Er op staan lijk een scheve zeven

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in  ,      1 year ago     395 Views     Leave your thoughts  

West-Vlaamse spreuken

1.
Het zijn bedelaars die winnen.
– Men heeft compassie met ‘kriepers’ en men geeft toe.. in hun voordeel.

2.
Het is een met veel wind in zijn broek.
– Een opschepper, een pretentieuze zot.

3.
Hij krijgt al met een keer ’t vier in zijn broek en wil trouwen.
– Staat erop gebrand rap te trouwen.

4.
‘k Hebbe een duive op zolder.
– In nood heb ik nog altijd een middel bij de hand om me te redden.

5.
‘k Hebbe nog een bakte op zolder.
– Heb nog een appeltje tegen de dorst, nog een ‘ponke’ tegen ‘meer nood en grote koude’.

6.
Er zijn nog hondjes die brood meugen.
– Variante voor ‘nog katjes die melk meugen’.

7.
Dat is een hoornaam.
– Bijnaam, lapnaam of gegeven naam, die de mensen in de wandel gebruiken. De familienaam is hun aleens niet bekend.

8.
Ze gaf noch kik noch snik.
– Bij het vernemen van zeer droevig nieuws bleef ze totaal sprakeloos.

9.
De beste koe is den hoorn af.
– De beste werkkracht in het gezin ligt geknakt. – Stammend uit de tijd dat men het juk vóór de hoornen bond, zoals men nog ziet bij de boertjes in de Pyreneeën.

10.
Ondank leeft lang.
– Als men de dood verlangt van een oud mens om de erfenis op te strijken, blijft hij gewoonlijk nog lang leven.

11.
Hij heeft zijn oude en zijn tanden om te trouwen.
– Gewoonlijk zegt men ‘zijn oude en zijn verstand’ en ‘’t verstand komt met de jaren… of niet voór de jaren… en als ze ’t niet hebben aan veertig zal ’t niet meer komen…’

12.
Heb je al een bij de pele?
– Vraag gesteld aan een meisje om te weten of ze al in kennis is, een vrijer heeft.

13.
Iets vertellen met sluis en schroo.
– Bij De Bo. Nog in gebruik!

14.
Ze is weg zonder spreken of steken.
– Zonder iets te zeggen of vooraf ooit een woord erover te reppen, ‘door te steken’.

15.
’t Is daar ook smeer en smout.
– Als je iets wil bekomen (goedkeuring, handtekening, voorspraak) moet je smouten en smeren (drinkgeld ‘dokken’).

16.
Ha m’n tante vier wielen ’t was een fatteure.
– Nog een variante uit de familie ‘Hakke en zoude’.

17.
Gewist is mandewerk en dubbel gebreid is nog zo sterk.
– Bij De Bo staat ‘en dubbel gewist’. Te Lo zegt men nog manden breien en tot voor kort werkte daar nog een ‘mandebreier’. – Spreuk tegen een opschepper die altijd uithaalt met ‘ik ben daar gewist… en ik ben bij die persoon gewist…’

18.
Je woorden meugen geen mestdag geên.
– Mestdag – misdag: heiligdag die oudtijds een rustdag was. Als je wil ‘komméren’ mag je daarom ondertussen niet nalaten te werken.

19.
Ge moet lang gewreven zijn eer ge gewet zijt.
– Door levenservaring moet je veel aanpassingsvermogen aangeworven hebben om scherp genoeg te staan tegen alle moeilijkheden. (Wetten: slijpen).

20.
Het is de grote wereld met kleine schoentjes.
– Grootdoenerij.

21.
Er op staan lijk een scheve zeven.
– Krom en scheef en met een vies gezicht. (Er was sprake van een foto).

Marcel Vermeulen in Biekorf nr 73 van 1972

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>