Een klooster zonder zorgen

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in  ,      2 years ago     490 Views     Leave your thoughts  

Keizer Karel en het klooster zonder zorgen

Over vele vele jaren stond er boven de grote ingangspoorte van het klooster van Eversam in grote letters: ‘Hier leeft men zonder zorgen’.

‘t Gebeurde nu dat Keizer Karel, die in de streek wareerde, voor die poorte kwam en zijn ogen vielen op die letters. In een furte gaf hij order aan een van zijn mannen Vader Abt te gaan halen, het kon niet rap genoeg gaan. Een snak aan de klopper, en aan het tralievenstertje verschijnt de kop van broeder poortier die vraagt wat er de heren mocht believen. ‘Vader Abt moeten we hebben, zo klinkt het gebod, de Keizer wacht en heeft een eitje met hem te pelen’.

Vader Abt komt te vierklauwe, buigt voor de Keizer en: Wat verlangt Zijn Majesteit? vraagt hij eerbiedig. Het gaat over die letters daar boven uw poorte, zegt de Keizer. Wie is die onbeschaamderik die daar boven de poorte heeft durven schrijven dat men hier leeft zonder zorgen? en dat terwijl de Keizer zelf onder de last van zijn gouvernement bezwijkt en de minste van zijn onderdanen in kommer en zorg zijn dagen slijt?

Majesteit, wil mij aanhoren, zegt Vader Abt. Deze spreuk wil eenvoudig zeggen dat wij hier heel teruggetrokken leven, in gemeenzaamheid ons werk doen van elke dag, betrouwend op de voorzienigheid Gods, zonder ons te laten afleiden door enige aardse zorg of bekommernis, met niets anders voor ogen dan de eeuwige beloning hiernamaals.

Als ‘t alzo is, zegt de Keizer, dan leeft ge hier werkelijk zonder zorgen. Maar opdat ge zoudt weten en onthouden wat de zorgen van de andere mensen zijn, zo geef ik u drie vragen te beantwoorden. Eerste vraag: waar is het middelpunt van de wereld? Tweede vraag: hoeveel water bevat de zee? En derde en laatste vraag: wat peins ik? Ik geef u acht dagen om te antwoorden. Is er ook maar één antwoord mis of onvolledig, dat kost u het leven.

Daarop vertrok de Keizer en geheel het convent was in verlegenheid en zorgen. Acht dagen lang, dag in dag uit, was alleman hard in de weer. Men doorsnuisterde al de boeken en papieren, men zond om raad naar al de panters in ‘t ronde: ‘t was al butter aan de galge. Ze lieten er eten en slapen voor, en hadden geen geruste minute meer. ‘t Ging zoverre dat Broedertje Poliet dat geware wierd in zijn koestal. Poliet was de broederpoester en, als hij die vragen hoorde: Als ‘t maar dat is, zei hij, laat mij begaan, dat komt in orde.

Dat was een pak van huider herte, maar de messepaters keken bijlange maar nus, ge kunt peinzen: wat verbeeldde dat halfonnozel ongeletterd broedertje hem dan wel? Maar ‘t nijpt maar als ‘t vel afgaat en, heuge tegen meuge, werd Broedertje Poliet aangewezen om de Keizer te woord te staan.

De grote dag was aangebroken. Na zijn gewoon werk in de stallingen werd Broedertje Poliet in de kleren van Vader Abt gestoken, in groot ornaat, met mijter en staf. Hij is daar, kwam broeder-portier zeggen. En Broedertje-Abt, lijk een die ‘t heel zijn leven gedaan had, hij ‘n had niet te verletten en ging naar de Keizer toe, en zei eerbiedig: Hier ben ik. Majesteit, tot Uw dienst.

Nummer één! zei Keizer Karei. Waar is het middelpunt van de wereld? Broedertje Poliet zette zijn staf met een felle stoot op de grond en: Hier waar mijn staf staat is het middelpunt van de wereld, zei hij, en Zijn Majesteit mag dat kontroleren. Nog zo bot niet geantwoord, zei de Keizer. En nu nummer twee: Hoeveel water is er in de zee?

Om daarop te antwoorden, zei Broedertje Poliet, moet men rekening houden met de afvoer van water langs stroom en rivier, en ook met de verdamping van ‘t water. Als Zijn Majesteit voor het tiende van een sekonde dat allemaal wil stilleggen, afvoer en verdamping, dan zeg ik seffens hoeveel water de zee bevat.

Nog een keer goed geantwoord, zei de Keizer. Maar ‘t is nu dat ‘t schot afgaat: nummer drie. Wat peins ik op dit ogenblik? Majesteit, ge peinst dat ge spreekt met Vader Abt, en ‘t is met Broedertje Poliet.

Proficiat! zei de Keizer, ik wens Vader Abt geluk met zijn Broedertje Poliet. En om mijn welbehagen te tonen geef ik hem plechtig de toestemming om voortaan in zijn wapenschild te zetten: ‘Hier leeft men zonder zorgen met Keizerlijke goedkeuring’.

Als de Keizer weg was, ge kunt peinzen dat er kerremesse was in ‘t klooster. Vader Abt trakteerde met gebraden palingen met gebutterde wittebroodstuiten en een buik bier. Pater van twaalf graden. En om die heugelijke gebeurtenis te vieren wordt er, nog jaarlijks een palingmaaltijd gehouden, lijk vanavond, onder het voorzitterschap van onze president Hippoliet.

Verteld op de palingsouper feestavond van de bijenbond ‘De Bosbie’ op 30 november 1955 te Krombeke, door een medelid R.S. van Roesbrugge, die het vertellingske nog gehoord heeft van zijn moeder.

Uit Biekorf 1956

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>