veel heeft het allemaal niet gescheeld, want op het zelfde moment dat hij zich via de Woumenpoort uit de voeten maakte, zijn de Bruggelingen via een andere poort Diksmuide binnengedrongen. Hier pakken ze nu de resterende graafgezinden op, onder hen bevinden zich de Gentse kopstukken Matthieu Vanderburg en Engelram Houweel.

Gratie voor de verbannen Diksmuidenaars
Er steken grote gaten in de schrijfsels van Ferdinand Van de Putte. Met zijn volgende alinea is hij al doorgereisd naar 1360. Alsof er in Diksmuide niets noemenswaardig zou gebeurd zou zijn tussen 1333 en 1360. Ik vraag me af of lege archieven hem parten spelen, aarzel even of ik hem niet te hulp kan komen, maar beslis dan toch om bij zijn boek te blijven. Henri de Bevere, Hendrik van Beveren dus, krijgt op 7 september 1360 van de graaf de bevestiging dat hij aan het hoofd blijft van de heerlijkheid Diksmuide. Wat belangrijker is voor de Diksmuidenaars is het feit dat er niet langer plaats is voor de baljuw en de mannetjes van de graaf die tot groot ongenoegen van de bevolking de boel lokaal verziekten.

Lodewijk van Male stuurt zijn secretaris Henri Van der Vliederberg naar Diksmuide met bij zich de papieren die burggraaf de Bevere volledig in zijn vroegere rechten herstellen. Er worden in het daaropvolgende jaar enkele inwoners uit de stad verbannen en de graaf zou wel eens willen weten waarom. Hij stuurt enkele van zijn adviseurs naar Diksmuide om een en ander uit te vissen. In diezelfde periode geeft hij het bestuur de toelating om voor een periode van drie jaar de lokale tolrechten te verdubbelen. Lodewijk ontvangt hier op 16 mei 1361 als tegenprestatie de som van 450 Parijse ponden.

Een deel van de verbannen Diksmuidenaars krijgt clementie en mag terugkeren. Zo begrijp ik het toch. Ze hebben zich vroeger afgezet tegen de graaf en ze moeten nu wel plechtig beloven om geen allianties meer te smeden tegen de graaf van Vlaanderen, tegen de stad en tegen de wet van Diksmuide. Als ze zich in de toekomst nog eens weerbarstig opstellen, zullen ze beboet worden en alsnog een schadevergoeding van 10 pond gepresenteerd krijgen. De graaf, de burggraaf en de stad zullen hier elk een derde van ontvangen.

Er moeten nog enkele puntjes op de i komen
Diksmuide beleeft woelige tijden en de lokale schepenen worstelen blijkbaar met nogal wat autoriteitsproblemen. Waarom anders zou graaf Lodewijk op 15 maart van het jaar 1363 brieven sturen met de eeuwigdurende toelating om inwoners te veroordelen en uit het land van Vlaanderen te verbannen als die bij klaarlichte dag op geweld betrapt worden. De verdubbeling van de accijnzen wordt in 1364 opnieuw voor drie jaar verlengd. Op voorwaarde dat de stad jaarlijks 500 Parijse ponden zal overmaken aan Lodewijk van Nevers.

In 1365 dienen er blijkbaar enkele puntjes op de i geplaatst te worden. Vanuit Vlaanderen wordt er aangedrongen op een betere regeling van de wet en de financiën te Diksmuide. De stad, in casu Jan Corenlose en zijn achterban, krijgt een aantal richtlijnen mee. De wapenschilden, de rekeningen (zeg maar de boekhouding) en de stadskeuren dienen op een beveiligde plaats bewaard te worden. Er wordt een set van zes sleutels voorzien. Meteen krijg ik een mooi beeld van de manier waarop het stadsbestuur is samengesteld.

Twee burgemeesters, twee schepenen en twee raadsheren maken het mooie weer uit en krijgen elk een sleutel toegewezen. De schatbewaarders krijgen dat recht blijkbaar niet. Die krijgen andere katten te geselen. Het komende jaar moeten ze zich uitsluitend bezighouden met het inzamelen van accijnzen die aangerekend worden op de diverse lenen en eigendommen in en rond de stad Diksmuide. De keuze van de schatbewaarders wordt gemaakt uit de meest capabele en welgestelde inwoners. Ze worden voortaan verplicht om jaarlijks verantwoording af te leggen voor de graaf van Vlaanderen, de burggraaf zelf en voor het lokale schepencollege. Ze moeten hun rekeningen in drievoud opmaken. Een exemplaar voor de graaf, een voor de stad en het derde mogen ze zelf bijhouden.

Dit is een fragment uit deel 5 van ‘De Kronieken van de Westhoek’.

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>