Het uiteinde van de wereld

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       9 months ago     347 Views     Leave your thoughts  

Vanuit hun haast ondoordringbare schuilplaatsen drongen de Morinen en de Menapiërs het legerkamp van de Romeinen te Roeselare binnen. Een plotse aanval bij de Nerviërs in het jaar -57 was geslaagd, maar Julius Caesar, de beroemde veldheer, had de tactiek van de inwoners door en in een minimum van tijd stond zijn leger (ongeveer 80.000 man) slagvaardig. Ondanks de heldenmoed van de streekbewoners moesten ze terugtrekken tot in de bossen en van daar verder. De Morinen wisten heel goed dat ze het in een geregeld gevecht tegen de goed gedrilde Romeinen niet konden halen. Daarom bestond hun tactiek erin om de Romeinen onverwachts aan te vallen terwijl ze hun kamp opsloegen en daarbij telkens veel soldaten te doden om dan even vlug te verdwijnen in de bossen. Volgens Gantier telden de Morinen en Menapiërs op dat ogenblik 185.000 inwoners, maar of Passendale op dat moment al dan niet bewoond was, valt niet met juistheid te zeggen.

Op 26 september -57 begon het water te gieten zodat de moerassige streken van Roeselare tot heuse modderpoelen werd herschapen. De toestand van die Romeinse soldaten, op dat moment echte moddermensen, was onhoudbaar geworden en Caesar besloot om met stille trom te vertrekken en om zijn winterkamp op te slaan in oorden die gevrijwaard waren van de bruuske invallen van de Morinen en de Menapiërs.

Bij zijn terugtocht verwoestte hij dorpen en velden. Nooit heeft Caesar hoog opgelopen met die veldslag tegenover onze voorvaderen. Caesar heeft zelf geen verdere aanduiding rond de exacte plek waar de bewuste veldslag plaats heeft gevonden. Alphons De Vlaeminck plaatst in zijn werk ‘La Ménapie’ van 1879 de veldslag meer Gentwaarts.

De Romeinen konden enkel bezit nemen van de streek na een overeenkomst en niet via een overmeestering. Dat moet gebeurd zijn in -53 wanneer Caesar door de Vlaamse kuststreek trok aan het hoofd van 5 legioenen. Een legioen is een Romeinse legerafdeling van 6000 soldaten. Gezien er Romeinse geldstukken gevonden werden in Westrozebeke en Staden van keizer Tiberius (14 à 37 jaar na Christus), zal Passendale ook wel bewoond geweest zijn door de Romeinen, maar dat is natuurlijk een veronderstelling.

Gezien de Romeinen in dit ‘uiteinde van de wereld’, maar weinig plezier konden beleven, lieten ze hier maar een flauwe bezetting achter die het de Friezen en de Saksen gemakkelijk maakte om zich hier te komen nestelen. Naarmate die nederzetting groter werd, drongen ze hun zeden, gewoonten, taal en nog meer op, iets wat de aanleiding gaf tot het ontstaan van het West-Vlaams.

Het Frankisch tijdperk (409-843)
Rond het begin van de vijfde eeuw werden de Romeinen voorgoed uit onze streken verdreven. Losbandigheid, de invloed van oosterse volkeren, wanbeheer en sociale onlusten waren de oorzaak van het spoedig verval van het Romeins rijk. Een Germaans volk, de Salische Franken, slaagden erin om tot in Toxandrië door te dringen. Een ander deel van dit volk kwam meer uit het oosten, dat waren de Rijnfranken. Met de komst van de Saalfranken werd het ontluikende christendom vernietigd. Het bastaard Latijn werd vervangen door het Frankisch, maar veel Keltische en Latijnse woorden bleven in gebruik.

Zo ontstond het oude Vlaams. De Franken zijn bij uitstek de voorouders van de Vlamingen. Het waren onverschrokken strijders (Frank betekend vrij). Welnu, onze voorouders hebben die vrijheid hardnekkig verdedigd. De Franken vochten met speer, strijdbijl, schermsaks of kort zwaard en schild. De Romeinen weken steeds verder en verder achteruit, achtervolgd door de Franken. Ze hebben ons land bereikt langs de baan Keulen-Bavai. Tongeren ging in de vlammen op samen met al de nederzettingen langs de vermelde weg. De bewoners van deze streek vluchtten in twee richtingen. De enen trokken binnen in noord Frankrijk de terwijl de anderen, zoals onze ‘brigands’ later hun schuilplaats zochten en vonden in onze bossen en moerassen.

Frankische overblijfselen in persoons- en plaatsnamen
In de 7de eeuw en veel later nog hielden de bewoners met trots aan de namen die ze van hun voorvaderen geërfd hadden. Later werden die namen toch verlatijnst. Zo is Gerardus eenvoudig Gerhard, de sterk met de speer. Albertus is Adelbrecht – de schitterende door adeldom. Henricus = Heimrich, Heinrich, Hendrik, Henk – de meester thuis.

Gerbrecht = de uitblinker met de speer. Everhard = die sterk is als een ever. Diederik of Dirk betekent de machtige uit het volk. Frederik is de machtige door vrede, Wigburga = steun in de slag, Machthildis of Mathilde de strijdhaftige maagd. Irmgard wordt genoemd naar de Irminzuil die aan de voornaamste Saksische god was toegewijd en in het jaar 722 door Karel de Grote bij Eresbrug vernield werd. Andere Vlaamse namen zijn Godfried, Boudewijn, Karel, Walte, Koen, Lodewijk, Frank enz… Allemaal erfgoed van onze voorvaderen.

Ook de namen van wijken, gehuchten, akkers enzoverder spreken van geschiedenis. Plaatsnamen die eindigen op ‘heim’ of ‘h(g)em’ duiden op de heem of woonplaats van een vrije man, zoals bijvoorbeeld Ledegem, Rollegem, Izegem. Sala, sel, zele duidt aan dat er daar een kasteelhoeve stond (vb Moorsele, Dadizele). Schote is een valkant of neerschietende ligging zoals in Noordschote, Zuidschote of Bikschote. Lede betekent helling zoals in Moorslede en dan is er nog ‘dal’ zoals in Passendale.

Uit al deze namen kunnen we vaststellen dat heel onze omgeving bezet is geworden door de Franken en dat Passendale dat ook zal geweest zijn. De Franken verdeelden ons land in pagi of gouwen die naar evenredigheid van verdienste of dapperheid in de strijd aan de Frankische hoofdmannen ter beschikking werden gegeven. De pagi’s werden ingedeeld in ‘pagi majores’, ‘pagi mediocres’, en ‘pagi minores’, respectievelijk groot, middelgrote en kleine pagi.

Vlaanderen werd ingedeeld in vier hoofdgouwen. De pagus Flandrensis (het latere Brugse Vrije die zich uitstrekte over de hele zeekust. Dan was er de pagus Mempiscus, de streek tussen de Ijzer en Drongen. De pagus Tornacensis, de streek tussen de Ijzer en Boulogne (toen nog Bonen). Tenslotte was er ook nog de pagus Alderteis welke heel Artesië en een groot deel van Frans-Vlaanderen omvatte.

Aan het hoofd van een gouw werd een ambtenaar aangesteld. Iedereen trachtte aan het hoofd van een gouw te geraken, vandaar de talrijke twisten en de voortdurende wijzigingen van hoofdman of ambtenaar. Rond dit tijdstip verschijnen de eerste geloofspredikers in ons land maar het duurde nog lange tijd voor ze echt in onze gewesten kwamen er er het geloof te verkondigen. Ze hadden een harde strijd te leveren tegen de koppigheid en gehechtheid aan het bijgeloof van onze voorvaderen. De adel was het eerst voor een kerstening te winnen, maar dan meer uit een zucht naar gewin dan uit geloofsovertuiging. Tijdens deze hele periode is er nooit en nergens sprake van Passendale.

Uit de geschiedenis van Passendale van Gabriel Versavel (wordt vervolgd)

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>