Gaan dienen voor atakken en kovulschen

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in  , ,      2 years ago     1034 Views     Leave your thoughts  

Van onze vier zegslieden is het actiegebied van de Wijtschatenaar Daniël Braem, de 56-jarige kerkbaljuw uit Wijtschate, het zelfstandigst. De periode tijdens dewelke hij ging dienen voor andere mensen (meestal per fiets) ligt tussen 1936 en 1952-53; daarna wilden de benen niet meer mee en moest hij deze bezigheid stopzetten.

Bij het beewegen was hij bereidwillig, gewetensvol en stipt. Waren er mensen die een of ander voorwerp wilden meegeven om te laten zegenen, dan weigerde hij nooit. Sommigen gaven koeken mee, anderen een kledingstuk of een lapje ondergoed van een ziek kind. Oorringen droeg hij ook ter zegening mee en het gebeurde wel eens dat de zieke hem zijn trouwring overhandigde, met de woorden: ‘Laat hem daar nog eens wijden’. Voor hen die erom verzochten, hing hij ex-voto’s op, ten minste als dit het gebruik was in het bedevaartsoord. Ter plaatse vroeg hij de handtekening van de pastoor om aan de zieke te bewijzen dat hij er werkelijk geweest was. Als men gaat dienen, zegt Daniël Braem, dan mag men onderweg nergens binnengaan voor zijn plezier, anders heeft de bedevaart geen waarde.

En daar begint de reeks: naar de H. Aldegonde te Zwevezele tegen de kanker. Naar Roeselare – kerk en heilige schieten hem niet te binnen – tegen ‘den herteklop’ en hartkwalen; het gebruik van brood te wijden is er in voege. De Klytte (Reningelst) is hem bekend doordat hij er Sint-Blasius ging dienen tegen de ‘winden’, (gelijkluidendheid tussen de naam van de kwaal (werkw. blazen) en de naam van de heilige).

Wanneer hij naar het H. Bloed te Brugge kwam, deed hij, eigenaardig genoeg de ommegang niet; de reis van uit Wijtschate gold reeds als boetedoening. Doch men kan het H. Bloed ook dichter aan huis vereren, nl. te Voormezele. Te Zandvoorde (Ieper) is de H. Cornelius beschermheilige tegen convulsies en excessen, te Brielen tegen convulsies, vallende ziekte, beroerten en lamheid. In het nabije Wulvergem helpt ook St.-Machutus tegen de kinderkwalen; daar bestond een folkloristisch gebak, ‘koekieljen’ geheten. Tegen de kinkhoest ging hij Sint-Pieter dienen en een rood draadje halen in de gelijknamige kerk te Ieper; ook voor de ‘koeke’ en andere kwalen kan men er zijn hulp afsmeken.

Tot de Man Job te Vlamertinge nam hij zijn toevlucht tegen zweren en abcessen, en tot Sint-Bartholomeus te St.-Jan (Hoge Zieken) tegen de ‘distel’. Gelijkluidendheid tussen de naam van de ziekte en de plaatsnaam ligt ten grondslag aan de bedevaart die Braems ondernam tegen de roos bij O.-L.-V. van Westrozebeke. Naar Kemmel trok hij tegen wat hij noemt de ‘Sint-Juliensblaren’; ongetwijfeld bedoelt hij de ‘Sint-Laureinsblaren’, want de heilige die daar gediend wordt tegen allerlei huiduitslag is niet Sint-Juliaan, maar wel Sint-Laurentius. Voor ‘’t katrienewiel’ moest hij natuurlijk bij een H. Catharina te rade gaan, die hij dan ook vond te Zillebeke.

Sint-Livinus te Elverdinge was de machtige voorspreker tegen flerecijn en reumatiek; men kan er een lint bekomen tegen deze kwalen. Voor wie met krampen en breuken geplaagd zat, verplaatste Daniël Braem zich naar de H. Margareta te Geluveld, vanwaar hij een wit lint placht mee te brengen dat de kramplijders op het pijnlijk lichaamsdeel moesten dragen.

Tijdens de negen dagen in september was O.-L.-V. van Mesen het toevluchtsoord ingeval van koortsaanvallen; men kan er de ‘Grote Keer’ doen, een lastige ommegang van één uur door velden en weiden, over paadjes en afsluitingen. Er was nog een andere Lievevrouw die hij aanriep tegen de koorts, nl. O.-L.-V. van de Frezenberg in de kapel van het slotklooster te Vlamertinge.

Voor de plaag onder de varkens begaf onze zegsman zich naar St.-Juliaan (Langemark) om er Sint-Antonius-abt te vereren; ook het Antoniusvuur onder de mensen wordt er gediend. Ten slotte kan men bij de Paters Carmelieten te Ieper voor alle kwalen leniging der pijnen afsmeken.

Van al deze bedevaarten heeft Daniël Braem met inkt en potlood zorgvuldig boek gehouden in een beduimeld notaboekje dat zijn zwarte omslag verloren heeft. De lectuur van dit boekje loont beslist de moeite. De spelling is meestal fonetisch en honderd procent volks, behalve wanneer de schrijver nota’s heeft toegevoegd die hij klaarblijkelijk heeft overgenomen uit litanies; dan benadert de schrijfwijze het algemeen beschaafd Nederlands. Met opvallende nauwgezetheid heeft hij zoveel mogelijk erop gelet waar er een ommegang, een ‘toer’ zoals hij dat noemt, af te leggen valt; daarvan vinden we de weerslag terug in zijn carnetje. Ten slotte lezen wij hier en daar een bedrag, waarschijnlijk de som die de mensen hem hebben meegegeven voor de offerblok, ofwel datgene wat hij als vergoeding van de mensen ontvangen heeft; hierbij weze opgemerkt dat deze sommen waarschijnlijk betrekking hebben op de periode tijdens de tweede wereldoorlog. Hier volgt dan de ongewijzigde inhoud van dit notaboekje.

Wytschaete: Bedde pissers.
Meesen: onze vrouw van de kurs binst de 9 dagen.
Vormezeele: Heilig bloed – geen toer.
Kemmel: St Julien blaren – geen toer.
Wulverghem: voor Volgende Ziekten: Kovulschen, Lammigheden, slappe leden, rhumatisma, flerecijn, zenuwziekte, hertgespan, kinderziekten – 3 toeren rond de kerk – 7 fr.
Ipres St Pieterskerk: voor Kink hoeste – voor alles – ook koekke – geen toer.
Ipres Paterskerk: voor alles – geen toer.
Brugge: Heilig bloed – geen toer.
Alverdingen(10): Vleuresijn en Rematies – Livinus.
Gilleveld: Krampen en Breuken – 3 toeren van de kerk.
Vlamertinghe: Zweren en Opsessen – 3 toeren rond de kerk.
Clijtte: Winden – 3 toeren rond de kerk.
Westrooze beek: voor Rooze – 3 toeren van de kerk.
Deulzemont: voor de Plage(11) – voor Beesten.
Freze berg: Kursen – in de Kapelle – geen toer.
Zullebeke: voor Katrienewiel.
Zwevezeele: Kanker.
H. Kornelus: Brielen – Couvulsies Vallende ziekten Atakken en Lamheid.
H. Bartholomeus: voor Distel – St Jan Hooge Zieken.
H. Antonius: St. Jelijns (Sint-Juliaan, Langemark). – Bijzonder Patroon tegen Besmettelijke Ziekten zoo onder de menschen als onder de dieren.

Uit deze bijdrage moge blijken hoe sommige bedevaarten een ruimere vermaardheid verworven hebben dan andere; voor het onderzochte gebied behoren daartoe o.a. Zwevegem, Dulzemonde, Marcq en Marquette, en ook wel Tiegem. Misschien worden deze oorden in de jongste jaren geëvenaard of zelfs overvleugeld door Broeder Isidoor te Kortrijk. Onze zegslieden hebben hem gewoonlijk niet bezocht, omdat zij thans hun activiteit meestal hebben gestaakt.

Naar provincie- of staatsgrenzen zien onze bedevaarders niet om. Dit is niet alleen het geval voor de West-Vlamingen die over hun grens trekken, ook van uit andere provincies en van uit Frankrijk komt men Westvlaamse genadeoorden bezoeken.

Deze mensen die gaan beewegen uit liefdadigheid zijn doorgaans traditie-dragers bij uitstek. Zij zijn het bij wie de volksnamen van de ziekten mondgemeen blijven, zij zijn het ook die tal van volksgelovige praktijken, soms tegen de wrevel van de geestelijkheid in, in leven houden.

W. Giraldo in Biekorf van 1956.

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>