Het schilderachtig weerbericht van 1848

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in  ,      2 years ago     550 Views     Leave your thoughts  

WOLKENVERKLAARDERS.

Uit den mist en den daauw, nevelrook en overtrekkende zeedampen, maakte men sluijers van hooze wezens, welke op die wijze onzigtbaar reisden, gevende tot allerhande voorspellingen aanleiding. Sommige wolkenverklaarders zeggen, dat het op den honderdsten dag na dien op welke het mistig en donkerachtig geweest, is, donderen zal; duurt de mist lang en is ze dik en zwaar, dan zal het onweder na honderd dagen, eveneens lang duren en, zwaar zijn.

De waarzeggerij uit de daauw of uit de dampen, welke uit de slooten optrekken, en als bleeke en nevelachtige spoken boven het water zweven, noemde men Hydatomancie. Men schiep uit deze nevelen willekeurige gedaanten, en de voorspellingen daarop gegrondwaren niet minder willekeurig en fan tastisch.

WINDWAARZEGGERS. Windwaarzeggerij (Austromantie) was de kunst, om uit de variatie der winden voorzeggingen te doen, als ook vooraf te voorspellen, welken wind men te verwachten had; zij beijverden zich ook. in de. weervoorspellingen.

Zoo was er ook bij de Grieken een. priester chalaxophylax die het weer waarnemen moest, moetende hun hagel en onweder voorzeggen; anderen, die bij regen op droogte, en bij droogte op regen wachteden, raadpleegden hen even ongeduldig, waarbij zij den tijd van zaaijen en planten dikwerf onder wachten naar beter weer verzuimden, ofschoon SALOMO reeds zeide: ‘Die naar den wind en naar de wolken ziet, zal noch zaaijen noch maaijen’.

Molenaars, zeelieden en alle die die veel belang bij de kracht en rigting der wind hebben, zijnte dier opzigte door vele waarnemingen en langdurige ondervinding de beste windwaarzeggers; zij zeggen, wanneer zee en watervogels in hopen naar den oever vliegen, de ganzen hoog in de lucht overtrekken en oostwaarts vliegen, de ijsvogel naar het land vliegt, en de meeuwen zich ver van de kast op het weideland neder zetten, zulks een zeker teek en tan een hevigen wind op »ee is. Ook het snel ett ongeregeld drijven der Weiken, en wanneer deze in het N. W. loodkleurig staanj zaler wind uit die streek opkomen, en weder bedaren zoodra de lucht aldaar zal zijn doorgebroken en eene zoogenaamde blinker vertoond.

Eene sterke beweging der zee, bij stilte, of wanneer trillende vlammen uit bleeke kolen, met een murmelend of ruisschend gedruis dit het vuur van den haard of van de kombuis opstijgen, zal er wind komen, als ook wanneer het ’s morgens bij eene heldere lucht dondert, of dat de donder uit het noorden komt.

Echter heerscht nog veel bijgeloof in dit opzegt bij de schippers. Wanneer de zeeman wind verlangt, moet hij fluitende aan die zijde tegen de mast krabben, waar bij wil, dat de wind zal heen waaijen, en wee hem, die aan boord bij het opkomen eener bui het zouden wagen, om te fluiten, dit zoude de storm verhaasten en versterken.

Loopen de jongens met veel leven en getier door de buurt en de halfgeleerde, halfgestudeerde schoolmonarchen, met langen pijpen bij de straat, of vliegen de musschen met lange stroohalmen op de daken der huizen, beweegt den bloedzuiger zich snel en onrustig in het waterglas, dan zal men spoedig wind krijgen, en ziet men een fosforiek lichtje op de mast of op de nok der raa, dan beteekend zulks een ophanden zijnden storm.

Verheft de storm zich bij nacht, zoo is zij niet zoo hevig en langdurig dan of zij zich bij dag verhief; wanneer de wind de zon volgt, heeft men vast en goed weer te verwachten. Vertoond de maan zich groot en roodachtig met scherpe hoorns tegen een donkere lucht, zoo verwacht men storm.

VORST- ER DOOIVOORSPELLERS.

Men vindt ook waarzeggers, die een hard of een zacht winter voorspellen, alsmede den tijd wanneer het zal beginnen te vriezen, of ook wanneer het zal beginnen te dooijen. Een vochtigen en kouden zomer en een milde herfst, zijn zekere kenteekenen van eenen strengen en harden winter; valt er in october en november bij eene algemeene zoele lucht veel regen, zoo zal men in januarij en februarij veel koude en vorst hebben.

Oovervloed van kruisbessen, voorspelt hetzelfde, wanneer de ganzen en de kraaijen vroegtijdig uit het oosten overkomen, geeft zulks een sterken winter te kennen. Even zoo, wanneer de kleine vogels bij gróote troepen vliegen en de roodborstjes, lijsters en ijsvogels zich nabij de huizen wagen; de muizen, mollen en wormen diep in den grond kruipen en daar veel groene of andere eetwaren verzamelen; de spinnen des nachts webben maken, onrustig heen en weder loopen en vechten, en de eene zijn web boven de andere spint; de boschvogels nabij de dorpen komen, de ganzen en eendvogels in den herfst vet zijn, de hazen en patrijzen zwaar en welgegroeid, de bloedzuigers gekromd en schijnbaar levenloos op den boden der waterflesch ligt, zoo is er sterke vorst op handen.

De bladeren in october en november lang aan de boomen blijven, de gemalen koffij zich aan het molenbakje vasthecht; de huizen na geschrobt te zijn spoedig opdroogen, kasten en kabinetten kraken, het roet uit den schoorsteen valt, enz. !

Voorteekenen van dooi. Als de lucht donker wordt, de wind zuidelijk is, de sneeuw bij groote vlokken valt, groote scheuren in het ijs komen, het water hoog in het opengekapte bijt staat, de zon groot en waterachtig is, de hoorns der maan stomp zijn, de sterren bleek schijnen, en de bloedzuigers tot boven in den hals der waterflesch kruipen, de spinnen zich aan lange draden naar beneden laten vallen , de kleine vogeltjes beginnen te tjilpen, en het secreet begint te rieken, de straatsteenen zwarter van kleur worden, het hout vochtig wordt en de muren ruig en wollig uitslaan, is de dooi nabij.

Zekere JACOB BLANSAART, eenen nog levenden boeren arbeider in de nabijheid van het Waterlandsch kerkje, onder de gemeente Ijzendijke in de provincie Zeeland, moet zich in de voorspellingen van vorst en dooi, en andere chronologische weervoorzeggingen een zekeren naam gemaakt hebben, ook voorspelde hij den laten vorst tot in maart 1840.

Regen. De wolken zich spoedig vermeerderen en grooter worden, de lucht steeds donkerder wordt; wanneer men een regenboog ziet, waarin de groene kleur de meest heerschende is, dan heeft men spoedig regen met groote droppelen te wachten, is de boog zeer rood, dan volgt er tevens harde wind; wanneer de zon bleekrood en waterig opkomt, of wanneer zij bij den ondergang tusschen de stralen, die zij schiet, roede en donkere strepen vertoond, of dat zij in een nest kruipt, d. i. achter eene donkere wolk of bank ondergaat, en de lucht in het oosten rood is, zoo heeft men den volgenden dag regen te wachten.

Eveneens wanneer de maan bleek schijnt en stomp van hoorns is. Plotselijke regens zijn niet lang van duur. Regent het met sterke wind, en de wind gaat liggen, zoo zal de regen van langen duur zyn; wanneer het des morgens regent klaard het met den middag op, blijft het na 12 uren voortregenen, zoo regent het den geheelen dag.

Het regent meer bij dag als bij nacht, meer des avonds als des morgens. Een heldere zonsopgang met stekende warmte, ‘geeft op dien dag regen, als ook eene groote en bleeke zon, ringen om den maan en stompe horens hare kwartieren, voorspellen mede regen.

Regent het met eenen oostenwind , zoo zal dezelve dag aanhouden. Schiet do wind van het ZW door het westen uit, dan klaart de lucht op.

Wanneer geheel de wonden en likdoornen pijnlijk steken, de vliegen en muggen sterk aanvallen, de bijen zich niet ver van de korven verwijderen en men slechts weinige huisspiuwen ziet, die geheel werkeloos zijn, de zeemeeuwen op de binnenlandsche graslanden komen azen, de eenden en andere watervogels duiken en over het water klapwieken, de koekoek roept en schatert, de uil schreeuwt, de haan vroeg of laat kraait, en het gevogelte zich vroeg naar hunne rustplaatsen begeeft, de zwaluwen laag over het water vliegen, de kikvorschen kwaken, bloedzuigers zich aan de oppervlakte van het water vertoonen, de katten zich poetsen en strelen, de honden gras vreten, de zwijnen met lange stroohalmen in den bek loopen, de ezel meer dan jammerlijk schreeuwt, de mollen wroeten en de wormen op de grond ·kruipen, enz. enz., dan is er spoedig regen te wachtend.

Nevel, mist, daauw, hagel, sneeuw, donder enz. Kundige waarzeggers kunnen alles vooraf berekenen, wat weer op handen is, hoe lang het duren zal enz., en hieruit maaken zij weder gevolgtrekkingen voor het toekomstige wéér, het zoude de dwaasheid echter te veel eer bewezen zijn, daarover in het breede uit te weiden.

Lage nevel die allengs verteerd en van boven verminderd, geeft schoon weder, trekt de nevel op, wordt zij in de bovenlucht dikker en beneden dunner, dan komt er regen. ‘Een deinzige lucht, mist en zeevlammen, houden de waarzeggers voor een stellig bewijs dat er heksen en booze geesten in de nabijheid zijn, welke die dampen veroorzaken om onzigtbaar te blijven, en waaraan vele zeelieden dan ook volgaarne geloof slaan, geen wonder dan ook dat van wege het drukke heen en weder reizen van Engeland naar Frankrijk, vice versa, het kanaal gewoonlijk dik van mist is, zoodat men van af de campagne zelfs het vooreind van het schip somtijds niet zien kan.

Wanneer het des nachts sterk daauwt, zal het den volgenden dag schoon en warm weer zijn; verteerd de daauw bij zonsopgang zeer plotselijk, dan onstaat er regen. Als het des avonds in den zomer weerlicht, en er scheuren en spleten in den grond komen, terwijl de lucht drukkend en zoel is, en zich in de verte ronde wolken, vertonnen, welke men donderkoppen noemt, en men daarin veel licht en schaduw ziet, wanneer deze tegen den beneden wind opdrijven, als de wind liggen gaat, en de zwaluwen langs het water schermen, dan heeft men donder te verwachten.

Schoon en droog weer. Wanneer de wolken bij zonne-ondergang eenen goudkleurigen zoom hebben of in omtrek afnemen, en in ’t noordwesten als verstrooid schijnen, het welke men een gevlamde lucht noemt, of zich als kleine; witte wolkjes, schapen pensen genoemd, hoog in de lucht verheffen, heeft men schoon weer te verwachten.

De scheiding der wolken onder den wind is mede een goed teeken, gaat de zon helder onder, dan belooft dit schoon weder voor den volgenden dag. Ziet men ’s morgens eene lichtkleurige regenboog, zoo volgt een weinig regen, en daarop goed wéér.

Een regenboog tegen het oosten is mede een goed teeken. Wanneer de hoenders in meimaand om 4 uur des achtermiddag reeds op stok gaan, heeft men den volgenden morgen reeds met zons-opgang schoon weder te verwachten; als zeevogels het land verlaten en naar de kust vliegen, reigers, zwaluwen hoog en tierig vliegen, de kiwiet vrolijk roept en schermt, de musschen van den vroegen morgen af nestelen en veel gedruisch maken, de leeuwerikken hoog en luid zingen, en de vleermuizen ’s avonds vroeg hunne schuilhoeken verlaten hebben, heeft men schoon weder te wachten.

Als de huisspinnen druk aan hunne webben werken, de muggen ’s avonds laat hoog in de lucht spelen, spinrag door de lucht zweeft en het veld met fijne zijde achtige draden als spinzij bedekt wordt, en de bloedzuiger, onbeweeglijk op den bodem van de waterflesch blijft liggen, en de haarlokken der dames goed in de krul blijven, zoo is er schoon en warm weer. voorhanden en bij den winter vorst.

Over barometers, termometers en andere weerglazen en weervoorspellende hulpmiddelen, zullen wij hier niet spreken, als behoorende tot de physische wetenschappen en niet tot de waarzeggerijen.

Uit: ‘TOOVERIJEN EN WAARZEGGINGEN: EENE RAPSODIE VAN SPROOKJES VAN VROEGERE EN LATERE DAGEN’ van 1848

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>