En morgen de catwalk

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       9 months ago     259 Views     Leave your thoughts  

8 februari 2017. Nog een allerlaatste update. Nog één dag te gaan en mijn nieuwste boek wordt officieel gelanceerd. Deel zes van ‘De Kronieken van de Westhoek’ staat in de startblokken. Mijn verwachtingen zijn dit keer erg hoog gespannen. De kleur van de omslag weerspiegelt de jeugdigheid en de pit van mijn teksten. Zal ik ooit nog een beter boek schrijven? Ik vraag het me af.

Maar dat zijn natuurlijk zorgen voor later. Eerst deel zes nu. Morgen op de catwalk, nu nog een laatste teaser voor de grote dag. Lees maar;

Een dubbele vrouw met twee hoofden
Geen kronieken zonder mirakels en fantastische gebeurtenissen. Jullie mogen niet verwonderd zijn dat ik direct pauzeer bij hoofdstuk zesenvijftig met de intrigerende titel: ‘Van verscheidene wondere dingen in deze Nederlanden geschied sedert het jaar Ons Heeren 380 tot 1164, waar in ook verhaald wordt sommige verwoestingen veroorzaakt door de brand.’ Vaernewyck opent met het wonderlijk voorval dat zich afspeelt in Atrecht in het jaar 380. Arras dus waar het hemelbrood uit de lucht moet zijn gevallen.

En wat te zeggen van de maagd in de stad Cormeroy die er in slaagt om drie jaar zonder eten en drinken in leven te blijven nadat zij het heilig Sacrament had toegediend gekregen. Straf spul moet die wondere olie wel geweest zijn. De feiten doen zich voort rond 824 en in 956, om precies te zijn op een vrijdag in de meimaand regent het op vele plaatsen bloed. Het steekt niet op een wonder. In het jaar 959 krijgen nogal wat mensen bloedige kruisen over zich heen. Het lijkt er op alsof ze met de pest bestrooid worden.

In 1061 wordt er aan de grenzen met Normandië een vreemdsoortig monster geboren. Een dubbele vrouw met twee hoofden en vier armen, ‘maar al de andere leden van den navel nederwaarts waren enkel. Dit wanschepsel lachte, weende, at en dronk met beide de hoofden, maar alles ging door de zelfde weg in één buik.’ Moet ik het Siamees fenomeen nu in mijn eigen taal beschrijven? Of laat ik de eer aan de oude schrijver? Ik besluit om nog even af te ronden in zijn taal: ‘D’eene helft van dit lichaam leefde nog drie dagen na dat de andere dood was, maar moest eindelijk ook sterven, zowel door de last als door de stank. Enigen zeiden dat dit monster Engeland en Normandië betekende, die binnen drie jaren zouden verenigd worden onder één kroon, gelijk het gebeurde.’

Ik sla enkele mirakels over. Maar de gebeurtenis van 1097 aan het paleis van de Duitse keizer Hendrik IV doet mijn nekharen recht komen. Een ridder die doodgebeten wordt door een leger van muizen. ‘Niemand konde hem van deze dieren bevrijden, want waar hij ook ging, ‘t zij in het water of elders, zij vervolgden hem alom en verlieten hem niet voor dat hij dood was. ‘Het zou geen groot wonder schijnen, indien gegrond waar het geen sommige geleerden schrijven, te weten dat iemand die van een luipaard gebeten is, overal zal vervolgd worden door de muizen.’

Een big met een menselijk gezicht
‘In het jaar 1109 wierp een zeug in het land van Luik een big met een menselijk aangezicht, en een hen broedde een vierpotig kieken uit’. De vreemdsoortige gevallen lopen de spuigaten uit. ‘In het jaar 1129 werd te Namen in een koe gevonden een kalf met twee hoofden, hebbende zes vingers aan elke hand en zes tenen aan elke voet. Het leefde maar één dag. Ook werd daar gevonden een lam met twee hoofden.

In het jaar 1133 werd in een zeker dorp genoemd Hovele geboren een kind zonder benen, hebbende de gedaante van een vis. In 1135 werd te Doornik geworpen een lam met twee hoofden en acht voeten en te Breine geboren een kind zonder hoofd, hebbende op elke schouder één oog.’ Te Leuven valt er in 1142 zeem uit de lucht. ‘In het jaar 1147 op een zondag in november werden aan de hemel gezien drie manen en in ‘t midden der zelve een kruis. In het jaar 1154 is te Gent geboren een kind met twee hoofden, vier armen en vier voeten. In 1160 kwam binnen de gemelde stad ter wereld een ander kind, hebbende drie hoofden en een beestensteert in de hals.’ ‘In het jaar 1172, in augustus, werd in de maan gezien een kruis, aan het welk een beeld hing, groen en geel van koleur, het hoofd zuid- en de voeten noordwaarts strekkende.

Als dit beeld verging, men verloos eerst allengskens de rechter arm uit het gezicht, daarna het hoofd, vervolgens den linker arm en eindelijk het geheel lichaam. In het jaar 1172, in de Advent, werd binnen de prochie van Sint-Margareta omtrent Sint-Omaars een kind gebaard met twee hoofden, vier armen en vier handen, hebben van voren de teelleden van beide de geslachten, doch met van achter maar één uitgang. Het leefde twee dagen.’ Deze menselijke misgeboorten noemen de mensen in deze vroege tijden monsters of wanschepsels. Misbaksels van de natuur, van veel respect voor het menselijk lijden dat er onder verscholen zit, is er weinig te merken. Het enige wat ze veroorzaken zijn grote morele bezwaren en twijfel in het christendom. Dat is nu eens iets waar de uitvinders van het geloof niet aan hebben gedacht: dubbele mensen, wat moet je daar nu in godsnaam mee doen? En voor die ene keer is deze de term ‘godsnaam’ wel erg goed gekozen.

Het hart als fontein van het leven
De gedrochten zorgen voor grote bezwaren en twijfel bij de clerus. Hoe moeten die godverdomme nu gedoopt worden? Als één mens? Of zijn het er twee? En dat is dan een probleem, want twee keer dezelfde persoon dopen is zowaar in strijd met de basisprincipes van onze godsdienst. Er zijn mensen die beweren dat twee hoofden overeenkomen met twee zielen, maar anderen zeggen dat de zielen overeenkomen met het aantal harten.

De laatste stelling schijnt het best gegrond, lees ik. Het hart is de wortel en de fontein van het leven. Niet het hoofd. Hoewel de zinnelijke, verstandelijke, spraak- en geheugenkrachten in het hoofd verscholen zitten en zich daar vertonen als werktuigen van de ziel. Door de tijd getaande handschriften vertellen dat er in het jaar 1215 een explosieve brand ontstaat in Gent en in Brugge waarbij zowat de helft van beide steden plat verkoold wordt en waarbij een ontelbaar aantal inwoners mee in de vlammen verdwijnt. In Gent laten zeven mannen en een vrouw zich afzakken in een stenen waterput in een poging om aan het vuur te ontsnappen.

Ze blijven er inderdaad in leven tot dat de brand geblust wordt. Achteraf wil een behulpzame vrouw de geredden één voor één via een emmer naar boven halen maar tijdens de operatie loopt het faliekant verkeerd. Er staan zo veel nieuwsgierigen rond de waterput dat de aarde rond de deze put scheurt en de toeschouwers met zich meesleurt en versmacht. In het jaar 1227 wordt het overgroot deel van Brugge in de as gelegd en de nieuwe brand zorgt voor de dood van wel honderd mannen en nog een groter aantal vrouwelijke slachtoffers. In 1240 is het de beurt aan Ieper die het schamel lot van houten steden toebedeeld krijgt. Een derde van de stad wordt verwoest. Zo ook het klooster van Sint-Maarten. De schone steden van Vlaanderen krijgen zo elk hun deel van de miserie maar ‘men heeft ze met de tijd zodanig hersteld dat zij zeer schoon en treffelijk geacht worden.’

PS: voor de mensen van de lokale pers:

– voor meer info kan u terecht op info@dekronieken.com of op nr 0477/31.47.17 . Wie weet schrijven jullie ook nog een leuk artikel over mijn boek in de krant.

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>