In de oude veure kruipen

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in  , ,      1 year ago     721 Views     Leave your thoughts  

Gezegden uit de grensstreek.

.

Men moet geen hoy in d’eyze (ruif) laten (zijn glas: uitdrinken)

Ik heb er niet bijgestaan met een kerse (kaars) (ik was geen getuige)

Duveltjesdomdag (zeer druk in zaak of kantoor)

Je moet nooit in 2 dijken tegare springen (uw moeilijkheden niet opstapelen)

Rauwe tand, lauwe hand.

Os je goat in de messe, je loat oltied plume of vlerke. (vanwege het bedelen)

Ze gaan jong deugd hebben van hun armoede (jongelui die vlug “huwen)

Jong te paarde is oud te voete.

De keel kost veel

Klaps vullen geen zaks.

Een blind zwyn vindt ook een eikel.

Boffen en schyten in zyn broek, elkedeen kan dat.

Er zijn meer oude dronkaards, dan oude dokteurs.

Twee duvels doen vechten (door slechte inborst)

Goeie geesten weerekeert – Slechte geesten en zie je nie meer.

Gat-in, gat-uut spreken. (ongerijmd)

’t Is vuile vijftien (riftje-raftje, gemene lui)

Hij heeft een vlieg in zijn oog (wat bewaaid, dronken)

Een leven maken als een klythage ( veel lawaai om niets)

Een hazetukje doen· (na het middagmaal even indommelen)

Die verloopt voor ’n stro, vindt licht een bundel. ( van de drop in de regen)

’t Taksken groeit naar de boom (zo de vader, zo de zoon)

Men kan geen water tappen uit een wijnvat.

Een slecht soldaat die zijn wapen laat pakken.

Steek uw vinger niet in dat gaatje (betrouw dat zaakje niet)

’t Bobijntje is eenmaal tenden .. (het geduld is eens ten einde)

Mijn handen jeuken naar ’t werk en rnijn voeten naar huis.

Laat varen dat vaart.

Er is een vreemde duif op ’t kot.

Klappen en breien (keuvelen en tevens werken)

God schept de dag en moeder de soep.

Binst dat ’t schaapken blet, verliest ’t zijn bete.

Een kat pakken zonder handschoenen. (iemand waar er kruim in zit.)

Men koopt geen katten in zakken.

’t Ei uit zijn gat vragen.

Man overboord is een eter minder (gezegd als iemand afwezig is)

’t Gapt gelijk ’n oven (spreekt voor zichzelf, is logisch, past zonder te meten)

’t Kalf in de bek niet lopen. (opletten).

Vreemde ogen dwingen (gezegd voor kinderen)

’t Komt te lope en gaat te voete weg (ziekte)

Wij gaan een knoopsgaatje maken (bij messengevecht).

Als ’t hooi achter de wagen loopt, zijn de vorken goedkoop (manzieke vrouwen)

Sta maar vroeg op, als ge de naam hebt van lange slaper.

Zo slank als een eiken balie. (stram)

Bijten zonder bassen. (toeslaan zonder verwittiging)

Je dakvenster staat open. (kaalkop in de zon)

’t Is een flauwe buiten. (bij .. regenachtig weder)

’t Gaat etwien zijn barmhartige ogen moeten opendoen. (karweitje opknappen)

Dronken gezeid is nuchter gepeinsd.

Mijn maag heeft de hele dag met haar muilken in ’t vet gezeten.

’t Is zo heet dat de kraaien gapen.

De dag van vandage moet ge zeven gevels hebben. (de huik naar de wind keren)

Een kap in de trouwboek geven. (ontrouw)

‘k, Ga wij niet geven als ’n krop salade. (niet laten betijen)

Hij had nogal veel bovenwind. (dronken zijn)

Ieder plaideert voor zijn heilige (zorgt voor eigen zak)

Iemand ’t ijzer in de buik houden. (steeds aan herinneren)

Als je dicht bij de kerk woont, weten ze je rap wonen,

Hij heeft reeds zijn kerstbrief verloren (oud zijn)

Van de brokken delen. (bij het hakken vliegen de spaanders in ’t rond)

Hij zal toch steeds meer doen dan een vlooie die bijt.

Hij heeft zijn wittebrood voor gehad. (beste tijd)

Pissen tegen de maan. (’n slag in ’t water).

’t Gaat zo zere als lukken bakken. (in een handomdraai)

In de oude veure kruipen. (niet opgemaakt bed).

’t Komt op geen mierepisje aan. (scharding) – he komt er niet zo nauw op aan

Koud bier maakt warm bloed.

Al draagt de klant klak of hoed. Het geld van beiden is even goed.

Zuipen is zonde, Drinken is een gebed. Laat ons drinken.

Drinken leerden wij het eerst. Eer nog dan het eten. Daarom mag een dankbaar mens drinken nooit vergeten.

Onder deze balk werd reeds zoveel gelogen. Dat hij ervan is doorgebogen.

Wie drinkt buiten zijn maat kan klappen als een advokaat,

Drienkt een pientje lijk een zwientje. Drienkt een slokske, volt op een hoptje.

Of me meugen niet gaan op één been

.

Bert Bijnens in ‘Frans-Vlaams Jaarboekje’ van Heemkring Bachten de Kupe in 1971

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>