In d’halve Mane

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       2 weeks ago     117 Views     Leave your thoughts  

Maneschijn en Wasdom

De maan is in alle tijden en bij alle volkeren een mysterieus hemellichaam geweest. De heidense Germanen gebruikten de maandag voor toewijding aan deze maan en om te offeren. In het Vlaamse land luiden nog tal van uithangborden: ‘In d’halve Mane’, de Turken bedreigden de christenwereld onder het teken van de halve maan, tal van vakwoorden bestaan bij ‘t volk waarin de halve maan te pas en te onpas wordt gebracht, volksliedjes en aandoenlijke kinderliedjes bezingen de stand van de maan, de katten gaan liefst bij volle maan ten kore en sedert onheuglijke tijden is het gebruikelijk dat zowel duurzame als valse eden door minnende mensenparen gezworen worden in den ‘zilvereuithangbordn maneschijn’.

Zelfs de krijgsverrichtingen in de oudheid richtten zich som naar de stand van de maan. De Spartanen wachtten op de volle maan om naar Marathon op te rukken en verschenen aldus op het slagveld daags na de overwinning van de Atheners. Caesar wist uit dit geloof partij te trekken tegen Ariovistus, die vòòr de nieuwe maan den strijd wilde ontwijken, en deerlijk overvallen en verslagen werd. En nog in Augustus 1908 wachtte de Franse generaal Lyautey op de nieuwe maan om met zijn Algerijnse troepen tegen de Marokkanen ten aanval over te gaan.

Niets is echter zo diep ingeworteld bij het volk als het geloof dat de maan invloed heeft op allerlei gebeurtenissen in plantenrijk en dierenwereld. Ook in het voorspellen van het weer speelt de maan een rol van belang.

Het geloof aan de invloed van de mane op de weergesteldheid berust op het veralgemenen van toevallige waarnemingen. De vastgestelde invloeden zijn zo vaak tegenstrijdig ofwel zijn ze zo gering, dat ze niet dienen kunnen als een onomstootbaar bewijs van weervoorspelling.

Bij langdurige en nauwkeurige waarneming werd bevonden dat het weer geen verband houdt met maanstand noch maanloop; de weerkundigen hebben lang gebroken met weerkalender en dagklapper, omdat het uitgemaakt is dat het weer hoogstens 48 uur op voorhand kan voorspeld worden; en overigens wordt geen rekening meer gehouden met de maangestalten in het opstellen van de weerberichten.

Al de opgedane ondervindingen over maanstand zijn dan ook zeker overblijfselen van wan- en bijgeloof en zijn onder niets anders te rekenen dan onder de oude gebarsten blazen van de superstitie.

Het schijnen van de maan, vooral wanneer ze hoog aan den hemel staat, geeft een verkeerde indruk van lichtzending die wonderklein is vergeleken met deze van het zonnelicht.

Inderdaad, gedurende de maanmaand zendt de maan ons 1/2.500.000ste deel van wat de zon ons zendt aan licht. Met andere woorden: wij ontvangen zoveel zonnelicht in één minuut als we licht krijgen van de maan in omtrent vier jaar. En toch beweren sommigen dat jonge planten beter gedijen wanneer ze gezaaid worden een paar dagen vóór de volle maan.

Het is thans nog een algemeen geldend geloof bij vele buitenmensen dat het planten in een groeiende maan de groei bevordert voor alles wat boven den grond wast, en dat het planten met afnemende maan goed is voor alles wat groeit onder de grond, namelijk de wortelgewassen.

Dus worden bonen en erwten bij voorkeur geplant in de wassende maan. Aardappelen moeten geplant worden in de afgaande of ‘kranke’ maan. Deze regel wordt niet aanzien als iets buitengewoons maar als een vanzelfsprekend onderdeel van de kennis van den boerenstiel; kortom: een overwonnen standpunt.

Algemeen wordt aanvaard dat de kiemkracht van het graan afhangt van den maanstand waarin het koren werd gepikt.

Plinius, in zijn ‘Historia Naturalis’, spreekt over de gewenste maanstand bij het plukken van het fruit en zegt: ‘Indien ge fruit kweekt voor de verkoop, plukt het bij volle maan; dan krijgt ge grote, schone en zware vruchten want ze zitten vol sap. Indien ge echter fruit kweekt om het te bewaren voor eigen gebruik, pluk het bij afnemende maan. De vruchten zijn kleiner maar beter.’

Over het gelukkig uitbroeien van de kiekens beslist de maan. Aandekiekens uitgepikt in de roste maan ‘n varen niet wel; ‘t een heeft den bek naar den rug gekeerd, andere staan kreupel of gaan lam.

De giftige planten zijn giftiger wanneer ze getrokken of gesneden worden bij maaneclips, zoals de heksen roepen tijdens den heksendans in ‘Macbeth’ wanneer ze overleg plegen bij het bereiden van den toverbrij: ‘Schierlingwortel, ‘s nachts gegraven,’ en: ‘Geitengal en iefenloot bij een maaneclips gesneên.’

Ook wordt aan de invloed van de maan op het geslachtsleven van de dieren geloof gehecht, daar waar men de geit naar den bok leidt in volle maan en elders de konijnemoeren.

Om krachtiger en dichter te groeien moet het mensenhaar geknipt worden bij het wassen van de maan.

Vier eeuwen geleden werd overwegend belang gehecht aan den maanstand in de volksgeneeskunde. Een kwetsuur opgelopen wanneer de maan in het teken van de ‘Tweelingen’ stond, was levensgevaarlijk en aderlaten altijd noodlottig. De eerste dag van de wisseling van de maanstand was in elke omstandigheid onheilswekkend; men aarzelde zelfs een bad te nemen.

Ook bij het slachten is de maan van tel. Dieren, vooral zwijnen, moet men slachten met de wassende maan. Geslacht bij afgaande maan, krimpt het vlees in de ketel bij het koken en het vet van het schotelvlees smelt te veel en teert weg bij het braden in de pan. Het Vlees geslacht bij wassende maan is smakelijker, vettiger, en hoeft niet zolang te koken.

De verschillende bewerkingen voor het bewaren van de wijn berusten op hetzelfde geloof. Wijn wordt afgetrokken van kuip op vat bij wassende maan. Een oude wijnaftrekker vertelde mij dat hij nooit wijn op flessen trok tenzij met volle maan en met noordenwind. Anders wordt de wijn zuur en zerp na vijf maand. Hij had ondervonden dat wijn van dezelfde wijngaard en van de zelfde groei, afgetrokken bij volle maan, goed bleef terwijl deze, afgetrokken op het slechte tijdstip, verzuurde. Die goede wijn bleef goed nadat hij in de kelder veertien dagen onder water had gestaan bij overstroming.

Schippers duchten slecht weer op zee in de nieuwe maan, want ze zeggen dat ‘wanneer de maan in de storm geboren is, het weer geheel den maanloop duren zal’.

Maar vooral bij het zaaien en planten, bij fruit plukken en oogsten speelt de maanstand in het volksgeloof een grote rol.

Houthakkers beweren dat het hout gekapt in afgaande maan beter hergroeit en niet wormstekig wordt. Het hout moet ge vellen in kranke en niet in wassende maan, om ‘t spekhout: zo zeggen ze in het Veurnse.

Paddestoelen zijn best, grootst in getal en in afmeting bij groeiende maan. Ze zijn op zijn smakelijkst in volle maan. Appels verschrompelen en rimpelen echter gauw wanneer getrokken in afgaande maan.

Zoals gezegd zaaien hoveniers alle wortelgewassen in de afnemende maan; bonen en erwten in de wassende maan. Toen ik vroeg waarom, was het antwoord van een hovenier: ‘van eigen, en daarbij al wat onder den grond groeit moet in kokend water op het vuur gezet worden; de wijven weten dat wel’.

In sommige plaatsen in de Leiestreek worden de aardappels bij eender welke maanstand geplant, uitgenomen nochtans op Goede Vrijdag.

Niet alleen in ons land maar in alle werelddelen is het geloof aan de invloed van de maan op de plantengroei verspreid. In Assam, de vruchtbare streek van Brits-Indië, slaat de wijze planter de maangestalte gade. Hij weet dat de groei van het blad verhoogt bij het wassen van de maan en de beste oogst geschoren wordt bij volle maan. Het snel groeien van het thee-blad geeft slechte kwaliteit met flauwe geur. Wanneer de maan vol staat en de oogst groot is, wordt de slechte thee opgedaan. Het blad geoogst in de zon en na een trage groeite geeft den beste thee.

Een Engelse ingenieur, Herbert T. Waite, die gebiedsoverste was van een grote spoorwegmaatschappij in Brazilië, maakte voor het eerst kennis met sterrekunde toen hij een contract moest ondertekenen voor het leveren van dwarsliggers. De ingenieurs wisten te zeggen dat de binnenlandse baanwerkers waarheid spraken toen ze beweerden dat de maanstand invloed heeft op het stijgen en zakken van ‘t boomsap en dit verband hield met het splijten, het verweren en het ‘lang leven’ van het spoorweghout. De koopovereenkomsten behelsden daarom altijd de clausule over den vereiste stand van de maan bij het kappen van het hout.

In Congo weten ze te vertellen dat al wat onder den grond groeit d.w.z. de wortelgewassen, moeten gezaaid worden bij ‘duistere maan’ en al wat boven de grond groeit ‘bij het licht van de maan’, en een blanke ambtenaar, die bij zijn Congolese keukenjongen kloeg over het vroeg voos worden van de wortels, kreeg voor antwoord: dat hij zeker vergeten had naar de maan te kijken bij het zaaien.

Dat vele buitenlieden nu nog bij voorkeur zaaien en planten bij wassende maan, is misschien toe te schrijven aan het feit dat de wassende maan laat opstaat en daalt na de zon, waardoor de boer lange heldere avonden heeft, hetgeen voor hem een gunstige omstandigheid tijdens de zaaitijd betekent.

Omdat het moeilijk kan aangenomen worden dat de boer zijn zaad niet zaaien wil wanneer de grond het verlangt, maar wel wanneer de maan het vereist; dat hij hoopt op goede oogst bij wassende maan en vreest voor stralen oogst bij afnemende maan, of omgekeerd bij wortelvruchten, is misschien zo geheimzinnig niet als het voorkomt. Want inderdaad, de gewone zaaitijd, bij mogelijk tijdige dricht, loopt, door de band, over een zestal weken. In die zes weken groeit de maan tijdens de tweede halfmaand. Ze neemt af in de eerste halfmaand en in de derde halfmaand van de zaaitijd.

In de eerste halfmaand en in de derde is het ofwel te vroeg ofwel te laat om te zaaien en een grote oogst te winnen; zodat de tweede halfmaand – i.e. de wassende maan – de ideale zaaitijd is.

Die geheimzinnige invloed van de maan op het zaad in de grond zou aldus niets anders te betekenen hebben dan een benaderende tijdaanwijzing, hetgeen aanneembaar is in primitieve tijden bij primitieve mensen.

G.P. Baert in ‘Biekorf’ van 1940-1945

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>