Het ‘oudemannenhuis’ van Dadizele

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       3 weeks ago     76 Views     Leave your thoughts  

..wat voorafging ……

Tijdens de verbanning van pastoor Ghyselen in het jaar 1799 werden de drie Dadizeelse klokken uit de toren weggenomen en naar Frankrijk weggevoerd. Er bleef een tot de dienst van de gemeente. Op 22 floréal van het jaar 8 vroeg Felix de Caluwe, de gouvernementscommissaris van het kanton Moorsele aan de agenten van zijn negen gemeenten om de klokken te laten luiden. De zegepraal van het Frans leger op de Oostenrijkers tijdens een slag aan de Rijn moest gevierd worden. Karel, le Sénéchal die agent was in Dadizele antwoordde nog diezelfde dag :’de enige klok van Dadizele zal luiden ten tweeën juist’.

In 1803 kocht pastoor Ghyselen voor 200 gulden en 18 stuivers de klok van het klooster der Augustijnen te Roeselare. De kwijtingsbrief dateert van 10 augustus 1803 en is ondertekend door F.G. Ghesquiere de prior van de Augustijnen. De klok die tijdens de Franse Revolutie in Dadizele werd achtergelaten woog 3428 ponden. Ze brak in 1807. Datzelfde jaar, op 27 maart kwam men met M. Regnault overeen om drie nieuwe klokken te gieten. Dat gebeurde in de meimaand. De grote woog 3255 ponden, de middenste 2432 pond en de kleine 1778 pond, allemaal samen 7465 ponden. Ze droegen allen een Frans opschrift. De drie nieuwe klokken hangen in een afdak van de kerk. Het schelleke die in de toren van de kerk hangt en voor de weekmissen gebruikt wordt weegt 556 pond en werd in 1818 gegoten door Jean-Baptiste Druole.

De school en het ‘oudemanhuis’
Dadizele had al vroeg een eigen school. Die bestond al in 1480 en de schoolmeester heette Jan. Later ziet men dat de school deel uitmaakt van het huis van de koster. De koster was dus schoolmeester. Dat was al het geval onder pastoor Sarlootes. Pastoor Bruyer stichtte een zondagsschool voor het onderwijs van de arme kinderen. In deze school leerde men de kinderen lezen, schrijven, rekenen en de christelijke lering, niet alleen op zondag maar ook op al de dagen van de week. Daarenboven leerde men ook spinnen.

De 5de juni van 1751 werd de school gehouden door Judoca Baeckeroodt en haar gezellin. We lezen in het boek van de godsdienstige fondatiën dat er op 5 juni 1741 door de godvruchtige dochters Judoca Baeckeroodt, Elisabeth Burke en Maria Joanna Pennet een som van acht pond aan de kerk gegeven werd om jaarlijks een mis te lezen op de 4de augustus, ter ere van de heilige Dominicus.

De priesters Vandermeersch en Danneel werden bijzondere weldoeners van deze school. Andere personen van de parochie hielpen ook mee door hun giften voor de heropbouw van het gesticht dat vanaf 1788 twee klassen en een kleine woonst voor de schoolvrouwen bevatte. Een kanunnik van Sint-Maartens te Ieper, Ignatius Franciscus Mazeman, eertijds onderpastoor in Dadizele onderscheidde zich door voorname giften. Hij schonk aan deze school op 17 oktober 1780 de som van vijftig pond en op 20 april 1785 nog eens een bedrag van tweehonderd pond.

Op 2 februari 1788 hebben de vier zussen Rosa, Elisabeth, Maria Theresia en Barbara Duthoit tijdens een geestelijke vergadering belist om samen te werken. Ze wilden de kinderen het spellen, lezen in boeken, de christelijke lering en het spinnen aanleren. Pastoor Ghyselen besteedde ook al zijn ijver ten voordele van deze school. Hij schreef op 8 juni 1796 hetvolgende in het kloosterboek:

‘De 8ste juni 1796, door de universiteit van Leuven, pastoor van Dadizele benoemd, zijnde en willende de godvruchtige intentie van mijn voorganger en andere parochianen die in het bouwen van de twee voormaade scholen hebben meegewerkt verder trachten uit te breiden met onderstand van de heer griffier Holvoet en mijnheer Brouckaert om dit schoolgebouw ondanks de allerslechtste omstandigheden waarin de scholen zich bevinden, en de grote vervolgingen die er ons dagelijks overvallen, toch op verscheidene tijden voor het driedubbel te vergroten zodanig dat er een spacieus gebouw is voor de schoolvrouwen om pensioneren te kunnen houden, het welke nog meerder zou zijn geweest moest het terrein nog groter geweest zijn. Klassen voor het leren broderen, naaien en breien. Een tweede school voor te leren; Frans, Vlaams, schrijven, cijferen en een derde school is voor de arme meiskens om te spinnen en dan nog een vierde voor de knechten.’

In de opmerkingen van de begroting van het jaar 1813 leest men dat er gemeenlijk een som van honderd frank uitgegeven werd om de onderwijzeressen te onderhouden. In de zitting van 1 april 1822 stond de gemeenteraad een jaarwedde van 25 gulden toe aan zuster Seraphine Verschaeve voor de lessen die de arme kinderen kosteloos ontvingen.

De 8ste december 1819 hield pastoor Ghyselen een vergadering van de schoolvrouwen onder de naam van de ‘Zusters van Liefde van de H. Vincentius a Paolo met regels’. In zijn testament van de 10de januari 1838 vroeg die zelfde priester dat een deel van de som die hij gaf voor zijn jaargetijde zou gebruikt worden om voedsel en kledij te geven aan de arme kinderen die naar school gingen.

Op vrijdag 14 december 1869 vierde moeder Seraphine Verschaeve haar jubileumfeest van vijftig jaar geprofest in het klooster van Dadizele. Het was een feest voor de hele gemeente. In 1889 waren er nog 7 zusters die zich met alle ijver toewijdden aan het onderwijs van de kinderen.

In 1880 zorgen een hoofd- en een hulponderwijzer voor het onderwijs van de knechten. Dat gebeurde in de vrije school die in dat jaar opgetrokken werd.

De gemeente Dadizele had het geluk om een ‘oudemanhuis’ te bezitten. Ze was dat verschuldigd aan de edele gravin Louise de la Grange, de weduwe van graaf Philippe de Croix.

Dat werd gebouwd omtrent 1825 en was bestemd voor de arme en gebrekkige ouderlingen van beide geslachten en onder de bescherming van de Heilige Familie gesteld. Het werd eerst bestuurd door een kloosterzuster die afkomstig was uit Moorslede, dat was zuster Maria-Anna. Bij haar overlijden werd die opgevolgd door zuster Isabelle de Wintere, geboortig van Waregem die medebestuurder werd op 3 augustus 1841. Zij stierf op 21 september 1871.

Pastoor Ghyselen gaf het ouderlingengesticht geschreven reglementen op 14 oktober 1841. Tijdens de junimaand van 1860 werd het gesticht toevertrouwd aan de zusters van Liefde van het huis te Kortemark dat gesticht werd in 1840. In 1889 zorgden nog drie zusters voor in totaal vijftien ouderlingen.

…. wordt vervolgd …..

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>