Het Hellegat, een hof van Eden

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       4 months ago     181 Views     Leave your thoughts  

Hoevelen komen niet op de Rodeberg en vermoeden niet eens het bestaan van het Hellegat! Zij volgen de sleur van de getrokken wegen en slaan nooit eens een zijpad in. En toch! Aan de noordzijde van de Rodeberg ligt het Hellegat: het schoonste ravijn van de West-Vlaamse Bergen, een wild hoekje in deze heerlijke romantische streek, waar ieder wegeltje nieuwe ontdekkingen brengt. Lariksen en donkergroene dennen zingen er wiegeliederen, en verrukkelijk overschaduwde paadjes leiden er naar de diepte. Daar ontspringt, vijftig meter lager dan de top, in een warreling van tientallen haarvaatjes, de Hellegatbeek, die straks, samen met de Sulferbergbeek, een amoureuze tocht door velden en weiden zal beginnen naar de glorieuze IJzer en de Noordzee.

Maar de hoogten blijven steeds lokken … Of ge hier komt in de lente, als duizenden wilde hyacinten de vochtige hellingen blauw als de hemel kleuren of de bremstruiken hun gele vlammen tegen het eerste prille groen aftekenen, of in de zomer als van hoog op de· top het panorama van dat weidse amfitheater en van de eindeloze korenvelden u betovert, of zelfs als koning Winter zijn Breughelse landschappen openvouwt, nooit zult ge hier vergeefs gekomen zijn.

Laat uw blik gaan van berg tot berg, ontdek er steeds nieuwe vergezichten, ginder de drie torens van Poperinge, daar Iepers kathedraal en het belfort, twee samengevouwen handen. Laat uw blik dan weerkeren en zoek : als een klad rood ligt er Westouter aan de voet van de heuvels … en ginds in het westen welft zwaar de Katsberg met de Trappistenabdij.

Meer dan zestig jaar geleden reeds kwamen toeristen en wandelaars de schoonheid van de streek bewonderen : het Hellegatbos was een oerwoud in miniatuur, terwijl op andere plaatsen dertig-meter-hoge lariksen hun kruinen opstaken. Toen woonde hier, te midden van het bos, afgezonderd van de rest van de wereld, Sientje van ‘t Hellegat met haar man, twee miseriemensen, typen van rasechte schuwe bosbewoners. Hun hutje was gans overgroeid met doornen en tak.ken en zij leefden bijna alleen van wat de mildheid der bezoekers hun toereikte. Maar de oorlog kwam en Sientje ging, weliswaar tegen wil en dank, in het Oudevrouwenhuis van Westouter sterven, ver van haar Rodeberg.

“Wie zou niet ziek worden van verdriet, die hier zijn leven lang had mogen kijken op de Molenberg, de Katsberg, de Sulferberg en al die torens, en weet dat het leven niets betekent zonder die hoogten en die torens”!

Na twee oorlogen, verwoestingen en plunderingen, heeft de natuur er weer haar rechten verworven en het Hellegat is weer geworden zoals de heer Crahay, inspecteur-generaal van Waters en Bossen, het bij zijn bezoek in 1911 vond, toen de Belgische Staat het domein aankocht. ,,Er is niets zo schoon van Brussel tot Nancy, en nochtans ken ik er tot de kleinste hoekjes!” riep deze ambtenaar en natuurminnaar uit, nadat hij het Hellegat in alle richtingen had afgewandeld en de machtige panorama’s had bewonderd.

Het Hellegatbos heeft een oppervlakte van ongeveer 8 ha ; het is staatsdomein en voor het publiek toegankelijk. Ten einde de wandelgelegenheid hier nog uit te breiden werd in 1953 het “Kotje Piepersbos”, een strook jong bos van circa 3,5 ha langsheen de Hellegatbeek, door het gemeentebestuur van Westouter aangekocht en eveneens voor het publiek opengesteld. Vanzelfsprekend is het eigenlijke Hellegatbos het rijkst aan houtsoorten : op de hoogste delen tieren de grove den en de lariks, op de hellingen staan reeds machtige beuken, terwijl lager een rijke verscheidenheid van loofhout groeit (essen, tamme kastanjes, witte berken, elzen, e.a.).

Tijdens de zomer 1963 werd hier een nieuw modern zwembassin aangelegd dat een werkelijke aanwinst voor de recreatie op de Rodeberg betekent.

Op de hoge boord van de Rodeberg, aan de noordzijde, is een mooi gezichtspunt, dat echter voor een groot gedeelte geschonden is door de schreeuwlelijke gebouwen van een vakantiehuis. In de buurt van dit uitkijkpunt lag eertijds de “kring der muzikanten”, zo geheten naar een muzikale gebeurtenis uit het jaar 1859. Wijlen J. Van Dromme, burgemeester van Westouter, heeft in 19ll het verhaal ervan opgetekend uit de mond van drie medespelers. Wij laten het hier in al zijn sappigheid volgen, zoals burgemeester Van Dromme het ons mededeelde:

,,Op Aswoensdag 1859 deed het nieuw gesticht muziek van Westouter een uitstap naar de Rodeberg. Het was hun eerste uitgang, en op de verhevenheid noordwest van de berg bij Constantyn Comyn boven het Hellegat, toebehorende aan Mr Jacobus Boerave, secretaris der gemeente en voorzitter van het muziek, verhevenheid genaamd Boerave’s Hoveken, een der schoonste punten van de berg, speelde het muziek zijn eerste stukken : een pas redoublé en een marche die zij met moeite konden uitvoeren. Op dezelfde plaats waar zij gespeeld hadden wierden zoveel sparren geplant in een ronde als er muzikanten waren en een in ‘t midden voor de president, zo men mij zegt. 1911 stonden er nog eenentwintig in de ronde met veel tussenplaatsen ; de spar van het midden was verstorven en verdwenen.

Daarna zijn zij naar de herberg “Sebastopol” gegaan (langs de straat van ‘t Nachtegaalken of ‘t midden van de berg aan de zuidkant) en in ‘t weerkeren hebben elk een Frans brood en droge haring geëten”‘ op de gezondheid van de president.”

Uit ‘De West-Vlaamse Bergen’ van René Buckinx – 1992 –

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>