Een verschrikkelijke brand

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       5 months ago     178 Views     Leave your thoughts  

Zondag laatstleden om 8u30 ‘s morgens is er een verschrikkelijke brand ontstaan in het krankzinnigengesticht voor mannen, gelegen in de Torhoutstraat.

De pompiers zijn rond 9 uur toegesneld en hebben al gedaan wat zij konden om het vuur te overmeesteren. Een groot deel hebben ze moeten laten branden, daar was niets meer aan te doen. Men kon slechts de brand beperken en het vuur van de nog onbeschadigde gebouwen afweren.

Te 9u30 kwam er een afdeling van het bataljon van het 3de linie om orde te houden en het blussen te helpen.

In alle haast, maar met de meeste voorzichtigheid en gelukkig met welgelukken kon men boven de 300 krankzinnigen verhuizen naar ongebruikte oude delen van het gesticht.

Het krankzinnigengesticht werd gebouwd zowat 15 jaar geleden volgens de plannen van ingenieur Coomans. De brand is ontstaan in het washuis, misschien wel ‘s avonds te voren, maar men kent geen juiste oorzaken. De schade beloopt tot 100.000 frank en gelukkig is alles verzekerd aan vier compagnies.

Pompiers van ‘t Wieltje

Zaterdagvoormiddag werden onze pompiers van ‘t Wieltje verwittigd dat het krankzinnigengesticht te Ieper brandde en dat hun hulp verlangd werd. Ofschoon dat er dan slechts drie pompiers op ‘t Wieltje waren, was in een oogwenk alles op weg naar Ieper toe, de andere pompiers die verwittigd waren, kwamen ook seffens op hun post.

Te Ieper hadden ze werk genoeg en ze spaarden geen moeite om de verschrikkelijke brand te blussen. Slechts lof is er over hun werk gezegd geweest.

Hadden we nu de telefoon op het Wieltje gehad! De pompiers zouden nog wat vroeger ter plaatse van het onheil geweest zijn, misschien komt er nu één, niets is toch nodiger aan het telefoonnet verbonden dan een pompierkorps.

Waar zijn ze nu de beknibbelaars van de pompiers. Er waren geen blussers nodig, ‘t en brandde nooit dus waren het onnodige onkosten, misschien in 20 jaar zou de spuit geen dienst moeten doen, enz.. Het ging zijn gang en nu; nog geen jaar ingericht zijn de Wieltjenaren reeds drie maal naar branden geweest; de hofstede Hoet, het machinekot Masschelein-Fauvart en nu het zothuis.

Nu zwijgen onze knorpotten. Ten andere; er zijn er maar een handvol. Het zijn omtrent altijd dezelfden die alles beknibbelen wat er gedaan wordt. Hetzij macadam leggen, het kerkhof verfraaien, gasverlichting, tram, enzoverder.

Niets is naar hun goesting en hun enige reden is dat het vroeger wel ging zonder dit alles. Ja; het ging vroeger zonder dit, maar het ging ook als zij er niet waren en het zal nog gaan als ze zullen weg zijn, maar zonder al de nieuwe nodige inrichtingen zou het niet wel meer gaan!

brand

Uit ‘Het Ypersche Volk’ van 11 februari 1912
www.historischekranten.be