Hutsepot

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       3 months ago     2464 Views     Leave your thoughts  

Hutsepot is een oud Nederlands woord dat uit onze taal door andere talen werd overgenomen. In het Frans luidt het ‘hochepot’, in het Engels ‘hodgepodge’. De oudste, echte hutsepot wordt volgens A. Lowyck gemaakt met aardappelen, opstijvende rapen en zwijnen-of schapenvlees. In de streek van Duinkerke, Nieuwpoort, Oostende gebruikt met in de hutsepot andere groenten om de smaak te verbeteren en de aardappelen op de stollen.

De ‘Hotschpot’ te Armentiers wordt volgenderwijze gemaakt als volgt: ‘Nimpt zwienebenen en trek er bouillon uit, als het goed gekokt is doet er patatten in, rapen, karroten, celeri en e lietje oil’. Te Duinkerke droegen de vissers hutsepot mede aan boord voor drie è vier dagen. Rond 1944 gebruikten zij duinaardappelen, kolen, vis en vislijm. In de lente waren dat polderaardappelen of ‘moererpels’ met rapen, kolen en varkensvlees in de herfst en de winter.

Er is hutsepot ‘van te lande’ in de streek Ekelsbeke-Sint-Winoksbergen; ‘Parmentieringe’ gemaakt van ‘petatten van ‘s noens, waar zwienevlees of ander vlees werd aan toegevoegd dat eerst door een mulle werd gedraaid.’ Tenslotte bestaat de gewone hutsepot uit groene kolen, samen met zwineschinkel, rapen, al of niet wortels en aardappelen gekookt.

Het laatste woord hieromtrent laten we aan Cl. Malbranke: ‘Le Hochelpot se fait dans une haute marmite de terre vernissée que l’on emplit d’eau froide à raison de 3 litres par kgr. de viande; mettre un bon morceau de plat de côtes et faire parti à bon feu en écumant soigneusement.

Pendant ce temps, faire revenir au beurre, ou un très bon saindoux, un morceau d’épaule, de poitrine ou de collet de mouton, un autre de veau et une oreille ou un pied de cochon; bien assaisonner, retirer les viandes et les garder au chaud. Faire blanchirun morceau de petit salé de poitrine de 125 à 250 gr. au plus et joindre aux autres viandes.

Dès la première ébullition du pot, achever d’écumer, saler, poivrer, ajouter quelques baies de geniëvre et clous de girofle et mettre les légumes: un chou, préalablement blanchi, coupé en quartiers, des navets, des petits oignons, des carottes, un panais, des poireaux en faisceau de 8 à 10 cm; liés avec des branches de celerie, un boucquet garni.

A la deuxième ébullition ajouter les viandes réservées, bien couvrir et laisser mijoter à tout petits bouillons, feu doux, pendant 3,4 ou 5 heures. Trois quarts d’heuresavant de servir, ajouter quelques petites pommes de terre pelées et un bon morceau de saucisse de campagne ou quelques chipolatas’.

Uit het Frans-Vlaams Jaarboekje van heemkring ‘Bachten de Kupe’.