Het spook van Beveren-aan-den-Ijzer

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in  ,      1 year ago     481 Views     Leave your thoughts  

De legende van de Beverense kasteelhoeve

Te Beveren heeft er indertijd een kasteel gestaan, dat achteraf werd omgevormd tot een grote hoeve, nu bewoond door G. Persijn. Over deze kasteelhoeve werd in de vorige eeuw nog volgend legendarisch verhaal verteld:

Het was op een avond van de maand november. Het was pikdonker, het waaide en het regende dat het goot. Het werkvolk was reeds vertrokken en de meiden en knechten waren ter ruste. De boer en de boerin stonden op het punt hun bedstee op te zoeken, toen de grote hond verwoed aan het blaffen ging en er iemand heftig op de voordeur klopte.

De onbekende aan de deur vroeg smekend of hij daar de nacht mocht doorbrengen. Toen de boer opendeed kwam er een kleine kletsnatte bultenaar binnen gesukkeld. Het ventje vertelde zijn gevaartenissen en hoe hij van ‘t ene naar ‘t ander trok op zoek naar werk, ergens op een hoeve bij brave meesters. Hij kon matten en manden vlechten, stoelbreien, de beesten bestellen en soortelijke dingen meer. Na een korte aarzeling werd hij aangenomen om op de hoeve te wonen en te werken.

De ‘bulte’ geraakte het daar vlug gewend en hij was van iedereen gaarne gezien omdat hij zo geestig was en schone kon vertellen.

Op zekere nacht werd de nieuwe knecht, die Jantje heette, uit zijn slaap gewekt door een wit lichtverschijnsel dat uit de hoek van zijn slaapkamer, van onder een blauwe ‘schorre’ kwam. Het lichtverschijnsel contraheerde zich tot een vage gestalte, het was duidelijk een spook of een geest die een lantaarn droeg. Het spookachtig wezen ging achter de voetkant van Jantjes bed en onderzocht daar voorzichtig en langzaam, van boven tot beneden, de achterwand.

Jantje die niet van de bevreesde soort was, loerde voorzichtig van onze zijn dekens wat er aan het gebeuren was. Het spook peuterde wat aan de muur, trok er een paar rood getinte stenen uit en haalde uit die opening twee linnen beurzen. Het zette de lantaarn op de vloer en begon de inhoud van de beurzen – een grote hoeveelheid goudstukken – één voor één na te tellen.

‘Goed’, mompelde het spook, schijnbaar tevreden over het resultaat en het stak daarop de beurzen en de stenen terug op hun plaats. Geluidloos trok het naar de hoek van de kamer en kroop terug onder de ‘schorre’. De kamer was weer in volledige duisternis gehuld. ‘Potdorie’, mompelde Jantje, ‘Ik ga dat morgenvroeg eens nader bekijken.’

Hij sliep voor de rest van de nacht niet meer en zo gauw de haan kraaide wipte hij uit zijn bed, recht naar de boer. Hij vertelde wat hij die nacht had meegemaakt en onmiddellijk onderzochten zij samen de muur van Jantjes kamer.

Met moeite trokken ze de rood getinte stenen weg en Jantje haalde voorzichtig de geldbeurzen te voorschijn, die hij echter met een bons op de grond liet ploffen, verrast door het gewicht. Geheel de voormiddag telden de boer en Jantje goudstukken en tenslotte verdeelden zij eerlijk de buit. Jantje kreeg de helft van dit merkwaardig fortuin.

‘s Anderendaags verzamelde hij zijn spullen en na een roerend afscheid van heel de hoevebevolking trok hij heen. Hij kocht in Roesbrugge een huisje en sleet er rustige dagen tot aan zijn dood. Wie dat Jantje was, dat heeft er nooit iemand geweten.

Dat vertelde mij een oud Bevernaar.

Dirk Cailliau in ‘De Ijzerbode’ van 1972

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>