Ik heb de snik

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 year ago     620 Views     Leave your thoughts  

Volksremedies uit de grensstreek.

« De volksgeneeskunde is zo oud als de mensheid, zij spruit voort uit het ingeboren streven naar zelfbehoud. De eerste vorm van geneeskunde was deze waarin de mens zijn heil zocht in geneesmiddelen, die hij meende te vinden in de natuur en in de bovennatuur, in het bijgeloof.

Een vrouw kan de koorts kwijt geraken door haar kouseband aan een boom of aan het traliewerk van een kapel te binden en dan zonder omzien op de loop te gaan (de koorts afbinden).

Benevens de volksremedies en de tussenkomst van de wonderdokter, kent de volksgemeenschap nog een derde heelmiddel tegen ziekten van mens en dier, het aflezen of bezwering.» –

(Dr. K.C. Peeters – Eigen Aard 1946)

Kruidkundigen uit de grensstreek waren o.m. pastoor Vinkt en E.H. Verstraete, rustende priesters te Veurne ; E.H. R. Despicht te Steenvoorde. Mamadou de wonderdokter uit Roubaix is befaamd om het genezen van beenderziekten. De Algenezer van St.-Winoksbergen hield een tiental jaren geleden nog zitdagen in de grensdorpen …

Heel wat zegslieden bezorgden ons in de loop der jaren af en toe een volksremedie die zij met sukses hadden toegepast of stamde uit de familietraditie. Alvast bekommerde men zich in de eerste plaats om de kinderen,

Een kind dat « zich overschreeuwt» dient onmiddellijk met het hoofd onder de pomp te worden gehouden en maar water pompen tot het schreien ophoudt.

« Pokkenagel » in een kindergezicht : een handvol koperen nagels in een winkel halen, ongeteld en onbetaald medenemen. Deze thuis voor een heiligenbeeld leggen en achteraf negen dagen bidden.

Om het « krijgen van tanden» bij kinderen te bevorderen laat men het kind op een hard voorwerp bijten. Als een melktandje uitvalt werpt men het over het hoofd weg, men slaat een kruis, zo verwerft men vast voor het kind een nieuwe tand. Men prevelt hierbij : « Tand, tand, smijt je over ‘t land en breng me weer een nieuwe tand» of « tand, tand ga naar het land. God verlove mij een nieuwe tand.» –

Om luizen te verdrijven doet men beroep op petroleum.

« Brand of puistjes » rond kinderogen : neem gedroogde bloesems van vlinderbloemen, giet er kokend water overheen, laat dit wat « trekken» en wrijf vooraleer de puistjes te voorschijn komen de omgeving rond de ogen ermede in.

– Heeft men met een « happe in zijn been gehakt» : .was de wonde uit met petroleum.

– Om bij een wonde het bloed te doen stremmen : leg een « kobbenet » op de wonde.

– Tegen het neusbloeden : neem een koud ijzer, leg dit in de hals ; ook een natte doek verschaft eenzelfde resultaat.

– Hoge bloeddruk : dit bestrijdt men door een voetbad te nemen in warm water met wat mosterdzaad. Men kan ook eikels raspen en in genever plaatsen, dit drankje drinken terwijl men tevens wat fijn gesneden paddenzurkel verorbert.

– Bronchitis : vul vier wijnglazen met suiker, 2 wijnglazen met rhum, 2 met olijfolie, rasp hierbij 2 eikels en van dit brouwsel drink ‘s ochtends één soeplepel.

· Buikloop : in koffie, melk, bier of eender welke drank, een gloeiende hete nagel even onderdompelen, waarna van de vloeistof moet gedronken worden. – Eten van hard gekookte eierdooiers. – Het sap drinken van gekookte rijst.

– Tegen gestadige dorst : het hout van geneverbesstruiken samen met wat kandijsuiker koken ; eertijds verving dit het bier in de arme gezinnen. Ook « zoetestok » in stukjes gesneden eenmaal gekookt leverde een frisse drank.

· Fleurecijn : een wilde kastanje aan een koordje op de borst dragen.

Opdat het goed zou lukken, bid vooraf gedurende 9 dagen. (vissersgebruik) .

. Geelzucht : neem een fles genever, voeg daar wat fijn gesneden wortels van bareelstaal of paddenzurkel aan toe, neem vervolgens wat Siliadoneblaadjes (plant met gele bloempjes), kook dit laatste in een weinig genever ; voeg· nu alles samen in de fles …. en dan maar af en toe een flinke teug gedronken.

– Griep : warme melk met een geutje « teinture d’iode ».

– Tegen de hik : Wie de hik heeft laat men «verschieten» (schrikken).

Gewoonlijk prevelt men een versje : « ‘k heb de snik – ‘k ging over zee – keerde were – en ‘k hadde geen meer» of « Snik, Snik, snik, vliegt over mijn rik, vliegt over zee en heb geen snik meer.»

« Hik, hik, smijt je over de rik en ‘k krijge geen hik.»

– Bij hoofdpijn : een mengeling van water en azijn en dit met een doek op het hoofd aanbrengen.

– Huidziekten en « kloven » : konijnevet smelten, ook meeuwevet is aan te prijzen

– « Klem» : de zieke tot de hals onderdompelen in de « aalput ».

– Keelpijn : een wollen gedragen kous rond de hals knopen. Een puid in een zakje stoppen, dan in de keel aanbrengen, de puid zuigt zich vol vuilnis en weg is de pijn.

– «Kinkhoest» : «roet» (oordjeskaars) op grauw papier smelten en dit op de blote borst aanbrengen.

– « Brand» in de ogen : dit wijkt door het aanwenden van Aprils-sneeuwwater.

– « Koude op het oog » : was deze uit met het sap van een « donderbaar », plant die groeit op het dak van o.m. een vissershuisje.

– Oorpijn : een ajuintje pelen – op de stoof leggen – daarna het warm hart van dit « charlotje » in de oorholte aanbrengen – een doek over het oor.

– Reuma : twee wilde kastanjes in uw broekzak steken. Helpt een bedevaart niet, wrijf dan de zieke ledematen in met netels. Men kan ook met goed gevolg een vijl in het bed leggen of met een kat in bed gaan slapen.

– Speen : kippevet gebruiken.

– Sproeten : deze verdrijft men met de dauw van ‘t gras.

– Suikerziektê: kook wortels van « percil », laat het vocht «trekken», filter dit achteraf en drink van het sap.

– Tandpijn : dit is een pijn die men vooral moet laten aflezen ; men kan op de tand ook carbure aanbrengen. Een paddewortel wordt er soms tegenaan gedrukt ; zout-water is eveneens pijnstillend.

– Verkoudheden, hoest en dagelijkse ongemakken : dit bestrijdt men met ajuin (die in fijne stukjes gesneden, met wat « potsuiker » erover gestrooid, stilaan « onder sap komt » ; dit sap wordt dan gedronken. Een andere volksremedie is vlindersiroop met « suiker de pek». Wie over een goed gespijsde beurs beschikt schaft zich 1/2 1. rhum aan, 250 gr. honig, kandijsuiker, 1 dl. saladeolie, een weinig muskaatnoot en 6 eierdooiers, alles wordt gemengd.

De « kwade borst » verdrijft men door haver te koken met « suiker de pek». –

– Een « omgeslagen voet» onmiddellijk in een kuipje met koud water plaatsen.

– «Verstopping» : « Cènebloei » op cognac « steken » en achteraf deze drank nutten.

– Tegen de « vasche » (ontsteking van het slijmvlies in de mondholte) : neem een « fokje » met suiker en doop dit in siroop of witte wijn ; zuig vervolgens aan dit « lokje ».

– «Wratten» : de wrat aanraken met een wortel, deze vrucht achteraf in een «beerput» werpen als de wortel ontbonden is, zal de wrat verdwenen zijn.

Om wratten te verwijderen werden ze vaak afgebonden. – Neem ook een gekookte erwt, wrijf deze over de wrat en werp de erwt weg. – Ga in een kerk die men nog nooit bezocht, plaats de wrat (op hand of knie eventjes in het wijwater, werp vijf of meer franken in het wijwatervat ; wie het geldstuk achteraf uit het wijwater haalt heeft meteen de wrat (ook gebruikelijk te Houtkerke) – Neem vers « varkensvel », leg dit met het «vet» op de wrat, stop achteraf dit vlees in de grond, na 14 dagen is de wrat verdwenen.

– Zweren : « Cèneblaadjpes » op de stoof leggen ,deze achteraf tot poeder wrijven en met een warme doek op de zweer leggen. – Men kan ook een landslak vangen, druk deze dan dood, plaats wat van het lijk overblijft tussen een lijnwaden doekje, legt dit op de zweer, dit doet pijn, de zweer « slaat zwart uit», doch alles geneest.

Voelt men zich niet te best en trekt men opnieuw naar bed, dan kan een drankje gebrouwd uit wortels, laurierblaadjes en kandijsuiker nooit geen kwaad.

Uit ‘Die Chronycke van Bachten de Kupe’ van 1971 – Bert Bijnens –