Het slippertje van Filips van Lo

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       4 months ago     196 Views     Leave your thoughts  

Willem van Lo is dank zij zijn huwelijk verbonden met de hertogen van Bourgondië. Volgens een Vlaamse kroniek die in 1839 verscheen in Gent zou hij zelf het kind zijn van een dame in Lo. Maar dat is larie. Hij is het resultaat van een slippertje tussen zijn vader Filips en een eenvoudige Ieperse wolkaardster en dus een bastaardzoon. Galbert die het boek schreef over de moord op zijn vriend Karel de Goede zal het denigrerend hebben over Willem de bastaard. Ik kan me perfect inbeelden dat de afkomst van zijn moeder zowat het grootste obstakel moet geweest zijn om het tot graaf van Vlaanderen te schoppen.

Diezelfde wolkaardster schenkt ook het leven aan een ander kind: Theobald Sorel van Lo. Gezien de verwijzing naar Lo lijkt het er op dat Filips ook hier de vader is van de kleine en zijn Theobald Sorel en Willem van Lo vermoedelijk broers. Ernest Warlop gaat nog een stuk verder. Hij noemt Galbert de specialist van ‘la petite histoire’. Een vuiltong. Een beetje te vergelijken met een journalist van een of ander roddelblad. Filips van Lo moet effectief een relatie gehad hebben met zijn zogenaamde ‘wolkaardster’. In een document van 1158 staat de naam van Fromold II als zijnde een broer van Willem van Lo. Mevrouw X (die van de wol) moet dus de moeder geweest zijn van Willem, Fromold II en Theobald. Het lijkt logisch dat de vader van Fromold II de Ieperse burggraaf Fromold I moet geweest zijn en dat de moeder van Willem van Lo dus in realiteit gehuwd was met de burggraaf van Ieper.

Ik duik even in mijn eigen kronieken. De abdij van de Nonnenbossen heeft zijn ontstaan te danken aan de clan van de familie Rolleghem. Stamvader Theobald is voor het leven benoemd als baljuw van Ieper maar sterft in 1070 door toedoen van gravin Richilde. Zijn weduwe Ramburga hertrouwt met de Brugse ridder Fulpold de Loppinis en het is die Fulpold die vermeld staat in de stichtingsoorkonde van het klooster van de Nonnenbossen. Ramburga en Fulpold (+1096) hebben vijf zonen: Theobald, Wulfric, Sohier, Fromold I en Adam van Passendale. Ik laat even in het midden wie van beide echtgenoten deze kinderen heeft verwekt.

In 1096 volgt Theobald zijn vader Fulpold op als burggraaf van Ieper. Zijn broer Fromold I zal hem in 1112 opvolgen. Mevrouw X, de mysterieuze moeder van Willem van Lo is dus getrouwd met Fromold I, telg van de Rolleghems. Ramburga is haar schoonmoeder en haar schoonvader Fulpold sticht het klooster van de Nonnenbossen. De Rolleghems houden er een goede relatie op na met Karel de Goede en dat laat zich opmerken in de reeks schenkingen aan de kloosters van Zonnebeke, Voormezele en Ardres, allemaal tentakels van de beduidende macht die de familie van Rolleghem bezit in heel Vlaanderen. Deze goede verstandhouding kan zeker iets te maken hebben met de gissing dat graaf Karel en Fromold een homoseksuele relatie met elkaar onderhouden. Dat beweert in elk geval toch schrijver Edward De Maerschalck. Een driehoeksrelatie tussen mevrouw X, Fromold en Karel de Goede. Geen enkele scenarioschrijver kan het zo gek bedenken.

Willem van Lo moet dus een exponent zijn van de positie die de Rolleghems bezitten in de Westhoek. Goed bevriend met de graaf die kind aan huis is, kleinzoon van Robrecht de Fries, gepokt en gemazeld in de clan van de Rolleghems met alleen maar de blinde vlek dat zijn vader Filips gevogeld heeft met de al dan niet toekomstige vrouw van Fromold I en dat hij dus een buitenechtelijk kind is. Toch wel een imagoprobleem in die tijd van strenge regels dat ‘blauwbloedkinderen’ er pas konden komen uit adellijke vaders en dito moeders. Mevrouw X komt uit een al dan niet hoog burgerlijk milieu en heeft beslist geen adellijke status.

Galbert zal na de moord op Karel van Denemarken maximaal profiteren van dat minpunt om Willem van Lo als een bastaard te profileren. Ernest Warlop twijfelt aan de zogezegde arbeidersstatus van Willems moeder. Een wolkaardster? Hoe valt dit in overeenstemming te brengen met haar waardigheid als echtgenote van de burggraaf? Het lijkt me eerder logisch dat de conceptie van Willem moet gebeurd zijn nog voor haar huwelijk met Fromold I en dat zijn halfbroers er pas achteraf gekomen zijn. Hoewel ik natuurlijk niet kan uitsluiten dat Willem van Lo gewoon een buitenechtelijk kind is.

Willem probeert het probleem van zijn officieuze moeder met de nodige zelfverzekerdheid te negeren en te minimaliseren. ‘Et alors?’ zou Mitterand gezegd hebben. Graaf Karel zorgt er voor dat hij helemaal gelegitimeerd wordt. Van Lo moet zich goed bewust zijn van zijn status als kleinzoon van Robrecht de Fries. Tijdens het bestuur van Karel de Goede, hij moet dan zelf een dertiger zijn, beschikt hij over de nodige adellijke titels en domeinen. Het is wel duidelijk dat hij zich ontpopt heeft tot een man van de wapens, een ridder in de militaire zin van het woord. De schoonheidsfout in zijn afkomst lijkt hem aanvankelijk niet te hinderen in zijn ontwikkeling. Willem’s puberjaren spelen zich af in het zog van zijn oom Robrecht, de graaf van Vlaanderen die ook wel Robrecht van Jeruzalem genoemd wordt. Daar zijn de kruistochten natuurlijk niet vreemd aan. De goede band tussen paus Calixtus II (Guido van Bourgondië) en graaf Robrecht levert voor Willem geen windeieren op.

Nu ja; een goede band is eigenlijk een understatement van mijn kant. Graaf Robrecht is getrouwd met de zus van de paus. Met Clementia een dame van de hoogste adel. Hautain en zelfbewust van haar status. Clementia heeft een boontje voor Willem van Lo en regelt het dat de jonge ridder kan trouwen met haar nicht Stephanie, de gravin van Vienne. Het koppel krijgt de burcht van Sluis als huwelijksgeschenk. Clementia is dus ook de moeder van Hapkin. Na diens voortijdige dood legt ze al haar gewicht in de schaal om de jonge ridder Willem als graaf van Vlaanderen te laten erkennen in het nadeel van Karel de Goede. Haar pogingen mislukken evenwel Achteraf mag weduwe Clementia de pot uitlikken voor haar bemoeienissen en verliest ze een flinke portie van haar weduwentoelage. Pas dan komt ze weer op goede voet te staan met de nieuwe graaf Karel.

Historicus Lettenhove weet heel wat te vertellen over die kwestie. Na de moord op zijn vader Knoet komt zijn moeder in 1086 met de zesjarige Karel naar Vlaanderen terug. De jongen wordt voortaan opgevoed aan het hof van Vlaanderen. Hij vertrekt als twintiger op kruistocht om de Saracenen te bevechten. Bij zijn terugkeer in 1108 wordt hij door zijn oom graaf Robrecht II met eerbewijzen overladen. Hij is dan achtentwintig jaar en zijn invloed groeit met de dag. Ook met de nieuwe graaf Hapkin blijven de relaties perfect. Die regelt het dat de jongeman in het huwelijk kan treden met Margaretha van Clermont. Daarbij komt het koppel in het bezit van het graafschap van Amiens. Enkele maanden voor zijn dood vertrouwt graaf Hapkin al het bestuur over Vlaanderen toe aan zijn achterneef.

Dat betekent helemaal niet dat Karel het vorstelijk gezag zomaar in zijn schoot geworpen krijgt wanneer Hapkin in 1119 overlijdt. Moeder Clementia wil dus inderdaad haar poulain Willem van Lo aan het bestuur. Ze krijgt daarbij de steun van de graven van Henegouwen, Boulogne, Saint-Pol en van Walter van Hesdin. Clementia maakt zich meester van Oudenaarde terwijl Hugo van Saint-Pol West-Vlaanderen gaat bezetten. Tot Karel van Denemarken zijn legermacht op de been krijgt en hij over zijn tegenstanders heen walst.

Willem van Lo kan niet veel anders dan zich te onderwerpen aan Karel. Clementia heeft het onderspit gedolven en verzoekt om vrede. Daarbij moet ze inderdaad een flink stuk van haar weduwengoed inleveren. Zowat één derde van Vlaanderen was haar eigendom. Ik heb het over Diksmuide, Ariën aan de Leie, Sint-Winoksbergen en Saint-Venant die ze nu allemaal op haar buik mag schrijven. Walter van Hesdin wordt van zijn landgoed weggejaagd en Hugo van Saint-Pol verliest zijn kasteel.

Karel van Denemarken is nu in het bezit van de macht. De koning van Frankrijk die aanvankelijk de kant had gekozen van Clementia geeft hem dan toch de nodige autoriteit. De nieuwe graaf regeert met het aureool van een onverschrokken krijgsman. Hij dankt dat aan zijn deelname aan de kruistochten en zijn verovering van bijvoorbeeld een stad als Chartres. Tot Karel van Denemarken zich verpopt tot Karel de Goede. ‘Hij was voortaan bezorgd om de vrede en om de nog ruwe zeden van de Vlamingen te beteugelen en te verzachten.’ Er komt een algemeen wapenverbod en wie geen vertrouwen stelt in de algemene veiligheid zal door zijn eigen wapens gestraft worden. Tijdens de hongersnood van 1126 toont hij zich oprecht bezorgd voor de inwoners en dat pleit in zijn voordeel.

Volgens kroniekschrijver Galbert blijft het verzet tegen de hervormingen van de graaf hoge toppen scheren. ‘Zo zeer de wijze mannen zijn ijver toejuichten, verdroegen de boze mensen die met evenveel ongeduld. Ze zagen dat zijn gerechtigheid het leven beschermde van de mensen die ze haatten en hun strafbare pogingen beteugelden. Ze wilden de oorlog waarbij ze hun wreedheden konden etaleren. Zolang dat niet kon zou het heil van de graaf niet met hun eigen heil overeenstemmen.’

Zoals jullie weten zal Karel de Goede vermoord worden in 1127. Ik keer nog eens terug naar de figuren die achter de bewuste aanslag zitten. Heeft Willem van Lo daar een rol bij gespeeld? Om een antwoord op die vraag te krijgen moet ik inzichten verwerven over de oppositie tegen de graaf. Het zijn vooral mannen van het Saksisch ras lees ik. Mannen die het absoluut niet gewend zijn om gedomineerd te worden door een graaf. Ze verstoten het hatelijk juk die Karel hen oplegt.

De figuren zijn bekend. Erembald, de vader van Lambert Knap en van Bertulf. Karel de Eenvoudige van Veurne die zijn diensten aanbood aan Baudrand de burggraaf van Veurne in diens strijd tegen de Duitsers. En die Baudrand achteraf tijdens een donkere nacht in de Schelde kieperde om dan doodleuk te trouwen met zijn weduwe Dedda die ook in het complot zat. Samen delen ze zijn erfenis en komen ze in het bezit van kasselrij Brugge. Achteraf zal hun zoon Disdir, met zijn bijnaam ‘Hacket’ of snoek in het Saksisch de nieuwe burggraaf worden van Brugge.

‘Bertulf nam van zijn kant een toevlucht tot de simonie om tot de waardigheid van proost van Sint-Donaas verheven te worden. De andere zonen van Erembald hadden uitgebreide landgoederen gekocht.’ Karel de Goede twijfelt aan de legitimiteit van al die aankopen en stelt een onderzoek in om te weten te komen of al die lieden effectief vrije mensen zijn of integendeel lijfeigenen zonder rechten. Bertulf en zijn bloedverwanten zullen alles in het werk stellen om de onderzoeken van de graaf te dwarsbomen.

Terwijl Karel de Goede zich mengt met een oorlog in de Auvergne profiteren de zonen van Erembald ervan om een loyale medewerker van de graaf aan te pakken. Ik heb het over de edelman Tancmaar van Straeten. Zijn landgoed wordt verwoest. Wanneer Karel terugkeert naar Rijsel hoort hij van de grote wanorde die er heerst in zijn land. Tweehonderd boeren die uit het huizen werden verjaagd wachten hem op in Ieper. Ze smeken hem om bescherming. De graaf blijft ter plekke, trommelt zijn baroenen op en roept op om de schuldigen te straffen.

Oude Ieperse kronieken (die van Boeteman) vatten de gebeurtenissen als volgt samen: ‘Anno 1127 arriveerde binnen Ieper Carolus de Goede met al zijn getrouwe raadsheren. En hij heeft alhier het kasteel in de Kortemeers van Bossaert Vanderstraeten tot assen doen verbranden.’ Op 28 februari 1127 keert Karel naar Brugge terug waar hij de volgende dag integraal besteedt om orde op zaken te stellen. Tegen de avond aan arriveren Gwijde van Steenvoorde en andere verraders aan zijn paleis in een poging om hem tot wat meer mildheid te overhalen. Maar terwijl ze van zijn duurste wijn zuipen staan hun plannen van een aanslag al vast.

Tijdens de nacht die volgt hokken ze samen in de woning van Bertulf. Die ‘ze’ zijn Gulrik de broer van Bertulf, neef Burchard, Isaak van Reninge, Willem van Wervik en Ingelram van Esen. Willem van Lo komt niet ter sprake. In mijn eigen kronieken heb ik het al vaak gehad over de moord. In zijn geschiedenis van Vlaanderen vertelt Lettenhove nog een keer het relaas van de aanslag in de Sint-Donaaskerk. Dat de bende eerst nog in het duister zit te wachten in het huis van Walter, de zoon van Lambrecht van Rodenburg waar ze bepalen wie precies de moord zal moeten uitvoeren en hoeveel hem dat zal opleveren. Karel zelf heeft al slechte voorgevoelens sinds zijn passage in Ieper. Die nacht slaapt hij weinig. De volgende morgen, tijdens het zingen van psalmen van David treft het zwaard van Burchard hem pal op zijn voorhoofd en in de arm. De zoon van Lambrecht Knap slaat een tweede keer toe. Na zijn geweldige slag dondert de ongelukkige graaf van Vlaanderen dood voor zijn voeten neer. We beleven de ochtend van 2 maart 1127.

In Brugge wordt er direct alarm geslagen. Een eerste reactie blijft uit. Wat wil je? De helft van Brugge eet uit de handen van Bertulf en heeft schrik van hem. De terreur blijft trouwens niet beperkt tot de moord op Karel. Themard, de kasteelheer van Broekburg wordt eveneens geliquideerd en dan gaat de bende op zoek naar verdere vijanden. Ze laten een bloedig spoor van geweld achter. Ze willen het paleis overrompelen, het landgoed van Tancmaar van Straeten in Varsenare verwoesten. Ze gaan op zoek naar Walter van Loker, een van de belangrijkste adviseurs van de graaf. Maar die is spoorloos. Tot ze hem snappen ergens verscholen in de Sint-Donaaskerk zelf. Ze maken de drossaard af met degensteken en knotsslagen. Het is Bertulf zelf die een einde maakt aan het geweld en de opdracht geeft om het lijk van de graaf in een lijkkleed te wikkelen en hem in een kist voor het hoog koor laat plaatsen.

De shock van de moord zorgt voor dagen van geweld waarbij de bende meer en meer geïsoleerd geraakt en uiteindelijk zowat heel Vlaanderen op zijn dak krijgt. Ik ga het er niet nogmaals over hebben. De houding van de daders wordt door Lettenhove in een scherp daglicht gesteld. Heel erg informatief vooral omdat de figuur van Willem van Lo nu wel plots ter sprake komt. Eerst zijn er natuurlijk de krokodillentranen van proost Bertulf. De vermoorde onschuld zelf. Zijn neef, de zoon van Lambert Knap die Karel de eerste slag verkocht heeft is minder sluw maar zo veel te wreder van aard. Een typische heidense Germaan van het Saksisch ras.

Terwijl Karel daar versteend in zijn lijkkist ligt bezondigen de daders zich nog altijd aan hun oude heidense praktijken die nochtans al door de katholieke kerk streng verboden werden. Ik heb het over de godslastering van de lijken der overledenen, de ‘dadsisas’, een smulfestijn bij de dode zelf. Een praktijk die al tijdens het concilie van Leptines in 743 formeel verboden werd. Hier in de kerk van Sint-Donaas blijven deze mannen van het Saksisch ras zich roekeloos verder inlaten met de ‘dadsisas’. Lettenhove omschrijft het heel kleurrijk: ‘te midden van de nachtelijke duisternis kwamen Burchard en zijn medeplichtigen zich rond de grafstede van graaf Karel neerzetten; plaatsten op zijn zerk een brood en een drinkschaal gevuld met bier die ze elkaar om de beurt aanreikten. Met deze drankoffers geloofden ze zich met de ziel van het slachtoffer te verzoenen en zichzelf te verzekeren van straffeloosheid.’

Terwijl ik even moet denken aan de katholieke rite van ‘neem en eet dit brood en drink de wijn want ze zijn het lichaam van Christus’, en dat die toch wel verdacht lijkt op wat die heren hier aan het uitspoken zijn, beseffen de verraders natuurlijk dat ze steun zullen nodig hebben om hun daden te legitimeren en hun macht over Vlaanderen nu helemaal te installeren. ‘Ze hadden al laten weten aan Willem van Lo dat ze hem het graafschap Vlaanderen in de hand zouden spelen. Boodschapper Godtschalk Tayhals heeft zich al in Brugge aangeboden bij Bertulf en Burchard met de boodschap dat Willem op komst is om hen waar nodig bij te staan. Ik vertel er nog bij dat ook Willem van Wervik in Brugge aanwezig is als koerier Tayhals het bericht komt afgeven.

Of mijn hoofdpersonage vooraf op de hoogte was van de geplande aanslag kan ik niet met zekerheid beweren. Hij is er in elk geval als de kippen bij om zijn slag te slaan en van enige afkeuring van de moord is geen sprake. Hoewel het natuurlijk wel mogelijk kan zijn dat Willem van Lo helemaal niet op de hoogte is dat zijn vrienden de moord eigenhandig hebben uitgevoerd. Iets wat me niet echt realistisch lijkt met de getuigen die er bij waren en met de bloedige nasleep die de bende zomaar in het openbaar heeft uitgevoerd. Historicus Warnkoenig schrijft in zijn geschiedenis van Ieper in 1864 trouwens dat de eerste plannen van de aanslag al beraamd werden op 22 januari 1127 en dat dit gebeurde in de kerk of de abdij van Sint-Maartens in Ieper.

Boeteman geeft in zijn ‘Ieperse Historiën’ meer details over deze samenzwering: ‘Op de 22ste januari waren binnen Ieper in het Sint-Maartens klooster op Sint-Vincentdag vergaderd de voornaamste aandrijvers van de moord op Carolus de Goede, te weten de proost Lambrecht Vanderstraeten met zijn zoon Bossaert, Isaac, hun neef Guido van Steenvoorde, Guillaume Robert, Wintry Werrijn en sommige andere brooddronken gezellen van hun geslacht die onder malkander beraamden om de graaf Carolus naar hun opzet en gelegenheid te vermoorden.’ Dat Karel de Goede zowat één maand later het kasteel in de Kortemeers van Bossaert Vanderstraeten tot assen doet verbranden toont duidelijk aan dat zijn tegenstrevers erg verbonden zijn met Ieper. De fameuze burcht aan de Kortemeers ligt trouwens in de schaduw van het Sint-Maartensklooster.

In de kroniek ‘Flandria Generosa’ over de graven van Vlaanderen staat geschreven dat Willem zich op het tijdstip van de moord en zelfs al een jaar eerder in Engeland bevindt. Hij kan dus hoogstens op de hoogte geweest zijn van het complot. Van zodra hij het nieuws van Karels dood verneemt rept hij zich in elk geval in vliegende vaart naar Vlaanderen. Hij krijgt nu eindelijk toch de kans om graaf van Vlaanderen te worden. ‘Ik zal regeren!’ roept hij uit. Zijn kansen zijn ook reëel. Zelfs de Bruggelingen schijnen hem gunstig gezind. Uiteraard op voorwaarde dat hij de gravenmoordenaars zal straffen. Iets wat niet eens in zijn brein opkomt en later een kapitale fout zal blijken te zijn.

Van straffen is er geen sprake. Integendeel. Het boterbriefje dat Tayhals aflevert in Brugge laat niet veel aan onduidelijkheid over: ‘Mijn meester en uw boezemvriend Willem van Lo groet u en verzekert u van zijn vriendschap. Weet dat hij, zoveel hij maar kan, zich zal haasten om u te helpen en te ondersteunen.’ Wie schrijft dergelijke zaken aan figuren die net de graaf van Vlaanderen hebben opgeruimd? Begin maart is het door de traditionele jaarmarkt heel druk in Ieper. Een bont pluimage van binnen- en buitenlandse kooplieden slijt er zijn waren. Die foor is al aan de gang sinds 22 februari. Het bulkt er van de handelaars uit de omringende landen. Er zitten zelfs commerçanten bij van Lombardije aan wie de graaf nog onlangs een zeldzame zilveren beker voor de prijs van 21 mark heeft aangekocht.

Wanneer het nieuws van de aanslag op Karel in Ieper bekend raakt kiezen veel van de handelaars ervoor om Vlaanderen onmiddellijk te verlaten. Het is hier niet langer veilig. Hun vertrek kan ik eerder omschrijven als een vlucht. Dat holderdebolder terugtrekken heeft ook veel te maken met Willem van Lo. Bertulf heeft hem vanuit Brugge het advies gegeven om van de jaarmarkt te profiteren om zich in zijn thuisplaats alvast te laten uitroepen tot nieuwe graaf van Vlaanderen. De proost heeft zijn achterban, de ‘Kerels’ van Veurne en die van de gilden aan de zeekant opgeroepen om naar Ieper af te zakken om er de claim van Willem van Lo te ondersteunen. Het kan maar zo duidelijk zijn dat de sterke man van Ieper een gooi naar de macht doet. De snelheid van uitvoering en de haast van zijn vriendjes geven zonder meer een zure nasmaak dat de liquidatie en de opvolging zorgvuldig werden gepland in medeweten met de Kerels en die van Willem van Lo.

Ernest Warlop trekt in 1964 dezelfde conclusie als ikzelf: ‘met uitzondering van de streek van Broekburg stond dus heel het kustland onder controle van Willem van Lo, de Erembalden en hun verwanten. Blijkbaar beantwoordde dit alles aan een vooraf uitgestippeld plan. Op 6 maart, de dag waarop de Erembalden Willem van Lo als graaf erkenden, had proost Bertulf aan Robrecht van Crecques die met zijn nicht gehuwd was, opdracht gegeven zijn woning te versterken, in afwachting dat Willem het graafschap definitief in handen zou hebben. Het plan was duidelijk. Zoals zijn grootvader Robrecht de Fries dat ooit gedaan had zou Willem, steunend op de kustkasselrijen Vlaanderen proberen te veroveren.’

Warlop eindigt deze volzin met een veelbetekenende ‘Maar….’. De kat springt inderdaad op de koord. In Brugge komt de reactie eindelijk los. De achterban van Karel de Goede die aanvankelijk als verstijfd reageert op de aanslag komt pas nu echt goed tot het besef wat er allemaal gebeurd is. De meeste edelen van Vlaanderen distantiëren zich van de Erembalden. Dat gebeurt onder druk van de katholieke beau monde. Een moord in de voornaamste kerk van Brugge en dat in het besef dat Karels schoonbroer nota bene bisschop Simon van Noyon is. Die catalogeert wat gebeurd is als zuivere heiligschennis en hij zorgt ervoor dat de banvloek wordt uitgesproken over allen die meegewerkt hebben aan deze verschrikkelijke misdaad.

Gervaas van Praet is de gewezen kamerheer van de graaf. Hij neemt als eerste het initiatief om de confrontatie aan te gaan met de Erembalden. Rond de burcht en de kerk van Brugge leven de Bruggelingen in een vrij open buitengebied, de voorgeborchten. Bertulf heeft de opdracht gegeven om rond die voorgeborchten een omheining te bouwen. Het is aan die verschansingen dat van Praet zich op de avond van 9 maart met een groep gewapende mannen aanbiedt. De inwoners openen de poorten van de Zandberg zodat de samenzweerders zich nog moeten reppen om zich tijdig in veiligheid te brengen achter de gesloten poorten van de Burg.

Zal in 2018 verschijnen in deel 7 van de Kronieken van de Westhoek – lees verder hier: http://www.dekronieken.com/P1140100.htm

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>