Inleiding tot ‘De kronieken van Diksmuide’

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in  ,      2 years ago     640 Views     Leave your thoughts  

Een goede 14 dagen geschreven aan mijn nieuwste episode. De brute tekst ligt vanmorgen te glimmen op mijn bureau. Nu nog lezen, herlezen, nog eens herlezen, spellingscontrole, fouten wegwerken, dubbel gebruik van woorden in de gaten houden, nog een (voor)laatste keer herlezen om dat uiteindelijk in te blikken op www.westhoek.net. De episode verschijnt in deel 6 van De Kronieken van de Westhoek in het najaar van 2016.

Hoofdrolspeler van dienst is het Diksmuide van de jaren 1300 en 1400. Ongelooflijk toch hoe ik me telkens gaandeweg laat meeslepen door een reeks van onbekende gebeurtenissen uit onze geschiedenis. Dan is er plots nog dat ene verhaal… Jullie krijgen mijn afgewerkte episode rond 20 juni in vol ornaat, in een heerlijke intensiteit van geuren en voorzien van splinternieuwe pastelkleuren te proeven en te lezen. Toch alvast de (voorlopige) openingsbladzijde van ‘De Kronieken van Diksmuide’.

“”

Nog even en ik verlaat de jaren 1400 op zoek naar een nieuwe horizon en me goed bewust van de gevaren van een onbekende toekomst. Vooraleer de stap naar de 16de eeuw te wagen, wil ik echter absoluut nog eens terug naar het vroegere Diksmuide. In het jaar 2011 heb ik ooit een hoofdstuk geschreven over de intrigerende stichting van deze stad. De komst en vooral de afkomst van de Engelsman Arnulf de Bevere hebben toen gezorgd voor een onbekend stukje geschiedenis van een van onze belangrijkste Westhoeksteden.

En nu sta ik hier opnieuw. Ik wil de draad opnemen ergens rond het einde van de jaren 1200 en op zoek gaan naar het verder verloop van de lokale geschiedenis. Mijn reisbrochures liggen al klaar om de trip te wagen. De Neckerman catalogus van dienst prijkt hier voor me met zijn Franse titel ‘Histoire de la Ville de Dixmude et de ses chatelains’. Geschreven door abt Ferdinand Van de Putte, regent in het bisschoppelijk college van Brugge in het jaar 1842. De auteur is vooraanstaand lid van de geschiedkundige kringen van Morinië en die van Brugge.

Van de Putte is een kind van de Westhoek en wordt geboren in Rumbeke. Hij loopt school in Ieper en in Diksmuide en zal tijdens zijn carrière nog pastoor worden in Boezinge, Poperinge en Kortrijk. Zijn leven strekt zich uit tussen 1807 en 1882. Hij moet zich dus in zijn gloriejaren bevinden als hij zich in 1842 waagt aan de oude geschiedenis van Diksmuide.

Ik blader door het boek. De titel; ‘Chronique de la Ville de Dixmude’ oogt aantrekkelijk. Ik hou halt. Hier begint mijn nieuwe episode. In 958 richt graaf Boudewijn er de eerst publieke markt op. Dat zal wel het gevolg geweest zijn van de aanwezigheid van Arnulf de Bevere sinds 940. In 962 stopt graaf Arnulf de Jonge voor het eerst wat eigendomsrechten toe aan de plaatselijke kerk die toen nog in zijn kinderschoenen staat en nog volledig afhankelijk is van de hoofdkerk in Esen.

In 1045 is Diksmuide groot genoeg geworden om op eigen kerkelijke benen te staan. De bisschop van Terwaan wijdt er een nieuwe kerk die nu volledig los staat van die van Esen. Er komt zonder twijfel een economisch vervolg als de Ieperlee in het jaar 1166 wordt uitgegraven. Het nieuwe kanaal dat in deze tijd nog omschreven staat als ‘Yperleet’ zorgt voor een verbinding tussen Ieper, Scheepsdale bij Brugge, Diksmuide en Nieuwpoort.

Ook de Ijzer wordt in goede banen gelegd en zorgt voor een reünie tussen Ieper, Diksmuide en Nieuwpoort. De tijd is dan al doorgeschoven tot aan 1251. Goede tijden wisselen af met slechte tijden. Maar ik hoor de mensen niet klagen. In 1270 worden stad en kerk door het vuur verwoest. Gwijde van Dampierre maakt van de heropbouw gebruik om nieuwe stadswallen aan te leggen. Een robuuste mix van grove aarden wallen en allerhande versterkingen.

Onze graaf moet dan al over een soort van glazen bol beschikken. De jaren 1200 zijn verlopen in relatieve vrede en voorspoed en van een oorlog is er sinds de komst van de Noormannen eigenlijk al enkele eeuwen geen sprake. De periode van de moord op Karel de Goede moet wel gezorgd hebben voor een soort van burgeroorlog in Vlaanderen, maar Ferdinand Van de Putte vindt van die gebeurtenissen niet het minste spoor terug in de archieven van Diksmuide.

De toestand van peis en vrede en ongebreidelde groei blijft inderdaad niet duren. De schrijver springt naar het jaar 1297. Ideaal om in te stappen in het vervolg van zijn kronieken. In Vlaanderen komt het tot een fameuze tweespalt tussen de inwoners onderling. Een deel blijft trouw aan de graaf van Vlaanderen en de rest kiest de zijde van de nieuwe koning van Frankrijk. Filips de Schone is de nieuwe ‘wonderboy’ van zijn generatie en ambieert de volledige zeggenschap over het grondgebied dat al eeuwen beheerd wordt door de graven van Vlaanderen. Dat grondgebied draagt de naam van Vlaanderen en Gwijde van Dampierre heeft het er bepaald moeilijk dat de Franse koning zich als een typische schoonmoeder begint te gedragen.

“”

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>