Het ‘Blauwe Huis’ van Leisele

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 week ago     50 Views     Leave your thoughts  

…wat voorafging….

Wanneer de burg van Leisele gesloopt werd staat nergens vermeld. In de beschrijving van Pauwel Heinderycx staan er echter genoeg gegevens, waardoor we de verdwijning van de burg bij benadering kunnen bepalen. Voornoemde schrijver schreef zijn kronieken in de 17de eeuw. Dus weten we met zekerheid dat de burg er toen niet meer stond. Mogelijk was deze in verval geraakt en op het einde van de jaren 1500 afgebroken. Gezien de burg gelegen was in de onmiddellijke nabijheid van Hondschote waar de geuzen zeer actief waren, is het ook niet uitgesloten dat deze door de geuzen werd verwoest. Een nieuw herenhuis werd dan gebouwd, enkele tientallen meter ten westen van de plaats waar de burg gestaan had. In de volksmond kreeg het de naam van ‘Het Kasteeltje’. In de terrier of kadastrale legger van Leisele, opgesteld door J.L. Maes in 1765, staat dit goed vermeld onder de naam van ‘Huis van Plaisançe’. Later nog kreeg het de naam van ‘Het Blauw Huis’. Dit gebouw, dat thans als woonhuis van de hofstede dienst doet, heeft in de loopt der tijden heel wat veranderingen ondergaan, wat men ondermeer aan de zoldering kan bemerken.

20171012-001

De hofplaats was omring door een wijde gracht en men had er toegang langs een overdekte inrijpoort. Deze stond langs de zuidzijde van de hofplaats. Op de mote, waar eertijds het kasteel had gestaan, stond er een grote schuur, genaamd ‘de Tiendeschuur’. Deze werd rond het jaar 1800 nader bij het woonhuis gebracht en geplaatst langs de zuidzijde van de hofplaats. Onze oudste inwoners weten nog te vertellen dat deze tiendeschuur op rollen werd geplaatst en zo in haar geheel van de ene plaats naar de andere werd verhuisd. Een deel van de schuur is tijdens een stormweer in het jaar 1955 omvergewaaid, zodat er thans nog slechts een gedeelte van overeind staat. Op een dwarsbalk kan men het jaartal 1770 terugvinden.

20171012-002

De omheiningsgracht werd gedempt, uitgezonderd een klein gedeelte langs de zuid-oostkant. De overdekte inrijpoort is eveneens verdwenen. DE mote, die in een weide was gelegen, was nog omringd door de inmiddels reeds half gevulde omheiningsgrachten. In 1974 werd deze weide omgeploegd tot zaailand. Tezelfdertijd werden de grachten geheel opgevuld waardoor de mote nog wat verlaagd werd. Bij deze werken werden nog grote bakstenen (mouffen) gevonden van 27 x 3,5 x 7 cm en ook kleine, platte middeleeuwse pannen. Deze bouwmaterialen zullen wel van de verdwenen burg afkomstig zijn.

Een andere geschiedschrijver, L. Gilliods-Van Severen, beschrijft ook de burg van Leisele en geeft de hiernavolgende lijst van de bezitters ervan: Philips Van den Burch, heer van Vichte, in 1365, zijn zoon Guillaume Van den Burch in 1368, Jacques Van den Burch, zijn broer, in 1398, Simon Van den Bruch, zijn zoon, in 1453, José Van den Burch, zijn zoon, in 1480, Simon Van den Burch, zijn zoon, door gift in 1481, Jan Puessin, heer van Villecourt, door aankoop in 1516. Het is trouwens de grafsteen van deze Jan Puessin, gehuwd met Margherite van Biere, die in onze kerk bewaard wordt.

Na hem komt zijn zoon in het bezit van deze heerlijkheid, met name Jan Puessin, die gehuwd was met Jeanne d’Avelin, in 1534, Frans Puessin, zijn zoon, in 1577, zijn zuster Margherite Puessin, echtgenote van Bernard de Brias, ridder, heer van Royon, d’Espriaux, etc. in 1580, Jan de Brias, zijn zoon, kapitein van een compagnie van 200 lansiers in dienst van Spanje, huwde in 1587 met Anne Dion, dochter van Adrien de Dion, heer van Wandosme en van Anne d’Aix, gezegd de Lens d’Auligny. Hij verwierf dit familiedomein op 20 december 1614. Frans Bernard de Brias, zijn zoon, getrouwd in eerste huwelijk met Marie de Brias van Villecourt, zijn nicht, en in tweede huwelijk met Françoise d’Ognies, dochter van François d’Ognies, heer van Courrières, en van Odillie de Noyelles, en in derde huwelijk met Jeanne Jonglet, dochter van de heer Moyenville, verkreeg het op 18 november 1660.

Op 7 juli 1690 verkocht hij deze heerlijkheid aan M. Pieter de Marieval, pastoor van Leisele, maar wegens niet-betaling nam zijn zoon uit zijn 2de huwelijk, Louis Joseph van Royon en van Flers, de heerlijkheid terug. Laatstgenoemde werd aangesteld door de hoge raad van de adel tot algemeen vertegenwoordiger van de Staten van Artois. Hierdoor bekwam hij de titel van markies in 1692. Hij huwde met Alexandrine Bernard, dochter van Maximiliaan François Bernard, heer van Esquelines, en van Marie Claire de Bergues St. Winox (24 januari 1729).

Zijn zoon Charles-Louis de Brias, markies van Royon, heer van Embry etc., algemeen afgevaardigde van de hoge raad van de adel van Artois, huwde met N. de Croy, dochter van Balthazar Joseph de Croy, baron van Molembais, en van Marie Philippe Anne de Créquy, oudste dochter van Antoine, heer van Vrolant, Erain etc. en van Anne-Marie de Croy (30 september 1756). Zijn 2de zoon, Anne François Eugène, kapitein bij de cavalerie van het koninklijk regiment Roussillon verwierf het door contract en verdeling met de oudste zoon Ferdinand-Philippe-Bernard op 26 juni 1771.

Als we deze twee lijsten van eigenaars nader bekijken, stellen we vast dat deze niet altijd overeenstemmen. Naar mijn mening is deze van L. Gilliodts-Van Severen de meest betrouwbare. In het archief van de casselrie van Veurne berust een nauwkeurige beschrijving van de burg van Leisele, met de opsomming van de achterlenen. Hier volgen de bijzonderste gegevens uit deze tekst:

‘Ick, Jacobus Leonardus Maes, geleden deelsman ende prijzer der stede en casselrie van Veurne en griffier der prochie van Leysele, agent van de goederen van mhr. Anne François Eugène de Brijas ridder, heere van den Burgh van Leysele, rapport en denombrement van Leene, die den voornoemden heere Chevalier de Brijas is houdende …wesende een hofleen ende selve genaemt den Burgh van Leysele, groot een en twyntigh gemeten, een lynne landts gelegen binnen deselve prochie van Leysele …van thier p. pars. met twyntigh schellen pars. van Camerlynkgeldt telcker veranderinghe ende veranderende bij coope is schuldigh den thienden pennynck dan ofgehouden zijn vijfthien maenschapen ende achterleenen consisterende inde gonne volgende;’

..’Teweten het eerste achterleen placht te houden Jo. Victor Robert Marijn, schildknape, heer van Coudenburch en groot twee gemeten in Leysele..veranderende bij coope den thienden pennynck ende gelijck reliëf, gehouden voorts in handdienste jaerlycs een paar handschoenen inde vier Sinxedaegen. Het twede leen houdt Jov. Dorothea van den Burgh vrouwe van d’heer Cornelis, welke groot twee gemeten landts binnen de prochie van Leysele ….veranderende bij coope geldt den thienden penningh met gelijck reliëf ende Camerlynckgeldt, ende voorts in handdienste jaerlycx een paar handschoen inde vier sinxendaeghen.’

‘Het derde leen houdt Pieter Bastaert, consisterende in een gemet vijf roeden landts in den zuidhouck der voorseyde prochie van Leysele, ende..veranderende bij coope is schuldigh den thienden penninck…geldende voorts jaerlycx in rechten handdienste aen synen heere een paer handschoen inde Sinxendaeghen. Het vierde leen houdt Thomas Mesdach, filius Thomas, groot twee gemeten inden noordoosthouck der voornoemde prochie van Leysele…..en geldt voorts jaerlycx een paar handschoen inde Sinxedaegen..Het vijfde, sesde ende zevende achterleen houdt Marie-Anne Filia Jor. Azugustijn de Corte bij vrouwe Marie-Françoise de Schynckele consisterende in neghen ghemeten landts in Ramscappel.’

‘Het achtste achterleen houdt Bernardus Nollet bij coope met consoorten en groot derthien gemeten vette weide inde prochie van ’s Heer Willems Cappelle… Het negende achterleen houdt d’Heer ende meester Pieter-François-Marrannes, filius d’heer ende meester Pieter-François, groot vier gemeten landts inde selve prochie van ’s heer Willems Cappelle..geldende voortys aen synen heere jaerlycx een glorieschacht.’

..

wordt vervolgd….

 

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>