Jacobus Zak van Diksmuide

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 month ago     250 Views     Leave your thoughts  

In 1045 is Diksmuide groot genoeg geworden om op eigen kerkelijke benen te staan. De bisschop van Terwaan wijdt er een nieuwe kerk die nu volledig los staat van die van Esen. Er komt zonder twijfel een economisch vervolg als de Ieperlee in het jaar 1166 wordt uitgegraven. Het nieuwe kanaal dat in deze tijd nog omschreven staat als ‘Yperleet’ zorgt voor een verbinding tussen Ieper, Scheepsdale bij Brugge, Diksmuide en Nieuwpoort. Ook de Ijzer wordt in goede banen gelegd en zorgt voor een reünie tussen Ieper, Diksmuide en Nieuwpoort. De tijd is dan al doorgeschoven tot aan 1251. Goede tijden wisselen af met slechte tijden. Maar ik hoor de mensen niet klagen. In 1270 worden stad en kerk door het vuur verwoest. Gwijde van Dampierre maakt van de heropbouw gebruik om nieuwe stadswallen aan te leggen. Een robuuste mix van grove aarden wallen en allerhande versterkingen.

Onze graaf moet dan al over een soort van glazen bol beschikken. Het zou wel eens allemaal veel minder kunnen worden. De jaren 1200 zijn verlopen in relatieve vrede en voorspoed en van een oorlog is er sinds de komst van de Noormannen eigenlijk al enkele eeuwen geen sprake. De periode van de moord op Karel de Goede moet wel gezorgd hebben voor een belangrijk conflict in Vlaanderen, maar Ferdinand Van de Putte vindt van die gebeurtenissen niet het minste spoor terug in de archieven van Diksmuide.

De toestand van peis en vrede en ongebreidelde groei blijft inderdaad niet duren. De schrijver springt naar het jaar 1297. Er melden zich onweersbuien aan de einder. In Vlaanderen komt het tot een fameuze tweespalt tussen de inwoners onderling. Een deel blijft trouw aan de graaf van Vlaanderen en de rest kiest de zijde van de nieuwe koning van Frankrijk. Filips de Schone is de nieuwe wonderboy van zijn generatie en ambieert de volledige zeggenschap over het grondgebied dat al eeuwen beheerd wordt door de graven van Vlaanderen. Dat grondgebied draagt de naam van Vlaanderen en Gwijde van Dampierre heeft het er bepaald moeilijk dat de Franse koning zich als een typische schoonmoeder begint te manifesteren.

De Fransgezinden krijgen de koosnaam ‘Leliaards’ toegestopt, een verwijzing naar de lelies op hun nationale vlag. De bisschop van Terwaan, de abt van Ter Duinen, de burggraaf van Veurne, de heren van Diksmuide en Sint-Winoksbergen zijn stuk voor stuk notoire Leliaards en Fransgezind in hart en nieren. Ik vertel de historie zoals Van de Putte ze heeft neergeschreven. Het zint Dampierre hoegenaamd niet dat de leiding van de Westhoek meezeult met de Fransen. Hij laat, op kosten van de bevolking, Duitse soldaten aanvoeren om zijn positie in het Westland te handhaven. Zoon Robrecht van Bethune kan niet lachen met de dissidente steun voor Filips de Schone en zakt af naar Veurne om er de schuldigen te straffen.

Zijn actie is ondoordacht en impulsief en gooit alleen maar olie op het vuur. De commandant van Veurne, Boudewijn Reyfin speelt het staalhard tegenover Robrecht en bezorgt hem en de Vlamingen een militaire nederlaag in de moddervelden van Bulskamp. De gravenzoon koelt achteraf zijn woede op de binnenstad van Veurne waar zijn Duitsers zich uitleven aan ontoelaatbare plunderingen. De bewoners van Diksmuide en Nieuwpoort willen een soortgelijke ravage voorkomen en geven zich prompt over. Na het vertrek van de vreemde grafelijke troepen, nemen de Fransen beide steden weer in. Als voorzorg besluiten ze om ze achteraf ook nog beter te versterken.

Ik moet wat gewoon raken aan de stijl van kroniekschrijver Van de Putte. Hij schrijft gehaast en van veel details is er geen sprake. De naam van Bulskamp als locatie voor het militair treffen, blijft verbazingwekkend genoeg achterwege. Ook de gebeurtenissen van het jaar 1300 worden in een soort van Twittertaal ingeblikt. Zoiets als; ‘de stad wordt omringd door stenen muren. Charles de Valois maakt er zich baas en verhoogt de belastingen.’

Daarna zit ik al direct in het jaar 1316. Er wordt een vredesverdrag ondertekend tussen de prominenten van Frankrijk en van Vlaanderen. Ook afgevaardigden van de voornaamste Vlaamse steden moeten zich engageren. Voor Diksmuide is dat Jan Balquart. En het lijkt er in 1302 wel op dat de Guldensporenslag een fantoom van de geschiedenis was. Ferdinand Van de Velde spendeert er in elk geval geen aandacht aan.

1328 dan maar. Diksmuide krijgt een serieuze zwiep in de nadagen van de slag van Cassel waar Zannekin en zijn Vlamingen in massa sneuvelen. Een Brugse divisie die zich tijdens de confrontatie strategisch heeft opgesteld ter hoogte van Doornik verneemt het nieuws van de nederlaag van de Vlamingen en spoedt zich naar Diksmuide om er de Fransen te beletten om verder door te stoten naar Brugge. Maar tegen het machtige leger van Charles de Valois is zoiets onbegonnen werk en zo trekken ze zich verder terug naar hun thuisbasis. De bevolking van Diksmuide krijgt achteraf een boete van 6.000 pond en de stedelingen verliezen tot overmaat van ramp ook nog hun stedelijke rechten.

Die krijgen ze in 1330 terug van graaf Lodewijk van Nevers. Er wordt een vast mannetje van de graaf als ruwaard geïnstalleerd. Zijn naam is Jacques Sac. In het Vlaams Jacobus Zak, een naam die weinig goeds voorspelt, maar dat is een subjectieve invulling van mijn kant. Sac wordt in elk geval belast met de veiligheid in de stad en met het strikt laten respecteren en doen opvolgen van de privileges. Waar de schepenen vroeger het recht kregen om twaalf raadsleden aan te stellen, wordt dat recht voortaan opgeëist door Lodewijk van Nevers zelf.

Op 29 september 1333 wordt de hele stad na een uitslaande stadsbrand in de as gelegd. Ook de kerk moet er aan geloven. ‘Vulcani Dixmuda est usta periclo’, de archieven liegen er niet om. De stad en de kerk worden in de jaren die volgen weer opgebouwd maar volgens geschiedschrijver Sanderus zal het kerkgebouw nooit meer zo prachtig worden als voordien.

In 1337 gaan de Vlamingen een alliantie aan met Engeland, de grote vijand van de Fransen. De Vlaamse graaf Lodewijk van Nevers wordt een tijdje gevangen genomen en gegijzeld. In de Westhoek zijn ze niet gelukkig met deze gang van zaken. Ze hebben in het verleden al herhaaldelijk de pot uitgelikt voor het haantjesgedrag van de Vlamingen en ze blijven verschrikt en op hun hoede voor Franse represailles. Gentenaar Jacob van Artevelde, de architect van de samenwerking met Engeland, wordt door de Raad van Vlaanderen verkozen tot algemene leider. Maar leider of niet, hij wordt weggejaagd uit Sint-Winoksbergen.

Het zorgt voor een nieuwe golf van zelfverzekerdheid bij de edelen die zich natuurlijk achter hun graaf scharen en hem oproepen om Kortrijk te verlaten en af te zakken naar Diksmuide waar een algemene noodvergadering zal gehouden worden. De officiële houding van Diksmuide is die van de adel, graafgezind en Fransgezind dus. De modale Vlaming kan in realiteit, schrik voor de Fransen of niet, Lodewijk van Nevers noch zien noch luchten. Het zorgt ervoor dat het officiële Diksmuide ongewild met een gespleten tong ageert.

Lodewijk wordt in stijl ontvangen. De inwoners laten uitschijnen dat het allemaal koek en ei is. Maar hun gedrag is een façade waar achter hypocrisie en verraad schuil gaan. Die van Diksmuide hebben in realiteit een bode naar Brugge gezonden met de mededeling dat de graaf en zijn entourage zich bij hen bevinden en dat het moment ideaal is om zich van hem meester te maken. Diksmuide biedt Lodewijk van Nevers aan op een presenteerblaadje. Een staatsgreep is in de maak.

De Bruggelingen laten het zich geen twee keer zeggen. Binnen de kortste tijd arriveren ze in Beerst, een dorp dichtbij de poorten van Diksmuide. Ze verschijnen er in het holst van de nacht en willen hun slag slaan nog voor het krieken van de nieuwe morgen. Even een moment van rust en dat zullen ze Lodewijk uit zijn bed pikken.

De graaf wordt haastig gewekt door iemand die blijkbaar beseft dat er verraad in het spel zit. De schrijver geeft me hieromtrent geen verdere informatie. Contraspionage in de middeleeuwen. Hier en daar zal er wel iemand een dubbele rol spelen. Veel tijd moet Lodewijk niet hebben als ik het zo lees. Hij laat de stadspoorten richting Woumen met geweld openbreken en slaat met enkele van zijn getrouwen halsoverkop op de vlucht. Hij heeft zich verdorie moeten haasten. Het is hem aan te zien bij zijn aankomst te St.-Omer. De graaf en zowat honderd medevluchters komen er aan in hun slaapkledij, zonder bagage en met alleen het strikt noodzakelijke bij zich.

Tijdens het tumult is hij zelfs zijn grafelijke zegelring kwijtgespeeld. Veel heeft het allemaal niet gescheeld, want op het zelfde moment dat hij zich via de Woumenpoort uit de voeten maakte, zijn de Bruggelingen via een andere poort Diksmuide binnengedrongen. Hier pakken ze nu de resterende graafgezinden op, onder hen bevinden zich de Gentse kopstukken Matthieu Vanderburg en Engelram Houweel.

Uit ‘De Kronieken van Diksmuide

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>