Gruwelijke luchtvaartramp te Diksmuide

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in  ,      2 weeks ago     133 Views     Leave your thoughts  

Gruwelijke luchtvaartramp te Diksmuide – Een vliegtuig valt brandend te pletter – 15 doden – Uit de Poperingenaar van zondag 2 april 1933 – Eerste indrukken

Dinsdagnamiddag rond 15u30 werden we opgebeld uit Woumen en onze correspondent vertelde ons door de telefoon: ‘Er is hier een vliegmachine neergevallen: ‘t vloog al brandend in de lucht; het brandt nog, als nog wil komen zien.’ Tien minuten later waren we weg in de auto.

Bij de ramp
Te Woumen vroegen we waar de ramp gebeurd was. ‘Rijd maar door’, werd ons geantwoord: ‘het is links, juist achter het kasteel, op 1 km van Diksmuide.’ Weldra zagen we aan de beweging waar de ramp gebeurde. Van op de steenweg zagen we de rook opgaan. De kiezelweg over het kasteel leidde er naartoe, maar gendarmen hielend al de wacht. We mochten door en in een paar honderden stappen stonden we bij het neergestorte geraamte.

Wat daar nog lag was geen vliegtuig meer; het was een hoop verwrongen ijzer met de kop in de grond gestuikt. Hoe diep? Niemand wist het, niemand van de eerste aanwezigen daar kon gissen welke ijselijke ramp hier gebeurd was.

Het voorste gedeelte van het vliegtuig stak met de motoren en passagiers-kajuit in de grond; de vlammen sloegen op. Van lijken was er niet het minste spoor van te zijn. De machine was doorgebroken en de romp van de verbrandde staart lag 30 meter verder. Een honderdtal meter verder lag de verzilverde vin van het achtergedeelte. Een honderdtal meter verder ook dan het tuig, maar meer westwaarts, lag het lijk van een vrouw, denkelijk uitgesprongen. We vernamen dat op een paar kilometer van daar nog een lijk gevonden was van een man die men had zien uitspringen. De man stuikte de grond in en lag op de rug. Dood.

Rondom het veld lagen pakken, valiezen, kistjes, schoenen, fototoestellen. Tussen verbrandde en brandende hout- en kledingstukken lagen zwartgebrandde kousen en papieren. Het parket van Veurne kwam weldra ter plaatse en ondertussen begon meer en meer volk toe te stromen. Maar een strenge ordedienst was reeds ingelicht en elkeen moest op afstand blijven.

Wat we naderhand zagen en vernamen – een vliegmachine in het zicht – brand aan boord –

Dinsdagnamiddag, rond 14u20, bij klaar zonneweer, ontwaarden de inwoners van Woumen, Esen, Klerken en Diksmuide een machtig vliegtuig dat hoog in de lucht zweefde, maar men schat op 2000 meter hoogte, in de richting van de zee vliegende. Plots bemerkte men, toen de machine nog boven Klerken vloog, dat er rook uit het vliegtuig opsteeg en er een pak in de ruimte geslingerd werd. Men dacht eerst dat het vliegtuig aan reclame ging doen en één of andere naam in de lucht wilde schrijven of strooibriefjes wilde uitstrooien, maar spoedig werd met ontzetting vastgesteld dat er ook vlammen opstegen uit de romp van het vliegtuig dat nu helemaal in vuur en vlam stond.

Het vliegtuig ontploft en stuikt ten gronde – een vrouw en bagage vallen uit het machien –
Het vliegtuig vloog nog een eind voort, beschreef een wijde kring in de lucht al dalende, toen juist boven de hovingen en de velden gelegen achter het kasteel van Ridder Heindrickx-de-Ghileks, gelegen halfweg Woumen en Diksmuide, allerlei pakken uit het vliegtuig geworpen, neer stuikten, samen met het lichaam van een vrouwspersoon.

De machine die nu gekomen was op een hoogte van 200 meter, maakt een korte zwenking, duikelde met de kop omlaag en schoot als een pijl naar beneden. Van beneden hoorde men het losbranden van de ontploffing van benzinebakken en motoren en helemaal uiteengerukt stortte het vliegtuig ten gronde. Een vleugel was afgeknakt, alsook de staart. Ooggetuigen verklaren dat ze gegil en gehuild van de inzittenden gehoord hebben.

De wrakken
De cabine met de vleugels en motoren stuikte het verst neer. Diep in de grond. Onmiddellijk stond heel dit deel in lichterlaaie. Een vijfentwintig meter verder lag de staart, nog een vijfendertig meter lag het lijk van de uitgesprongen of uitgevallen vrouw, een honderdtal meter ernaast bevond zich het stuk van een vleugel en wat verder het roer van het vliegtuig.

De pakken en vracht waren verspreid op de velden, in een omtrek van tweehonderd meter van de plaats waar het voorste gedeelte in de grond was gedrongen. In het park van het kasteel hingen een paar handschoenen. De stukken van het vliegtuig lagen op het grondgebied van Diksmuide en het lijk van de vrouw, samen met de reisgoederen waren te vinden op het grondgebied van Esen, op een 150 meter van de grote baan, op het land van landbouwer Camiel Van den Berghe.

Eerste hulp
De personen die de ontzettende ramp hadden zien gebeuren en die daar dichtbij woonden, snelden ter plaatse waar ze eerst en vooral zorgden voor de uitgespreide reisgoederen bijeen te zoeken en het lijk van de vrouw toe te dekken met zakken. De gendarmen van Diksmuide, Klerken en Pervijze, samen met de politie van Diksmuide en de veldwachters van de omliggende dorpen kwamen toegesneld om de orde te handhaven en de nodige maatregelen te treffen voor de veiligheid van de rond geslingerde voorwerpen. Het parket van Veurne werd onmiddellijk verwittigd.

De vliegmachine
Aan de stukken die losgekomen waren van het viegtuig kon men onmogelijk vaststellen welk nummer het droeg en aan welke maatschappij het toebehoorde. Later bleek volgens bericht uit Brussel, dat het een handelsvliegtuig was van de ‘Imperial Airway’, de tweedekker G.A.A.A.C.I., de ‘City of Liverpool’, een machtig vliegtuig met drie motoren van 385 pk ieder. Het vliegtuig deed sedert jaren regelmatig dienst tussen Keulen, Brussel en London. Binnen korte tijd zou de ‘City of Liverpool’ vervangen worden door een nieuwer toestel. Het kon plaats bieden aan 20 personen.

De lijst van de slachtoffers
Te Haren (Brussel) was het vliegtuig vertrokken om 13u36 met aan boord 12 passagiers: 4 Duitsers, 7 Engelsen en 1 Belg samen met drie bemanningsleden. De treurige lijst van de slachtoffers luidt als volgt: Eugène Kreglinger (Grote Markt Antwerpen) – Sir John Rowland; M & Mrs L. Dibdin van Carshalton; M AA Thomposn Albert Court Kensington – Miss Valerie Thompson van Hensley op de Thames – CF Rowssel, Ride Green Redhille – Albert Voss van Keulen en Miss Lotte Voss vermoedelijk zijn nicht – Louis Deardon, Larde Street Southport – Hugh Mac Ilrath en Miss K. Mac Ilrath van Syndey Australië. De bemanning bestond uit kapitein LL Leleu (piloot) Hayden Avenue te Prley in surrey – E.F. Stubbes, marconist vn Montbelle Road te New Eltham – Mecanicien W.Z. Brown, Church Lane te Coulston. Toen het vliegtuig boven Roeselare zweefde, had de telegrafist nog geseind dat alles goed ging aan boord.

Dertien mensen verbrand in de cabine
Zoals hoger gemeld werd het vliegtuig helemaal uiteengeslagen en plofte het in stukken neer op de grond. In de cabine moesten zich nog dertien personen bevinden omdat er enkel twee personen uit het vliegtuig waren gesprongen. Maar wanneer men de laaiende overblijfselen kon benaderen kon men onmogelijk veronderstellen dat zoveel mensen er de dood in gevonden hadden.

Ook toen het bericht kwam dat er vijftien personen de reis hadden meegemaakt kon men met moeite geloven dat nog dertien gedode personen zich nog in deze hoop ijzer moesten bevinden. Van heel het voorste deel van de machine was er n iets meer over dan verwrongen en gebroken ijzer, alles dooreen gestrengeld en diep in de grond gedrukt. Al het hout was opgebrand. Rond de romp in de wijde omtrek lagen wel honderden stukjes hout en ijzer. Men kan zich de verschrikkelijke dood inbeelden van die lieden die daar met het tuig zijn neergeploft en ineen gestuikt en die, besprenkeld door de brandende nafte opgebrand en verkoold werden.

Het lijk van de vrouw
Zoals hoger werd gezegd, stuikte de vrouw die uit het vliegtuig sprong of viel, op een zestigtal meter van de cabine ten gronde. Haar lichaam drong een tiental centimeter diep in de grond, al haar kleren waren gescheurd, haar hoofd was open gesprongen en de hersenen waren uitgespat, bij hele klompen, haar lichaam was gebroken, gebarsten en de rechterarm erg verbrand.

Het lijkt had nog een zwarte schoen aan, en volgens de stukken die om haar heen hingen, moest zij een zwarte mantel gedragen hebben. Het leek geen mensenlichaam meer omdat het zo erg verminkt was. Bij haar lag haar paspoort waardoor men kon opmaken dat de arme vrouw een zekere Miss Valerie Thompson was, woonachtig te Brussel en geboren in Engeland, te Notammerburg op 19-12-1903. Waarschijnlijk moet de vrouw haar paspoort hebben laten vallen toen ze in de ruimte viel, om haar te doen herkennen. Zonder die papieren zou men ze anders toch nooit hebben kunnen herkennen omdat ze met haar gezicht voor was gevallen en daardoor helemaal onkennelijk.

Aan haar pols droeg ze een kleine horloge die 2u27 aanwees. Rondom het lijk lagen nog voorwerpen, onder meer een deerlijk gehavend fototoestel, een ingedrukt blusapparaat, een reddingsgordel bij geval van het terechtkomen in de zee? Deze gordel was door een eerste ooggetuige rond haar lenden gelegd.

De gevallen man
De man die men had zien uitspringen bij het ontwaren van de rook, kwam terecht in de hoeve van de heer Hendrik Maes, op een 1500 meter van de plaats waar het vliegtuig neerkwam. De man die in de lucht al buitelen neerplofte en geen valscherm aan had, stuikte op de grond op zijn rug. Het lijk lag half gedrongen in de aarde. Zijn aangezicht was nog kennelijk maar was verwrongen, bleud liep uit zijn ogen, oren en neus. Op de man werd onder meer een horloge gevonden dat gebroken was en waarvan de wijzers 2u20 aanduidden, en ook eenzelvigheidspapieren waardoor men kon opmaken dat de man de heer Albert Voss was, wonende te Keulen en geboren te Zielpich te Duitsland op 24-11-1863.

Het parket ter plaatse
Rond 5u kwam het parket van Veurne ter plaatse, onder leiding van de heer Viaene, onderzoeksrechter van Veurne. In opdracht van de heren van het parket werden de twee gevonden lijken naar Diksmuide overgebracht. Toen het lijk van de vrouw moest opgeraapt worden was men ertoe verplicht de hersenen met de vingers bijeen te rapen en dan naast het afzichtelijk gelaat te leggen.

Nadien werd een auto-camionnette opgeëist om het gevallen goed naar de gendarmerie te Diksmuide te doen overbrengen. Onder de gevonden goederen vond men een fotoapparaat, een stuk kous en een handschoen met de naam van Katherine Mac Ilrath erin gedrukt. Verder nog dynamo’s, twee postzakken, valiezen, pakken handschoenen en een drietal zakjes zilver in klompjes, en een paar doosjes bevattende goud, een pak maskers voor het opmaken van modepoppen, schoenen en kousen van de gedode reizigers, expressbrieven waarvan enkele reeds half verbrand waren, allerlei kledingstukken, papieren, reddingsgordels enzovoort.

Ondermeer werd een stuk papier aangetroffen, een tolverklaring gestempeld door het tolkantoor van Haren, met de naam van een vliegtuig OO-AAIL, in dienst van de lijn Brussel-London, van de Sabena, met als loods de Belg Cocquyt die voor enkele tijd de vlucht België-Congo verwezenlijkte. Eerst werd dus door allen gedacht dat het vliegtuig geloodst was door de Belg Cocquyt die men verkoold meende in het vliegtuig. Laat is dat onwaar gebleken. Dinsdagavond veunsden de overblijfselen van de vliegmachine nog altijd. Nadien werd opdracht gegeven om overal af te blijven in afwachting dat de afgevaardigden van de Engelse vliegmaatschappij de volgende dag ter plaatse zouden zijn.

Het blussen
Dinsdagavond, tegen de nacht, kwamen de pompiers van Diksmuide om de brandende overblijfselen te blussen. De romp, die kort na het vallen niet kon benaderd worden wegens de grote hitte, brandde nog altijd. Door de pompiers werd de put gelegen in het kasteel van ridder Heindrickx de Ghileks nagenoeg leeggeput en nog was de brand niet geblust zodat men een keting moest vormen van de hofstede Vanden Berghe om emmers water van hand tot hand over te geven en te storten op de puinen. Bij iedere emmer die over het puin werd gegoten slopeg een witte rookpluim uit en werd men de geur gewaar van geroosterd mensenvlees. Bij het licht van elektrische zaklantaarns kon men soms de hoop verwrongen ijzer, en gemengd met de murwe aarde van het veld, de verkoolde en verkronkelde lijken ontwaren van de ongelukkigen. Het waren allen vormloze klompen.

Woensdag: het parket en de Engelsen ter plaatse
Woensdagnamiddag kwam het parket van Veurne weer ter plaatse samen met de commissie van onderzoek van de luchtvaartafdeling, met de heren van Crombrugghe, generaal-commandant, Grabbe, Lalleman, Maus en afgevaardigden van de Engelse maatschappij en Engelse technici om het onderzoek in te stellen en de bergingswerken te leiden.

De lijken geborgen
Na heel wat ijzer en verwrongen delen van het vliegtuig verwijderd te hebben, kon men woensdagnamiddag overgaan tot het bergen van de lijken. De kajuit was tot 2m50 diep in de grond geboord en in de bodem lagen de dooreen gestrengelde lijken, verminkt, doorstoken met ijzeren staven, onkennelijk, zeker half verkoold, in vormeloze klompen.

Een na een kon men ze eruit halen en hetzij door nog een gedeelte van hun gelaat dat nog ongeschonden was, hetzij door één of ander voorwerp op de lijken gevonden, zoals ringen, dasspelden enzoverder kon men ze identificeren. Ze werden dan een na een onderzocht en dan in dekens gerold en in schrijnkisten gelegd.

Familieleden van de gestorvenen waren uit Engeland en Duitsland gekomen om de bergingswerken bij te wonen. Men kan de smart begrijpen van deze bloedverwanten bij het ophalen van deze vormloze wrakken. De ordedienst was zeer streng geworden en niemand mocht nog naderen, zulks naar het schijnt op verzoek van de Engelse maatschappij ‘Imperial Airways’….

De rest van het artikel kunnen jullie lezen in het originele krantenverslag. Details genoeg.

 

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>