Het Hooghe 90 jaar geleden

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       6 months ago     228 Views     Leave your thoughts  

Hier zijn twee zichtjes genomen op een eenvoudig gemoedelijk feestje dat plaats greep maandag laatst te Zillebeke-Hooghe.

Het Hooghe, zo dikwijls genoemd in ‘communiqués’ tijdens de gruwelijke laatste oorlog en waar zo vele jonge levens in wee en lijden weggemaaid werden.

Het Hooghe is eigendom van de heer baron Gaston de Vinck Osterrieth. Na de droevige oorlogsdagen was het een van de meest vernielde en verlaten streken. Nu zijn de huizen weer grotendeels heropgebouwd net zoals de twee kastelen, het ene bewoond door heer baron Gaston de Vinck Osterrieth, het ander door zijn zoon heer baron Pierre de Vinck, burgemeester van Zillebeke.

Voor de oorlog bestond er een privé kapel op het kasteel. Na de oorlog werd een houten barak opgetimmerd waar de teruggekeerde bewoners mis konden horen, dit tot groot genoegen van de talrijke families van deze uitgestrekte van alle kerken verafgelegen wijk.

De barak is erg bouwvallig geworden en bij de zustersschool heeft M. de Vinck een prachtige kapel doen opbouwen waar voortaan regelmatig mis zal gelezen worden op alle zon- en feestdagen.

Maandag dus was de wijding en plaatsing van de gedenksteen, inhoudende de geschiedkundige ‘bulle’ van de kapel. Op de bulle staat geschreven: datum van de wijding; toewijding van de kapel aan de heilige Barbara patrones van het Hooghe. Verder ook de naam van de heer baron de Vinck Osterrieth die de steen plaatste; naam van de huidige bisschop Mgr Waffelaert; naam van de regerende koning Albert; naam van de E.H. Labis, pastoor van Zillebeke; naam van de E.H. De Bouvery die er regelmatig de mis komt lezen en de namen van de heer G. Gits, bouwmeester en H. Dewitte, aannemer.

De ceremonie verliep in alle eenvoud. Om 11 uur werd de steen gewijd door de E.H. Labis bijgestaan door de E.H. De Bouvery. Daarna werd de steen opgemetst door de heer baron de Vinck. Een korte aanspraak uitgesproken door de heer Talpe herinnerde ons aan het verleden en wat nu gebeurde. E.H. Labis sprak enkele woorden toe aan de heer de Vinck en herinnerde hem aan al het goed dat hij altijd in zijn omgeving gesticht had en zegde hem dat dit opbouwen van Gods tempels de schoonste daad van zijn leven was. Een feestgroet van de kindjes onder leiding van de zusters besloot het feestje.

De familie de Vinck, omringd door de inwoners woonde het feestje bij en op alle huizen wapperde de vlag. Eenvoudig maar innig dat feestje in Gods huis. Mocht het de familie de Vinck en de inwoners van het Hooghe geluk en zegen meebrengen.

Redevoering uitgesproken door mijnheer Talpe:

‘Weledele heer baron,

…. de oorlog was voorbij… voorbij de woeste storm die over het land was neergekomen…, voorbij al de heerlijkheid van ons lieve Hooghe.

In de puinen was het kasteel en onze haarden, verdwenen de uitgestrekte bossen met hun schat van bomen van alle soorten in welke brede kruinen de vogels wipten en zongen; verwoest de schone landerijen en hun rijke vruchten…

Zo wijd het oog dragen kon, was het Hooghe herschapen in een ijselijk slagveld, geheiligd door de heldenmoed en de opoffering van onze legers. De oorlog was voorbij…. het Hooghe was verdwenen en ieders hart bloedde.

Sindsdien zijn acht volle jaren verlopen…., en zoals de oude onuitroeibare struiken de omwoelde gronden met jeugdig groen bedekken, zo is het Hooghe herworden vol nieuwe jeugd en kracht!

De bossen zijn reeds groeiend, de landerijen vruchtbaar, onze haarden hersteld, de school is zojuist herbouwd en de uit de grond rijzen de muren van de kerk waar als broeders verenigd, de wijkbewoners samen zullen neerknielen.

Het Hooghe, vermaard in de hele wereld om wat zijn droevige lijdensweg is geworden. Wat het Hooghe ooit was in de luister van de vroegere dagen…, dat had het aan u te danken weledele heer baron.

Zijn verrijzenis is het werk van uw geest van opbeuring, uw moed en toewijding. Dat een kerk oprijst, die zich hoog boven de daken van onze haarden zal verheffen en al onze families zal verenigen rond hun weldoener, dat is uw werk, waarvoor het Hooghe u eeuwig dankbaar blijft.

Wie het Hooghe uitspreekt, noemt u, weledele heer baron – de ziel van de streek – noemt uw weledele gade, uw geprezen familie, noemt zijn talrijke nederige en werkzame bewoners wiens harten kloppen voor u, vol innige dankbaarheid en diepe genegenheid.

Wie het Hooghe uitspreekt noemt een grote gelukkige familie waar gij – de geprezen stichter – het hoofd van blijft.

Heilaan de weledele heer baron Haston de Vinck.

Namens het dankbare Hooghe’

1927-004

1927-005

1927-006

1927-007

Uit de De Poperinghenaar’ van 16 januari 1927

www.historischekranten.be