Het gehucht Abele

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       7 months ago     312 Views     Leave your thoughts  

Wat voorafging

Dit nieuw bestuur zorgde voor nieuwe geschillen met het hof van Cassel. Vooral kwesties van belastingen en de werking van het bestuur. Jan-Baptst Brutsaert, de schepen van parochie en graafschap en Pieter Francies De Baenst, de griffier van Douvie werden afgevaardigd om met het hof van Cassel tot een overeenkomst te komen. Daarvoor onderhandelden ze met raadpensionnaris De Graeve.

Tijdens de algemen vergadering van 18 juli 1788 werden volgende beslissingen overeengekomen:
1. Aan de vazallen van Cassel een rekening te sturen van al de binnenkosten t.e.m. 1787 met de bedoeling om het overschot te doen gelden ter ontlasting van de verschuldigde hulpgelden aan het hof.
2. Met 1788 een eigen rekening aan te houden zonder de inbreng de herstelling van de bruggen en dergelijke werken. Want die vielen op last van de kasselrij. Net zoals de kosten van het bestuur van de Generaliteit omdat het Frans kanton zijn eigen bestuur moest hebben en dus ook moest betalen.
3. Rond de kerkpleging blees alles bij het oude.
Bestuurlijk is dit grondgebied in zijn totaliteit overgegaan naar Steenvoorde. Dat gebeurde na de Franse overwinning in ons land. Kerkelijk geschiedde de overgang met het concordaat dat op 15 juli 1801 ondertekend werd tussen Napoleon en paus Pius VII. Dit concordaat werd pas afgenodigd op 8 april 1802.

De grensbepaling is gebeurd conform een traktaat tussen Frankrijk en de Nederlanden, gesloten te Kortrijk op 28 maart 1820. Het kwam er op neer dat tussen Watou en Houtkerke, beginnende aan de monding van de Moenaertbeek in de Heybeek. De grens volgt de as van deze waterloop op bijna 280 m van de Steendam tot aan de waterloop welke Houtkerke van Winnezeele scheidt. Ze loopt verder parallel met de Heybeek tot aan de monding van de Hazewindbeek, een gemeenschappelijk punt tussen Winnezeele, Steenvoorde en Watou.

Diezelfde Heybeek loopt verder tot aan de haag van de weide van Louis De Poers waar een paalsteen aan de rand van de beek geplant is. De grens volgt verder deze haag tot aan de Warandedreef en verder tot aan de weide van Aimé Lardeur waar een tweede paalsteen staat. Daar loopt de scheiding 968 m verder langs de Warande en van daar volgt de haag een weide tot de Schietelstraat en het land van Jan Beheydt, waar een derde paal te vinden is en om van daar in rechte lijn te lopen tot aan de Warandebeek en een vierde paal.

Daarna volgt ze verder de beek tot aan het midden van de Callecanestraat waar de beek doorloopt en geldt als natuurlijke grenspaal. De frontieren lopen deze straat tot aan de weg van Poperinge naar Steenvoorde; aan de herberg genaamd ‘Callecanes’, diende als natuurlijke paal. Van deze kruisstraat volgt de weg Poperinge-Steenvoorde, oostwaarts tot aan de brug die Godewaersvelde scheidt van Boeschepe. Van hier volgt ze verder de as van de steenweg tot den Abeele, keert de Kruisstraat, lopende naar Boeschepe en volgt deze straat tot het gemeenschappelijk punt van de drie gemeenten Boeschepe, Poperinge en Watou.

Ik keer nu even terug naar de slag van Cassel in 1328. Watou moet in die tijd in evenredigheid met de buurgemeenten zowat 1000 inwoners bezeten hebben. Bij een identieke berekening waren er in Elverdinge 250, Reninge 265, Roesbrugge 300, Alveringem 385 en te Beveren 400 inwoners. Volgens tellingen van 24 april 1688 waren er 1483 inwoners.

Op 18 november 1697 leefden er 1487 bewoners. Men kon ze indelen in 287 mannen, 283 vrouwen, 75 grote jongens, 77 dochters, 305 kleine jongens, 269 meisjes, 98 dienstboden en 93 meiden. Onder de bevolking vond men 190 landbouwers, 4 brouwers, 7 herbergiers, 4 molenaars, 1 procureur, 2 baljuws, 1 schoolmeester, 6 kleermakers, 8 renteniers, 2 winkeliers, 2 heelmeesters, 1 slachter, 7 sergeanten, 1 notaris, 122 werklieden, 1 snijder, 2 stoeldraaiers, 3 hoefsmeden, 5 timmerlieden, 1 kuiper, 2 wevers en 1 strodekker. Op 21 juni 1811 kende Watou 2359 inwoners en 484 huizen. Tegenwoordig heeft de oppervlakte van 3123 hectare en een bevolking van 3775, verspreid over 654 woningen.

Abele
Het gehucht Abele, ongeveer 5 km ten zuiden van de dorpsplaats van Watou, is waarschijnlijk zijn ontstaan verschuldigd aan de Romeinse heirbaan die loop van Cassel door Steenvoorde, Abele, Poperinge en Esen naar Brugge. Dit punt is een natuurlijke rustplaats voor reizigers tussen Steenvoorde en Poperinge. Er is daar een station van de spoorweg gekomen na het leggen van de baan van Poperinge naar Hazebrouck.

De 12de december 1772 werd er door de wet bevestigd dat Abele de enige wijk was van de parochie Watou. ‘Certifieeren dat er alhier maer is bevyndende het gehuchte, genaemt den Abeele, ten deele geleghen onder deze prochie ende ten surpluyse onder de jurisdictie van Poperinghe ende prochie van Boeschepe, Fransch gebied.’

Voor het verdrag van 1779, en zoals het grondplan van 1713 dat ook aangeeft, was heel de Abeleplaats op Vlaamse bodem gelegen. De afpaling aan de zuidkant was de richting van een straat die nu niet meer bestaat, toen palend aan de gemeenten Boeschepe en Godewaersvelde, lopend naar Steenvoorde. Aan de oostelijke zijde ligt de jurisdictie van Poperinge en het grondgebied van Watou voor de andere gewesten. Deze verdwenen kronkelende straat werd vervangen door een rechtlijnige weg. Dat gebeurde onder het bevel van de prins van Oranje op 8 april 1677.

De geestelijke bediening werd uitgevoerd door een kapelaan die de mis kwam lezen in een kapel, toegewijd aan O.L.-Vrouw. Tijdens de Franse omwenteling werd de kapel samen met het huis van de onderpastoor (nu de pastorie) en de woning van de koster (nu de vrije knechtenschool) als natiegoed verkocht aan Jan-Baptist Bollaert van Poperinge. Om aan het godvruchtig verlangen van hun vader te voldoen, hebben zijn zonen Lodewijk en Pieter, eigenaars te Poperinge, bij akte van 16 december 1829, alles teruggeschonken. Op voorwaarde echter dat in het geval dat de kapel zou afgeschaft worden of dat er geen bediening meer zou gebeuren door een onderpastoor de tienden zouden overgaan naar de kerk van O.L.V. van Poperinge.

In 1844 was deze toestand nog niet veranderd. Tenzij dat de dienst van de kapel naar een Franse onderpastoor was overgegaan. De kapel is nu verdwenen. Er pronkt nu een mooie kerk op het grondgebied van Boeschepe, bediend door een pastoor. Het behouden deel aan Watou is afhankelijk van de moederkerk; Sint-Bavo. Na deze scheiding van Frankrijk, krachtens het traktaat van Aken, is hier een tolbureel ingericht geweest en tot heden actief gebleven. Door de grensverandering is Abeleplaats voor de nationaliteit in twee gescheiden. De zuidkant behoort toe aan Frankijk, de noordkant aan België.

Wordt vervolgd ….