Het eerste winterwater

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in  ,      1 month ago     162 Views     Leave your thoughts  

De Brugse handel

De betrekkingen tussen Engeland en de havens van het Zwin waren zeer talrijk in de 13de eeuw. Het was vooral wol die door de Vlaamse schepen uit Engeland ingevoerd werd. De Vlaamse kooplieden die de handel in handen hadden vormden de Londensche Hanze, en het was enkel uit hun midden dat de graaf de schepenen van de Vlaamse steden mocht kiezen.

Reeds in het begin van de 13de eeuw waren moeilijkheden ontstaan tussen Vlaanderen en Engeland, ze hadden echter geen groten invloed op de handel, omdat de Vlamingen toen nog geen mededingers hadden in Engeland.

Maar vanaf 1270 tot 1297 ontstonden er gedurig moeilijkheden. De Vlaamse actieve handel is toen voor goed teniet gegaan, daar Duitsers en Italianen de plaats van de Vlamingen ingenomen hadden in Engeland.

Sedertdien werden de vreemde waren op de Brugse markt uitsluitend door vreemdelingen aangebracht en was de Vlaamse handel passief.

Van de steden rond de Zuiderzee werden vis- en landbouwproducten ingevoerd. Friesland zond paarden en vee.

Sedert het midden van 13de eeuw begonnen de Duitse steden, die samen de Duitse Hanze vormden, de hoofdrol te spelen in de handel die in het Zwin gedreven werd. Weldra hadden ze in feite het monopolie van de invoer van de waren uit de Noordzee, de Baltische zee en Rusland. Wanneer de graaf van Vlaanderen of de Vlaamse steden hun eisen niet inwilligden, werd een streng handelsverbod, ook voor vreemde schippers, uitgevaardigd tegen de Vlaamse havens.

De wijn uit Gascogne. Poitou en Guyenne werd naar Damme gebracht, om vandaar verder verzonden te worden. Van het begin tot het midden van de 13de eeuw waren het Vlaamse schepen die den wijn naar de Franse havensteden van den Atlantische Oceaan gingen halen. Later, ten gevolge van de moeilijkheden met Engeland dat de Vlaamse schepen op zee aansloeg, kwam deze handel uitsluitend in de handen van de inwoners van St.-Jean-d’Artgély en van La Rochelle.

Uit de baai van Bourneuf werd zout ingevoerd, dat vooral moest dienen voor het inleggen van haring; Bayonne bracht zeem naar het Zwin.

De Franse zeevaart heeft grote invloed uitgeoefend in het Zwin, zoals blijkt uit het zeerecht van Damme. dat een vertaling is van de rollen van Olèron. Later werd dit zeerecht door de Duitse kooplieden naar de Baltische zee overgebracht waar het onder den naam van zeerecht van Wisby (een Duitse hanzestad op het eiland Gotland) in gebruik qenomen werd.

De kooplieden uit het Iberisch schiereiland brachten zelf hun eigen waren, alsook deze uit Noord-Afrika, naar Brugge, onder meer: wijn, olie, zeem, ijzer, huiden; leder, enz. Ze speelden een grote rol in de Brugse handel. In de 14de eeuw waren ze na de Duitsers het talrijkst te Brugge vertegenwoordigd.

Het is enkel in het begin van de 14de eeuw dat de eerste ltaliaansche schepen in ‘t Zwin kwamen, eerst waren het enkel Genuezen, weldra gevolgd door de Venetiërs.

Rond 1300 werd een lijst opgemaakt van de landen die hun waren naar Brugge zonden en die als titel draagt: ‘Ce sont li roiaume et les terres desqueux les marchandises viengnent à Bruges et en la terre de Flandres …’

Daarin staan vermeld: Engeland, Schotland, Ierland, Noorwegen, Denemarken, Zweden, Rusland, Hongarije, Bohemen, Duitsland, Polen, Luik, Bulgarië, Navarra, Aragon, Castilië, Leon, Andalusië, Granada, Galicië, Portugal. Fez, Marokko, Segelmesse (aan den voet van het Atlasgebergte), Bougie, Tunis, Mallorca, Sardinië, Constantinopel, Jeruzalem, Egypte, Armenië, Tartarije, Frankrijk, Poitou, Gascogne en Sicilië.

De Brugse haven

De oudste verbinding van Brugge met de zee was langs het Oude Zwin dat langs Koolkerke, Eienbroek, Schapenbrugge en het Hazegras in de zeearm van het Zwin liep niet ver van de zee.

Deze waterweg behoorde toe aan de stad Brugge tot aan Schapenbrugge.

Niettegenstaande het in rechte lijn naar de zee liep, schonk het Oude Zwin voorzeker geen voldoening, want van af 1180 wordt een anderen waterweg gebruikt: de Reie die van Egem kwam, door Brugge liep om op de plaats waar nu de stad Damme ligt, in den zeearm van het Zwin uit te monden.

Aan de monding van de Reie had de stad Brugge dijken opgeworpen en een zeesluis gebouwd. Errond had ze de stad Damme gesticht, die voortaan de voorhaven van Brugge zou zijn.

Langs het Zwin werden nog andere plaatsjes gesticht en met stadsrechten voorzien; namelijk Monikenrede (het Z.O. gedeelte van de gemeente Oostkerke) dat vermeld wordt in 1226. Hoeke werd gesticht door de Duitsers in 1252-1253 ten gevolge. van onderhandelingen tussen de Duitse kooplieden en den graaf van Vlaanderen. Mude bestond reeds in 1210 en Sluis, dat later na het verzanden van het Zwin de voorhaven van Brugge zou worden, werd gesticht rond 1290.

Al deze stadjes vormden de Brugse haven, of, zoals in de Engelse oorkonden van 13de eeuw staat: ‘de haven van het Zwin’.

Het zeesas dat te Damme aan de monding van de Reie lag behoorde aan de Stad Brugge. het was van speciaal maaksel, de deuren werden in de hoogte gewonden en de schepen moesten eronder doorvaren. Reeds in de oudste tijden moet het zo geweest zijn, want in de Brugse stadsrekening van 1285 vinden we een betaling: ‘Item, tune carpentariis et laboratoribus ad windaes : 83 s. 4 d.’ zo kwam het dat er geen zeeschepen naar Brugge vaarden, omdat ze hun masten hadden moeten neerleggen. De zeeschepen in het Zwin laadden hun waren over in binnenlanders die naar Brugge vaarden. De bewering van Duclos dat het Vuulreitje (nu Annonciatenstraat) vroeger de haven van Brugge was, steunt op een kaart uit de 18de eeuw, die bewaard wordt in het Gruuthuze museum.

De havens van het Zwin hadden geen kaaien, het waren getijdehavens. De schepen werden bij hoog water naar den boord van het water getrokken en daar op het droge gezet, zoals we zien in de beschrijving van de vloot van Filips-August die in 1213 te Damme door de Engelsen aangevallen werd: ‘… puis alèrent assaillir Jes grans nés qui estoient plus priès de la ville del Dam, mais elles estoient à sec sar la terre traités …’ (‘.. daarna trokken ze op om de grooter schepen te overvallen, die dichter bij de stad Damme lagen, maar deze waren op het droge getrokken…’) ..

De zeevaart geschiedde vroeger enkel in de zomer, omdat er te veel nevel en stormen waren tijdens de wintermaanden. Als de winter aankwam hadden de schippers van Harderwijk en Kampen de gewoonte om hun schepen tussen Hoeke en Sluis op het droge te trekken en langs de landweg naar huis te gaan.

De binnenscheepvaart geschiedde bijna uitsluitend tijdens de winter, omdat er toen alleen water genoeg was om te varen. Vele oude contracten voor de levering van steen of hout, bepalen dat de levering moest geschieden ‘met het eerste winterwater’, dus van zodra de waterwegen bevaarbaar waren.

Maar om de verbinding tussen Brugge en zijn voorhaven tijdens de zomer in stand te houden, ‘t is te zeggen wanneer de zeeschepen in het Zwin kwamen, was de Reie tussen Brugge en Damme ingedijkt en werd er langs het zeesas van Damme zeewater ingelaten.

Hier volgt een uittreksel uit een akte van 1288, die een einde stelde aan het geschil tussen de stad Brugge en de watering van Romboutswerve te Koolkerke, over het onderhouden van de dijken van de Reie, en waarin dit beschreven staat : ‘… et les boines gens ki ont leurs tières de Remboudswerf, nord de Ie Roie ki ceurt entre Bruges et Dam, … d’endroit de ce ke ils demandèrent et disent ke cil de Bruges devoient et estoient tenut de warder et tenir tous les dis lor tières de Remboudswerfs levant encontre Ie Roie par le raison de ce ke cil de Bruges feisaient quand il leur pleisoit, monter et avaler l’eawe de le dite Roie par leur espoie dou Dam permener et remenet leur marchandise à nef einsi carne il leur plaisoit …

(‘… en de goede lieden waarvan het land ligt in de watering van Romboutswerve, ten Noorden van de Reie die van Brugge naar Damme loopt, … op het feit dat zij beweerden dat de stad Brugge verplicht was de landerijen van Romboutswerve tegen de Reie te beschermen, om reden dat de stad Brugge, wanneer het haar paste, het waterpeil van de Reie verhoogde of verlaagde door middel van haar zeesluis te Damme, om de schepen met koopwaren naar of uit de stad te laten varen, wanneer het haar paste … ‘)

Tot rond 1250 was de Brugse handel actief, Brugge voerde zelf waren uit en in op eigen schepen. Deze schepen waren eerst de visserschuitjes van het Zwin, die meer konden verdienen met het vervoer van waren als met vissen, Later waren het schepen die speciaal voor den handel gebouwd werden, maar het waren geen zeeschepen zoals op onze dagen. We bezitten de beschrijving van de lading van zulk een scheepje van rond 1300, dat in Engeland aangeslagen was. De lading bestond uit twee vaten wijn, een honderd hectoliter zout, meel en appels, twee ton erwten en nog twee ton zout. De zeevaart bracht toen veel op: het schip was 15 Engelsche ponden waard en de lading 16 pond, de vrachtkosten beliepen 6 pond, dus meer dan een derde van de waarde van de lading, en ook van de waarde van het schip.

De oudstbewaarde statistieken van de zeeschepen die te Sluis aankwamen, zijn uit het jaar 1486-1487. Tijdens dit jaar waren er 73 schepen ingekomen met een lading van 8.272 ton. De gemiddelde maat van de schepen was dus 113 ton, het kleinste mat 40 ton, de drie grootste. samen 800 ton, het grootste dus ± 300 ton, de meeste schepen maten tussen 100 en 200 ton. Een ton of vat was 2.000 pond of 928 kgr.

De binnenscheepvaart was ook heel klein. We bezitten de opgave van al de schepen die tussen Brugge en leper vaarden in de jaren 1395-1404. Gedurende deze negen jaren vaarden er 461 schepen tussen de twee steden, waarvan de grootste zes ton maten.

Ziehier de data en het getal schepen die ieder winter tussen beide steden vaarden :

1395-1396, van 23 november tot 28 december en van 4 tot 16 Februari: 33 schepen.

1396-1397, van 27 november tot 2 april: 50 schepen 1397-1398, van 9 januari tot 13 maart: 50 schepen.

1398-1399, van 21 november tot 28 januari en van 24 Februari tot 14 Maart: 68 schepen.

1399-1400, van 1 tot 10 december en van 5 Januari tot 24 maart: 74 schepen.

1400-1401, van 20 december tot 20 februari: 39 schepen.

1401-1402, van 16 november tot 2 april: 57 schepen.

1402-1403, de 25ste februari: 22 schepen.

1403-1404, van 2 januari tot 23 april: 68 schepen.

Uit ‘Brugge op het Einde van de XIIIe Eeuw’ uit 1933

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>