Het Hula riviertje bij Beselare

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       6 months ago     225 Views     Leave your thoughts  

wat voorafging ….

In de maand 1238 erkent Marguerite, vrouw van Beselare, de verkoop gedaan door haar vazal Thibaut, zoon van Gertrudis van Passendale en Mathilde, zijn vrouw, van een tiende aan de abdij van Zonnebeke. ‘Aan alle gelovigen van Christus, die deze bladzijden onder ogen zullen krijgen, maak ik, Margareta, vrouw van Beselare, bekend dat Theobaldus, zoon van vrouwe Gertrudis van Passchendale en Mathildis, zijn vrouw, met toestemming van Theobaldus, hun eerstgeboren zoon; kanunnik van Komen, het ganse tiende dat ligt over het Hula-riviertje, op de grens van Beselare en Moorslede en dat hij van mij in leen had, en nadat de noodzakelijkheid van de verkoop in mijn aanwezigheid wettelijk was aangetoond, met mijn toestemming en goedvinden hebben verkocht aan de kerk van Sinnebeek, samen met alle rechten die ze daar haddenof konden hebben. Ze hebben wettelijk afstand gedaan met voornoemd tiende en het mij terug in handen gegeven ten voordele van genoemde kerk. Ze hebben op hun erewoord beloofd dat ze in verband met genoemde tiende, de kerk geen last zullen aandoen, persoonlijk noch door tussenkomst van een ander.’

‘Daar de mannen door mij opgeroepen oordelen dat genoemde Theobaldus en zijn vrouw Mathildis in het voornoemde tiende geen enkel recht hebben of kunnen hebben voor de rest, heb ik, vrouw van Beselare het genoemde tiende, mij wettelijk in handen afgestaan, met elk recht welke ik er had, vrij van verplichting, overgedragen aan de kerk van Sinnebeek voor het heil van mijn ziel en van mijn voorgangers. Ik heb het voor altijd aan de kerk afgestaan en ik heb het ontslagen van het juk van mijn heerschappij en van het feodale recht.’

‘Hierbij waren aanwezig; Obelinus van de nieuwe kerk (of Nieuwkerke), Hanekijn van Lene, Wilhemus van Westhof, Walter van Oosthove, vazallen van mij en gelijken van Theobald zelf; heer Johannes, deken van de christengemeenschap van Rolleirs en priester van Beselare; Rogeris, kanunnik van Sinnebeek; David van Linde, clericus en zijn broeder Joannes. Tot getuigenis hiervan heb ik deze charter bevestigd door een afdruk van mijn zegel. Gedaan te Beselare in het jaar onzes Heren 1238 in de maand november.’

Uit ‘Chartes Anciennes de l’Abbaye de Zonnebeke – blz 80 N° 78: ‘Aan allen die dezen brief onder ogen zullen krijgen, wenst broeder Simon, aangesteld als abt van de kerk van Sint-Bertinus, zegen in de Heer. Heel uw gemeenschap zal van het volgende op de hoogte zijn. Nadat het tiende van Heer Rogerius van Wingene, ridder, dat zoals men zegt, in de parochie van Passchendale gelegen is, voor 80 Vlaamse ponden aan onze kerk in pand was gegeven, hebben wij, op aanvraag van de abt van Zinnebeek, alle rechten die we onder de vorm van waarborg hadden, op dat genoemde deel overgedragen aan de genoemde abt en zijn kerk, met toestemming van ons convent, terwille van de Goddelijke barmhartigheid en op aanvraag van genoemde abt.’

‘Van die abt van Zinnebeek hebben wij 13 Vlaamse ponden, 8 schellingen en 8 denarien ontvangen die wij beloven hem terug te schenken wanneer het zou gebeuren dat genoemde Rogerius, ridder, of zijn erfgenamen dit ganse tiende, dat hij ons heeft verpand, zal terugkopen. Tot getuigenis hiervan, bevestigen wij deze broef door een afdruk van onze zegel. Gegeven in het jaar des Heren 1241 in de maand maart.’

22 mei 1284: ‘Op deze datum verkopen ridder Wautier van Heule en zijn echtgenote Adelise, het tiende van de Menreville te Passendale, bisdom Doornik. De verkoop moest goedgekeurd worden door het klooster van Sint-Maarten te Doornik dat het patronaatschap had in Passendale. Beatrice, vrouwe van Kortrijk, keurt de verkoping van de tienden Menreville gelegen te Passendale goed en ontslaat deze tienden van alle leendiensten.’

Passendale tijdens het Bourgondisch tijdperk 1384-1482

In dit tijdstip ontstond een eerste Benelux. De lage landen werden verenigd en de trotse graafschappen en hertogdommen werden provincies van een machtige eenheidsstaat waarin de gemeenten veel van hun gezag verloren hadden. Filips de Stoute huwde met Margareta van Male. Hierdoor vormden later Vlaanderen en Artesië één van de zeventien provincies van de Nederlanden.

Het was de ondergang van talrijke gemeenten. Er was altijd maar oproer in Vlaanderen. De landvoogd verbleef meestal in Duitsland en stelde hier een plaatsvervanger, een intendant, aan. Dit viel niet in de smaak van de Vlamingen en was een van de oorzaken van het oproer in 1436 in het ‘Brugse Vrije’.

Na zekere tijd kwam Maximiliaan 88, zoon van Frederik III aan het hoofd van ons graafschap Vlaanderen. Maximiliaan kon niet overweg met de oproerlingen. Vandaar bezttingen, boetes, leveringen, kortom al de nadelige gevolgen van een bezetting. Door deze onmenselijke straffen, zoals halsrechting, het heffen van nieuwe belastingen, de waardevermindering van het geld, werd hij door het Vlaamse volk verwnest, vervloekt en gehaat.

Op 29/10/1408 hadden de commissarissen van de hertog van Bourgondië Jacque Belle en André Douay, de kasselrij van Ieper, kwestie van financieën als volgt ingedeeld:

I. West-Ambacht: Boesinghe, Langemarc, Brielen, Saint-Jean, Zunnebeke, Gheluvelt, Sandvoorde, Vlamertinghe, Comen, Tevement van Comen, Hollebeke, Zeilbeke, Messine, Vormissele, Werveke, Verleghem.
II. Oost-Ambacht: Hooghlede, Ledeghem, Rumbeke, Staden, Rolleghem, Nieuwkerke, Ghids, Ouckene, laten van Werveke…
III. Andre Prochies: Beiscoten, Beselare, Wijdscaten, Herlandslaten Rosebeke, Passchendale, Neder-Waestene, Armentiers, Outhem, Kemmele, Dikkebusch, Moorslede.

Dat de leenheren ook moeilijkheden ondervonden vinden we terug in onderstaande uittreksels van 26 mei 1394.

‘Betreft de schikking van het hof van Moorslede tussen de abdij en mevrouw Maria, dochter van Louis Bâtard de Lichtervelde, en haar echtgenoot Willem van der Beerst over een achterstallige rente gedurende 15 jaar (20 havots d’avoine), welke wegens een leen van dit hof diende betaald te worden.’

‘De XXVJ havotis avene, que habemus assignata super XIIIJ mensuris erre cujusdam feodi, jacentis in parrochia de Passchendale.’ ‘Wij, Wouter Ternine, baljuw Jan Droem, Gillis de Kemel, enz. mannen van lene gens, eydels ende werdichs heren mijns heren Wouters, here van Moorsleide van zinen heersceipe ende hove van Moorsleide voorseis, doen te weitene allen dengonen die dese presente lettren zullen zien of horen leisen, dat als te diverschen ende veile stonden zeker vervolgh door ons bailliu ende mannen voorseid ghedaen heift ghesijn, bi even religieusen ende discreten here den here Janne van der Hille, keilwerdere in de canonie van der kerken van Sinte-Martensin Ypre ende in de name soffisantelijk ghefondeert van even eersamen vader in Gode den heer Kerstoffels van Diksmuide, proost ende den ghemenen convente van der zelver kerken…’

‘…als omme hem leiden inninghe ende executie te doene van den achterstellenvan vichtiene jaren verleiden van zesse ende twintig havot eyvenen core mate sjaers, die voorseide kerke van ouden tiden ghegheven heift ende behoort te heffene ewelike ende ervelike elkes jaers up een leengoed ghehouden van den voorseiden hove van Moorsleide, groot seinde veerthiene ghemeite of der omtrent, ligghende inde prochie van Passcendale, oostwaerd van der moelne die men heet Wallemeulne boosten eene leene toebehorende vrauwe Katheline van Douway, ‘twijf mer Joris Belle, ende loopt tusschen den voorseiden tween leenen een clene straetkin, streckende teerste voorseid leen oostwaerd toten eere zepe ghegheeten Mersch ende noordwaerd tot ene anderen straetkine twelke voorseid leen toebehoort joncvrauwe Margrieten, dochtre van Louis Sbastaerds van Lichtervelde was ……

Lees verder hier …

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>