Frans tot in hun botten

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 month ago     98 Views     Leave your thoughts  

De Dampierres zijn finaal door de mand gevallen. Hoe kan je de toestand in Vlaanderen anders omschrijven in het eerste kwart van de 14de eeuw? De herkansing van de Guldensporenslag op de Pevelenberg in de zomer van 1304 is eigenlijk geëindigd met een overwinning van de Vlamingen. Maar door de loden hitte en door ernstige communicatiestoornissen zien de Vlaamse legerleiders niet eens dat hun Franse tegenstrever murw in de touwen ligt. In plaats van de Fransen definitief af te maken, verkiezen de Vlamingen zich terug te trekken en zo hun eigen hachje te redden. Ze sturen aan op onderhandelingen. Een dwaze daad. Achteraf blijkt dat de Fransen stilaan het laken naar zich zullen toetrekken. De oude Robrecht van Bethune weert zich als een duivel in een wijwatervat maar kan niet op tegen de onberekenbare Filips de Schone en zijn batterij van gehaaide advocaten. De verdragen van Athis-sur-Orge van 1305 en de aanslepende onderhandelingen achteraf maken Vlaanderen totaal afhankelijk van hun Franse leenheer terwijl de graaf (weliswaar grommend) uit Franse handen eet en pootjes geeft op koninklijk bevel.

In 1320 zijn die jaren van onderhandelingen tussen de Franse koning en onze graaf Robrecht dus eindelijk afgelopen. Ze draaien uit op enorme herstelbetalingen op de kap van de Vlaming en in het voordeel van Frankrijk. De Franse diplomaten hebben Robrecht murw gemaakt en Vlaanderen op de knieën gekregen.

De deal is briljant in zijn eenvoud! Koning Filips is bereid Robrechts kleinzoon Lodewijk van Nevers junior in het Franse Koninklijke hof op te nemen. Een geregeld huwelijk met zijn achtjarig nichtje. Margareta van Frankrijk. Op voorwaarde dat de oude Bethune en zijn zoon Lodewijk van Nevers senior naar Parijs reizen en er het verdrag van Pontoise ondertekenen. In Parijs moeten ze afstand doen van de Casselrijen Rijsel, Dowaai en Bethune. Dat is de deal.

Te nemen of te laten. De “Misera Pax!”. Het is slikken voor Robrecht van Bethune dat zijn eigen kleinzoon Lodewijk II van Nevers moet trouwen met de kleindochter van zijn gezworen erfvijand. Wat die man hem ooit heeft aangedaan kan je lezen in de westhoek.net hoofdstukken rond de Dampierres in Vlaanderen.

De testamentuitvoerders zijn, tot hun eigen schande, de graven van Vlaanderen: de oude Bethune, Robrecht van Cassel, die op momenten voor gatlikker van de Vlamingen zal spelen, Jan van Namen, die de goedendag van 1302 voor een Franse prinses heeft ingeruild. En de Lodewijken senior en junior van Nevers. De gehele galerie van de Dampierres, Frans van opvoeding, Frans tot in hun botten. Alleen maar bekommerd om een stuk van het graafschap als vazallen in leen te mogen houden. Ze vallen om die reden op de knieën vóór hun Koninklijke soeverein. De graven van Vlaanderen beven om hun “seigneurie du profit”. Ze leven van en niet voor het volk.

Lodewijk van Nevers, de oudste zoon van Robrecht van Bethune is een lichtzinnig heerschap. Bereid om het erfdeel van de Dampierres tegen goud, ereposten en ander grondgebied aan de Franse kroon te hechten. Zijn kinderen leven in Frankrijk, ze zijn in hart en nieren Fransen. Robrecht van Kassei, de tweede zoon, is afgunstig op zijn broer en complotteert om zelf de gravenkroon op zijn hoofd te kunnen zetten.

De enorme herstelsommen die de Vlamingen nu zullen moeten afdokken, betekenen een regelrechte tragedie voor de mensen. En bovendien een zwaard van Damocles boven het delicate en bijzonder labiele evenwicht tussen de Leliaards, de Klauwaards, de Blauwvoeters en de Izegrimmers, de Kerels, de patriciërs, de kooplieden en de makelaars, de kleine adel en de clerus, de broeders en de kloosterzusters.

De voorbije jaren was de relatie tussen vader Robrecht en zijn zonen Lodewijk van Nevers en Robrecht van Cassel onderhevig aan grote spanningen en af en toe totaal verzuurd. Een natuurlijk gevolg van het bijzonder intelligente “verdeel en heers” principe dat de Fransen hebben toegepast op beiden. De broers Lodewijk van Nevers en Robrecht van Cassel kunnen na de beslissing van de Franse pairs elkaars bloed wel drinken.

Het trouwfeest tussen Lodewijk II (zestien jaar) en de achtjarige Margareta vindt plaats in juli 1320. Zijn vader Lodewijk I en zijn grootvader, de oude Robrecht van Bethune liggen nog steeds in de clinch met elkaar. Belangrijke Casselrijen zoals die van Doornik, Orchies, Douai en Rijsel zijn uit Vlaanderen verdwenen.

Robrecht besteedt de rest van zijn leven aan de expansie van de Vlaamse nijverheid en concentreert zich vooral op zijn lievelingsstad Brugge. Hoewel hij resideert in het Ieperse zaalhof. De relatie met zijn zonen blijft turbulent. Sommige kronieken insinueren zelfs moorddadig. Naar verluidt is er in het laatste jaar van zijn leven sprake van dat Lodewijk zijn vader probeert om te brengen door hem vergif toe te dienen.

De oude Bethune is danig verstoord. Hij laat zijn zoon Lodewijk van Nevers oppakken en wegvoeren naar het Hollandse Vianen en daarna naar het slot van Rupelmonde. Zijn broer Robrecht van Cassel ruikt zijn kansen en stuurt – zogezegd in naam van zijn vader – een aantal brieven naar de bevelvoerder van dat kasteel met de opdracht om de gevangen Lodewijk te laten terechtstellen voor die aanslag. De kapitein van het kasteel van Rupelmonde ruikt onraad en besluit het schriftelijk bevel niet uit te voeren zonder voorafgaand overleg met de oude graaf.

De fraude wordt ontdekt en Robrecht van Bethune is opgelucht dat zijn zoon Lodewijk nog in leven is. Er is al zoveel gebeurd in het lange leven van de bejaarde graaf en nu is het genoeg geweest. Hij wil dat er rust en vrede komt en verplicht Lodewijk van Nevers om te gaan wonen in Frankrijk. En vooral zich niet langer te concentreren op wraakoefeningen tegenover zijn broer Robrecht van Cassel. Het trieste verhaal van de Dampierres is aan zijn einde gekomen. Er zijn grote veranderingen op komst!

Nog binnen hetzelfde jaar 1322 sterven graaf Robrecht van Bethune, zijn zoon Lodewijk van Nevers en de Franse koning Filips de Lange. Een troosteloze exit voor de hoofdrolspelers van een drama dat Vlaanderen op enkele decennia tijd een flink stuk welvaart heeft gekost. Er komt een nieuwe graaf van Vlaanderen en een nieuwe koning van Frankrijk. Op 16 oktober 1322 duiden de steden Brugge, Ieper en Gent de achttienjarige Lodewijk van Nevers junior aan als hun nieuwe graaf van Vlaanderen. En in Frankrijk komt de tien jaar oudere Karel IV (de Schone) aan het roer in Frankrijk. Hij is de zoon van de illustere Filips de Schone en de broer van de overleden Filips de Lange.

De Vlamingen denken dat ze iets in de pap te brokken hebben bij de keuze van hun nieuwe graaf. Maar dat is schijn. In realiteit is die keuze natuurlijk al lang gemaakt aan het Franse hof dat Vlaanderen in leen houdt en “verhuurt” aan de Vlaamse graaf. Lodewijk van Nevers is van kinds af opgevoed aan het Franse hof en is bij zijn aanstelling getrouwd met de twaalfjarige Margaretha, de nicht van Karel de Schone. Enige affectie met de Vlamingen is ver te zoeken. Met dank aan zijn eigen grootvader. Moest Filips de Lange nog in leven zijn, zou hij warempel de schoonvader zijn van de nieuwe graaf van Vlaanderen. Het is maar al te duidelijk: voor wat betreft de Fransen is de orde volledig hersteld in Vlaanderen.

De andere hoofdrolspeler is natuurlijk nog altijd Robrecht van Cassel, de oom van Lodewijk II van Nevers. Als tweede zoon van Robrecht van Bethune krijgt hij in 1316 het burggraafschap over de Casselrijen Cassel, Bergen, Broekburg en Duinkerke, waar hij trouwens in 1322 zijn kasteel laat optrekken. Maar het wringt natuurlijk dat de Franse koning resoluut kiest voor zijn jonge neef. Zijn claim op de Vlaamse troon is duidelijk geworden na de moordpoging op zijn broer, wijlen Lodewijk van Nevers. Hij ziet zichzelf als gerechtvaardigde troonopvolger van zijn broer die anno 1322 het tijdelijke met het eeuwige verwisselt.

De dood van Robrecht van Bethune op 17 september betekent een mijlpaal. Het lijkt er op dat de Vlamingen eindelijk uit het troebele vaarwater zullen geraken. Er is weer hoop. Orde, rust en stabiliteit lijken teruggekeerd in de Vlaamse steden en platteland. De steden krijgen – in ruil voor hun steun aan de nieuwe graaf – nieuwe privileges en kunnen hun macht over de buitengebieden alleen maar versterken.

Het eerste jaar van zijn ambtstermijn vaart Lodewijk een eigen koers en probeert hij de verstoorde relatie met het belangrijke Engeland te herstellen. Maar dat is niet naar de zin van de Franse “godfather” die hem op het matje roept en in Parijs aan banden legt. Zijn oom Robrecht van Cassel claimt nog steeds de Vlaamse kroon bij het Franse parlement en dat kan tellen als een perfecte stok achter de deur.

Als dat Franse parlement uiteindelijk zijn rechten als graaf van Vlaanderen in het voordeel van Lodewijk van Nevers vastlegt, beseft die dat hij beter op één lijn gaat staan met de Franse koning. Hij wordt noodgedwongen een trouwe en loyale vazal van Karel de Schone die hem trouwens nog steeds laat chaperonneren door zijn rechterhand Artaud Flote, een Franse advocaat die hem vergezelt naar Vlaanderen en die in feite het beleid over Vlaanderen voor zijn rekening neemt.

Een van de eerste maatregelen van het nieuwe Fransgezinde bestuur zorgt voor grote problemen bij de Vlaamse nijveraars. De Franse koning zet de kersverse graaf onder druk om hem bij te staan in zijn conflict met Engeland. Lodewijk kan moeilijk anders dan hieraan toe te geven. Hij verbreekt het cruciale handelsakkoord dat op 1 oktober 1319 door wijlen Robrecht van Bethune, tussen Engeland en Vlaanderen werd afgesloten. En tot overmaat van ramp wil hij die contractbreuk dik in de verf zetten door alle Engelse handelaars die zich in Vlaanderen bevinden, te arresteren. Het betekent een bittere pil voor de Vlaamse gemeenten die één van hun belangrijkste bronnen van inkomsten verloren zien gaan.

Brugge en Ieper hebben niets tegen een geregelde vrede met Frankrijk. Alles beter dan een oorlog zonder perspectieven. Maar gelukkig kan je de Vlaamsgezinde poorters niet noemen. Ze zijn erg op hun hoede. Een Fransgezinde graaf en Franse advocaten besturen het land. En dan komt nog de Henegouwse achternonkel, Jan van Namen, die zijn wagentje handig koppelt aan het leliaardbestuur. Neen: het enige wat te vrezen valt, is dat de zakenrelaties met Engeland in die context niet snel zullen verbeteren. Aan wie zullen de Vlamingen hun stocks aan textiel kunnen slijten?

Vlaanderen zit bovendien vast aan het afbetalen van boetes en belastingen aan de Franse koning. Allemaal het resultaat van goedgekeurde vredesverdragen door het grafelijk bestuur. Slecht onderhandeld. Maar de mensen zitten wel met de gebakken peren. De opcentiemen en transporttoeslagen betekenen een zware financiële last. En als het ooit goed komt met de Engelsen, hangt hen nog een jaarlijkse strafrente van tienduizend Doornikse ponden boven het hoofd.

De Vlaamse steden zouden zich eigenlijk wel kunnen wenden tot Robrecht van Cassel. “Robrecht zonder Land” noemen ze hem smalend. “Nevers is een dief”. Het gerucht gaat dat hij het testament van de oude Bethune in zijn voordeel wilde vervalsen. Neen, echt vertrouwen doen ze die man niet. Zijn verzuchtingen om de macht te grijpen in Vlaanderen en zijn ambitie om de oude vertrouwde feodale stelsels weer in te voeren, maken hem tot vijand. Ze hebben de voorbije honderd jaar niet voor niets gestreden en gevochten voor hun vrijheden. En dan zou die man hen terug als ordinaire leenmannen gaan beschouwen? Nee, dat zien ze niet zitten. Ze verkiezen nog liever Lodewijk van Nevers als hun graaf.

Er ontstaat in 1322 een ernstig conflict tussen de Bruggelingen en de graaf. In 1323 wordt zijn stiefnonkel Jan van Namen (de halfbroer van Robrecht van Bethune) aangesteld als waterbaljuw van Sluis. Het is een tegenprestatie voor de militaire services die Jan van Namen heeft geleverd in een conflict tegen de graaf van Holland. De Henegouwer verwerft meteen de volledige controle over de Brugse haven. Brugge en Damme dreigen hun toegang tot de zee te verliezen in het voordeel van de voorhaven van Sluis waar Jan van Namen nu de plak zwaait. En dan is er nog de kwestie van de inpoldering van de Damse haven die op hevig protest stuit van de omwonenden.

Het toekennen van de rechtsmacht over Lammingsvliet (later Sluis genoemd) en het Zwin weekt hevige frustraties los bij de Bruggelingen. Ze beschouwen die voorhavens op basis van eeuwenoude privileges als hun eigendom. Het risico bestaat trouwens dat alle voor Brugge bestemde koopwaar via de Lieve naar Gent zal worden afgeleid. En die vrees wordt al gauw werkelijkheid als Jan van Namen een aantal tolgelden opeist die vooral in het nadeel werken van de Brugse haven. De commercanten van Brugge en Damme voelen zich dan ook zwaar getroffen door de grafelijke beslissing.

Het zelfbewuste boerenvolk van de kustgebieden heeft al helemaal geen ervaring met grootgrondbezitters die het zouden aandurven om hen als ondergeschikten te behandelen. Hun voorouders hebben eigenhandig het land gewonnen van de zee. Ze noemen zichzelf de “Kerels van Vlaanderen”. De naam “Kerel” is trouwens een nakomertje van “Kerl” en “Ceorl”, een oud-Saksisch woord, dat in de wetten van de Angelsaksen “freeman”, “vrije man” betekent, in tegenstelling tot de dienstbare lieden, “Serfs” (vandaar de woorden serveren, serveerster of “to serve”). Hun gemeenschappelijke strijd tegen het water zorgt er voor dat er onder de Kerels een hecht samenhorigheidsgevoel bestaat.

In 1233 is er op een oude keure nog sprake van die Saksische stammen in Veurne waar gesproken wordt over “karls” of “kerlistock” of de “Kaerle”. De hele kuststreek ten noorden van Boonen tot diep in het Vlaamse land wordt omschreven als “Het Kerlingaland”. Het heerlijk stelsel bestaat in dit Kerlingaland natuurlijk ook wel, maar aan de kust manifesteren zich meer en meer kleine en middelgrote boerderijen die door de eigenaars zelf worden uitgebaat. De lokale adel verarmt met de dag. Noodgedwongen verkoop van hun landerijen zorgt voor een herverdeling en een nieuw elan voor de vrije landbouw. Met steden als Ieper en Brugge in hun achtertuin, kunnen de herenboeren volop welvaart creëren met de schaapsteelt op hun zandrijke gronden.

Uit deel 3 van ‘De Kronieken van de Westhoek’

 

 

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>