Een zonderlinge eis

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       3 months ago     162 Views     Leave your thoughts  

De 14de juli van 1537 had de Raad van Vlaanderen te Gent uitspraak te doen over een geschil, opgerezen tussen de schepenen van Ieper en de lakenhandelaar Pieter Van Aelst. Deze laatste had enige jaren te voren aan de Spanjaard Pedro de Médalie een stuk laken verkocht van de soort, genaamd ‘Thune’, waaraan Van Aelst naar het schijnt valse loodjes had laten hechten.

Eén van de loodjes geraakte verloren en de Spanjaard wendde zich tot de keurders in de Halle om het laken opnieuw te laten ‘looien’.

Maar de keurders weigerden volstrekt aan die vraag te voldoen omdat het bedoeld stuk laken de voorgeschreven breedte niet had en omdat er zich daarin verscheidene andere grote gebreken vertoonde, die klaarblijkelijk bewezen dat het laken in kwestie onmogelijk door beëedigde keurders gelood werd.

Het onderzoek bewees ten andere dat de kleine loodjes die zich nog aan het gezegde stuk bevonden, er bedrieglijk werden aangebracht.

Pieter Van Aelst werd dus aangehouden, gevangen gezet, verhoord en tot de gebruikelijke boete veroordeeld. Maar voor de Raad van Vlaanderen ging hij in beroep tegen het vonnis van de schepenen. Hij eiste het nietig verklaren van het vonnis en de veroordeling van de schepenen tot volgende straffen:

1) In hun hemd de vergiffenis af te smeken van de Raad en van Pieter Van Aelst, in tegenwoordigheid van diens vrienden en familieleden die het hem zou believen om mee te brengen.
2) In hun hemd diezelfde vraag om vergiffenis te herhalen op de Grote Markt te Ieper.
3) In de Schepenkamer een glazen vensterraam met een waarde van honderd kronen te doen plaatsen, versierd met figuren naar keus van de Raad van Vlaanderen en met een opschrift meldende door wie en waarom dit raam werd opgericht.
4) Ten voordele van de armen; een som van 400 gulden Carolus te betalen.
5) In de handen van Pieter Van Aelst een som van 1000 gulden Carolus te betalen om tot godsdienstige werken naar zijn keuze bestemd te worden.

De Raad van Vlaanderen, na langdurig onderzoek, bevestigde het vonnis van de schepenen en veroordeelde de eiser tot de kosten van het beroep.

Uit ‘Het Ypersche’ van 23 mei 1925
www.historischekranten.be

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>