Het spook van Sint-Pieters

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       11 months ago     314 Views     Leave your thoughts  

Ik weet hier een mens op Loker, Henri Delbaere, een frontierbaas, tussen Loker en Belle, hij geloofde aan niets. Maar hij had een kind dat geweldig ziek was, zijn oudste zoon. Het ging niet en de dokters wisten er niets op. Hij is gegaan van Loker naar Ieper met paard en voiture. Hij had het meest rooi van de wereld om te leper te geraken naar de paters. Zij hebben gelezen en gedaan, dat kind heeft niet meer gekresen, ’t was genezen. Van toen voort, heeft dat mens alles geloofd. Al weerkeren, dat mens had een koerspaard met een voituurtje. Het ging voor niet. Dat paardje liep om te Ieper te geraken.

Maar in in ’t doorgaan, ’t schuim stond zo dik, het had rooi om te gaan. Maar hij is toen gezegd geweest van de paters dat hij moest entwat onder zijn zulle doen, een relikwietje, en dat dat vrouwmens die dat aan zijn zoon aangedaan had nog ging binnengaan naar de winkel en dat hij alles moest geven, maar niet laten betalen.

Drie keer alzo. En ’t is alzo gegaan. Ze is drie keer gegaan, maar geen vierde keer weergekomen. In ’t doorgaan, in een kwartier, hij moest in Ieper zijn met zijn koerspaard, naar hij deed er uren op en dat paard heeft geklawierd, maar ’t geraakte niet vooruit. En met te lezen en te doen, het paard was gearrangeerd en ’t paard, kijk, in een kwartier hij was in zijn huis en het schuim was weg.

In Poelkapelle vloog er daar altijd, daags voor de hoogdag, een geit rond in de lucht, alzo rond ’s nachts twaalf uur, één uur, al lelijk doen en al lelijke schreeuwen geven. Dat was daags voor de hoogdag, gelijk welke hoogdag. Dat is al weg met de oorlog van veertien. Als we weerkeerden naar België was dat gedaan.

Die heksen, dat zijn mensen die binst dat ze werken, hun geest is weg, heb ik nog gehoord. ’t Is toen hun geest die in de huizen komt en doet spoken. ’t Rommelt dikwijls dat ge zoudt peinzen dat ze heel de zolder onderste boven smijten. Zij hebben al de slechte boeken. De geestelijken hebben dat al ingehaald. Ze hebben zoveel gedaan!

Ik heb horen vertellen van mijn moeder, maar dat is waar gebeurd, dat er op ’s zwijneplein, dat is op St. Pieters bij de vesten, alle nacht klokslag twaalf stipt een spook kwam onder een wit laken. Dat bleef daar een eind en dat was toen weg. Dat was al door een oud , heel oud wijvetje; dat slechte boeken had in haar huis. Dat waren daar al hele kleine huisjes en ’t gebeurde daar altijd entwat, ongelukken enz. De wijvetje was toen al straatoud als ik een kleine jongen was.

Er was daar een hofstede op de baan van Elverdinge naar Vlamertinge, Dat is op het gehucht ‘De Seule’ en daar bij is er een grote boerderij die toebehoorde aan de graaf de Lobbepain van Elverdinge. Maar op die hofstede was het ook ’t ene ongeluk achter ’t ander. En al de boeren die erop geweest waren, waren uitgeschud.

Bij dat ze werkten of niet werkten, dat was altijd de ene tegenslag tegen de andere: pest, cholera, onder de beesten. De mensen moesten van ’t hof van de krot. Kwam er een nieuwe pachter, en het was weer hetzelfde. De mensen zeien allemaal: ‘Die hofstede is betoverd. Er zit daar een kwade geest in, een heks. Het kan niet anders zijn! Het zijn al goede werkers geweest op het hof en ze varen alzo.’

Maar op zekere dag kwam mijn nonkel op het hofstedetje daar rechtover. Het was een hofstede van één paard. Dat behoorde ook aan de familie de Lobbepain, de graaf Smith, de toezichter van de graaf, liet nonkel daar beginnen boeren. De graaf zelf bestatigde dat nonkel een goede boer was en op zekere dag ging hij zelf naar nonkel, August Vermeersch. ‘Gust’, zegt hij, ik weet dat je een goede boer zijt en je zou me moeten een voldoening doen. Zoudt gij niet willen gaan op ’t groot hof? Dat staat al zolang leeg en er wil er niemand meer op!’

‘Ja maar meneer’, zei nonkel, ‘gij weet ook wel dat ze behekst is!’ ‘Tut,tut’, zei de graaf, ‘Gust, gaat er naar toe en ge moogt boeren voor drie jaar, gratis, zonder pacht te betalen!’ ‘Je kunt zien wat is wat’. Nonkel overpeinsde zich en hij ging. Hij mocht doen met hof wat hij wilde en kuiste ’t op van boven tot beneden. De stallingen gewassen en alles ontsmet en hij pakte toen aan aarden schotel en hij deed daar een mengeling in van paardhoorn, hoorn van hun hoeven, met sulfer, toen daar wat petroleum in en een wiek erin gelegd om dat te laten branden.

Alle deuren en vensters toegeplakt en dat laten branden. Achter al dat is hij beginnen te boeren. Ik heb vergeten te zeggen dat die hofstede ‘Het Hospitaalhof’ noemt omdat er daar zoveel gebeurd is. Nonkel is daar op het laatste van de jaren achttienhonderd naar toegegaan. Ze zijn nooit iets tegengekomen, het was radicaal gedaan. Ze hebben geld gewonnen met hopen.

Uit ‘Het heksengeloof in het arrondissement Ieper’ van Frans Ramon uit 1975

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>