Johanna en Filips in de storm

Maximiliaan van Oostenrijk en de Spaanse koning Ferdinand regelen een dubbel huwelijk tussen hun kinderen. Johanna van Castilië trouwt zo met onze hertog Filips de Schone. De Spanjaarden komen naar Vlaanderen. Het huwelijk van Johanna en Filips zwalpt door hevige stormen.Johanna wordt stilaan waanzinnig en Filips bekoopt de Spaanse alliantie met zijn leven.

 

Deze kroniek is hier beschikbaar in geïllustreerde vorm.

 

Nog even en dan kom ik terecht in het leven van keizer Karel. Eindelijk. Ik laat mijn oog vallen op een nogal volumineus boek uitgegeven door de Brugse drukker Andreas Wydts in het jaar 1736. Het ‘derde en leste deel’ van ‘De Chronyke van Vlaenderen’, die Wydts kopieert van de handschriften van Nicolaas Despars die het op zijn beurt overgenomen heeft van zijn grootvader Jacob Despars en van andere kroniekschrijvers voor hem. Ik kom nu wel erg dicht in de buurt van het jaar 1500. Mijn target is haast voelbaar aanwezig. De beslissing is snel gevallen. Deze ‘Chronyke van Vlaenderen’ wordt mijn metgezel op mijn zoektocht naar leven en dood van Keizer Karel en in eerste instantie dat van zijn ouders.

Het is niet de eerste keer dat ik Nicolaas Despars gebruik in mijn eigen werk. Ik denk hierbij aan de verschillende histories met Brugge in de hoofdrol. Despars schrijft deel 3 tussen 1562 en 1597 en de wetenschap dat zijn eigen grootvader ook een stuk voor zijn rekening heeft genomen, zorgt er voor dat ik hier met een ferme brok historische journalistiek te maken krijg, zaken die ooit genoteerd werd tijdens het verloop van de feiten zelf dus.

Precies alsof ik een bad neem in de tijd. Idealer kan niet. Ik kom terecht in het Vlaanderen van de late jaren 1400. De Nederlandse provincies en de Nederlanden komen bij ons meer en meer in beeld en dus gaan ze stilaan ook deel uitmaken van mijn ‘Kronieken van de Westhoek’. Het macro-klimaat en de politieke gebeurtenissen zullen enorme impact hebben op de gebeurtenissen lokaal bij ons in de Westhoek. Om die te begrijpen stap ik dus in het bad dat Nicolaas Despars heeft laten vollopen, weg van de West-Vlaamse kerktorens.

De finesse en de details van zijn kronieken brengen een onweerstaanbaar en bedwelmend aroma in de kamer. Als ik hier Keizer Karel en zijn vader niet vind, dan zal ik hem nergens vinden. Die vader heet Filips de Schone. Hij komt voor het eerst in beeld in 1493 op het moment dat er eindelijk vrede komt in Vlaanderen en dit na een troosteloze burgeroorlog van vele jaren met een niet in te schatten menselijke ellende en gespijsd door ontelbare doden.

Ik krijg de assistentie van enkele andere geschiedschrijvers die de ‘Chronyke van Vlaanderen’ aanvullen met achtergrondinformatie en extra duiding. Ik denk daarbij aan Jan Brans en Paul Morren. De bijdrage van professor Jan Brans is ravissant en meesterlijk. In 1962 geeft hij in zijn boek ‘De gevangene van Tordesillas’ een historische reconstructie van het leven van Johanna van Castilië, de moeder van Karel. Dit, door het Davidsfonds bekroond werk, geeft een schitterende extra dimensie aan de Vlaamse kronieken en helpt me om de gebeurtenissen te begrijpen en mee te transformeren in dit verhaal over het leven van de papa en mama van mijn keizer Karel.

Mijn story begint op 1 september 1493. Vrede in Vlaanderen. Eindelijk. Maximiliaan van Oostenrijk (34 jaar) komt naar St.-Omer en bevestigt het nog eens voor alle zekerheid: wie weigert om de nieuwe vrede te aanvaarden, zal voortaan beschouwd worden als vijand van de rust en zal als oproerkraaier uit het land gezet worden.

Voor het gemak van mijn lezers vat ik de politieke situatie in Vlaanderen nog eens kort samen: de Maximiliaan waarvan sprake is de zoon van de Duitse keizer Frederik III. De Habsburger is na zijn huwelijk met Maria van Bourgondië in 1477 en vooral na haar onverwachte dood in 1482 baas geworden over Vlaanderen. Maria en Maximiliaan verwekken twee kinderen: Filips de Schone (1478) en Margaretha van Oostenrijk (1480) die op dit moment dus respectievelijk vijftien en dertien jaar zijn. De hele Vlaamse burgeroorlog is er gekomen door de onwil van de Raad van Vlaanderen (en die van Filips van Kleef) om Maximiliaan aan te stellen als tijdelijke regent in afwachting van de volwassenheid van zoon Filips.

De koppigheid van de Vlamingen en de bemoeienissen van de Fransen, de Engelsen en de Duitsers hebben voor tien jaar ellende gezorgd. Ook bij ons in de Westhoek hebben ze er van kunnen meespreken. Dat konden jullie lezen in een aantal vroegere episodes van mijn eigen kronieken. De zo lang gekoesterde vrede wordt getekend en door alle partijen bezworen te Valencijn en daarna te Senlis waar gezanten van de Roomse koning hun akkoord bevestigen. Die Roomse koning waarvan sprake is onze eigenste Maximiliaan. Hij en de Franse koning komen terug op een eerder gemaakte afspraak dat dochter Margaretha zou trouwen met de Franse troonopvolger. In afwachting van dat huwelijk is de jeugd van Margaretha van Oostenrijk dus verlopen aan het Franse hof te Parijs.

Het meisje is inderdaad dertien als ze door de Franse gezanten via St.-Quentin naar Kamerijk gebracht wordt en daar in tranen afscheid neemt van haar vertrouwde entourage. ‘Daags daar naar wierd zij prachtelijk onthaald binnen Valencijn; in welke stad men veel vreugd betoonde over hare komste, gedurende enige dagen’. Jullie nemen het me hopelijk niet kwalijk als ik af en toe overschakel op de rechtstreekse taal en de commentaar van Despars’ oorspronkelijke kronieken. Net alsof ik doorschakel naar Marc Stassijns op de motor ergens in de Ronde van Frankrijk en jullie meteen zijn bibberende stem en zijn emoties van op de eerste rij meekrijgen.

Er is niemand die niet hoopt dat de rust en de vrede deze keer wel zullen aanhouden. De Duitse troepen van de hertog van Saksen worden bedankt voor bewezen diensten en verhuizen naar Gelderland waar ze (ondanks de vrede van Senlis) direct beginnen met hun voorbereiding van een andere militaire revanche tegen de Franse koning. Maar dat gebeurt ‘buiten onze palen’ en zo gaat Despars niet dieper in op deze gebeurtenissen.

Keizer Frederik III (77) van het grote Roomse Rijk sterft op 20 augustus 1493 te Lintz in Oostenrijk. Terwijl hij begraven wordt in Wenen, draagt de baas van Vlaanderen, Maximiliaan dus, voortaan de titel van Roomse keizer. Problemen met de Turken in eigen land zorgen er voor dat we de man hier niet meer zo veel zullen aantreffen.

De keizer is ‘machtig in volk en in bestuur’, maar al die oorlogen hebben hem ‘uitgeput van geld’. De kas kan enkel gespijsd worden door een interessante partij die een huwelijk wil aangaan met Maximiliaan en de keuze valt op de dochter van de hertog van Milaan die een behoorlijke portie rijkdom op tafel legt om tot een huwelijksovereenkomst te komen. Haar naam is Blanche-Maria Sforza en meer wil ik er niet over kwijt. In Keulen ontmoeten de kinderen Filips en Margaretha voor de eerste keer hun nieuwe stiefmoeder Blanche met de nodige ‘tekens van grote vreugd en voldoening over het nieuw houwelijk’ van hun vader.

De vrede krijgt een extra dimensie: er dient zich een gezant van Filips van Kleef aan met het nederig verzoek of Maximiliaan bereid zou zijn om hem persoonlijk en in vriendschap te ontvangen. Het antwoord is positief, de toenadering tussen beiden zal emotioneel wel de gepaste snaren raken na een jaren durend persoonlijk conflict. In 1494 komt het zo tot een verzoening met zijn vroegere rechterhand in Vlaanderen. Filips van Kleef is tot het uiterste van zijn kunnen gegaan in zijn strijd tegen Maximiliaan en nu worden de plooien tussen hen beiden alsnog gladgestreken.

Leuven. Van Kleef legt het laatste stuk van het parcours richting Maximiliaan te voet af. Hij valt op zijn knieën, bidt om genade voor al de misdaden die hij op zijn kerfstok heeft. Hij krijgt het antwoord dat hij eigenlijk wilde horen: alles is vergeten en vergeven. De jonge graaf Filips vertrouwt het zaakje niet zo, veel meer dan hoffelijke bloemen zijn het niet.

De hofhouding van Maximiliaan verhuist nu naar Mechelen en dan gaat het naar Antwerpen. Filips de Schone is zeventien geworden. Binnenkort zal hij geïnstalleerd worden als hertog van Brabant en als graaf van Vlaanderen. Officieel wordt dat de ‘ontvoogding van de kroonprins’ genoemd. In Leuven is de sfeer best feestelijk te noemen. Eindelijk heeft Vlaanderen weer een vorst van vlees en bloed, gedaan met die regentenraad.

De huldiging van Filips van Bourgondië tot nieuwe graaf van Vlaanderen is zonder meer het societynieuws van het jaar. Vijftig bannelingen worden krijgen alvast genade en mogen het land weer binnen. De plechtigheid gaat door in de Sint-Pieterskerk en verhuist daarna naar een podium op de markt. Terwijl de trompetten door de Leuvense lucht schallen, worden gouden en zilveren penningen in de menigte gegooid. Ondertussen legt Filips van Kleef manschap af aan de nieuwe hertog van Brabant. Daarna volgen nog plechtigheden in Antwerpen en in Zeeland. Vreemd genoeg is er geen sprake van Brugge of Gent.

Het jaar 1494 is een jaar vol ceremonie geweest. 1495 brengt opnieuw de realiteit van elke dag. Ik vertrek even uit de Westhoek om uit te wijden over de toestand in Europa. Wat Brugge, Gent en Ieper ook mogen beweren: de wereld is meer dan zomaar een stad. Keizer Maximiliaan zit weer in Duitsland waar hij een nieuw verdrag tekent met koning Charles VIII van Frankrijk. Die wil zijn handen vrij hebben om zich volop te kunnen concentreren op de annexatie van aantrekkelijke gebieden in het noorden van Italië. Daar zal hij uiteraard wel oog in oog komen te staan met Maximiliaan die daar dezelfde ambities koestert. Er is trouwens nog een derde kandidaat die begerig uitkijkt richting Milaan en Venetië: de Spaanse koning Ferdinand van Aragon.

Spanje heeft zich op enkele decennia tijd op de kaart van Europa weten te plaatsen. Na de dood van zijn vader is Ferdinand koning van Aragon en van Sicilië geworden. Zijn huwelijk met Isabella van Castilië in 1469 maakt van hun gezamenlijke gebieden een machtsfactor die Engeland, Duitsland en Frankrijk niet meer kunnen negeren. Het koppel krijgt vijf kinderen: Isabella (1470), Johan (1478), Johanna (1479), Maria (1482) en Catharina (1485).

Het koppel (de toekomstige grootouders van keizer Karel, vandaar mijn interesse voor Spanje) maakt korte metten met de heersende verdeeldheid in de Spaanse regio’s. Mijn bron Jan Brans is duidelijk: ‘gesteund door Ferdinand en zijn soldaten, kon Isabella thans onbeschroomd het hoofd bieden aan de morrende adel. Haar gemaal had weliswaar ergerlijke gebreken. Hij was als politieker gewetenloos, als regeerder eer- en geldzuchtig, als echtgenoot onbetrouwbaar. En toch vormde zij met hem een goed gespan. Door zijn sluwheid bereikte hij ten minste evenveel als zij door haar krachtdadigheid.’.

De legers van Aragon en Castilië zijn zelfs bij machte om de Moren te verjagen. In 1491 wordt het bastion Granada vrijgemaakt van Mohammedanen na een bezetting van 781 jaar. Het jaar dat daarop volgt is van ‘grand cru’ niveau. Columbus ontdekt Amerika waarbij de overzeese gebieden massaal toegevoegd worden aan de Spaanse troon. De financiële kracht die daardoor ter beschikking komt van de kroon moet indrukwekkend zijn.

Het lijkt een sprookje. Maar in wezen is Ferdinand meedogenloos en perfect te vergelijken met Hitler in zijn fanatieke ijver om Joden en Moren uit Spanje te verdrijven en daarmee meteen de nationale eenheid op te krikken. Het ‘Arisch ras alibi’ van die tijd is het katholiek geloof. Wie niet fanatiek christelijk is, wordt als vijand gebrandmerkt. De bijnaam van Ferdinand als ‘de katholieke’ zal wel terecht zijn.

De term ‘heiliger zijn dan de paus’ past perfect bij Ferdinand en Isabella. Rome is veel te zwak en te laks voor ongelovigen. Spanje slaagt er in om het bestuur van de kerk en de aanstelling van hun eigen bisschoppen en priesters onder eigen beheer te doen en zich zo min of meer los te wrikken van het hoofdbestuur van de paus. Tegen elke pauselijke beslissing kan de Spaanse regering voortaan beroep aantekenen. In 1478 wordt het beruchte inquisitietribunaal opgericht. Het Spaanse koningskoppel is vastbesloten om Spanje te zuiveren van alle afwijkende geloofspraktijken.

De val van Constantinopel wordt bloedig gewroken. De Joden die zich spottend uitlaten tegenover het christengeloof worden doelwit. Koningin Isabella is al even hard als haar echtgenoot. Er komt een radicale uitzuivering van de bevolking. 200.000 Joden worden aangepakt. Meer dan 35.000 moeten het land verlaten. Een deerniswekkende uittocht die gepaard gaat met de moorden op vele duizenden mensen. Jan Brans omschrijft het zo: ‘De partijgangers van de uitdrijving wilden alles uit de weg ruimen wat schadelijk kon zijn voor de volledige triomf van de leer van de Verlosser en voor de vestiging van de nationale eenheid op de stevige rots van het katholiek geloof.’

De kerstening van de bevolking wordt met harde hand doorgevoerd. Verdachte christenen worden uitgeleverd aan de nieuwe inquisitie. De laatste Joodse ketterij moet er uit. Ik krijg een hallucinant beeld voorgeschoteld van hoe het er aan toe gaat in de Spaanse straten. Een processie van macabere zwartgeklede rechters en prelaten en donkerbruin getooide broeders die rijen van zwijgende mensen zegenen.

Voorafgegaan door twee kruisen. Jezus mag uiteraard niet ontbreken. Gevolgd door wanhopig schreiende sukkelaars, de verdachten van geloofsschennis, die zich voortslepen in de wetenschap dat hun leven mogelijk straks voorbij kan zijn. Met achteraan, op paarden en muilezels, de vertegenwoordigers van het wereldlijk gezag, de stadsmagistraten, de leden van de Cortes en de dekens van de ambachten, allen met de kleurrijke kentekens van hun waardigheid.

Na het obligate misoffer volgt het voorlezen van de misdrijven die de veroordeelden op hun kerfstok hebben. Ze kunnen nog een laatste keer verzaken aan hun dwalingen en zo mogelijk een mildere straf krijgen: een geldboete, een verre pelgrimstocht, verbanning of de gunst om gewurgd te worden eer de vlammen hen verteerden. Zij die volharden, worden uitgeleverd aan de scherprechter en zijn beulen om, samen met hun ketterse geschriften, openbaar te worden verbrand. In Vlaanderen zorgt de vierschaar voor harde maar faire oordelen en is er altijd ruimte om zich te verdedigen. Wat de inquisitie en de rechtbank in dit Spanje uitrichten kan alleen maar als afschrikwekkend bestempeld worden.

Ik citeer nog een keer uit het boek van Brans: ‘De voorstanders van de nieuwe instelling, die zich vooral hadden te verdedigen tegen kritiek op de onderzoeksmethoden van het Heilig Officie, wezen op de veel gruwelijker straffen waarmede het burgerlijk gerecht struikrovers, dieven, lasteraars en andere boeven bedreigde.’

‘Hadden zij vergeten hoe de waanzinnige die, gewapend met een dolk, een aanslag pleegde op koning Ferdinand, werd bestraft? Vooreerst werd hem de rechterhand afgehakt en, met een gloeiende tang, de linkerborst afgerukt. Daarna werd het linkeroog uitgestoken, de linkerhand afgehouwen en het rechteroog uitgescheurd. De borstkas werd met vuurrode ijzers verbrijzeld, alvorens de voeten werden afgesneden. De overblijfselen werden op een akker buiten de stad in het vuur geworpen.’

Maximiliaan lonkt al een hele tijd naar dit Spanje. Al in 1488 stuurde hij zijn gezant naar Valladolid met het verzoek om de tienjarige Filips te laten verloven met de negenjarige Johanna. Een Spaans-Oostenrijks-Nederlands bondgenootschap, dat zou pas met met de voeten spelen zijn van de Franse koning. Ferdinand en Isabella hadden op dat moment wel andere katten te geselen met de Moren, bleven erg vriendelijk maar dachten er niet aan om zich te wagen in het wespennest dat Vlaanderen op dat moment zeker nog was.

Ik wil maar aangeven dat deze nieuwe en harde Spaanse wereld dichterbij is dan algemeen gedacht wordt bij de Vlamingen. Voor de jonge graaf Filips is er in Vlaanderen en in de Nederlanden met deze nieuwe start en vrede heel veel werk aan de winkel. Hij roept zijn hoflieden en zijn raadsheren bij zich: er moet dringend wat gedaan worden aan de ellendige toestand van de uitgemergelde Nederlanden. Er moet hard gewerkt worden om de schade van de burgeroorlog weg te werken en het land weer in zijn oude glans te herstellen.

Filips stuurt een delegatie naar Engeland om er te bemiddelen over de hangende geschillen. De onderhandelingen zullen gevoerd worden door de heer van Beveren. Vooral de oorlog ‘aangaande den koophandel, zo te water als te lande’ dient beëindigd te worden.

Die ‘Filips doet dit en Filips doet dat’ moet ik enigszins relativeren als goedgelovige praatjes van de chroniqueurs. Dat beeld past niet met de realiteit. De werkelijkheid toont een goedwillige puber die zich laat omringen door een sterke hofhouding en door een adviesraad van wijze heren (de adel) die zelf wel zorgt voor het binnen- en buitenlands beleid van de Nederlanden. Voor zover ze natuurlijk keizer Maximiliaan niet storen in zijn expansiebeleid. Zolang er echter handel kan gedreven worden en de mensen zich gedragen, de rechtbanken hun werk doen en er geld in het laatje komt, krijgt deze Bourgondisch getinte raad ondertussen carte blanche en krijgt de jonge prins de tijd van om te genieten van zijn leven als adolescent. Een van de eerste maatregelen van de jonge aartshertog (zijn adviesraad dus) focust zich op de macht van de geestelijkheid in het land.

De heilige stoel van Rome kan geen belangrijke geestelijke ambten toekennen zonder zijn voorafgaandelijke toestemming en priesters en bisschoppen kunnen geen lenen of landerijen meer kopen of inlijven zonder dat hij daar kennis van heeft en daar akkoord mee gaat. Filips de Schone forceert een wapenstilstand in Gelderland, komt tot een periode van voorlopige vrede met Frankrijk, en wordt daarvoor bij zijn vader op het matje geroepen. Het lijkt er op dat ze zich in Vlaanderen gemoeid hebben met de militaire politiek van Maximiliaan. Die heeft trouwens nog andere plannen met zijn kinderen. Een fusie met de kroon van Spanje zou al te gek zijn. De oude plannen van 1488 komen opnieuw op tafel.

De kronieken gaan voorlopig niet dieper in op de geplande fusie en komen nogal smalend uit de hoek als ze Maximiliaan achterlaten in Duitsland waar hij zich te goed kan doen aan de fijne handelingen van zijn lieftallige Blanche-Maria Sforza. Filips de Schone vecht in die tijd een oorlog uit met de bisschop van Luik, maar het lijkt er niet op dat Vlaanderen daar enige last van ondervindt.

Tijdens de maand april van het jaar 1496 reist Filips opnieuw naar Duitsland. Bij een tussenstop in Maastricht schiet hij op 1 mei letterlijk de hoofdvogel af tijdens een boogschutterstornooi. De lokale gilde weet niet waar ze het heeft. Zoveel eer en voorrecht en dat allemaal voor hen. Daarna volgt een glansrijke entree in Keulen. Op 30 juni arriveert hij bij zijn vader in Wenen.

Wat volgt is een belangrijk gesprek onder vier ogen, ‘zonder het bijwesen van eenige raad- of adelheren, van verscheyde gewichtige zaken’. Onderwerpen als de toestand in Gelderland, het aanstaande huwelijk, de afhandeling van de vrede van Senlis, en meer van dat moois passeren de revue. Daarna keert Filips terug naar de Nederlanden waar hij getuigt van ‘groot gezag en ervarenheid’. Papier blijft een gewillig medium.

Daar in Insbruck werd de kwestie van de huwelijken bedisseld tussen vader en zoon. Met welke partij zullen hij en zijn zus trouwen? Lees: hoe zullen we ons grondgebied via de het bed en tussen de lakens uitbreiden? Het Spaanse koningshuis is inderdaad een uitstekende kandidaat om de Franse dreiging naar extra grondgebied af te stoppen. Een huwelijk tussen de Vlaamse kinderen van Maximiliaan en de kinderen van koning Ferdinand van Spanje zal de machtsverhoudingen in West-Europa grondig veranderen. Het overgrote stuk van de taart zal in handen vallen van de Roomse keizer Maximiliaan en zijn opvolgers.

De gesprekken met Ferdinand en Isabella zijn dit keer wel met succes verlopen. Ik kan er van op aan dat deze alliantie het sluitstuk is van jaren van ongebreidelde groei. De vrede en stabiliteit in de Nederlanden zijn een feit, Maximiliaan heerst klaar en duidelijk over zijn Roomse rijk, een alliantie tussen Spanje en het Roomse rijk biedt nu het briljant perspectief om van de volgende generatie dé heersers van West-Europa te maken. Broer en zus zullen trouwen met zus en broer. Maximiliaan en Ferdinand hebben het allemaal netjes geregeld. Filips de Schone zal trouwen met Johanna, de dochter van Ferdinand. Filips’ zus Margaretha zal op haar beurt in het huwelijk treden met de broer van Johanna, Johan van Castilië, de enige zoon en erfgenaam van de Spaanse troon. De Nederlandse poot zal bestuurd wordt door Filips & Johanna. Margaretha zal verhuizen naar Spanje waar ze op korte termijn koningin van het Spaanse rijk zal worden.

Het duurt nog niet te lang voor die strategische keuze zich laat opmerken in het straatbeeld van Vlaanderen. ‘Johanna komt naar Antwerpen’ blokletteren de boekskes van de vroegere tijden. ‘Grote vreugde alom’. Gelukkig hebben de mensen in de Westhoek geen glazen bol en beseffen ze niet hoe hun leven en omgeving drastisch zullen veranderen door de komst van de Spanjaarden, wiens kledij en taal wel van een andere planeet lijken te komen.

Maar ter zake nu: op 20 september 1496 meert een vloot van 135 Spaanse schepen aan te Antwerpen. Ze brengen onze nieuwe first lady naar Vlaanderen. Johanna van Castilië, de dochter van Ferdinand en Isabella, koning en koningin van Spanje. Het plan van keizer Maximiliaan is in werking geschoten. Nicolaas Despars spuit zijn vreugde over de komst van de royal. Maar zo simpel als hij het schrijft, gaat het er in september 1496 helemaal niet aan toe.

Wat voor vrouwmens is die Johanna eigenlijk? De Story en de Libelle van vandaag zouden het er in geuren en kleuren over hebben, maar mijn eigenste kronieken tonen niet de minste interesse in de persoon van de nieuwe prinses. Gelukkig is er Jan Brans die wel op zoek is gegaan naar de geuren en kleuren van Johanna en haar karakter. Hij vertelt een heel ander verhaal. De eerste verhuis is zoals gezegd die van Johanna naar Vlaanderen. Ze zal de rest van haar leven in het koele noorden moeten slijten, dat beseft ze maar al te goed, maar ze kan er mee leven. Ondanks haar jeugdige leeftijd (zeventien), weet ze toch al wat de oorlog in realiteit betekent. De oorlog tegen de Moren heeft ze als kind van dichtbij meegemaakt.

Stoffige en zielloze lijken heeft ze al in overvloed gezien. De jonge en vitale prinses beseft dat ze maar een pion is op het politieke schaakbord. Een aantal prinsessen zijn haar al voorgegaan. Ze denkt hierbij aan Isabel van Portugal die zich uitstekend kon aanpassen aan haar nieuwe omgeving. Waarom zou dat voor haar niet lukken?

Ze krijgt trouwens de kriebels in de buik van haar toekomstige echtgenoot. Haar verloofde ziet er niet mis uit. Ze heeft een schilderijtje in haar bezit waarop hij afgebeeld staat: een tedere verleidelijke knaap met lange blonde lokken die tot op zijn schouders vallen. Filips heeft een zacht en een wat dromerig gelaat. Hij heeft wel een zware neus en te brede lippen maar ze kon het slechter getroffen hebben. Voor hetzelfde geld kon ze een oude paljas van een geile hertog gevangen hebben. Ze heeft dus geen reden tot klagen.

Ik krijg ook een omschrijving hoe Johanna er fysiek uitziet. Ze mag er best zijn, goedgebouwd dat wel, maar een superschoonheid kan ik ze niet noemen. Niet lelijk maar ook niet mooi. Met haar felbruine ogen, breed voorhoofd en het blonde haar stijl naar achter gekamd en verscholen onder een kapje, boezemt ze meer respect en eigenzinnigheid uit dan vrouwelijke charme.

Ze heeft Filips nog nooit in levende lijve gezien, maar de brief die hij haar gestuurd heeft, straalt een tederheid uit die zij nog weinig mocht ervaren tijdens haar jeugd. Vooral de aanvangs- en de slotzin van zijn brief slaat gensters in haar verliefdheid. ‘Mijn zeer geliefde gemalin’ is een opener die kan tellen. En wat te zeggen van het ‘amantissimus Philip pus’ of ‘ Filip die u zo erg bemint’?

De romantische brief zorgt er voor dat ze zeker niet met tegenzin naar de Nederlanden zal afvaren. Het afscheid van haar moeder Isabella valt haar moeilijk. Het vertrek naar een onbekend leven moet hoe dan ook een gevoel van eenzaamheid en verlatenheid laten heersen in de ziel en de geest van de jonge prinses.

In het zog van Johanna volgen de Spaanse edelen, haar hofdames en een hoop raadgevers. De soldaten en de krijgslieden blijven op hun schepen dobberen bij het eiland van Walcheren. Vlaanderen is blij: ‘ten is niet beschrijvelijk met hoe groote vreugt en pracht deze princesse binnen deze stadt wierd verwillekomt.’ Vooral de buitenlandse kooplieden zien haar komst en het internationaal prestige van het gebeuren wel zitten. De alliantie met Spanje houdt grote commerciële voordelen in petto en hiervoor zijn ze er natuurlijk als de kippen bij om hun graantje mee te pikken.

De vreugde en de pracht en praal waar mijn kronieken mee uitpakken moet ik inderdaad zwaar relativeren. De Spaanse vloot met Johanna aan boord bereikt Arnemuiden op 9 september 1496. Haar geliefde is in geen velden te bespeuren. Hij vervangt zijn vader ergens in Tirol. Ook haar toekomstige schoonzus Margaretha ontbreekt op het appèl, ze zullen elkaar pas binnen 11 dagen ontmoeten te Antwerpen. Johanna voelt zich gekwetst en misnoegd maar zwijgt om de goede vrede. Hoffelijk zijn is blijkbaar niet aan de Habsburgers besteed. De afgevaardigden van Filips zijn er wel en ze begeleiden de prinses en haar gevolg naar Middelburg waar ze haar eerste nacht doorbrengt in een van de mooiste patriciërshuizen van het stadje. Van hieruit start een lange en langzame tocht die haar naar Antwerpen zal brengen.

De aankomst is voorzien voor 20 september. Het land is koel, grauw, donker en onbekend. En vooral groen en plat. Het water tekent alom present. Alles in Vlaanderen staat in schril contrast met wat ze gewoon was in Spanje. Antwerpen met zijn honderdduizend inwoners verbaast haar met zijn gebouwen en zijn luxe. De stad is rijkelijk versierd voor haar komst. Dit is dus Vlaanderen op zijn best. Hier ontmoet ze haar toekomstige schoonzus Margaretha. Wat ze allebei denken, weten de kronieken spijtig genoeg niet te vertellen. Zien zij en haar broer deze gearrangeerde huwelijken wel zitten? Officieel gaat het over de ‘minnelijke’ begroeting van haar aanstaande schoonzus Margaretha in het kwadraat die nu in alle mogelijke pracht en praal in Antwerpen staat te paraderen. Johanna blijkt snipverkouden. Het land bevalt haar maar wat een snertklimaat toch vergeleken met de eindeloze zon en warme van Andalusië.

Filips laat pijnlijk lang op zich wachten. De dagen in Antwerpen worden weken tot er besloten wordt om te verhuizen naar het Sint-Bernardusklooster van Lier, Abtsherberge aan de Nete. De verhuis gebeurt op 8 oktober en ook Margaretha maakt er vrij onverwacht haar opwachting. Enkele dagen later brengt een koerier het met ongeduld afgewachte nieuws: Filips is op de terugweg en heeft al de grens van Luik bereikt. Op maandag 17 oktober is het eindelijk zover. De hertog maakt zijn entree op de binnenkoer van Abtsherberge waar Johanna hem opwacht. Hij knielt voor zijn lief, als een echte gentleman, neemt haar bij de hand en kijkt haar zwijgend en glimlachend toe. Het ijs is direct gebroken.

De meeste Gulden Vliesridders zijn er ook aanwezig op die binnenkoer. Ze aanschouwen het amoureuze tafereel en groeten het koppel met een gepaste onderdanigheid. Johanna zweeft. Althans dat schrijft Jan Brans in zijn boek over haar. Ze begrijpen de taal van elkaars ogen beter dan de taal van de mond. Filips kent geen Spaans en het Frans van Johanna is ondermaats. Dat hoeft allemaal niet, want de vonk tussen beiden slaat duidelijk over. Zodanig zelfs, dat het bruidspaar nog diezelfde dag wil trouwen. Hier, op deze binnenkoer.

De hofdames en de hovelingen van Filips zijn de liefdesperikelen van hun hertog gewoon en schrikken niet van zijn onverwacht verzoek. De Spanjaarden daarentegen reageren geshockeerd op dergelijke impulsiviteit. Het huwelijk zelf is een korte ceremonie. De sfeer onder de Spaanse hovelingen is bedrukt en wrevelig, maar daar lijkt Filips de Schone zich allerminst aan te storen.

Op 20 oktober zal de officiële huwelijksplechtigheid plaatsvinden aan het hof van Mechelen. De stad tooit zich in zijn allermooiste feeststemming. De inzegening is voorbehouden voor Hendrik de Berges, de bisschop van Kamerijk. Het bruiloftsfeest verplaatst zich achteraf naar Brussel waar de ceremonie nog eens op koninklijke manier wordt overgedaan. Er volgt een groot banket op de vroegere hooizolder van Abtsherberge te Lier. Jan Brans moet er bij geweest zijn en hij vertelt er het volgende over: ‘Van de Sint-Gummaruskerk trokken de echtelingen en hun gasten naar de Abtsherberge, waar op de laagste van de vroegere graanzolders een groot banket werd gehouden, terwijl buiten de bevolking Rijnwijn en dubbel-bier werd geschonken.’

‘Vóór de verblijfplaats van Johanna, het Hof van Mechelen, had de magistraat een toneel laten opbouwen, waarop in de late namiddag de rederijkers kluchten opvoerden. Ook andere verenigingen droegen het hunne bij tot de vermakelijkheden. De prijs van ‘schoenst ende hoogst vierene’, een kleine geldsom, werd behaald door het vleeshouwersambacht. Bij het vallen van de avond werden, op kosten van de stad, talrijke toortsen ontstoken, zodat de vertoningen ongehinderd konden voortgaan. Zij werden alleen gestoord door het inzakken van een houten brug over de Nethe, waarbij vele toeschouwers in het water terechtkwamen en verscheidene daarvan verdronken.’

Het huwelijk van zus Margaretha van Oostenrijk is gepland voor de novembermaand. Enkele weken later. Kroniekschrijver Jean Molinet weet er duidelijk meer over te vertellen. Vooral de ontmoeting tussen de beide schoonzusters is best boeiend om lezen. ‘Op 5 november werd het huwelijk gecelebreerd van vrouw Margaretha, enige zuster van mijnheer de aartshertog, met de prins van Castilië, enige zoon van de koning en koningin van Spanje.’

‘Ze trad in het huwelijk in een gouden kleed en een zeer rijke kroon en werd van haar hof naar de Sint-Pieterskerk te Mechelen begeleid door de markies van Baden. De prins van Castilië werd begeleid door de Filips van Kleef en door de prins van Chimay. Van daar gaat het naar Antwerpen. Mevrouw Margaretha van York, de adellijke weduwe (douairière) van Bourgondië, bevond zich in het gezelschap en zorgde voor een goed geordend verloop.’

‘Toen mevrouw Margaretha van Oostenrijk, die in een draagstoel reisde, Antwerpen tot op een mijl was genaderd, verliet mevrouw de douairière het edel gezelschap en ging de aartshertogin tegemoet. Zes klaroenen betuigden onmiddellijk de eer aan mevrouw de vorstin uit Castilië…. Daarna deden ze de triomfantelijke intrede in de stad. Mevrouw Margaretha zocht de verblijfplaats op van mevrouw Johanna, haar schoonzuster.’

Ik zie het tafereel zo voor me: ‘Ze moest een tijdje voor de kamer wachten vooraleer haar toegang werd verleend. Eindelijk werd ze toegelaten en trof haar schoonzuster ziek in een laag en plat bed aan, zonder deken, naar de Spaanse mode. Samen met Margaretha betraden maar vijf of zes van de aanzienlijkste dames van haar gezelschap de kamer. De ruimte was rijkelijk en volgens de nieuwste mode met goudlaken opgesmukt. Nog nooit gezien in deze contreien. Dat was ook het geval voor de kamer ernaast. Voorzien van gouden en zilveren vaatwerk. Nooit had men dergelijke rijkdom aanschouwd, nooit werd zo’n schat noch zoveel adellijkheid gezien.’

‘Het gerucht liep dat de koningin van Castilië wel vier ingerichte kamers had laten overkomen om haar desvallend dienstig te zijn en dat ze iets soortgelijks had laten in gereedheid brengen om mevrouw Margaretha te ontvangen bij haar aankomst in Spanje. De geestelijke en edele prinsen waren zeer rijk en weelderig gekleed in gouden gewaad en met kettingen, voorzien van rijke stenen van onschatbare waarde, zoals er in de wereld geen andere bestaan. Maar de leden van hun gevolg waren eerder sober gekleed en deden, vergeleken met die van hier, geen grote uitspattingen. Ze toonden zich matig in het eten en het drinken.’

Margaretha van Oostenrijk, in mijn kronieken nu plots Margaretha van Vlaanderen geworden, blijft nog een poos in het land maar zal weldra naar Spanje vertrekken. Ik mag niet uit het oog verliezen dat uiteindelijk zij de nieuwe first lady van dat grote Spaanse rijk zal worden na de dood van haar schoonouders. De vloot die Johanna naar Vlaanderen heeft gebracht zal nu Margaretha terugbrengen naar Spanje.

Ik leg de kroniekentaal van Nicolaas Despars even opzij. Terwijl Johanna volop geniet van haar wittebroodsweken in Brussel is er wel iets anders aan de hand. Spanje en de Nederlanden hadden een afspraak dat de vloot die Johanna naar het noorden brengt bij zijn terugreis Margaretha zal meenemen naar het thuisland. Doordat Filips zo lang op zich heeft laten wachten, zijn we in de herfst aanbeland en het risico om in een of andere herfststorm op zee te belanden kan beter niet genomen worden. Het vertrek van de kroonprinses wordt meteen uitgesteld tot aan het begin van de volgende lente.

15.000 meegereisde Spaanse soldaten moet zo noodgedwongen de winter doorbrengen in Walcheren. De mannen zijn er niet op gekleed en moeten er op eigen houtje voor zorgen om de noordelijke koude te trotseren. Voor het aanbreken van de volgende lente zullen 9000 onder hen sterven van koude en ontbering. Koning Ferdinand kan er niet om lachen. Het zou hem geen haar verwonderen dat de Franse koning en zijn eigen schoonzoon zijn mannen opzettelijk verwaarloosd hebben. Het gebeuren toont aan dat er onder de oppervlakte van het leuke huwelijk tussen Filips en Johanna, een borrelende wemeling van groeiende frustraties en ongenoegen groeit bij de Spaanse delegatie.

De winter is al achter de rug en het jaartal staat nu vastgeprikt op 1497. De vloot is reiswaardig bevonden. Broer Filips doet zijn zus uitgeleide in Zeeland, meer bepaald in Vlissingen. De wind zit goed om te zeilen, hopelijk is dat een goed voorteken.

De wind zit helaas iets te goed. ‘nauwelijks in het gezicht van Engeland wezende door een grauwzaam onweder in ‘t uiterste gevaar van een schipbraak.’ Ik ga nog even verder met het authentieke relaas. ‘De schipslieden waren zeer beangst en vermaanden een ieder voor de aanstaande dood’.

Prinses Margaretha ziet de bui vermoedelijk ook wel hangen en blijft er al bij al vrij stoïcijns bij. De buitenwereld moet weten met wie ze te doen hebben als ze in de Noordzee zou belanden. Voor alle zekerheid laat ze een beurs met gouden penningen vastknopen aan haar ene hand. Aan de andere hand wordt een handschreven perkament gebonden. De tekst van het kattebelletje is van Bourgondische makelij maar een ‘google translate’ avant la lettre naar het Nederduits levert volgende koddig rijmpje op:

Hier leydt Margriet en rust, die twee mael was ghetrouwt.

En echter noch met recht den naem van maegt behoudt.

Na de nodige gevaren en angsten op zee meert haar schip heelhuids aan in het Engelse Hampton waar ze volgens de regels van de kunst verwelkomd wordt door koning Hendrik VII. Die zorgt er voor dat de averij die de vloot heeft opgelopen kan hersteld worden. Drie weken later zit de wind weer excellent om verder te zeilen naar de haven van Sint Andries Galicië, in het noordwesten van Spanje.

De stijl van ‘De Chronyke van Vlaenderen’ bevalt me uitstekend. Er zit vaart in de gebeurtenissen, ik hoef niet te worstelen met langdradige toestanden en toch heeft de schrijver verrassend genoeg oog voor details. Het Spaanse koningskoppel komt speciaal naar Burgos om er hun schoondochter te verwelkomen. Ferdinand en Elisabeth zijn natuurlijk in het gezelschap van hun hele reutemeteut van potsierlijk geklede edelen en, toegegeven, ik moet me wat aanpassen en inleven aan de mode van die dagen.

Dat de schrijver oog heeft voor details, bewijst volgend fragment: ‘hier zag men de koning en de koninginne met een wondere teerheid hun langverwachte schoondochter omhelzen en na een grote vreugt over haar gelukkige aankomst, wierd des anderdags, 3 april 1497, het houwelijk met alle plichtigheid voltrokken.’

‘Zo moet het eigenlijk zijn’, willen Ferdinand en Isabella eigenlijk aangeven aan de meegereisde Vlamingen. Dat lange wachten van Filips hebben ze allerminst kunnen smaken. De spanningen tussen de hovelingen van Johanna en die van Filips zijn er de voorbije winter niet op verminderd. Integendeel. De leden van Johanna’s gevolg klagen steen en been over het feit dat ze door de Flamencos geminacht worden en door hen in de hoek worden gedrumd.

Het statement van de Spanjaarden brengt me weer terug naar Brussel. Ik kan begrip opbrengen voor de ergernis van Ferdinand en zijn echtgenote. De hofadel die de hertogen van Bourgondië al sinds eeuw en dag omringt, is een groep van edelen, elk met hun eigen landgoederen en belangen. Voeg daarbij een aanhang van bastaarden, onechte kinderen en kleinkinderen van vroegere graven van Vlaanderen. Jan Brans somt ze allemaal bij naam op. Ik houd het erbij dat heel die herenkliek een ongelooflijk vat van intriges moet vormen. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de vele meegereisde Duitse edelmannen die hier in opdracht van Maximiliaan hun weg dienen te zoeken in deze leeuwenkuil. Ik denk daarbij spontaan aan Jan van Dadizele die ooit zijn neus aan het raam stak bij deze ‘beau monde’ en er brutaal werd vermoord zonder dat er ooit een haan heeft over gekraaid.

Voor de meegereisde Castilianen, in eigen land oppermachtig, betekent de sfeer en het gekonkelfoes in Brussel één vat vol frustraties. De kaste rond Filips de Schone behandelt de Spanjaarden als derderangsburgers. Het duurt niet lang voor de hovelingen hun beklag gaan doen bij Johanna die zich op haar beurt hier over beklaagt bij Filip. Die belooft om er iets aan te doen, maar hij zou wel gek zijn om zich persoonlijk in het wespennest van zijn hofhouding te wagen.

Filips is in de fleur van zijn jeugd en probeert te profiteren van het leven. Zijn raadsheren houden zich wel bezig met de politiek. De zorgen voor de staat legt hij in handen van zijn leermeesters en de leden van zijn adviesraad. De jongeling gaat veel liever jagen in de bossen van Brabant en er zijn natuurlijk de tornooien waar hij zijn kunsten kan bewijzen. Terwijl Maximiliaan en Ferdinand elkaar in naam van Duitsland en Spanje speldenprikken uitdelen, stellen Filips’ adviseurs zich liever neutraal op en zijn ze tevreden dat hertog Filips de Schone hen daarin gewillig volgt.

Dat haar echtgenoot zich niet erg interesseert voor politiek laat Johanna koud. Hij toont zich van zijn schoonste zijde bij de stadsbezoeken in het noorden en het zuiden. De officiële bezoeken leggen ze samen af, voor de rest ziet ze hem enkel in bed. Ze stoort zich grenzeloos aan zijn vele liefhebberijen. Er zijn altijd wel redenen om uithuizig te zijn en zoals elke jonggetrouwde echtgenote zal ze zich hier wel aan ergeren. Ze heeft trouwens geen hoge dunk op van al die jachtpartijen. Is hij soms vergeten dat zijn moeder Maria van Bourgondië op jonge leeftijd verongelukt is na een val van haar paard? Haar schoonbroer, de man van haar oudste zuster Isabella, is in 1490 eveneens om het leven gekomen tijdens de jacht. Ze waren nota bene pas enkele maanden getrouwd.

En natuurlijk speelt ook jaloezie een belangrijke rol in het echtelijk leven van Filips en Johanna. Haar man zwemt in het geld en wordt heleganse dagen omringd door welriekende jonge grieten die hun bewondering voor de prins en zijn geld amper kunnen wegstoppen. Filips blijft haar wel trouw maar de manier waarop hij omgaat met het vrouwelijk geslacht is voor wat haar betreft veel te vrijpostig. Voor hem is het een spel, maar op zekere dag zal er meer van komen. Als ze kijkt naar alle bastaardkinderen die zijn voorouders al bij elkaar hebben gevogeld, dan mag ze zich daar op termijn ook bij haar knappe man aan verwachten.

Ook haar eigen vader Ferdinand was niet bang van een scheve schaats. Dat weet ze maar al te goed, ze herinnert zich de woede en de intense jaloersheid van haar moeder. Ze zit warempel voor ze het goed en wel beseft heeft in hetzelfde schuitje! Johanna denkt er echter niet aan om lijdzaam toe te kijken. Zolang de vele echtelijke twisten weer bijgelegd worden in bed, is er vooralsnog geen vuiltje aan de lucht.

Uit Spanje komt er geen al te best nieuws. Johanna’s broer Johan van Castilië trekt het niet lang en Margaretha mag haar titel van koningin van Spanje op haar buik schrijven. De kronieken die met de nodige poeha het grote feest wilden illustreren, veranderen plots helemaal van toon. Wat nu gebeurt is een heus drama: ‘doch voor korte tijd, terwijl de prince Johan voor het eindigen van dit jaar door een hete koortse naar de eeuwigheid is geroepen, nalatende zijn vrouwe weduwe en zwanger van een zoon die zij voor tijd, door schrik en droefheid ter weireld heeft gebrocht.’ De hete koorts waarvan sprake is in feite tuberculose en hij sterft te Salamanca op 4 oktober 1497. Prins Johan is altijd al een ziekelijk manneke geweest en als het op verstand en intelligentie aankwam, was hij ook al niet bij de bestbedeelden.

De rol van Margaretha in Spanje is meteen uitgespeeld. De potentiële troonopvolging is geëindigd op een fatale vroeggeboorte. De Vlaamse prinses wordt met juwelen en landerijen bedankt voor bewezen diensten en verdwijnt van het Spaans toneel. Het drama in Spanje wordt vergezeld door het nieuws van andere adellijke huwelijken die me helemaal niet interesseren.

In 1498 loopt de spanning tussen de Nederlanden en de koning van Frankrijk weer op. De Vlaamse topman Boudewijn Lannoy en een belangrijk gevolg worden naar Frankrijk gestuurd met de eis dat de Fransen het graafschap van Bourgondië, samen met de steden Arien, Hesdin en Bethune terug zullen annexeren aan Vlaanderen. De regio’s werden door Frankrijk ingelijfd bij het overlijden van Karel de Stoute in 1477, kort na zijn dood op het slagveld en terwijl zijn dochter Maria van Bourgondië niet in een toestand was om zich hier tegen te verzetten.

Het relaas van de onderhandelingen is zonder meer sappig: ‘in zijne onthalinge schenen de zaken zeer voordelig, maar Lannoy wierd met hoofse bloemen verleid, terwijl hij een slecht antwoord in ‘t geschrift ontving, als hij nu stond weder te keren, waaruit men wel kon gissen dat de Fransen uit Bourgogne niet en stonden te vertrekken, tenzij gedreven door het zweerd.’

Onze Lannoy wordt met zwier ontvangen, met de nodige tralala, terwijl de Fransen hem in zijn rug vierkant uitlachen en hem achteraf met een kluitje in het riet sturen. Dat is de variante die ik er anno 2015 van maak. Op 7 april sterft koning Charles VIII. De man krijgt een beroerte op zijn achtentwintig na een bestuur van 13 jaar. Hij heeft zelfs de tijd niet gehad om kinderen te produceren waardoor de Franse troon als een rijpe vrucht belandt bij de clan van die van Orléans. Lodewijk van Orléans wordt op 27 mei te Reims tot nieuwe koning van Frankrijk en tot nieuwe sparringpartner van Maximiliaan en konsoorten gekroond.

De Duitse keizer plaatst alvast een statement dat hij niet met zich zal laten sollen. De Fransen kunnen maar beter verwittigd zijn. Een Zwitsers leger valt Bourgondië binnen en start de belegering van de hoofdstad Dijon. In Gelderland verliest Karel van Egmont zijn geduld met de Fransen en komt het in de Nederlanden weer tot een open conflict, een confrontatie die Maximiliaan echter dreigt te verliezen. Hij forceert een wapenstilstand van twee maand, precies de tijd die hij nodig heeft om zijn leger van Dijon naar Gelderland te verplaatsen.

Die wapenstilstand zal ook wel iets te maken hebben met de houding van Filips de Schone. Na zijn bezoek aan zijn vader in Insbruck had iedereen hier verwacht dat hij een zuiver Duitse koers zou varen hier te lande, maar dat is helemaal niet zo. Hij houdt vrij veel rekening met de Staten-Generaal en laat zich begeleiden door de voornaamste edelen van de Nederlanden. Het komt zelfs tot een breuk tussen vader en zoon. Filips gaat helemaal niet akkoord met de oorlog die Maximiliaan ontketent tegen Lodewijk van Orléans en sluit een vredesverdrag met Frankrijk.

Johanna kampt met een depressie, dat lijkt ondertussen duidelijk te worden. Haar gemoedstoestand gaat er nog op achteruit met het nieuws van de dood van haar oudste zus Isabella als die op 23 augustus 1498 sterft op het kraambed van haar eerste kindje. Geen twee zonder drie en de wetenschap dat zij nu de eerste in lijn van de opvolging is, maakt haar onzeker.

Ze is voor een eerste keer zwanger en de vrucht in haar buik heeft de kans om ooit heer en meester te worden van het Habsburgse en het Spaanse territorium. Die wetenschap doet haar nog meer twijfelen aan de zin van haar verscholen leven hier aan het hof Ze weet ongetwijfeld niet wat ze wil, want hoe minder ze in het publiek dient te verschijnen aan de zijde van haar gemaal, hoe liever ze dat heeft.

Op 14 november volgt de bevalling zie probleemloos verloopt. Bij een tussenstop in Leuven, krijgt Maximiliaan er het familienieuws te horen. Johanna van Aragon, de vrouw van zijn zoon Filips heeft een kindje gekocht. Een kleindochter die Eleonora wordt gedoopt. Het zou wijlen Jef Geeraerts best weemoedig hebben gemaakt. De bisschop van Kamerijk zorgt voor de doop. De markgraaf van Baden, Margaretha van Evreux en Anna van Bourgondië, de weduwe van Adolf van Kleef, houden het kind in naam van Elisabeth de koningin van Spanje boven de doopvont.

De realiteit wordt zedig verzwegen. Uiteraard is er de blijdschap om het eerst kind. Alleen spijtig dat het een meisje is. Johanna koestert van langs om meer bittere gevoelens. Buiten enkele officiële bezoeken in de Nederlanden is ze voor de rest overgeleverd aan de eigenzinnigheid van die hele clan van Flamencos die haar bespieden en haar eigen personeel als lucht behandelen. De voorbije winter is een hel geweest, de duisternis in haar vertrekken heeft haar nog meer gedeprimeerd. Als het weer het toelaat, vertrekt Filips op jacht. Tijdens zijn uithuizigheid maakt ze zich gek als ze begint te piekeren en te fantaseren over al hetgeen hij mogelijk aan het uitrichten is.

Flierefluiter Filips is zich ‘s avonds van geen kwaad bewust, paait en sust en kust haar. Als eb en vloed komen en gaan de verwijten, beschuldigingen, wederzijdse excuses en verzoeningen tussen de twee. Het huwelijksbed zal regelmatig zijn rol van ‘wiedergutmachung’ spelen. Johanna’s zwaarmoedigheid verandert in schuldgevoel en vice versa. Aan het Spaanse hof zijn ze maar al te goed op de hoogte van het speelvogelgedrag van hun schoonzoon. 1499. In de provincie van ‘Groeningen’ is er een wapenstilstand in de maak. Groeningen is een plek in de buurt van Overijssel en ik zoek het als het kan wat dichter bij huis. Ik word op mijn wenken bediend. Tijdens een ceremonie in Douai krijgt Vlaanderen opnieuw de rechten over Artesië met de steden Arien, Hesdin en Bethune. Een gevolg van de vrede van Senlis waar de Fransen hun goede wil getoond en de Vlamingen zich als loyale partner hebben weten te verkopen.

Aartshertog Filips de Schone legt einde juni zijn eed van trouw af aan de kanselier van Frankrijk. Die eed is trouwens een eeuwenoud ritueel, waarbij ik niet uit het oog mag verliezen dat de graafschappen Vlaanderen en Artesië feitelijk bezit zijn van de Franse kroon en dat de Vlaamse graven die al heel lang in leen krijgen van de Fransman. Het manschap van Filips bezorgt een wrang gevoel aan Maximiliaan en Ferdinand. Zij zijn Frankrijk liever kwijt dat rijk en de voetval die hun (schoon)zoon maakt past helemaal niet in dat kraam. Achter de schermen zijn het vooral de topadviseurs, van Busleyden en de heer van Chièvres die de Franse belangen in de Nederlanden proberen veilig te stellen. De Artesiërs voelen zich ‘wonderlijk verheugd’ met deze leenhulde waardoor het er wel op lijkt dat ze alle meegemaakte verwoestingen en rampen vergeten zijn.

Het jaar 1500 mag dan wel iets magisch hebben in mijn ogen, toch is er aanvankelijk niet veel reden om te juichen. In Nederland steekt de oorlog weer eens de kop op met Maximiliaan, de Fransen en de Zwitsers die elk hun rol opeisen. Je ziet onmiddellijk hoe gevoelig het allemaal ligt. De oude staatsman Albrecht van Saksen bereikt het einde van het leven en de oude kronieken dartelen in het rond en portretteren zijn overlijden en zijn voorbije leven op een onnavolgbare manier.

Het respect voor de man kent geen grenzen: ‘Zo haast de vrede was gesloten is de vrome Albrecht van Saksen door ouderdom ontslapen, en vol van verdiensten naar de eeuwigheid gereisd, achterlatende in onze Nederlanden zowel als in Duitsland een zegepralende naam die totnogtoe onsterfelijk schijnt te wezen door zijn vrome oorlogsdaden en altijd gelukkige ondernemingen, van de zijne niet min gevreesd als bemind, maar zo onverzoenelijk tegen de misdadigers, dat er nooit een kwaad bedrijf voor zijne rechterstoel onbestraft is gebleven.’ De Duitse ‘punktlichkeit’ moet dan al bestaan hebben, vermoed ik en ik heb er enige moeite mee om flarden van SS-generaals, Duitse Nazipraktijken en hun onwrikbare principes uit mijn geest te verjagen.

Met Johanna valt er geen land te bezeilen. Ze is bokkig en chagrijnig en doet amper haar mond open. Filips heeft haar weer zwanger gemaakt. Eb en vloed, weet je wel. Tijdens de zomer van 1499 staat er een reis naar Gent op het programma. Het hele hof verhuist naar het Hof ter Walle in de schaduw van het Gravensteen, maar de humeurschommelingen van de hertogin blijven op en neer gaan in het ritme van het wispelturig gedrag van haar Filips.

Op 25 februari, op Sint-Mattijsdag, want het jaar 1500 is een schrikkeljaar, wordt in het Prinsenhof te Gent de eerste zoon van aartshertog Filips geboren. Na een hofbal breekt haar water en kort daarna brengt ze een tweede kind op de wereld. Inderdaad een zoontje dus. Het geboortekaartje van de kleine prins kan ik u niet ontzeggen: ‘tot uw voldoening melden wij u dat onze zeer geliefde en zeer beminde gezellin, de koningin, het leven heeft geschonken aan een zoon die gezond van leden is. Dank God, onze schepper, en smeek hem dat onze gezellin vreugde en gezondheid moge terugvinden. Zeer beminden en zeer duurbaren, God beware u.’

Op 7 maart wordt de pasgeborene boven de doopvont gehouden door de finefleur van die dagen. Margaretha van Evreux is weer van de partij. Ze is in het gezelschap van tante Margaretha van Vlaanderen, de prins van Chimay en Jan, de heer van Bergen op Zoom. Het Spaanse hof is opgelucht en opgezet met de geboorte van een mannelijke erfgenaam. De mama zelf ziet er dof en ellendig uit en probeert zich sterk te houden. Dit is meer dan zomaar een postnatale depressie en ze moet er toch wel mee oppassen.

Haar grootmoeder Isabella van Portugal, sukkelde na de geboorte van haar mama ook met zo een depressie en bij haar is het van kwaad naar erger gegaan. Het verval van zwaarmoedigheid richting complete krankzinnigheid is stukje bij beetje gekomen. Tot ze uiteindelijk geïnterneerd werd. Het lijkt er wel op dat de genen van oma Isabelle zich volop roeren in het lijf van haar kleindochter Johanna.

De baby wordt gedoopt door de bisschop van Doornik en zal voortaan ‘Karel’ genoemd worden ter nagedachtenis van zijn grootvader Karel de Stoute die in het taaltje van toen als de ‘Strijdbare’ wordt omschreven en eigenlijk mag ik die ‘Stoute’ best vertalen als ‘stoutmoedige’. Vreemd toch dat iedereen in Vlaanderen de ellende veroorzaakt door deze oorlogszuchtige man vergeten lijkt te zijn. Na de doopceremonie is het aanschuiven om cadeautjes te kunnen afgeven aan de nieuwe prins. Van lichtblauwe kruippakjes, enveloppen met geld en dozen pampers vind ik geen spoor. De Gentse wethouders doen hun entree met een zilveren schip van 25 kilo. Papa Maximiliaan vereert zijn kleinzoon met de eigendomstitel van het hertogdom Luxemburg.

De prins van Chimay komt af met een zilveren helm. Bergen op Zoom staat er met een verguld zwaard. Margaretha van Evreux showt haar rijkdom door een ‘kop van goud versierd met kostelijke gesteenten’ te schenken aan de kleine. De geschenkenstroom houdt maar niet op. Ik geniet met volle teugen van alle bijzonderheden. Tante Margaretha levert een gouden schaal met parels af. De Vlaamse clerus een exclusief ingebonden evangelie. Tot drie keer toe worden er gouden en zilveren penningen uitgestrooid onder de aanwezige fans. De eerste keer door papa Filips zelf en de worp wordt herhaald door de raad van Gent.

De derde persoon die strooit met het geld is een rijke textielbaron. Iemand die aan de buitenwereld wil tonen dat hij het gemaakt heeft in het leven. Dat kan niet anders als ik in de oude tekst snuister: ‘een zekere koopman in zijden stoffen en lakens van Gent, de welke voor zijn huis had gemaakt een ark in de welke stonden 50 mannen, ieder met brandende fakkels in de hand, in welkers midden stond zijne zoone en enige dochter, die aan de voorbijgedragen prince opdroegen een gouden kop van groote weirde, en tussen het gevolg der burgers penningen wierpen.’

Vlaanderen is dol op de kleine Karel. Een troonopvolger en dan nog hier geboren. De pret kan niet op. En dan nog Artesië die weer deel uitmaakt van Vlaanderen. Het regent goed nieuws. Filips de Schone wordt tijdens de meimaand van 1500 meer dan feestelijk onthaald in Bethune, St.-Omer en Duinkerke. In Grevelingen komt het tot een toptreffen met koning Hendrik van Engeland en zijn madame. Daarna gaat het richting Veurne en Nieuwpoort waar hij feestelijk onthaald wordt, net zoals trouwens te Oostende en te Aardenburg.

Terwijl vader Maximiliaan twee nieuwe conflicten uitvecht, blijft het rustig in Vlaanderen. De 19de januari 1501 organiseert Filips de Schone een tweede vergadering van het ‘Gouden Vlies’, een exclusieve serviceclub waar je al tot de echte elite moet behoren om er een plaatsje op te eisen.

In Spanje zijn ze er niet gerust in. Johanna zit hulpeloos te verkommeren in Vlaanderen en de vrijage tussen Vlaanderen en Frankrijk bevalt hen al helemaal niet. Jan Brans schrijft het zo: ‘Isabella, die het steeds als een tragisch noodlot heeft beschouwd zo ver van haar hulpeloze dochter verwijderd te zijn, grijpt nu met beide handen de gelegenheid om deze en haar gemaal naar Spanje te nodigen. Als troonopvolgers moeten zij verschijnen voor de Cortes van Castilië en van Aragón, om door deze te worden erkend.’ Ik vat het kort samen: Johanna en Filips worden naar Spanje geroepen.

De politieke kuiperijen schieten op gang. Er kondigt zich gekonkelfoes van het hoogste niveau aan. Een zekere Belleville, gezant van de Franse koning Lodewijk, komt met een verzoek tot bij aartshertog Filips. Hij heeft vernomen dat Filips van plan is om naar Spanje te vertrekken. Het zou Lodewijk van Frankrijk veel plezier doen moest Filips de reis via Frankrijk kunnen maken. De graaf van Vlaanderen, de Nederlanden en Artesië is bijzonder welkom in Frankrijk.

Met het overlijden van haar broer Johan van Castilië, is Filips echtgenote Johanna nu de wettelijke opvolger voor de troon in Spanje en dat maakt van de Vlaming Filips de Schone zo maar één van de machtigste figuren van zijn tijd. Wees er maar zeker van dat ze dat in Frankrijk erg goed beseffen. Johanna is de enige erfgename van ‘haar vaders en moeders rijken en goederen’. De Franse koning weet als geen ander dat Filips de belangrijkste machtsexponent in het Westen is geworden. Een persoonlijke relatie tussen hen beiden biedt voor de Fransman alleen maar voordelen. De vrijage waarvan sprake mag je dus best in deze context bekijken.

Er komen gesprekken over het eigendomsrecht van de regio Milaan en de Gulden Vliesridders die na de dood van Karel de Stoute overgelopen waren naar de Fransman zien zich verplicht om terug te keren naar Vlaanderen. De oorlog in Groeningen blijft het enige probleem tussen de Duitsers en de Fransen, maar een tijdelijk bestand tot november 1504 moet het conflict in de koelkast stoppen.

Op 21 juli 1501 krijgen Eleonora en Karel er een zusje bij. Elisabeth wordt geboren in Brussel als de vrucht van Gods zegen. Geloof het of niet, ik vraag me af of Kareltje al kan lopen, maar hij krijgt al een huwelijksaanzoek. Hoog bezoek uit Frankrijk die me nogal wat kopbrekens bezorgt en me verplicht om even terug te keren naar het jaar 1490 zodat ik klaarheid kan brengen in deze troebele familietoestanden.

De kroonprinses van Bretagne, Anna, wordt (in 1490 dus) op 13-jarige leeftijd uitgehuwelijkt aan kersverse weduwnaar Maximiliaan, na de dood van zijn Maria. Alleen maar om de Franse koning te kloten natuurlijk en van het consumeren van een huwelijk is er geen sprake. Uiteraard is Anna nog niet eens begonnen aan haar puberteitsjaren en Maximiliaan is er zelfs niet eens bij als hij trouwt.

Zijn vertegenwoordiger Wolfgang van Polham is de vervanger van dienst en daarna mag Maximiliaan zich hertog van Bretagne noemen, terwijl Anna zich op haar beurt nu de koningin van het Roomse rijk en hertogin van Oostenrijk mag noemen. Het huwelijk wordt al het daaropvolgend jaar ontbonden en uiteindelijk zal de nieuwe Franse koning Lodewijk XII het gegeerde Bretagne binnenhalen door zelf te trouwen met die Anna. Dit huwelijk gaat door op 8 januari 1499. Anna is dan 22 jaar en Lodewijk 11 jaar ouder.

Het huwelijk wordt nu wel fysiek benut. Dat kan ik vaststellen bij de geboorte van een dochtertje op 15 oktober 1499. Het moet bijna van de eerste keer prijs geweest zijn. Het meisje heet Claudia en het hoog bezoek bij Filips de Schone en Johanna van Aragon tijdens de zomer van 1501 is niet min of meer dan een formeel voorstel tot huwelijk van de peuters Karel en Claudia. De bedoeling is duidelijk: met deze verloving slagen de Fransen er in om de banden aan te halen met het Spaans rijk.

Na deze uitleg kan ik weer verder met de verwerking van mijn oude kronieken. De verloving vindt plaats op 10 augustus 1501. De hele constructie is in mekaar gestoken door Filips en Lodewijk. Zijn Spaanse erfenis maakt van hem een zelfbewuste man die zich durft afzetten tegen de wil van zijn vader Maximiliaan, die de deal met lange tanden accepteert. Wat kan hij anders? Ook het hertogdom van Milaan wordt er bij betrokken. De oudstegeborene die later ter wereld zal komen als vrucht van dit huwelijk zal automatisch Milaan verwerven. Margaretha, de zus van Filips de Schone, hertrouwt met Filibert, de hertog van Savoye. Het aanzoek wordt vergezeld door 150 edele ridders. Het huwelijk is een historie op zich. Ik amuseer me kostelijk met het verslag. Maximiliaan staat er op dat zijn dochter met een groot gevolg naar Genève reist om er kennis te maken met Filibert en om er met hem te trouwen.

Het moet en het zal een trouwfeest met keizerlijke pracht zijn. Het gezelschap maakt een tussenstop in Bourgondië. De rest laat ik vertellen door mijn kroniekschrijver. ‘Binnen Bourgogne wierd zij beslapen van den bastaard van Savoye in de plaatse van zijn broeder, de welke zij begiftigd hebbende, vriendelijk bedankt. En voortreizende wierd het houwelijk voltrokken binnen d’Abdije omtrent twee mijlen van Genève, genoemd Roma Moustier, niet zonder uitnemende pracht en onzeggelijke vreugde door geheel Savoyen.’

Ondertussen is er nog altijd niets in huis gekomen van Filips reis naar Spanje. Hij moet er dringend naartoe want hij moet zich daar ter plekke laten inhuldigen als toekomstig troonopvolger. Zijn entourage blijft maar onderhandelen en rond de pot draaien. Moet de reis via Frankrijk gebeuren of met een vloot? Vooral de prins van Chimay heeft grote bezwaren tegen een passage door Frankrijk. Karel van Croy heeft zo zijn redenen; ‘ophalende alle de onheilen, rampen, oorlogen, bloedstortingen, verraderijen, moorderijen, ontrovingen en andere onherstelbare nadelen van de Fransen begaan tegen zijn voorzaten, de hertogen van Bourgondië’, zijn niet van die aard om de reis met een gerust gemoed aan te vatten.

Veel vriendelijke woorden en beloftes van een koning wiens voorzaten nooit niets anders voor ogen gehad hebben dan zich rijk te maken op de kap van het huis van Bourgondië. Neen, het is veel beter om de reis aan te vatten met schepen die vertrekken in Calais en het zeegat richting Spanje te verkiezen via Engeland. Calais is trouwens al decennia lang Engels grondgebied op het Europees vasteland. De Fransen van hun kant proberen proberen Filips er van te overtuigen dat zijn raadgevers geen ongelijk hebben, maar dat de nieuwe koning Lodewijk werkelijk een streep wil trekken onder de rampen en de onenigheden van het verleden en dat hij insisteert op een vriendschappelijke relatie met het huis van Oostenrijk.

Van Busleyden wordt naar Spanje gestuurd om het bezoek voor te bereiden en zal een tussenstop maken in Frankrijk om ook daar het pad te effenen. Brussel kan een reuze zaak doen en het centrum van de wereld worden met Frankrijk, Spanje én Duitsland in de achterzak. Diplomatie op zijn best in één van haar wentelende gedaanten. De eerste stappen zijn gezet om Frankrijk te betrekken in de oprichting van een wereldrijk. De onderhandelingen zorgen voor grote onrust in Spanje. Het tegenbezoek van de Franse gezant Belleville in Brussel is dus al degelijk voorgekauwd, zijn verhaal en zijn prachtige proposities zijn al gerijpt en aanvaard voor hij ze moet voorstellen.

‘Dit versierde hij met schone en krachtige reden hier te lang om te verhalen, zo dat eindelijk geheel het hof is gevallen in fijn gedacht, ende men met gemeende stemmen besloot de reis aan te vangen langs Frankrijk, te meer, om dat men nog indachtig was het groot gevaar en ramp onlangs geleden op de zee, wanneer de princesse Margaretha naar Spanje werd overgevoerd.’ Lodewijk stelt een persoonlijke lijfwacht van 400 lansiers ter beschikking om het Vlaams konvooi te begeleiden op zijn reis naar Spanje.

Er komt een belofte van eeuwigdurende vrede tussen de twee huizen. Het verdrag van Lyon zit in een definitieve fase. Filips laat het oordeel over aan de Staten-Generaal die finaal het licht op groen zet. De Nederlanden zullen tijdens de afwezigheid van de aartshertog bestuurd worden door een raad. Die zal geleid worden door Engelbrecht van Nassau met de raadsheren Jan van Hoorne, de bisschop van Luik, Cornelis de Berges en de heren van Chièvres en Beersele. Margaretha van Evreux, de weduwe van grootvader Karel de Stoute, zal zorgen voor de kinderen Eleonora, Karel en Elisabeth. De Bourgondische kanselier Thomas Plainy en de echtgenote van Filips van Kleef zullen haar bijstaan.

Filips de Schone en zijn vrouw Johanna van Aragon beginnen op 4 november 1501 hun reis naar Spanje met een tussenstop in Bergen. In hun zog reist een meute van edelen, notabelen en vooraanstaande geestelijken. Het paleis in Brussel stroomt leeg. Het ‘wie en hoe het er allemaal uitziet’ krijg ik voorgeschoteld van journalist Jan Brans:

‘Achter de hertog en zijn gemalin reden, eveneens in rijke kledij, Frans van Busleyden, intussen verheven tot aartsbisschop van Besançon, de bisschop van Kamerijk, de bisschop van Astorga en de bisschop van Granada, Juan de Fonseca, gevolgd door de hovelingen van Johanna en van Filips, waaronder de heer van Beveren, Filips van Bourgondië en Antoine de Lalaing, heer van Montigny. Verder nog een veertigtal hofdames, de hofschilder Jacob van Lathem, verscheidene klerken, stalmeesters en schildknapen. Achteraan volgde een eindeloze trek van huifkarren, beladen met geschenken, tenten, bedden, tapijten en keukengerei.’ En zo gaat het gezelschap Frankrijk binnen waar ze opgewacht worden door de beloofde 400 landsknechten die de karavaan met hun aanwezigheid een militaire allure meegeven. Via Valencijn en Kamerijk arriveren ze in de Vermandois bij St. Quentin waar ze begroet worden door de graaf van Ligne, ‘met veel edeldom’, allemaal door de koning gestuurd om hen welkom te heten, of te ‘verwellekomen’ zoals het zo mooi neergepend staat.

Het edel gezelschap vervolledigt de Vlaamse colonne en samen gaat het verder naar het zuiden. Noyon, Compiègne, Senlis, St. Denis en Parijs waar de Filips in het parlement plaats neemt als pairheer van Frankrijk. Via Orléans komen ze in Blois waar het gevolg opgewacht wordt door de koning en de koningin.

‘De prinsen van den bloede kwamen hun tegemoet enige mijlen buiten deze stad, dewelke de aartshertog brachten in ‘t paleis van de koning, de welke hij gezien hebbende, ontbloot zijn hoofd, boog zich tot twee maal, en terstond omhelst hem de koning, met de welke hij omtrent twee uren in gesprek bleef tussen een verscheidenheid van oordeel van zoo d’een als d’andere hofkundige prinsen’.

De scène doet me denken aan een staatsbezoek zoals we die zo vaak zien op het journaal. Alleen de meute persmensen met hun microfoons en fototoestellen ontbreken en van een obligate handdruk en een ‘big smile onder vrienden’ is evenmin sprake. Hoewel die uitstekend zouden passen in het tafereel. Dat treffen op het allerhoogste niveau is trouwens nog niet afgelopen, de commentator van dienst werkt naarstig verder aan zijn verslag. ‘Daarna wierd de aartshertog van enige gravinnen geleid bij de koninginne, van de welke hij minnelijk wierd ontvangen met een eerlijke omhelzing, gelijk ook de aartshertoginne Johanna.’

De ontvangst is inderdaad hartelijk en hoofs. Filips buigt als een speer voor de Franse koning en koningin, maar van Johanna kan dat allerminst gezegd worden. De Franse koning geeft haar spontaan een zoen op de wang en dat komt bij de Spaanse over als een hoogst familiaire vorm van onbeleefdheid.

De flauwe buiging die ze op haar beurt maakt voor de Franse koningin veroorzaakt nog meer spanningen tussen hen beiden. Tussen het feesten en dansen door blijft Johanna trots en hautain toekijken. Tussen die twee zal het nooit iets worden. De Fransen van hun kant kunnen amper hun aversie voor de Spanjaarden onder stoelen of banken steken. Lodewijk en Filips lopen erbij, feesten en drinken en zijn zich blijkbaar niet bewust van de spanningen die door de lucht gieren.

De Vlaamse kroniekschrijvers hebben het blijkbaar ook niet in de gaten en gaan onverstoord verder met hun verslag: ‘daar na wierd Claudia, de toekomende bruid van Karel de vijfde bezocht, die onze prinsen vereerden met een diamant in ‘t goud gesteld, weirdig 1500 gouden lelies.’ De hele reis door Frankrijk heeft me meteen ook al in het jaar 1502 gebracht. Die toekomstige bruid Claudia is zopas begonnen aan haar derde levensjaar en zal dus helemaal niet de betekenis beseffen van het bezoek van die vreemde charlatans.

Ik sla de verdere lotgevallen van de reis over. Midden februari 1502 staat het reisgezelschap eindelijk in Burgos waar ze door de ‘connestabel’ van Castilië en een opgetrommeld hoog gezelschap worden verwelkomd. Johanna lijkt open te bloeien nu ze eindelijk weer in haar vaderland aangekomen is. Op het einde van april bereiken ze Toledo, zuidelijk van Madrid. In het dorp Ollies moeten ze halt houden want het konvooi zit met een probleem: Filips de Schone zit met mazelen en zal er nu wellicht ook schoon uitzien.

Ik geef het toe. Ik ben dol op de creatieve schrijfstijl van Nicolaas Despars in zijn kronieken. Het relaas van de gebeurtenissen leest als een trein. De details zijn weldadig, geweldig, kostelijk en zalig, en die wil ik jullie lezers liefst niet onthouden. Maar of zijn relaas strookt met de waarheid zou ik zo niet durven beweren.

De bronnen van Jan Brans geven een heel andere interpretatie aan het hele gebeuren. Ik twijfel even en besluit dan om Despars en Brans elk afzonderlijk aan het woord te laten. Nicolaas Despars eerst dan maar: ‘Doch zij moesten enige dagen verblijven op het dorp Ollies, terwijl Filips, met de kinder mazelen bevangen zijnde moest genezen worden. Den koning Ferdinand dit vernomen hebbende, komt met alle haast zijn schoonzoon bezoeken, die nu gevaarlijk ziek was. Na zijn hersteltenis op de 7. van Mei reizen zij naar Toledo van waar de koning, die te voren van Ollies was vertrokken omtrent twee mijlen buiten de stad, vergezelschapt van alle de rijksgezanten en zijn edeldom bestaande in omtrent 6.000 mannen hun is ontmoet.’

De ontmoeting met de herstellende Filips is zonder meer hartelijk. ‘Zo haast de aartshertog zijn schoonvader had gezien, stelt hij zich ter aarde en kust zijn hand tussen zodanige galm van trommels, trompetten en ander vreugdegeluid, dat zij elkanders woorden niet en konden verstaan.’

‘De koning gebiedt zijn schoonzoon zijn reis te peirde te doen, om zijn lichaam, het welke nog krank was, niet te vermoeien, en nadat de Nederlandse adel de hand van Ferdinand ook had gekust, zijn ze voortgegaan tot in de stad, in welkers poorten het magistraat hun ontving onder een gouden paviljoen, onder de welke de aartshertog in ‘t midden tussen de koning en Johanna de aartshertogin te peirde naar de grote kerk reden.’ ‘Na een korte dankzegging komen zij naar het paleis, alwaar zij vinden de koninginne in een treffelijke stoel zittende tussen de voornaamste vrouwen van den bloede.’. Ik moet lachen met het bijvoegsel ‘treffelijk’, het lijkt er wel op dat iemand in het entourage zich expres heeft bezig gehouden om vooral de details niet uit het oog te verliezen zodat hij het later thuis nog eens in geuren en kleuren zou kunnen navertellen.

Maar goed, ik wijk af, ‘zij stond recht en wierd van de aartshertog aan de mond omhelst en van de Nederlandse edelen aan haar hand.’. Een koninklijke tongzoen blijkt alleen maar weggelegd voor de monarchen, ‘daarna omhelst zij haar dochter, met de welke zij het noenmaal neemt zijnde alleenelijk hun vier personen aan de tafel, na het welk de koning met Filips en de koninginne met haar dochter tot bezondere plaatsen in heimelijk gesprek zijn getrokken.’

De versie van Jan Brans werpt een heel ander licht over de aankomst van Filips en zijn Johanna daar in de regio Madrid en Toledo. De karavaan heeft een lange rustpoos genomen in Burgos en ook in Madrid schijnt Filips alle tijd van de wereld te hebben. Terwijl Johanna ongeduldig is om vader en moeder te zien, gaat haar man naar hartenlust jaren in de omliggende bossen. ”s Avonds trok hij zich terug in het jachtslot van El Pardo, waar Johanna op hem wachtte.’ Zijn Brusselse gewoontes zijn terug, ongetwijfeld tot grote frustratie van zijn echtgenote.

Johanna wil zo snel mogelijk verder reizen naar Toledo waar haar ouders op haar wachten. Pas einde april geeft hij de opdracht om de karavaan on beweging te zetten. De trip heeft nu al vijf maanden aangesleept. In die tijd kunnen de pelgrims te voet heen en terug naar Santiago de Compostela. Op 29 april arriveert het gezelschap in Illescas, op zowat tien kilometer van Toledo waar de praalbogen al in aanslag staan om het koppel in de grootst mogelijke grandeur te verwelkomen. Honderden prelaten, edelen en de leden van de Cortes zijn samengetroept om Filips en Johanna te begroeten. Het is nu nog kwestie van enkele uren te wachten. ‘Tot plots een bode binnenreed met het bericht dat de hertog ziek en met hoge koorts te bed lag in Olías, op nauwelijks twee mijlen van Toledo.

De dokter had mazelen vastgesteld en hem verboden verder te reizen. De blijde intrede moest enkele dagen worden uitgesteld.’ Ferdinand de koning is wat achterdochtig. Hij wil weten wat er precies aan de hand is en rijdt zelf tot aan de woning van zijn schoonzoon die inderdaad te bed ligt. De begroeting is hartelijk, Ferdinand is oprecht bekommerd om zijn schoonzoon en wil uiteraard ook weten hoe gaat met zijn dochter. Die is zelf niet aanwezig in Olias, ze is ongesteld en ze mag niet reizen van Filips. Zijn herstel duurt één week. Op 7 mei rijden Filips en Johanna eindelijk samen Toledo binnen.

Koningin Isabella begroet haar dochter zoals elke moeder dat zou doen. Ze ziet dus meteen dat haar dochter niet meer dezelfde spontane en krachtige vrouw is die enkele jaren geleden vol zin aan haar Vlaams avontuur is begonnen. Jullie huwelijk deugt van geen kanten, denkt ze. Filips is niet goed bezig. Niet in zijn relatie en ook niet in zijn politiek. Die Nederlandse en Vlaamse raadgevers spelen baas over hem en dan heeft ze het nog niet over die Fransgezinde bisschop Frans van Busleyden die van zichzelf denkt dat hij de koning van de Nederlanden in persoon is.

Maximiliaan is zijn beloften aan Ferdinand en Isabella al lang vergeten. Die verloving van hun zoon Karel met de Française Claudia is een slag in het gezicht van het Spaanse hof geweest. Hoe konden ze? Er is beslist veel werk aan de winkel om Filips en Johanna tot de juiste inzichten te kneden. Het plaatje is duidelijk. Despars heeft enkel oog voor de interesses van de Nederlanden terwijl de werkelijkheid er toch wel helemaal anders uitziet. Het verhaal wordt in elk geval van langs om boeiender om te volgen.

Spanje is onder koning Ferdinand een grote en welvarende natie geworden. De pracht en praal van de ontvangst van Filips & Johanna bij haar ouders heeft maar één doel: het consolideren van de macht over het Spaanse rijk. Op 23 mei 1502 wordt het echtpaar en hun wettelijke kinderen officieel en met goedkeuring van de Spaanse Cortes aangesteld als erfgenamen van het rijk van Castilië en van alle gebieden die afhangen van Spanje. Johanna krijgt de eretitel van ‘prinses van Spanje’ en de kroniekschrijver neemt zichzelf voor om haar voortaan ook met deze titel te omschrijven. Ikzelf weet het zo nog niet, de naam Johanna bevalt met prima.

Op 23 augustus sterft te Toledo Frans van Busleyden, de leermeester van Filips en bekend als de bisschop van Besançon. In zijn plaats komt Boudewijn van Bourgondië de bastaard, een halfbroer van zijn grootvader Filips de Stoute of één van de 18 onwettige zoons van zijn overgrootvader Filips de Goede. Die Boudewijn staat onder andere bekend als de heer van Lovendegem en Zomergem.

De Vlaamse delegatie wil van geen wijken weten daar in Spanje en dat heeft zo zijn redenen. En ook de dood van Frans van Busleyden is niet zo maar toevallig. De Vlaamse geschriften gaan er niet dieper op in, maar dat doe ik dus wel. Ik wil er het fijne van weten en keer op mijn stappen terug. Onze hertog zal warempel gekroond worden tot wettelijke opvolger van de koning van Spanje. Enkele jaren geleden was hij nog een prinsenkind dat niet oud genoeg was het verdeelde Vlaanderen te besturen.

En nu kan hij een van de machtigste mannen van de wereld worden. Met dank aan Johanna. Nogal wat Vlaamse adviseurs zien het niet graag gebeuren omdat ze bang zijn om hun grip op Filips te verliezen. Vooral zijn rechterhand Frans van Busleyden ziet zijn strategie om van Brussel het centrum van Europa te maken door die kroning in het gedrang komen.

Hij probeert zijn hertog op alle mogelijke manieren te weerhouden om geen koning van Spanje te worden. En dus aarzelt Filips om al dan niet in te gaan op het voorstel van zijn schoonvader. Dat is de reden waarom het allemaal zal duren tot 7 oktober vooraleer de kroning in Saragossa zal doorgaan. De Vlaamse delegatie wacht dus af en brengt de lange hete zomer door in een primitieve burcht, alcázar de la Fe, in het centrum van de broeierige binnenstad van Toledo. De watervoorzieningen is ondermaats, de levensomstandigheden deerniswekkend. Hitte en ziekte zorgen er voor dat er nogal wat Vlamingen ziek worden en van dysenterie en koorts sterven.

Het lijkt er op dat de Spanjaarden wraak willen nemen voor wat hun eigen mensen is aangedaan daar in de winter van 1496 op 1497 te Walcheren. De dood van verscheidene leden van het gevolg zaaide verschrikking onder de Nederlanders, schrijft getuige Jan Brans. Bijna dagelijks werd een vriend of bekende ten grave gedragen. Ferdinand vertrekt op 18 juli naar Saragossa. Filips weet niet wat hij wil. Hij wordt er moedeloos van. Zijn schoonzoon wil blijkbaar alleen maar luisteren naar die van Busleyden. Filips de Schone zelf wil absoluut weg uit Toledo en trekt nog maar eens op jacht naar het verfrissende Aranjuez.

Brans schrijft er volgende veelbetekenende passage over: ‘Maar nauwelijks was hij daar aangekomen toen een ijlbode hem het bericht bracht, dat de nieuwe voorzitter van zijn geheime raad plots zwaar ziek was geworden en in doodsgevaar verkeerde. Busleyden stierf inderdaad een paar dagen later, op 23 augustus. Overtuigd dat zijn goede leermeester en raadsman werd vergiftigd en vrezend hetzelfde lot te ondergaan, kent de hertog in Toledo geen rust meer. Zes dagen na het overlijden van de aartsbisschop, midden in de nacht, verlaat hij de stad, samen met Johanna en met zijn gevolg.

Een panische schrik drijft hem voorwaarts. “Ik zal niet herademen”, schrijft hij naar Brussel, “zolang ik niet thuis ben.” Hij heeft echter buiten de waard van Ferdinand gerekend. Deze zal ervoor zorgen, dat zijn moedwillige schoonzoon nog verscheidene maanden in Spanje blijft, gekweld door een onredelijke vrees voor de nietsontziende middelen waarmede, volgens de waarschuwingen van Lodewijk XII, de koning zijn tegenstrevers uit de weg weet te ruimen.’

Van Busleyden vergiftigd dus. Nicolaas Despars weet van toeten noch van blazen en houdt het bij de officiële versie. De kroning zal nu natuurlijk wel doorgaan. Zijn schoonvader is al een tijd in Saragossa waar de ceremonie zal plaatsvinden. De nieuwe prins en prinses worden enkele mijl buiten de stad met grote pracht en praal verwelkomd. In de plaatselijke kerk en wat later in het stadhuis zweren ze beide om hun plichten na te komen. Karel, Eleonora en Elisabeth worden troonopvolgers en erfgenamen in de rechte lijn. Er kan maar één addertje onder het gras sluipen; ‘behoudens nochtans, dat, ware het dat de koning Ferdinand weduwnaar wordene, uit zijn tweede houwelijk kinders kwam te winnen, hij het zelfde rijk zoude mogen geven tot erfdeel aan zijn eerste zoon van het tweede huwelijk.’

Filips de Schone wil nu graag terug naar Vlaanderen en naar de Nederlanden. De voorbereidselen zijn al volop aan de gang als hij een melding krijgt van koning Ferdinand om af te komen naar Madrid. ‘Zouden ze niet beter in Spanje blijven? Bijzonderlijk omdat de prinses zwaar bevrucht is en ook al omdat er momenteel een bloedige oorlog woedt tussen Spanje en Italië.’

Koningin Isabella voelt haar krachten afnemen. Zij en Ferdinand willen Filips en Johanna in Spanje houden. Filips moet Spaans denken, ruiken en zijn en dat kan alleen maar als hij hier ter plekke woont en niet in Brussel. De zwangerschap lijkt een perfect alibi om het koppel hier te houden. Johanna is al wankel van gemoed en de beslissing van haar man om alleen te vertrekken moet hard aankomen. Brans heeft het over ‘s mans heimelijk verlangen naar de blonde vrouwen uit het noorden, van een affront gesproken.

De Vlaamse kronieken missen weer de achterliggende details en beperken zich tot de feiten. ‘De Nederlanden laten me niet toe, dat ik nog langer wegblijf’, repliceert Filips, en hij besluit om alleen terug te keren en om zijn echtgenote in Spanje achter te laten. Zijn gezanten zullen haar op een later en beter tijdstip komen afhalen. Ferdinand is niet echt een voorstander van zijn vertrek en al evenmin van het feit dat hij weer over Frans grondgebied moet reizen. Hij vertrouwt confrater Lodewijk van Frankrijk duidelijk niet.

Zeg nu zelf: ‘behalvens dat Ferdinand niet en begeirde dat Filips zoude wederkeren langs Frankrijk vooraleer dat Lodewijk genoegzame pandsmannen zoude hebben geleverd tot verzekerhede van zijn persoon, leven en gevolg. Lodewijk zond aanstonds naar Valencijn drie prinsen van den bloede. De onderhandelingen blijken nogal wat voeten in de aarde te hebben en het zal duren tot het voorjaar van 1503 vooraleer de hertog de stap waagt om zich binnen Frankrijk te bewegen. Filips zelf is van zins om een bemiddelingspoging te ondernemen met de Fransen en de vrede tussen Spanje en Frankrijk te bewerkstelligen.

Frans van Busleyden heeft jaren de touwtjes strak in de hand gehouden in de plaats van Filips. Ik moet mijn mening over de hertog misschien toch wel wat herzien. Zijn gewezen leermeester moet een dominante man geweest zijn en Filips de Schone kon wellicht niet veel anders dan hem te volgen. Vandaar zijn zogezegde desinteresse voor de politieke agenda en zijn imago van flierefluiter: hij werd geleefd door andere krachten. De poging om zich als vredestichter te laten gelden in Frankrijk is een indicatie dat onze jonge koning zich mogelijk bevrijd ziet van het juk van zijn overleden premier en nu zelf de tentakels van de macht wil bespelen. Hij steekt toch alleszins voor de eerste keer zijn kop aan het venster.

De 10de maart wordt hij gesignaleerd in Avignon en de 14de in Orange. De karavaan haalt met wat geluk een snelheid van 10 km per dag. Een reis heen en terug naar Spanje moet toch wel een hele onderneming zijn. Aan Pont-Saint-Esprit krijgt Filips de Schone het bericht dat Johanna bevallen is van haar vierde kind. Ferdinand, een zoontje dat genoemd wordt naar zijn grootvader aan Spaanse kant. De Spanjaarden hopen dat deze kleinzoon in het land kan blijven en kan uitgroeien tot een echte Spaanse prins. In Valence heerst een besmettelijke ziekte en de Vlamingen maken dat ze er weg zijn. Op 22 maart wordt Filips in Lyon onthaald door het Frans koninklijk echtpaar.

De reden waarom er zo lang getalmd werd om via Frankrijk terug te keren kom ik nu pas te weten. Een oorlog tussen Duitsland en Frankrijk om het rijk van Napels waar ook Spanje betrokken partij bij is. Filips heeft zekere volmachten op zak om in opdracht van zijn schoonvader over een wapenstilstand te onderhandelen, waarbij Ferdinand kostbare tijd kan winnen zodat hij zijn troepen kan reorganiseren. Onze hertog slaagt in zijn opdracht. Daar in Lyon wordt een regeling uitgewerkt: Napels zal toekomen aan Karel, de oudste zoon van Filips en hij gaat daarbij flagrant in tegen de belangen van zijn eigen schoonvader.

Van Lyon gaat het naar Bourges in de Savoye waar hij enthousiast begroet wordt door zijn zus en zijn schoonbroer, de hertog van Savoye. Beide prinsen worden bevangen met koorts en goed ziek. Tijdens een periode van lichte beterschap keert het gezelschap op zijn stappen terug naar Lyon, waar koning Lodewijk onze Filips toevertrouwt aan de zorg van zijn persoonlijke dokters. De ziekte van de hertog zorgt voor verwarring en blijkbaar nogal voor wat misverstanden bij zijn omgeving. Ik voel het tussen de lijnen van deze kronieken.

‘Hier is zijn ziekte zodanig hernomen en bezwaard dat de geneesmeesters zelfs wanhoopten voor zijn leven, hetgene de oorzaak gaf van verscheidene verdachtingen en het gemeen volk oordeelde dat de koning zelfs enig vergif had doen geven aan de prins.’ Er komt gelukkig beternis: ‘doch door Gods toedoen, de ziekte kerende, wierd dit wanoordeel afgeleid, en men moest bekennen dat Lodewijk voor zijn eigen kind geen groter zorge en konde hebben, als hij voor de aartshertog heeft gedragen.’

Het is me toch een potje gescheten. Terwijl Filips weer wat bij zijn positieven komt, begint Ferdinand weer in de stront te roeren. Vergeef me mijn bruine taal, maar de toestand is er naar. ‘Er waren nu tijdingen gekomen dat niettegenstaande de voorgemaakte vrede tussen Spanje en Frankrijk, Ferdinand de wapens niet en wilde nederleggen zolang hij geen bevel en had gekregen uit Spanje. Waarover Filips verbaasd zijnde aanstonds tot zijne schoonvader brieven van beklag zond, hem aanzeggende dat hij uit Frankrijk niet en zal vertrekken vooraleer dat Lodewijk zijn volle voldoening zal hebben over het voorgenoemd gesloten vredesverdrag.’

Het wordt stilaan duidelijk waarom Ferdinand aarzelt om Napels af te staan aan de Fransen in afwachting van de volwassenheid van Karel. De Spanjaarden hebben de versterking gekregen van 3000 Duitse voetknechten, met geld koop je krieken, en ze hebben de Fransen al uit Napels weggejaagd en zware verliezen bezorgd. Met die overmacht zal het niet lang meer duren tot de Fransen helemaal verdreven zullen zijn uit Italië.

De hele situatie is op zijn zachtst gezegd eigenaardig. De Fransen moeten het bloed van die van Spanje wel rauw lusten. Terwijl Lodewijk als eens kloekhen zorgt voor de koning van Spanje, krijgt hij van diens schoonvader een militaire nederlaag aan zijn broek gesmeerd, allemaal netjes voorbereid door Filips zonder dat hij het zelf besefte. Ze verzorgen elkaar liefdevol terwijl ze elkaar afmaken. Ik kom zoals gewoonlijk weer tot de kern van de zaak.

Hoe moet het nu verder met deze schizofrene toestand? Ook schoonvader Ferdinand zal met de handen in het haar zitten. Wat doet zijn schoonzoon daar de hele tijd bij zijn grote vijand? Op bepaalde momenten lijkt hij nu wel te onderhandelen in het voordeel van de Fransen, allemaal in een poging om zijn fout te herstellen. Zijn schoonzoon maakt er een zootje van. De vraag van Filips aan zijn schoonvader om alsnog het vredesverdrag te tekenen, druist volledig in tegenover de militaire realiteit waarbij het pleit al beslecht is in het nadeel van de Fransen. Ferdinand stuurt twee gezanten naar Lyon, mannen die kaas gegeten hebben van juridische kwesties.

Ze moeten proberen om Filips op andere gedachten te brengen en hem te besparen van verder gezichtsverlies. Tijdens een grote vergadering wordt er druk over en weer onderhandeld over het feit of koning Lodewijk nu wel of niet zelf het vredesverdrag heeft ondertekend. Er zou een zegel maar geen handtekening zijn. Grote woorden over het grote onrecht dat hier aangedaan werd aan het Spaanse hof. Filips trekt het zich duidelijk aan en wordt weer ziek. ‘Na deze woorden wierd zijn krank lichaam niet weiniger ontsteld als zijn gemoed, waarom hij in een andere kamer wierd gedragen, tot dat hij wederom was toegekomen, alswanneer hij wederom tot de vergadering is gekomen.’

De terloopse opmerking over het gemoed van Filips zou ik anno 2015 anders willen interpreteren: onze hertog gaat af als een gieter en weet van schaamte niet meer hoe hij zich verder moet gedragen. Hij is maar wat gelukkig dat hij op dat moment zijn ziek lichaam als alibi kan gebruiken om er van onder te muizen.

Wat een bleekscheet is Filips toch in vergelijking met zijn gehaaide schoonvader. Die Ferdinand moet toch wel een speciale man zijn. Hij is de man die de Moren uit Spanje buitengebonjourd heeft en gezorgd heeft voor één grote natie. Deze man moet een doordrijver zijn, een man zonder scrupules die om niets of niemand geeft in zijn streven naar macht. Ook het lot van zijn eigen schoonzoon lijkt hem niet te interesseren. De heer van Graire, één van de twee Spaanse juristen, eist tijdens een gesprek onder vier ogen met Filips om de volmacht te krijgen en zelf de onderhandelingen te voeren met Lodewijk de Fransman.

Filips weet het zelf niet meer zo goed en voelt zich natuurlijk de pineut als hij zijn eigen situatie moet gaan verduidelijken aan Lodewijk. Leg het maar uit (als heerser van Europa in je gedachten) dat je rol overgenomen is door een tweederangs diplomaat. De Vlaamse hertog zal nog veel moeten leren om ooit een politiek zwaargewicht te worden. Hij trekt zich met het schaamrood op de wangen weg van de onderhandelingen, alles wat hij gedaan en gezegd heeft, is gebeurd in eer en geweten en nu laat de uitkomst over aan de Goddelijke voorzienigheid. Een excuus dat kan tellen en waarmee de Franse koning duidelijk niet mee kan lachen.

Lodewijk beseft wel dat Filips eerlijk en naïef is geweest. Hij staakt de onderhandelingen. De heer van Graire krijgt welgeteld drie dagen om uit Frankrijk te vertrekken. Er hangen ook militaire gevolgen aan vast: ‘de Fransen waren uit geheel Italië verdreven, maar niettemin rust koning Lodewijk twee andere legers uit om Spanje langs twee verscheide kanten te beoorlogen.’

Onze hertog herstelt langzaam en vertrekt zodra hij ook maar kan naar de Savoye. Het hof van Frankrijk moet erg heet geworden zijn onder zijn voeten. Pas op 2 juli voelt hij zich voldoende mens om zijn reis verder te zetten. Niet richting Vlaanderen zoals ik dacht maar wel richting Oostenrijk. Hij ontmoet zijn vader Maximiliaan op 8 september 1503 te Insbruck, ‘alwaar zijn vader vindt, elkanderen te peirde omhelzende, want de keizer niet en begeerde, dat zijn zoon van ‘t peird af zou stijgen, wierd hij prachtelijk ingebracht, en van zijn schoonmoeder Blanche-Maria en alle de keizerlijke hovelingen met grote eere ontvangen’ Brans heeft er zo zijn eigen mening over:

Filips wil er zeker van zijn dat hij nog altijd kan rekenen op zijn vader om de Nederlands-Frans-Oostenrijkse coalitie van 1501 in stand te houden. Zijn schoonvader veracht hem nu. Tijdens zijn onderhandelingen in Frankrijk heeft hij niet nagelaten om Filips belachelijk te maken en hem als een naïeveling behandeld. Het is beter dat Maximiliaan hiervan op de hoogte is en zijn zoon extra steun in de rug geeft. Alleen is hij immers niet opgewassen tegen de lepe Ferdinand.

Filips richt zijn steven eindelijk op Vlaanderen. ‘Hier wierden veel dagen in vreugd en ridderlijke oefeningen doorgebracht tot dat de prinse verlof van vertrek ontvangen hebbende, en rijkelijk begiftigd, onder de welke was veel oorlogstuig, uit het graafschap van Tirol naar Beierland is gekomen, van waar hij door Duitsland langs Aken, Maastricht en Sint-Truiden eindelijk binnen Leuven gelukkiglijk is wedergekeerd.’

De Vlaming is kop van jut in Spanje. Zijn vrouw zit er nog en wil graag terug naar haar echtgenoot. Ze heeft natuurlijk haar twijfels over hem. Is hij dan echt de vijand van de Spaanse belangen? En gaat hij nu al dan niet vreemd? Maar Johanna is gepekeld en geïmpregneerd in het christelijk geloof. Scheiden is een grote zonde. Haar hoofd is een vat vol gewetensbezwaren.

Een derde weg biedt misschien mogelijkheden. Johanna zou eventueel zelfstandig kunnen regeren over Castilië en Aragon ter vervanging van haar moeder? Zonder medezeggenschap van Filips die in de Nederlanden de toon zou blijven voeren. De Cortes keurt deze beschikking goed en nog voor Filips goed en wel in Vlaanderen terug is, heeft zijn Spaanse schoonfamilie zijn erfenis met de helft afgeroomd. Johanna krijgt van haar vader de belofte dat ze met deze regeling op korte termijn trouwens mag terugkeren naar Brussel. Moeder Isabella is het hier niet mee eens. Johanna moet absoluut in Spanje blijven. Ze zou zich beter stellen in deze feitelijke scheiding en zich wennen aan de idee dat Johanna haar na haar dood zal opvolgen. Ik schrijf het hier open en bloot, in realiteit wordt de mening van Isabella binnenskamers gehouden en leeft dochter Johanna in de overtuiging dat ze weldra naar Vlaanderen zal kunnen terugkeren.

Ze vertrekt richting Laredo waar ze wil inschepen voor het noorden. De prinses is gelukkig, maar stukje bij beetje komt ze erachter dat ze om de tuin geleid wordt. De koningin maakt haar bang voor de mogelijke reisgevaren en geeft haar ondertussen de raad om zich bezig te houden met staatsaangelegenheden. De ruzies tussen moeder en dochter worden schering en inslag. Pijnlijke taferelen zijn het. Een woedende ziekelijke moeder die haar labiele dochter nog dieper de put induwt. Moeder wordt wel elke dag magerder en zieker terwijl Johanna in een toenemende staat van depressiviteit terechtkomt.

Johanna moet absoluut weg uit deze omgeving maar mag zeker niet naar Brussel. Het wordt de burcht van Medina del Campo, een stuk verder noordwaarts in Spanje en dat lijkt Johanna ietwat tot bedaren te brengen. Ze krijgt er discrete bewaking. De maanden trekken verder als wolken in de lucht. Johanna staart de hele dagen zwijgzaam voor zich uit. Filips schrijft haar dat hij eindelijk in Brussel gearriveerd is en haar verwacht. Wanneer ze zijn brief ontvangt, is er geen houden meer aan. Ze wil weg. Er ontpopt zich een onwaarschijnlijke scene waarbij haar entourage de poort van de burcht moet vergrendelen voor een ontroostbare en ontredderde Johanna. De orders zijn formeel: de prinses gaat nergens zonder toestemming van haar moeder.

Koningin Isabella kan niet anders dan zich naar Medina del Campo te reppen. Het schouwspel dat ze er aantreft is deerniswekkend en erg shockerend, schrijft Jan Brans. Isabella vindt er niets anders op dan haar dochter te kalmeren met de belofte dat de vloot haar tijdens de komende lente naar Vlaanderen zal brengen. Filips dringt nog verder aan met onder andere brieven in naam van de nauwelijks vierjarige Karel aan zijn mama. Wansmakelijk sentimentele woorden in een poging om het hart van de Spaanse grootouders te vermurwen.

Ik keer terug naar Vlaanderen waar ze Johanna dus voorlopig niet moeten verwachten. Op 9 november 1503 plant haar echtgenoot ondertussen zijn plechtige intrede te Mechelen. De weerman gooit roet in het eten. De reis naar Spanje eindigt net zo bewogen als hij de hele tijd geweest is. ‘Op den 9 november is hij door zo grote slagregen te peirde binnen Mechelen ingekomen, dat alle zijn klederen en lichaam overgoten waren, waardoor de inwoonders hun vreugdevuren en andere plechtigheden van verwellekomen moesten uitstellen tot de volgende dag.’ Nog in datzelfde jaar 1503 overlijdt Margareth van Evreux, de weduwe van Karel de Stoute. De dame is kinderloos gebleven en wordt begraven in de Franciscanenkerk te Mechelen.

‘Ketterye in Duytsland opgestaan en gedempt’, de titel van de volgende paragraaf roept me bij de les. De beeldenstorm is nog niet voor morgen, maar vindt hier vermoedelijk wel zijn oorsprong. Er is voor het eerst sprake van geloofsdissidentie aan het begin van de jaren 1500 en met wat ik hier allemaal lees, broedt die zelfs al op het einde van vorige eeuw. Om duizenden mensen in actie te laten komen rond deze delicate materie moet er al heel wat water door de Rijn gestroomd zijn. Of ik al dan niet gelijk heb laat ik aan jullie mening over. Zeg nu zelf; ‘omtrent deze tijd zag men in Duitsland en namelijk tot Spier enige duizenden mensen te samen komen, hebben hun leidmannen en oversten gekozen uit het gemeen volk, de welke zeiden dat zij onafhankelijk geboren waren en van niemand en konden gedwongen worden tot enige dienst of gehoorzaamheid.’

Niets wijst vooralsnog in de richting van een aanval op het christelijk geloof, maar dat verandert gaandeweg, ik proef trouwens de eerste communistische ideeën: ‘zij leefden gezamenlijk van hun gemene goederen en leerden, dat al de goederen die God of zijn dienst en kerk toegeëigend waren, gemeen waren. Zij hadden zekere gestelde gebeden dagelijks en trachtten een nieuw rijk op nieuwe wetten van godsdienst in te stellen. Hun getal groeide dagelijks door de mildheid en schijn van godvruchtigheid, zo dat de keizer genoodzaakt is geweest met een krijgsbende dit dwalende volk aan te randen en te vernietigen.’

Maximiliaan pakt de aanhangers van een alternatief geloof meedogeloos aan, zo te lezen. Een ander geloof dan dat voor Jezus Christus kan alleen maar met bruut geweld in de kiem gesmoord worden. Diezelfde Jezus die naar verluidt vrede predikte wordt hier als alibi gebruikt om onschuldige en weerloze mensen te doden.

Dat is volgens de kronieken trouwens een klusje van niemendal: ‘het gene lichtelijk was om volvoeren, gemerkt dat dit volkje zonder wapens, zeer rauw en ongeoefend zijnde, met de eerste tocht, weinige het zweerd gevoelende, geheel de hoop zich liet vangen, van welke de leiders tot schrik van de anderen het met de dood hebben bezeurd. En de anderen werden berispt en gezonden van waar zij gekomen waren. Dit scheen de eerste broedsteen geweest te zijn van de Lutheraanse ketterij.’

Een sombere Johanna heeft met veel tegenzin de lange winter doorgebracht in haar Spaanse burcht. Mama Isabella bleef de hele tijd bij haar, vruchteloos op zoek naar andere mogelijkheden om Filips te breken. Op 1 maart 1504 is het eindelijk zo ver: Johanna verlaat met een redelijk bescheiden vervolg haar ‘gevangenis’ van Medina del Campo. De zeereis verloopt dit keer erg vlot en einde mei vaart de vloot Blankenberge binnen. Filips staat er te glunderen, hij heeft het toch maar mooi geregeld om zijn echtgenote te ontrukken aan de macht van haar ouders, de machtige Spaanse katholieke koningen.

De vreugde om het weerzien na anderhalf jaar afwezigheid is wederzijds. En ook snel gekoeld. De jaloerse attitude van Johanna gaat weer opspelen. De kroniekschrijvers van die dagen hebben trouwens een vette kluif aan hertog Filips. Een blonde Vlaamse hofdame komt in het vizier. Ze zou blijkbaar niet wars staan van de aandacht van Filips de Schone. De ‘Dag Allemaal’ en ‘Story’ bazuinen het uit. Johanna weet dat ze een gevaarlijke rivale heeft. Ze kan haar bloed wel drinken. En uiteindelijk zal ze die blonde del ook gewelddadig (met een schaar) te lijf gaan wanneer ze die betrapt op het wegmoffelen van een of ander liefdesbriefje.

Filips reageert verbolgen op de agressiviteit van zijn echtgenote, wijst haar terecht en plaatst haar voor de eerste keer publiekelijk in een ondergeschikte positie. Ditmaal is ze te ver gegaan. En op zijn beurt zorgt zijn reactie voor nog meer twisten en psychische problemen bij Johanna, waarbij ze dan niet meer wil eten en zich onderdompelt in een depressieve draaikolk van gevoelens. Het is een straatje zonder einde. Auteur Jan Brans geeft het goed aan met volgende passage: ‘Filips voert ten slotte zijn bedreiging uit: hij sluit zich op in zijn kamer, welke gelegen is naast die van zijn gemalin. Volledig ontredderd door deze afzondering, slaat Johanna de ganse nacht met haar vuisten tegen de wand, verwensingen huilend tegen de hertog en tegen de vriendin, die zij beweert bij hem te horen.’

Samen de macht delen over West-Europa en zo in de clinch gaan met elkaar. De primitieve sociale media van die dagen smullen van het liefdesleven van Filips en Johanna. Ze gaan over de tong in de Nederlanden en ver daarbuiten. Ook in Spanje dus waar Ferdinand en Isabella zich grote zorgen maken over hun dochter en de politieke gevolgen van haar neurotisch gedrag. Hoe zal zij ooit in staat zijn om te regeren als zij er niet meer zijn? Isabella heeft nu met zekerheid de waanzinnige genen van haar grootmoeder en iedereen weet hoe het met haar is afgelopen. Hun kleinzoon Karel zouden ze maar al te graag bij zich hebben en hem opleiden tot een waardige opvolger, maar Filips lost zijn zoon van geen vin. Hij zou wel goed gek zijn om de toekomstige erfgenaam te laten inpalmen door zijn Spaanse schoonouders.

Het jaar 1504 zorgt direct voor nieuwe conflicten in de Nederlanden. Karel van Egmont maakt problemen met Maximiliaan rond het bezit van Gelderland. De Franse koning zit zoals steeds achter de wrijvingen. Er komt een oorlog van. Ik heb het over de streek van Arnhem en de Rijn. Als puntje bij paaltje komt en met de nodige voeten in de aarde moeten de Fransen uiteindelijk de duimen voor de dominantie van de Duitsers.

Na deze gewonnen veldtocht besluit Maximiliaan om vrede te maken met Frankrijk. De Française Claudia blijft verbonden met zijn kleinzoon Karel. Alles mag best eens wat treffelijker worden ondertekend. De santenboetiek van Milaan kan meteen ook opgelost worden. De regeling kost Lodewijk de som van 200.000 gouden lelies met daarbovenop een aantal voorwaarden die de Franse koning in de toekomst zal moeten respecteren. Schrijver Nicolaas Despars heeft al gespiekt in de toekomst en laat hier in zijn kaarten kijken: ‘maar Lodewijk heeft weinige van deze voorwaarden onderhouden, zo dat het vervolg zal leren.’

Op 27 november 1504 sterft Isabella I van Castilië, koningin van Spanje, de echtgenote van Ferdinand en de schoonmoeder van Filips de Schone. Zij was de koningin van Castilië en heeft zowat het grootste deel van Spanje meegebracht in haar huwelijksrelatie met Ferdinand. Haar dood zorgt direct voor problemen: ‘waardoor een perikel ontstond van zware twist, terwijl Ferdinand Castilië moest ruimen, en te vreden zijnde met Aragon, het overige van zijn rijk moest laten aan zijn schoonzoon uit Vlaanderen.’

Voor wat betreft Castilië slaat Nicolaas Despars de bal verkeerd. De overleden Isabella heeft het zo beslist dat Ferdinand regent wordt over haar gebieden tot dat prins Karel kan regeren in naan van Johanna. Filips wordt niet eens bij naam genoemd in haar testament. Het Spaanse hof, de Cortes, legt deze beschikking naast zich neer en installeert Ferdinand zonder veel poespas tot heerser. Van regentschap is er geen sprake. Enkeke hovelingen, de gewezen achterban van Isabella, sporen Filips en Johanna aan om dringend naar Spanje te komen om Castilië, liefst zonder bloedvergieten, maar desnoods met geweld in handen te nemen. Het wordt duidelijk dat er zich twee kampen aan het ingraven zijn om de macht te grijpen in het Castiliaanse land.

Ferdinand heeft zo zijn beweegredenen om de hand te leggen op de gebieden van de dode Isabella. De Castilianen zorgen voor een groot deel van de financiering van zijn oorlogsmachine en zijn Italiaanse veldtochten. Hij kan het zich nu zeker niet veroorloven om die middelen te verliezen. Hij voelt zich trouwens verontwaardigd, het land is dank zij hem verlost van de Moren. Zijn moeder had het bloed van de Castiliaanse dynastie in zich, dus waarom zou hijzelf zijn rechten niet kunnen laten gelden?

De hovelingen waar de Vlaamse kronieken het over hebben, zijn in werkelijkheid de Castiliaanse adel die zijn vroegere voorrechten wil herwinnen. Ze verschuilen zich achter het testament om af te rekenen met Ferdinand. Met Johanna en Filips aan het hoofd van Castilië hebben ze gewoon meer kans om hun vroegere machtspositie te herstellen. De edelen dreigen er mee om Ferdinand met de wapens uit Castilië te verdrijven. Ferdinand is voldoende sluw om te beseffen dat hij zich alsnog tevreden stelt in zijn rol van voorlopig regent. Zolang hij hier de zaken leidt, kan hij zijn invloed laten gelden en zijn militaire strategie verder zetten.

Johanna wordt op de dag van het overlijden van haar moeder prompt uitgeroepen tot koningin van Castilië. Ferdinand stuurt bisschop Fonseca als buitengewoon gezant naar Brussel om Johanna in te lichten over moeders dood en over haar wilsbeschikking. Er volgt een zeer beleefde brief van Filips. En geen reactie van Johanna zelf. Hij spreekt in haar naam. Ze zijn diepbedroefd maar ze kunnen op dit moment onmogelijk richting Spanje komen.

Filips en Ferdinand vertoeven in hetzelfde schuitje. Ik vraag me af of ze het van elkaar beseffen. Ze zitten beide op een zucht van de absolute macht. Ware het niet van Johanna en Karel. Johanna etaleert zichzelf als geestesziek en Karel is nog een kind. Wees er maar zeker van dat de jaloerse buien van Johanna van Castilië gebruikt en misbruikt worden om de posities van Filips en zijn schoonvader af te lijnen.

Ongelooflijk toch hoe deze dame er in geslaagd is om zich zo buitenspel te laten zetten. Filips heeft zijn handen vol in de Nederlanden en Ferdinand weet zich tijdelijk verzekerd van het totale Spaanse grondgebied, zonder dat Karel daar last van heeft. Het is zonneklaar dat ze er allebei beter van worden als ze elkaar met rust laten. Johanna slepen ze gewoon maar mee als ballast die ooit wel eens van pas zal komen.

Mijn Vlaamse kronieken beperken zich tot de vaststelling dat de zaak tussen Ferdinand en zijn schoonzoon wordt bijgelegd. ‘De de zaak wierd haastig bijgelegd in dezer voegen: dat Filips in Spanje niets en zoude ondernemen zonder kennis en toelating van Ferdinand. Dat de naam van koning aan hun beiden zou gemeen blijven. Dat de inkomsten van het rijk gelijk zouden verdeeld worden, zowel van Spanje als van de nieuwe Indische eilanden. Dat zij elkanderen in oorlogsnood hulptroepen zouden toebrengen ten koste van wie het nodige hadde en dat de keizer in dit verdrag begrepen zouden wezen.’

Terwijl de Westhoek buiten schot blijft, herneemt de oorlog zich weer in Gelderland. Met grote schade in Holland en in Brabant. Op 14 januari 1505 wordt er in de Brusselse kerk van Sint-Goedele een plechtige rouwmis gehouden voor Filips schoonmoeder, koningin van Spanje. De heraut van dienst roept drie keer met luide stem: ‘de doorluchtige, uitmuntendste en machtigste katholieke Isabella, zaliger gedachtenis, koningin van Castilië, van Leon, Toledo, Granada, is overleden.’

En wat later roept hij; ‘lang leve heer Filips en vrouw Johanna, koning en koningin van Castilië, Leon, Toledo, Granada, et cetera.”. Het wordt voor de eerste keer duidelijk hier te lande dat we voortaan rekening zullen moeten houden met de Spaanse tak van het koninklijk echtpaar. Veertien trompetters begeleiden een indrukwekkende ceremonie. Daarna begint Filips met het neerschrijven van zijn eretitels. Het is een lijst van eenenvijftig landen of gebieden die ik aanvankelijk wil samenvatten. Vandaar die eenenvijftig. Maar ik verander van gedacht: het letterlijk en integraal opsommen van de gebieden toont integendeel aan welk klein radertje Vlaanderen geworden is in het eindeloze rijk van Filips de Schone. Zijn forse gebiedsclaim is niet dat van hem, maar van zijn zoon Karel. Maar dat zijn schijnbaar details. Ferdinand zit ver weg in Spanje, dus waarom zou hij zich hier in Brussel bescheiden opstellen?

Filips. Door de gratie Gods koning van Castilië, van Leon, van Aragon, van Portugal, van Navarra, van beide de Siciliën, van Hierusalem, van Granada, van Toledo, van Valencia, van Galicië, van Maillorken, van Seviljen, van Sardinien, van Cordube, van Corfijcke, van Murcie, van Jaën, van de Algarben, van Algefiere, van Gibraltar, van de eilanden ende vaste landen vande oceaan, aartshertog van Oostenrijk, hertog en grave van Bourgondië, van Lotharingen, van Brabant, van Limburg, van Luxemburg, van Gelderland en van Milaan. Graaf van Habsburg, van Vlaanderen, van Artois. Palatijn van Tirol, paltsgraaf van Henegouwen, van Holland, van Zeeland, van Namen en van Zutphen. Prins van Zwave, markgraaf van het heilig rijk van Rooms, heer van Friesland, van Salijnes, van Mechelen, van de steden en landen van Utrecht, Overijssel en Groeningen en tot slot heerser over Azië en Afrika.

De kroniekschrijver komt pas nu aandraven met slecht nieuws. Filibert van Savoye is op 10 september 1504 naar de eeuwigheid geroepen. Margaretha van Oostenrijk laat nu al twee dode mannen achter en is nog altijd kinderloos. De plotselinge dood van haar tweede echtgenoot wordt nogal merkwaardig omschreven: ‘zijn dood was te droeviger omdat zij haastig was; want van de jacht zeer verhit komende, heeft hij zijn leven gekort met een dronk koud vocht, het welk het lichaam van de ziel heeft gescheiden.’

Op 17 september 1505 bevalt Johanna van haar vijfde kind, Maria, en het meisje wordt gedoopt in de aanwezigheid van de keizer. Johanna vecht zich trouwens terug naar de voorgrond. Het Spaanse rijksbestuur heeft een aantal veranderingen aangebracht aan de deal tussen Ferdinand en zijn schoonzoon. De voorbije maanden heeft Johanna zich verzet tegen haar vernederende behandeling en daar hebben die aanpassingen veel mee te maken. Dat ze geen katje is om zonder handschoenen aan te pakken, ondervindt Charles van Croy, het hoofd van de hofhouding van Filips. ‘Ze kookte van razernij’ vertelt zijn secretaris als hij het heeft over het onderhoud tussen Johanna en Charles. ‘Naast een reeks verwijten, scheldwoorden en bedreigingen ging ze hem zelfs fysiek te lijf’.

De Spaanse koleire die zich manifesteert is op dat moment zeker geen waanzin, beweert Jan Brans, het is haar oerinstinct die de kop opsteekt, haar Castiliaanse trots die haar brein laat kristalliseren tegen die gehate Flamencos. Haar weerwerk is zo viriel dat de propaganda van Filips in Spanje rond haar ongeschiktheid als koningin daar weer in twijfel wordt gebracht.

De paus die zich al te vaak gepasseerd heeft gezien in Ferdinands eigengereide politiek i.v.m. de katholieke leer in Spanje, beschuldigt hem ervan om zijn wettige opvolgers moedwillig van de troon verwijderd te houden. De Franse koning en de Castiliaanse gezagsdragers functioneren als waterdragers van dienst. De spanning in Castilië loopt zienderogen op.

Ferdinand verdedigt zich echter op een taaie en sluwe manier. Iets wat we van hem ook mogen verwachten. Er rijpt een nieuw plan in zijn geest. Hij heeft een nieuwe zoon nodig. Ferdinand is 52 en met een geschikte partner zou dat moeten lukken. Het lijkt wel alsof ik hier een roman aan het schrijven ben en toch is dit hier en nu een stuk onvervalste geschiedenis. Een mannelijke opvolger zou zijn positie in Castilië drastisch versterken.

Ik lees het in geuren en kleuren in het boek van schrijver Brans: ‘ten slotte viel zijn keuze op de tweeëntwintigjarige niet erg mooie, een beetje hinkende en ietwat lichtzinnige prinses Germaine de Foix en een nicht van de regerende Franse koning. Dat huwelijk schudt de Europese kaarten helemaal door elkaar. Frankrijk en Spanje kunnen nu plots bondgenoten worden en zich samen afzetten tegen het Duitse rijk.

Dat is toch direct de visie van mijn Ferdinand. De Franse koning is zich aanvankelijk niet bewust van enige politieke implicaties en loopt in de val. De belofte dat Frankrijk niet langer geprangd hoeft te zitten tussen Spanje en de Nederlanden doet hem van mening en van kant veranderen.

De eeuwige vriendschap tussen Lodewijk en Filips ligt aan flarden. Maximiliaan slingert een hoop verwijten naar het hoofd van Filips als ze beiden op de hoogte gebracht worden van deze onverwachte alliantie. De droom van een wereldmacht is uiteengespat. Het is nog een kwestie van tijd vooraleer de verloving van Karel met Claudia geannuleerd zal worden. Dat vrezen ze toch.

De relatie tussen Vlaanderen en Frankrijk komt inderdaad direct onder druk te staan. Filips wordt als leenman van Frankrijk op het matje geroepen om zich te komen verantwoorden bij het parlement van Parijs. In Spanje verliest Filips nu aanhangers bij de lopende vleet. Het gerucht dat hij zijn Spaanse vrouw opsluit doet hier uiteraard geen goed aan zijn populariteit. Ze gaan er toch eens een gedacht moeten van maken om samen naar ginder te trekken. Dat idee maakt Filips hoogst onzeker. Hij loopt het risico dat Johanna hem daar openlijk zal verloochenen, maar als hij zonder haar reist, zal hij er behandeld worden als een vreemde indringer. Veel keuze heeft hij niet.

Filips moet zich in die maand trouwens schikken naar de veranderde wensen van zijn schoonvader. Op 24 november 1505 ondertekent zijn volmachtdrager het verdrag van Salamanca. Castilië zal bestuurd worden door Ferdinand in zijn functie als koninklijk landvoogd en door Filips en Johanna als koning en koningin. Op voorwaarde dat ze die functie daadwerkelijk samen uitoefenen. Ferdinand heeft zijn schoonzoon bij de ballen. De afreis naar Spanje is nu een verplichting geworden als ze de macht over Castilië willen behouden.

Ferdinand stuurt een Spaanse vloot naar Vlaanderen om zijn dochter en schoonzoon af te halen. De zet van de Spanjaard heeft zo zijn implicaties voor Vlaanderen. Vooraleer in te schepen, promoveert Filips zijn vertrouweling Willem van Croy, de heer van Chièvres en van Aarschot, op 26 december van 1505 tot luitenant-generaal van de Nederlanden. De rust en de veiligheid in onze landen zijn bij hem in goede handen. Filips stelt het volste vertrouwen in van Croy. Hij is een man van aanzien, trouw, dapper en ijverig. ‘Hij wordt dus aangesteld als luitenant-generaal van al onze landen en heerlijkheden, zowel van herwaarts over als van Bourgondië.’

De focus kan nu pas goed op de reis naar Spanje gelegd worden. Koning Filips voegt 50 Nederlandse schepen toe aan de vloot die Ferdinand hem heeft opgestuurd. Zijn hele hofhouding verhuist in eerste instantie naar Middelburg om er de raad van de Vliesridders voor te zitten. ‘Op 10 januari 1506 is hij te scheep gegaan en zich op zee begeven, vergezeld wezende van Wolfgang, de graaf van Furstemberg, een man vol van goede en grote begaafdheden, de welke Maximiliaan aan zijnen zoon tot raadsheer had gegeven.’

Mijn Filips heeft iets met reizen dat hem niet goed afgaat. ‘Nauwelijks en hadden zij Engeland in ‘t zicht of het vuur ontsteekt in ‘t koninklijk schip.’ Brand aan boord. ‘Met zulk een beroerte, dat ieder meende dat zijn laatste uur nakende was. Doch door de neerstigheid der scheepslieden wierd het geblust. Daarna is er zo een grauwzaam onweer opgestaan dat men zeer beducht was voor schipbraak, doch wederom verlost wordende hebben zij met alle arbeid de haven van Hampton in Engeland gewonnen, verloren hebbende drie schepen met heel hun last, de welke naar de grond waren geslagen. En de andere zijn gesmeten naar d’een en d’ander haven van Bretagne, niet zonder groot verlies en breuk.’

De delegatie wordt ontvangen door de Engelse koning Hendrik VII. Ondertussen worden de schepen hersteld en is het wachten geblazen op goede wind. Ik moet grinniken om deze laatste zin. In het kasteel van Windsor wordt er een vredesverdrag voor de volgende jaren ondertekend tussen Spanje en Engeland.

Ik heb trouwens nog een ander verslag over die ontvangst in Windsor: ‘men moet zich niet afvragen of het gezelschap goed ontvangen en gevierd werd, of er overvloed was van goede wijn en vlees, of het huis versierd was en voorzien van rijk tapijtwerk in gouddraad en zijde en of er een grote hoeveelheid gouden en zilveren vaatwerk was. De koning van Engeland, bekend als een notoir gierigaard, liet hen overvloedig drank en voedsel aanbieden naargelang hun rang en staat. Het was niet te geloven hoe alle dienaren van de koning de tafels bedienden. De feestelijkheden werden voortgezet tot 26 maart, waar ook de koning en de koningin zich mochten bevinden.’

Er wordt nog wat anders bekokstoofd daar in Windsor. ‘Na drie maanden in Engeland doorgebracht te hebben, en nu heimelijk gehandeld te hebben van een houwelijk tussen Karel van Oostenrijk en Margaretha de oudste dochter van Hendrik, zijn onze vorsten met grote vreugde wederom naar zee gekomen was.’ Mijn bemerking hoe het dan staat met het bestaande engagement dat Karel zou trouwen met Claudia, wordt onmiddellijk beantwoord: ‘ zij hadden nu zekere kennis dat Lodewijk van Frankrijk zijn dochter Claudia ten huwelijk had beloofd aan de Franse hertog van Engoulême’. Ferdinand is er dus inderdaad helemaal in geslaagd om de Fransen en de Duitsers uit elkaar te spelen.

Tijdens die drie maanden verbleef Johanna grotendeels in Falmouth, waar ze verteerd door wrok en na-ijver op hem wacht. Ze weet maar al te goed wat haar gemaal zolang te Windsor weerhoudt. Ze leeft er teruggetrokken in zichzelf en de duisternis en mijdt elk contact met haar omgeving. Wanneer Filips dan terugkeert, wordt alles weer normaal. Dat is toch wat Jan Brans beweert in zijn boek: ‘Ze ontvangt hem liefdevol en zonder verwijten.’

Op 23 april 1506 vertrekt de vloot met het terug verzoende echtpaar dan toch van Engeland om vier dagen later de haven van Couronge binnen te varen. Galicië, waar de prinsen verwacht worden door alle soorten van volk. Onder hen nogal wat hovelingen van koning Ferdinand die maar geen gehoor krijgen bij hem. Ze raden Filips aan om vooral andere voorwaarden af te dwingen bij zijn schoonvader. Dat een deel van zijn persoonlijke hofhouding de mening deelt van de raad van Spanje en zich tegen koning Ferdinand keert, is iets waar laatstgenoemde niet echt kan om lachen.

Hij probeert rustig te blijven. Hij stuurt een officiële delegatie naar Filips en Johanna met de boodschap dat hij hen wil spreken over de manier hoe ze met zijn drieën het bestuur zullen waarnemen in Castilië. ‘Geen sprake van’ luidt het ondubbelzinnig antwoord van Filips, ‘Beste schoonvader Ferdinand; jij moet de baan ruimen’. Het zal hierop neergekomen zijn.

De harde woorden van Filips komen bij zijn schoonvader aan als regen op de veren van een eend. Hij herhaalt onverstoord dat hij graag zijn kinderen zou willen zien en met hen zou willen onderhandelen. De ongelooflijke kalmte die lijkt uit te stralen van Ferdinand maakt Filips onzeker. De ontmoeting van zijn labiele echtgenote met haar pokerspelende vader is meer dan gevaarlijk. Hij wordt trouwens nog geplaagd met een toenemende onrust tussen de Vlaamse delegatie en de Spanjaarden.

Filips de Schone voelt zich hier allerminst veilig en laat zich omringen door een cordon van zwaarbewapende lijfwachten. Zijn vader en eerder al de Franse koning hebben hem al tot vervelens toe gewaarschuwd om bijzonder goed op te letten op zijn voedsel. Gif en een dolk zijn de favoriete middelen om gevaarlijke tegenstanders uit te weg te ruimen. De gerechten in de keuken worden rigoureus onder de loep genomen. Filips mag maar door één persoon worden bediend. En zijn eten wordt maar beter voorgeproefd. Je weet maar nooit dat een agent van Ferdinand hier met kwaadaardige bedoelingen binnensluipt. De sfeer zit dus helemaal verkeerd daar in het zuiden van Spanje.

Het duurt tot 2 juni vooraleer er sprake is van onderhandelingen tussen Filips en een zekere Cisneros, de rechterhand van Ferdinand. Van een rechtstreeks contact is er geen sprake. De zoon van Maximiliaan houdt het been stijf en Johanna is niet meer dan een speelbal tussen hem en zijn schoonvader. Cisneros probeert wat hij kan om de rivalen samen aan tafel te krijgen. Castilië is sowieso verloren voor Ferdinand en hij wil hier wel vertrekken, beweert de onderhandelaar. ‘Krijgt hij dan niet eens de kans om voor de laatste keer zijn kinderen te omhelzen en hen goede raad te geven voor wat betreft het bestuur van dit land?’

De entourage van Filips blijft argwanend. Het kan toch niet dat hij zomaar de strijd opgeeft en inbindt. Ze vragen zich af welke valstrik er nu weer gespannen wordt. Op een zwaar bewapende plek komt het op 20 juni tot een gesprek. De voorzorgsmaatregelen zijn indrukwekkend. Ferdinand begroet zijn schoonzoon alsof het zijn beste vriend is. Alles wat Filips voorstelt, wordt door hem aanvaard.

De kronieken van Vlaanderen schrijven het ook. Ferdinand blijkt zonder veel moeilijkheden akkoord te gaan met een gezamenlijk voorstel dat voorgelegd wordt door Filips en de Raad van Spanje. Hij moet alle rechten op Castilië afstaan en ‘uit het rijk vertrekken met de belofte om er nooit weer te keren.’ Hij mag een aantal overzeese gebieden houden en ook Sicilië en Napels blijven onder zijn bestuur.

In Vlaanderen zien ze een belangrijk onderdeel van het akkoord over het hoofd, ‘Johanna zal wegens haar ‘ziekte en driften’ van de regering worden uitgesloten, want zij zou het land ten gronde richten.’ Filips heeft op dat moment de krankzinnigverklaring van zijn eigen vrouw als eis op tafel gelegd en haar vader is daar hallucinant genoeg op ingegaan.

Achteraf spiegelt Filips zich af als de grote overwinnaar en beweert Ferdinand aan zijn achterban dat de deal er gekomen is nadat hij overgeleverd werd aan een overmacht van Filips en onder gevaar van zijn eigen leven. Hij laat zich hard uit over de vrijheidsberoving van Johanna en hij belooft alles in het werk te stellen om haar te bevrijden uit haar isolement.

Hij vergeet er voor de goede orde wel bij te vertellen dat hij de opdracht tot internering wel zelf heeft ondertekend. Johanna weet aanvankelijk maar deels welke kuiperijen haar man en vader ten koste van haar hebben gesmeed. Wanneer ze verneemt dat ze als krankzinnige afgeschreven wordt, komt al het kwade in haar boven en gaat ze als een gekkin aan de haal.

Waarom heeft haar vader haar in de steek gelaten? Beseft hij dan niet dat ze de rest van haar leven in gevangenschap zal moeten doorbrengen? In een of andere duistere burcht? Johanna wil hem absoluut zien en slaagt er effectief in om weg te blijven uit de handen van Filips die op zijn beurt af wil rekenen met de grillen van zijn echtgenote en haar ook door de Cortes ontoerekeningsvatbaar wil laten verklaren. Dat zal gebeuren kort na zijn eedaflegging als nieuwe heerser van Castilië.

Op het moment van de ceremonie is Johanna er aanwezig. Alle ogen zijn uiteraard op haar gericht. Rustig, stoïcijns en in kaarsrechte houding toont ze haar geloofsbrieven en antwoordt ze op de gestelde vragen. Ze blijkt trouwens weer zwanger te zijn, dus moet ze toch wel van enig nut zijn voor haar echtgenoot. De koningsdochter heeft veel meer aanhang in de zaal dan Filips ooit kon vermoeden. Het is verdorie zijzelf die eist dat ze in Toledo tot koningin van Castilië zal worden gekroond. Aan niets is te zien dat deze vrouw tekenen van krankzinnigheid vertoont en het verzuimt om haar deel te doen in het bestuur van het land.

Ze dwingt een hoorzitting af zodat de afgevaardigden zich verder kunnen vergewissen van haar geestestoestand. Is ze nu bij haar verstand of niet? Ze antwoordt correct en veelbetekenend op alle vragen. Hier moet geen Vlaming regeren, geen Flamenco, maar haar vader in afwachting dat haar zoon Karel meerderjarig zal worden. Filips staat voor schut en kan met alle moeite van de wereld kalm gehouden worden. En wat betreft haar jaloerse buien wijst ze nu publiekelijk met de vinger naar haar man. Hij en de dames uit zijn gevolg dragen hiervan de schuld en niemand anders.

Zijn plannen worden in duigen geslagen. Een grote meerderheid van de Cortes schaart zich aan haar zijde. Ferdinand mag nog niet vertrekken en moet eerst in overleg treden met zijn dochter. Elke opsluiting van Johanna is onterecht, ze is verdorie het slachtoffer van een bende gewetenloze Flamencos en van een handvol Spaanse verraders die het land om de tuin hebben willen leiden. De Cortes is er maar op het nippertje achter gekomen dat dit alles het gevolg is van een duivelse machinatie om het land onder de heerschappij van een vreemde vorst te brengen.

Het Spaanse koningshuis blijft aan boord. De aanspraken van Filips verdwijnen in de prullenmand. Van een eedaflegging in Toledo moet de raad ook niet weten. In de plaats daarvan komt er op 10 juli een ‘blijde’ intocht van het koppel in Toledo. Filips presenteert zich trots en hovaardig. Je kan aan niets merken dat hij hier de pineut is. Aan zijn zijde een trotse en vastberaden Johanna, helemaal in het zwart gekleed, het hoofd verborgen in een zwarte kap. Zij is nu de koningin en hij de koning-gemaal. De rollen zijn omgedraaid.

Zouden die twee elkaar nu haten? Ik vraag het me af. De toestand van hun huwelijksleven is precair. Castilië blijft ook na de blijde intocht in Valladolid een broeihaard van spanningen. Ferdinand likt zijn wonden en is een schim van wie hij ooit geweest is. Op 13 juli verlaat hij Castilië als een dief in de nacht. Hij heeft Filips nog één keer ontmoet.

Jan Brans vat het goed samen: ‘ondanks de schijnbaar gemoedelijke stemming woekert de verdeeldheid in Castilië voort, nu niet meer rond de verjaagde regent, doch rond Johanna. De toestand ontaardt geleidelijk in een hopeloze verwarring en in Valladolid, waar de vorsten sinds ongeveer een maand verblijven, is hij onhoudbaar geworden.

Terwijl er ondertussen sprake is van een vredesakkoord in Groeningen, blijft de internationale context de hoofdrol spelen in deze kronieken. Van de Westhoek is geen sprake maar wat er zich in het zuiden van Europa afspeelt zal op vrije korte termijn grote invloed uitoefenen op het leven van onze mensen hier in Vlaanderen.

In augustus komt het tot een openlijke breuk tussen Maximiliaan en Lodewijk de koning van Frankrijk. De koning heeft brieven gestuurd naar de keizer waarin hij het heeft over de grote druk die zijn entourage op hem heeft uitgeoefend om zijn dochter Claudia, nochtans beloofd aan Maximiliaans kleinzoon Karel, te laten trouwen met François van Valois, de graaf van Engoulême. De wetenschap dat Karel op zijn beurt zich nu verloofd heeft met de dochter van de koning van Engeland, zorgt er voor dat het vredesverdrag tussen Maximiliaan en Lodewijk niet langer de minste zin heeft. Het zou niemand wat verwonderen als de wonde van de oorlog in Gelderland en in andere Nederlandse gebieden weer zal ontsteken.

Ik keer met de nodige haast terug naar het zuiden. Het koppel wil absoluut weg van Valladolid. Maar waar naartoe? De keuze valt na veel wikken en wegen op Burgos. Het is de enige plek waar Johanna zich min of meer veilig kan voelen. Op 7 september bereiken ze hun reisdoel na een bewogen tocht. De twisten tussen Ferdinand, Johanna en Filips hebben het land ondertussen op de rand van een burgeroorlog gebracht. Tot overmaat van ramp wordt er weer een uitbraak van de pest gemeld. Ik ben terechtgekomen in een kluwen van intriges. Tot plots de wereld wel stil komt te staan.

‘Maar helaas, ziet hier hoe wonderlijk Gods oordelen zijn. Terwijl deze jonge koning met de koningin nu in Spanje was gekomen, om de bezitting van zijn rijk en des zelfs bestuur te aanveirden met de meeste vreugt en toeheuging van al zijn onderdanen, bevindt hij zich binnen Burgos, alwaar hij in het einde van de augustusmaand zich een weinig oefent met het kaatsspel, het welke zijn lichaam op een namiddag zeer verhit, en de maag droog, om welke te verversen hij enige koude vochten drinkt, die hem geheel krank maken en aanstonds zijn bedde doen nemen.’

Vreemd, dat hem nu precies hetzelfde overkomt als zijn overleden schoonbroer Filibert. De mix van koude dranken en heet zomerweer blijkt een dodelijke cocktail. ‘Volgens zijn christelijke opvoeding keert hij zich tot God en verzoekt hij om de H. Sacramenten, terwijl zijn ziekte dagelijks meer en meer aangroeit. En op weinige dagen het jeugdig leven in de blomme van zijn jaren afsnijdt tussen onuitsprekelijke droefheid van bijna geheel de wereld.’ Filips de Schone, zoon van Maximiliaan en vader van de toekomstige keizer Karel, sterft op 25 september 1506. Achtentwintig is hij. Ik krijg er een raar gevoel bij en kan dat niet zo maar van me afzetten. Kan iemand zomaar sterven van een koude drank te drinken?

Ik controleer even de andere bronnen. Hebben mijn kronieken belangrijke informatie over het hoofd gezien? Is mijn man niet om het leven gebracht omdat hij in de weg stond? De realiteit lijkt op het eerste zicht eenvoudig: de graaf van Vlaanderen heeft na een kaatsspeltornooi een longontsteking opgedaan na het drinken van ijskoude dranken terwijl hij zelf in schuim en zweet stond. Wat begon met koorts eindigt met een drama. Van een bloedonderzoek en een forensische zoektocht naar de precieze oorzaken van zijn dood is er in die tijd nog geen sprake, dus blijft de diagnose van zijn dokters de enige officiële bron van waarheid: dood door longontsteking.

En toch kan ik dat wrang gevoel niet van me afzetten. Iemand moet betrokken zijn met de dood van deze jonge kerel. Dat hij er zelf het bijltje bij neerlegt hier in dit verraderlijk vat van verraad kan geen toeval zijn maar is het gevolg van een brutale moord. Ik lees dan ook met meer dan gewone interesse wat Jan Brans over de dood van Filips de Schone te vertellen heeft.

Het begint allemaal met een feest dat ingericht wordt voor Filips op woensdag de 15de september. Plaats van het gebeuren: de burcht van Burgos. Na een copieus maal met de nodige zware wijn vermaakt het gezelschap zich met een partijtje handbal in de hitte van de dag. Enkele glazen koel water brengen verfrissing maar achteraf ook de eerste koude rillingen waarop Filips besluit om wat te gaan rusten. Er staat de volgende morgen een jachtpartij op het programma. De hertog voelt zich wat koortsig maar wil niet afhaken. Het is een verkoudheid en die zal wel overgaan.

Op zaterdag verslechtert zijn gezondheidstoestand en begint zijn omgeving plots te panikeren. Ik citeer Brans: ‘Filips moet voortdurend braken. Roodachtige vlekken met een donkergroene en zwarte schijn bedekken zijn lichaam. Zijn tong wordt dik en stijf. De hals zwelt en nijpt de keel toe. Aderlating en purgaties milderen de koorts en de pijn, maar slechts voor enkele uren.’

Zijn toestand gaat er zienderogen op achteruit. Na een week is de zieke uitgeput. Andere dokters zijn er inderhaast bijgeroepen maar brengen geen verlichting. De notities van hofarts de la Patra brengen ons tot aan zijn ziekbed daar in september van het jaar 1506: ‘Daarna kreeg de zieke het heel warm en begon hij verschrikkelijk te zweten. Is dit een teken van beterschap? Ongeveer zes uur lang heeft hij gezweet. Toen overviel hem een volledige verzwakking. Hij werd bewusteloos en kon niet meer spreken. Van dat ogenblik af heeft men geen verstaanbaar woord meer uit zijn mond gehoord. Hij is bewusteloos gebleven, in een soort sluimertoestand, waaruit men hem af en toe met veel moeite enigszins, doch nooit geheel, heeft kunnen wekken.’

Filips sterft dus met Johanna naast zich. Die blijft de hele periode kalm en berustend en wijkt niet van zijn sterfbed. Ik ga het straks uitgebreid over haar hebben, maar wil me nu absoluut eerst focussen op de reden van zijn dood. Is hij al dan niet vergiftigd? In Spanje gaat het bericht van zijn dood als een blijde boodschap door het land. De geruchten van gif zijn niet meer uit de lucht. Je sterft zo maar niet van een verkoudheid. Een zekere López de Arraoz schept op dat hij een vergiftigd broodje heeft aangereikt aan Filips. De rechters die vrezen voor een schandaal gaan er niet op in en laten de man lopen. De toestand in het land is al explosief genoeg en kan met deze zaak helemaal de lucht invliegen.

Mijn schrijver worstelt met dezelfde vragen als ikzelf. Dat hij vergiftigd werd, staat als een paal boven water. Maar door wie? Eigenlijk zijn er maar twee mogelijke kandidaat-moordenaars; Ferdinand of Johanna of hen beiden in een gezamenlijk complot om de Flamencos definitief naar het achterplan te verwijzen.

Brans vraagt het zich terecht af: ‘waarom was Ferdinand zo gelaten de voorbije weken? Zomaar wegtrekken van Castilië lag niet in zijn aard en toch heeft hij het gedaan. Was de kalme gelatenheid van Johanna bij Filips’ sterfbed geen schuldbekentenis op zich? Was zij niet rustig thuisgebleven toen het lijk van haar man naar Miraflores werd overgebracht? Stemde het niet tot nadenken, dat zij onmiddellijk na diens dood weer hofdames heeft toegelaten in plaats van die oude in het zwart geklede meid?’

De bronnen zijn het niet helemaal eens over de reactie van Johanna. Ze is inderdaad de hele week kalm en beheerst aan zijn ziekbed gebleven. Bij momenten zit ze er als versteend bij. De enen vertellen dat ze zich na zijn dood vol emoties op hem werpt. Andere getuigen zien haar zonder emoties en zonder tranen de kamer verlaten.

De volgende morgen wordt het lijk gebalsemd. Het hart wordt in een kleine schrijn geplaatst, want het zal naar Vlaanderen of Oostenrijk worden gezonden. De hersenen en de ingewanden worden verwijderd en de holten opgevuld met een mengsel van kalk en aromaten. De ingewanden worden onmiddellijk verbrand, de laatste getuigen die konden vertellen over de vergiftiging gaan op in rook. De rest van het verhaal laat ik over aan mijn Vlaamse kroniekschrijver Nicolaas Despars die popelt om het over te nemen van Jan Brans.

Ik ben terug bij zijn ‘Chronyke van Vlaenderen’: ‘Op den 25 van september, achterlatende zijne weduwe zwanger van een dochter, de welke zij namaals heeft gebaard en Catherine wierd genoemd. Hoe zeer deze koningin is ontsteld geweest in dit beweenelijk verlies, want ‘t sedert dat haar die droeve dood wierd aangezeid en heeft zij nooit het volle gebruik meer gehad van haar verstand, alhoewel zij boven de 70 jaren heeft geleefd.’

Het nieuws van de dood van de jonge Spaanse koning doet natuurlijk direct zijn ronde. De gemoederen van de christelijke vorsten worden er door geraakt. Voor Maximiliaan is het een mokerslag. Hij is onmiddellijk zijn grootste steun kwijt maar meteen ook alle gebieden die door hem werden bestuurd, want die komen nu automatisch toe aan zijn minderjarige kleinzoon Karel.

Wat kunnen ze het soms zo mooi zeggen in hun oude taal en stijl, die kronieken. Het lichaam van de koning is maar 28 jaar verenigd geweest met zijn ziel. Nu wordt hij begraven in de kerk van de Chartreusen te Burgos. Het blijkt dat ik die scheiding van hart en ziel ook letterlijk mag nemen en dat de stijlvorm nauw aansluit bij de realiteit. Het hart van Filips de Schone wordt zoals Brans het al eerder aangaf weggenomen en verzonden naar Brugge in Vlaanderen. Het orgaan wordt bijgezet in het graf van zijn moeder Maria van Bourgondië, ook al zo vroeg gestorven.

Geschiedschrijver Gachard komt op de proppen met het testament van de overleden Filips. Erg zeker van zijn leven moet hij toch niet geweest zijn. Welke 27-jarige laat zijn wilsbeschikking vastleggen? Het testament werd opgemaakt voor zijn afreis naar Spanje. Te Brugge. Het gebundeld leven van Filips de Schone en zijn vrouw Johanna, opwarmers van dienst voor mijn toekomstig hoofdpersonage keizer Karel, heeft me op veel momenten verrast. Straks ga ik uitgebreid de baan op in de 16de eeuw.

Ik sluit eerst deze episode in onze geschiedenis af met het testament van Filips de Schone. Ik weet eigenlijk wat ik van hem moet denken. ‘Mocht ik overlijden in Spanje, dan wil ik in Granada begraven worden, samen met wijlen de koningin van Spanje, mijn schoonmoeder. Indien ik sterf in de landen van herwaarts over, kies ik als grafstede de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Brugge, in de nabijheid van mijn moeder.

In het geval dat op het ogenblik het hertogdom Bourgondië in ons bezit moest zijn, dan wil ik begraven worden bij de Kartuizers in Dijon, waar de hertogen van Bourgondië, mijn voorgangers rusten. Mocht God mij tot zich roepen terwijl ik op zee ben op de heen- of tergvaart, dan wil ik gedragen en begraven worden alsof ik herwaarts zou gestorven zijn. ….Ik wil en beveel dat honderd arme maagden in het huwelijk zullen treden en schenk tot bevordering van hun huwelijk aan elk eenmalig de som van 100 pond, 40 groot Vlaamse munt het pond…Ik wil en beveel dat mijn dienaren volledig worden uitbetaald en vergoed voor alles wat men hen verschuldigd is tot op de dag van mijn overlijden…

Ik wil dat 10.000 pond wordt uitbesteed aan de bouw van een nieuwe kapel in mijn hof te Brussel… Ik laat na en wil dat verdeeld wordt onder de armen en andere vrome legaten de som van 30.000 gouden Philippus… Ik geef en vermaak van, rechtswege aan elk van mijn dochters voor hun uitzet en huwelijk de som van 200.000 écus, uit te betalen drie jaar na hun huwelijk… Ik wil en beveel dat mijn gezellin haar douairie zal genieten, zoals ik die reeds geregeld heb.’