Het gravinnegat

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 year ago     566 Views     Leave your thoughts  

Mathilde, de vorstin van Veurne
Mathilde, de vorstin van Veurne, heeft het wel erg bruin gebakken tijdens de oorlog. Terwijl ze de voorbije jaren veel taksen heeft geheven op de kap van de bevolking met als alibi de versterking voor de oorlog, vluchtte ze bij het uitbreken van die oorlog met al haar hebben en houden naar Brugge. Ze liet de Veurnenaars aan hun lot over. Die laffe vlucht van Mathilde beroert de bevolking. Terwijl de mensen van Ieper zich in veilige bescherming voelden, moesten die van Veurne vol angst de Franse plunderingen ondergaan.

En nu de oorlog voorbij is, komt madame gewoon terug naar haar hof in Veurne. Alsof er niets gebeurd is. Het belastingsgeld van haar douarie wordt gewoonweg verder besteed aan uitbundige pracht en praal en aan de vele adellijke gatlikkers die rond Mathilde zwerven als vliegen rond de stroop. Veurne is in 1200 een dichtbevolkte stad geworden. Het paleis van Mathilde bevindt zich op de plaats waar zich veel later het college en het Capucienenklooster zullen bevinden en zal na de dood van de gravin aan de Tempelheren worden geschonken om vervolgens het eigendom te worden van de ridders van Sint-Jan van Jeruzalem. De bevolking van Veurne is dergelijke hoge belastingen niet gewoon en revolteert.

De ‘zeune Rijckewaerts’, Rijckewaert Blauvoet, een adellijke streekridder uit een voorname en rijke Veurnse familie organiseert het verzet tegen de zware belastingen van Mathilde. Ook Herbrecht van Wulverghem de schoonbroer van zeune Rijckewaerts, sluit zich aan bij het verzet dat allengs wordt gedragen door zowat heel Veurne-Ambacht. De verontwaardiging is groot: ‘men wil ons wijs maken dat die nieuwe taksen tot de onderneming van de vierde kruisvaart en tot ondersteuning van de krijg tegen de ongelovigen moeten dienen. Maar dat is een vals voorwendsel want de gravin Mathilde denkt niet méér aan het Heilig Land dan wij, de gewone mensen, het is zij zelf die geld met hele handvollen moet hebben om haar poetsmakers, haar zangers en dansers te betalen!’

Herbrecht sluit zich aan bij de Rijckewaerts
Rijckewaert en Herbrecht besluiten om geweld te gebruiken als de belastingsambtenaren, de conincstabels, aandringen op het betalen van de belastingen. De officieren van Mathilde die op 15 november 1201 de parochies doorlopen om de belastingen te innen worden door de bende van Rijckewaert Blauvoet om het leven gebracht. Ryckewaert, verantwoordelijk voor de dood van een groot aantal officieren van de gravin, wordt uiteindelijk aangehouden. De soldaten van Mathilde voeren Rijckewaert Blauvoet, te midden van een grote volkstoeloop, naar de gevangenis van de Burcht te Veurne waar hij achter de tralies vliegt. De 16de november 1201 is het prijs!

De bevolking komt in opstand tegen de gevangenschap van de man die zich behartigt om hun welstand. Herbrecht van Wulveringem zweert zijn schoonbroer te zullen wreken. Hij trekt heimelijk de stad uit en verzamelt een groot aantal aanhangers, die allen verbitterd zijn om de nieuwe belastingen van de gravin en om de aanhouding van Rijckewaert. Ze besluiten in groep Veurne binnen te vallen. Binnen de stad verzamelt een zekere Siegbrecht Ysengrim, raadsheer, mede-ontwerper van de hatelijke belastingen en lieveling van de oude gravin al het krijgsvolk dat achter de gravin is blijven staan. De beschermers van Mathilde gaan op de marktplaats van de stad in de clinch met de bende van Herbrecht.

Waar de Ysengrimmers de akkers beploegen
Het wordt een hard en bloedig gevecht daar op de markt van Veurne. Hoe het zal aflopen lijkt even minder duidelijk, maar diegenen die Ysengrim hebben gevolgd worden tenslotte overmand. Velen sneuvelen. De rest neemt lafhartig de vlucht en dat terwijl hun leider in groot gevaar verkeert. Ysengrim blijft zich dapper verweren maar de overmacht is te groot en hij valt dodelijk gewond neer op de grond. De overwinning is binnen voor de heer van Wulveringem die zich onmiddellijk naar de gevangenis van de burcht begeeft en er Ryckaert of Rijckewaert Blauvoet en de andere gevangenen vrijlaat.

Hij steekt vervolgens het imposante gebouw in de fik. Herbrecht en zijn manschappen trekken zich nu terug in zijn versterkt kasteel in Wulveringem. Ondertussen is een bittere vete ontstaan tussen de mensen die achter Ryckaert staan (de Blauvoetijners) en diegenen die Siegbrecht genegen zijn. De Ysengrimmers. Ik word getroffen door de intense schoonheid van een gedicht in de jaarboeken van Veurne. Een tekst die absoluut thuis hoort in de ‘Kronieken van de Westhoek’! Lees maar.

Dat ’t blankachtige strand ’s Blauvoetijners lekt, en de streken,
Waer oud Vlaenderens oord tot moerassigen oorden zich uitbreidt,
En waer, immer te weere gewapend met zwaerden en lansen,
De Ysengrimmers, te midden des oorlogs, de akkers beploegen,,
En waer Veurne de velden bevrucht, niet verre van ’t zeestrand,
En waer de Belg zijn, gansch tot puine vervallene, haerdgoôn
Toont, en gezonkene huizen, getuigen van vroegere rijksmacht.

De locatie waar Ysengrim wordt verslagen ligt op de hoek tussen de Markt en de Zuidstraat, een plek die sindsdien in de archieven bestempeld wordt als de ‘Ysengrim Hoek’. Op 14 maart 1393 zal koning Filips de Stoute per abuis de plaats betitelen als ‘Engel Hoek’. Wanneer de graaf van Vlaanderen, Boudewijn IX verneemt wat er gebeurd is in Veurne-Ambacht, stuurt hij een grafelijke delegatie met krijgslieden naar Veurne om er de rust te herstellen. Dat lukt ook. Hoewel het niet duidelijk is of er gevechten plaatsvinden. De heer van Wulveringem, het hoofd van de Blauvoetijners, en zijn kopmannen zijn op de vlucht geslagen. Ze worden door de graaf voor eeuwig uit Vlaanderen verbannen en hun goederen worden aangeslagen.

De strijd tussen de Blauvoetijners en de Ysengrimmers
De Blauvoetijners hebben geluk dat de nieuwe kruistocht er aan komt. Ook de graaf vertrekt op missie. Boudewijn IX heeft nog maar net het land verlaten om zich naar Palestina te begeven of een stoutmoedige Herbrecht van Wulveringem keert terug naar Veurne-Ambacht. We bevinden ons opnieuw in Wulveringem. Het jaar 1204. Herbrecht is er terug in zijn kasteel. De mannen van heel Veurne-Ambacht trekken naar Wulveringem om zich aan te sluiten bij de Blauvoetijners. Die verdomde belastingen moeten weg! Het leger van de Blauvoetijners valt op een vroege morgen Veurne binnen. De verraste Mathilde krijgt amper de tijd om haar biezen (en haar juwelen) te pakken en weg te vluchten naar Sint-Winoksbergen.

De Blauvoetijners laten zich bij hun terugkeer binnen Veurne door verschrikkelijke en brutale moedwilligheden kennen. Ze plunderen en verbranden het paleis van de oude gravin, vernielen zonder mededogen de woningen van de Ysengrimmers, en gaan vervolgens, het hele vlakke land door, wraakzuchtig op zoek naar allen die verknocht zijn aan Mathilde van Portugal. De weduwe van Filips van den Elzas zoekt hulp bij Philips Augustus, de koning van Frankrijk. De machtige monarch stuurt een legerkorps soldaten vanuit Artois en verzoekt enkele Waalse edelen om zich te vervoegen bij de aanhangers van Mathilde.

Ze stelt zich aan het hoofd van haar leger dat op weg gaat naar de weerspannigen. De 6.000 Blauvoetijners worden aangevoerd door hun kopstukken Herbrecht, de heer van Wulveringem, Ryckaert Blauvoet, de heer van Pervijze en Wauter, de heer van Hondschote. De Ysengrimmers ontmoeten ter hoogte van Bulskamp grote weerstand van de Blauvoetijnse boeren, maar slagen er in hen te doen wijken. Het gros van het leger van Herbrecht bezet het dorp Houthem tussen Veurne en Brugge. Mathilde valt de rebellen in volle kracht en van alle kanten aan zodat ze een zware nederlaag lijden. De Blauvoetijnen voelen zich genoodzaakt te vluchten via de Broeken. Langs de Moerkant trekken ze vertwijfeld naar het dichtbij gelegen kasteel van Wulveringem.

De Ysengrimmers bestormen ’t kasteel van Wulvergem
Na deze belangrijke overwinning willen de Ysengrimmers nu het kasteel van Wulveringem belegeren. Maar daags voordat de aanval zal worden uitgevoerd, krijgt Herbrecht opnieuw grote bijstand van de bevolking die zich bij hem voegt op het kasteel. Mathilde is op komst met stormrammen en al het nodige zwaar gereedschap om de vesting van Wulveringem open te breken. Maar Herbrecht laat zich niet opsluiten en stelt zijn volk op in het veld rond zijn kasteel. Er ontstaat een furieus gevecht tussen de Blauvoetijners en de Ysengrimmers en laatstgenoemden moeten noodgedwongen wijken na ongehoord veel verlies van volk. Mathilde moet een tweede keer vluchten en vertrekt andermaal met het overschot van haar leger naar Sint-Winoksbergen dat ze met de hakken over de sloot bereikt.

1205. De tijding van de dood van Boudewijn IX die zich tot keizer van Constantinopel had laten kronen, komt in Veurne-Ambacht juist van pas om de rebellen nog meer rebels te maken. Het voorbije jaar zijn de rellen tussen de Blauvoetijners en de Ysengrimmers schering en inslag. Elk van de partijen rooft, moordt en brandt er op los. De hele Westhoek is met deze burgeroorlog een levensgevaarlijke landstreek geworden. De Ysengrimmers vallen in 1205 het kasteel van Oeren aan en schieten de eigenaars, Blauvoetijners en broers Omaer en Jan Knibbe dood. Ook de versterkte woning van Jacob Veyse wordt in brand gestoken en zijn hele gezin wordt door de Ysengrimmers geliquideerd. In Steenkerke wordt Geeraert Sporkin verkoold in zijn eigen huis. Het is maar al te duidelijk dat het gros van de adel van Veurne-Ambacht zich in het kamp van de Blauvoetijners bevindt. Ook zij laten niet na om de Ysengrimmers te beroven en te doden.

De aanval op het kasteel van Oeren
In heel de casselrie van Veurne is het allemaal moorden en branden die de klok slaan. Ook in de casselrie van Sint-Winoksbergen is het onrustig want ook daar kan de bevolking de lasten die Mathilde hen oplegt amper dragen. In Hondschote ontmoeten de Blauvoetijners een bende brandstichtende Ysengrimmers. Tijdens een zware schermutseling worden 50 Ysengrimmers gedood. De Blauvoetijners besluiten de Ysengrimmers finaal het land uit te drijven en om Sint-Winoksbergen te belegeren. Vierduizend man verzamelen zich onder leiding van de onversaagde Herbrecht. Wouter van Hondschoote komt de Blauvoetijners met veel edellieden versterken en gooit 3000 nieuwe misnoegden van Bergen-Ambacht in de strijd. Maar het internationale blauwe bloed waakt. Ons kent ons! Christiaen van Praet, de grootbaljuw van Sint-Winoksbergen en de Luxemburgse ridder Gerard du Fay, allebei mannen van uitstekende dapperheid, zweren om de gravin tot ter dood bij te staan en sturen een omvangrijk leger naar Sint-Winoksbergen.

1206: de slag om Sint-Winoksbergen
Tijdens de slag om Sint-Winoksbergen gaan de belegerden met alle kracht in de aanval. Het is een uitbraak die de Blauvoetijners zuur opbreekt. Ze krijgen er van langs als nooit tevoren. Méér dan 3000 Blauvoetijners sneuvelen op het slagveld. De nederlaag is zo bloedig dat de maandag waarop de strijd doorgaat de naam krijgt van ‘Rode Maandag’. Eind 1206 lijkt er een einde gekomen te zijn aan de burgeroorlog in de Westhoek. Maar Nog is de ellende niet voorbij. De Blauvoetijners die het gevecht overleefden, verspreiden zich nu in de dorpen en splitten zich in kleine bendes die met een nog grotere hardnekkigheid de aanhangers van de oude gravin blijven kwellen. Mathilde durft zich nog altijd niet te vertonen in de dorpen van Veurne-Ambacht. Het is en blijft een netelige toestand voor de gravin.

Ze besluit om bescherming te vragen aan Arnold II, graaf van Guisnes, die haar voorstelt om voor zekerheid te kiezen en om in zijn kasteel in te trekken. De Blauvoetijners zien één en ander niet graag gebeuren. Ze zitten op hun tandvlees na die vele veldslagen en nu nog de tegenstand erbij krijgen van het machtige leger van de graaf van Guisnes is er te veel aan. Ze starten onderhandelingspogingen om tot vrede te komen met de gravin. Mathilde is opgelucht dat de goede wil bij haar weerspannige bevolking eindelijk aan het terugkeren is en schenkt maar al te graag vergiffenis en kwijtschelding.

Dat is niet het geval voor de aanstokers! Ryckaert Blauvoet, Herbrecht van Wulverghem, Wauter van Hondschote en enkele andere kopstukken worden uit Vlaanderen verbannen en hun goederen worden verbeurd verklaard. Het grootse kasteel van Wulveringem waar Mathilde haar bloedige nederlaag heeft moeten slikken, wordt volledig vernield. De slotgrachten worden voor de helft opgevuld. Het kasteel van Hondschote wordt afgebrand en van het kasteel van Pervijze blijft alleen puin over. Puin dat sindsdien onder de naam van ‘Blauvoets-Walle’ bekend staat.

Het Ooievaarsnest in Wulveringem
Nog een woordje over het verwoeste kasteel van Wulveringem. Het kasteel is het eerste leenhof van de parochie Wulveringem dat daarom trouwens ook die naam draagt. In die tijd is het immers de gewoonte dat de parochies de naam dragen van hun voornaamste leenhof. Na zijn verwoesting door Mathilde, wordt de grond van het kasteel verkaveld in 50 nieuwe achterlenen elk van 200 gemeten grootte. Later zullen die achterlenen verder verdeeld worden in andere lenen zoals bijvoorbeeld het ‘Ooievaarsnest’ (anno 2010 in de Sikkelstraat) een leen van 75 gemeten en ietwat meer naar het westen toe, niet zo ver van de Moeren het leen ‘Het Zwaantje’, gebouwd op een hoge wal waar nog de restanten van oude gebouwen zullen worden teruggevonden.

Het Zwaantje zal lange tijd eigendom zijn van de graven van Vlaanderen tot dat graaf Lodewijk van Male het zal schenken aan zijn vijfde bastaardzoon Jan zonder Grond, die het zal doorgeven aan zijn erfgenamen. Het kasteel van Rijckewaert Blauvoet staat volgens de overlevering op de plaats die tegenwoordig omschreven wordt als ‘Blauvoetijnenwal’ waar zich nog steeds het Blauwhuis bevindt. Het oorspronkelijke leen wordt door de gravin verdeeld in 36 nieuwe achterlenen. Het spel van de Blauvoetijnen is definitief uitgespeeld. Nadat de vrede is teruggekeerd komt Mathilde in 1208 naar Veurne terug. Zij laat haar paleis heropbouwen en blijft er wonen tot in 1213 wanneer de oorlog tussen de Franse koning Philips-Augustus en haar neef, graaf van Vlaanderen Ferdinand van Portugal, de rust en veiligheid in Veurne-Ambacht grotendeels in het gedrang brengt.

Dood in het gravinnegat
Tijdens de oorlog van 1213 zullen de oude vijanden, de Blauvoetijners en de Ysengrimmers, zijde aan zijde vechten voor het vaderland. Geeraert, heer van Krombeke en Thomas, heer van Lampernisse laten er het leven. Mathilde van Portugal sterft op 20 mei 1218 na een ongeval met haar koets na een bezoek aan de abdij van Ter Duinen. Het voertuig kantelt in een diepe put vol modder en Mathilde sterft door verstikking. De plaats waar de gravin valt, wordt aanvankelijk ‘gravinnegat’ genoemd en later door onwetendheid of vergetelheid omgedoopt tot ‘koninginnegat’. Het lichaam van Mathilde wordt naar Veurne gebracht waar het gebalsemd wordt en in een loden kist neergelegd.

De rouwstoet van Veurne naar de abdij Ter Duinen wordt vergezeld door zowat de hele Vlaamse adel en door Johanna van Constantinopel, de gravin van Vlaanderen. De bisschop van Terwaan gaat de begrafenisdienst voor en Mathilde wordt ter aarde besteld in de kerk van Ter Duinen. Later zal ze opnieuw begraven worden naast haar man Filips van den Elzas in het klooster van Clairvaux. Veel kloosters en kerkelijke instellingen zullen profiteren van haar indrukwekkende nalatenschap.

Uit Deel 2 van ‘De Kronieken van de Westhoek’

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>