Jubilee met 14 doden

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       2 years ago     394 Views     Leave your thoughts  

Jan de Vos wordt in 1452 de nieuwe kapitein in Gent
De jaarboeken van Brugge zijn precies en stipt met hun data. Ik ben nu tenminste zeker dat ik me in 1452 bevind. Ik beleef de eerste onrust die zal leiden tot de debacle in Gavere het daaropvolgend jaar. Wat is er aan de hand? Jan de Vos wordt verkozen tot kapitein van de Gentenaars en die schiet meteen in actie tegen de taksen die de bevolking moet betalen op het zout en het graan. ‘Met veel volk, allegaeder wel gewapent’ trekken ze naar Moerbrugge waar het leger postvat terwijl een deel van de mannen naar Brugge wordt gezonden om het gemeen op te hitsen tegen de graaf. Lodewijk, de heer van Gruuthuse, die op de hoogte is van de komst van de Gentenaars, laat onmiddellijk de Brugse stadspoorten sluiten.

Hij krijgt hierbij de hulp van Pieter Blandelin, de heer van Middelburg en de hofmeester van de graaf. De Gentse delegatie keert dus onverrichterzake terug naar Moerbrugge om er rapport uit te brengen bij kapitein Jan de Vos. Die besluit om zijn leger te parkeren voor de Brugse stadspoorten. Op zijn expliciete vraag om binnen te mogen komen in de stad om er eten te kopen, krijgt hij voor antwoord dat de Bruggelingen door de prins verplicht worden om hun poorten voor hen dicht te houden.

‘De Gentenaers qualyck te vreden zynde, dat hunne geveynstheyt zoo misluckt was, en geenen middel meer over ziende om die van Brugge te overhaelen, waeren genoodzaeckt af te trecken; doch uyt spyt verbranden en beroofden op den weg diversche dorpen, gelyck zy met het kasteel van Male gedaen hadden. En men zegt, dat zy in een weke tyds wel acht duyzent huyzen verbrand hadden, van de welcke de inwoonders binnen Brugge gevlugt waeren.’ Bij het gewone volk van Brugge bestaat de nodige sympathie voor hun broeders uit Gent, maar hier weten ze uiteraard wat het aan den lijve betekent om ambras te hebben met de prins. Een aantal Brugse kooplieden vertrekken op 2 mei van 1452 naar Brussel in een poging om een verzoening met de Gentenaars te regelen.

Filips de Goede is kort van stof
Filips de Goede is kort van stof. ‘Dat ze zich dan eerst onderwerpen.’ Die van Brugge krijgen een compliment omdat ze nu tenminste eens trouw aan hem zijn gebleven en krijgen hiervoor een privilege om vrijmarkten te organiseren. ‘Eyndelinge, op hun krachtig verzoeck, concenteerde hy, dat men binnen Ryssel op den 25. mey eene by-een-komste houden zoude; maer de Gentenaers noch al te trots en hooveerdig zynde, en wilden naer geen conditien van vrede luysteren. Hier op ordonneerde den hertog Philips, dat al zyne getrouwe onderdaenen een Bourgondis kruyce op hunne klederen zouden dragen en dat alle de gene daer mede niet bekleedt zynde, voor rebellen zouden aanzien worden.’

Op 7 november van 1452 houden de Gentenaars lelijk huis in de streek van Aardenburg en Oostburg, ‘verwoestende en verbrandende; waer t’eynden zy met grooten roof wedergekeert zyn.’ Naast een groot aantal beesten, keren ze naar Gent terug met 200, met gestolen buit volgeladen wagens. Er komt op 10 februari 1453 te Damme een nieuwe poging om de vrede te herstellen. De onderhandelingen worden verder gezet in Brugge maar lopen af op een sisser. De Gentenaars denken er nog niet aan om schuld te bekennen.

De schuld van hun oproer ligt bij de gierigheid en de nieuwe belastingen van de prins en nergens anders. Op 5 maart loopt Simon van Lalaing, de gouverneur van Sluis, in een hinderlaag van die van Gent als hij Isabella van Portugal wil begeleiden op haar weg naar Brugge. ‘Hij was in eene embuscade van de Gentenaers gevallen, van de welcke hy zig ter nouwer noodt, naer verlies van eenige van de zyne, bevrydt heeft.’ Op 22 juli krijgen de rebelse Gentenaars hun nederlaag van Gavere aan de broek gesmeerd. Geen uitvoerig cijfermateriaal hier in de Brugse kronieken.

Antoinette Scheurlaeken verhangt zich in de schouw
Ze houden het deze keer bondig en summier en vooral meewarig tegenover die van Gent: ”de Gentenaers al geduerig oorlogende tegen hunnen prince, hadden eyndelinge op den 22. july eene groote nederlage gekregen ontrent Gavere, zoo dat zy, hunnen hoogmoedt alsnu getemt wezende, ter zelver plaetse op den 30. july genoodzaeckt waeren den peys te aenveerden, op den voet gelyck den hertog hun die verleenen wilde.’ Het lijkt er op dat de jaren die volgen aan elkaar geregen zijn met steekspelen en dat er daar buiten niets gebeurt.

Ik ben maar wat blij als ik in 1456 het nieuws verneem dat er in Ieper voor de eerste keer een ‘perelorijn’ opgesteld wordt. Dat blijkt een schandpaal te zijn en ik leer ook dat die opgesteld wordt voor het Nieuwerck van de lakenhalle. In datzelfde jaar ‘wasser binnen Ypre een rijcke koopvrouwe jonge dochter genaemt Antoinette Scheurlaeken, de welke belooft was te trouwen met een Franschen heere, die haer bedrogen hebbende verliet, waer door zij uyt spijt en miserie, haer selven heeft verhangen, in de schauwe van haer huys. Het magistraet daer van in kennisse gedaen zijnde, wiert het lichaem van deze vrouwe, van onder de zille van haer huys, langs de straete gesleept tot in de voorste buyten de Tempelpoorte ende begraven aldaer onder de galge.’

De reeuwerhistorie steekt in 1458 opnieuw de kop op in Ieper. ‘Anno 1458 den 12 september wierd op de markt van Iper ter dood gebragt Jean van Daele en Francis de Boos reeuwers beschuldigt van verscheyde steenputten in de stad vergeven te hebben besmet met ragael het welke aen de menschen eene ziekte bijbragte dat zy bijnaer al stierven. Sij hebben hun misdaet bekent en hun bekeert.’ Ik houd halt in 1460. Ook weer zo’n verhaal dat de echte geschiedenisboeken niet heeft gehaald. Het mooiste hebben ze achtergelaten als stof van de boekenrekken. Filips de Goede heeft een ziekte opgelopen.

De prins heeft een vreemde ziekte opgelopen
Ik vraag me sluiks af of het niet te maken kan hebben met al zijn maîtresses en daar aan gelinkte amoureuze escapades. ‘Anno 1460 heeft binnen Ypre al den edeldom, te weten de manspersoonen, alle hun hayr van thoofd doen afscheiren, loopende dus met caele hoofden’, middeleeuwse skinheads dus, ‘om naer te volgen den grave Philippus den Goeden, den welcken binnen Gendt, door een lange, ende onbekende sieckte bevangen zijnde, van de doctoren geraeden wiert alle zijn hayr te laeten afscheiren, het welke aenstons ook volgden niet alleen zijn hovelingen, maer alle den edeldom van Vlaender, waer uyt gesproten is het spreekwoord vooren gewesen, is naer geleert.’

De maandag van het Tuyndagfeest, 16 augustus 1460, staat er een groot jubileumfeest op het programma van de Ieperlingen. Mardocheus Heyse, de zoon van David Heyse en Thamaer Paeldig, viert vandaag zijn 116de verjaardag. Geboren in 1344, trouwt hij een eerste keer met Ludovica van Zuytpeene. Zijn tweede echtgenote is Marguerite Bolle. Ik laat de Ieperse kroniekschrijver zelf een en ander vertellen. ‘In ‘t jaer 1400 trouwde hij den 10 mey jouffrouwe Pieternelle van Dixmude voor sijne derde huysvrouwe, vaerende met eene kog langs de Ipervaart naer Nieuwport.’ De boottocht loopt verkeerd af voor de bruid.

‘Door een wilden osse den welken op de kog quam gesprongen, is zij in de vaert verdronken met meer ander die op de kog saeten.’ ‘In ‘t jaer 1426 trouwde eyndelijk Mardocheus Heyse den 2 januarius met jouffrouwe Bernaerdinne Berclau voor zijne 4de huysvrouwe.’ ‘Hij won bij deze 4 vrouwen 13 kinderen van de welke een predikheere was binnen Brugge met naeme pater Cornelius. Den tweeden was monnik in d’abdie van Eversam en den derden was pater Capucijn binnen Amsterdam, welke drie geestelijke zijne soonen waeren deden de misse van jubile. Alle zijne andere kinderen en kindskinderen (wat een heerlijk woord toch) tot het getael van 38 saeg men t’ offerande gaen het welke zeer schoon was om zien.

Het jubileumfeest eindigt met 14 doden
De solemniteyt van de jubilee voltrokken zijnde, heeft den heer Heyse een treffelijk banquet gegeven op het stadhuys in twee in een komende kamers voor alle sijne kinders en vrienden, in welke maeltijd door de koks of door andere, t’sij willens of onwetens, eenig ragael in eene soupe komme was van de welke 14 persoonen die daer van genut hadde zijn kwaelijk geworden en des nagts gestorven. Bid voor hunne zielen.’ Of de jubilaris de aanslag met rattengif heeft overleefd, wordt niet vermeld.

In januari 1464 is er sprake van het bijleggen van een ruzie tussen Filips de Goede en zijn zoon, de graaf van Charolais. Ik ben benieuwd of het kapsel van eerstgenoemde al opnieuw in zijn vroegere glorie hersteld is. Die zoon, Karel de Stoute, is ondertussen al een dertiger. Vader is 68. De kronieken geven niet aan waar de ruzie om draait, maar het zal toch wel een ernstig conflict zijn tussen beide dat door het landbestuur van Vlaanderen dringend moet zien bijgelegd te worden. ‘Alzoo den graeve van Charolais met den hertog Philips zynen vader in grooten tweedracht was levende, wierdt in het beginsel van januari 1464 door de staeten van het landt binnen Brugge eene vergaderinge gehouden om de zelve te vereenigen.

Aldaar waeren ten dien eynde gekomen dry bisschoppen en zestig abten, benevens eene groote menigte van edeldom. In onze hedendaagse tijd zou een ruzie van dergelijk allooi privé bijgelegd worden en absoluut niet publiekelijk. Waarom denk ik nu aan prins Laurent en zijn vader? ‘Den graeve van Charolais liet zig oock aldaer vinden, en zig werpende voor zyns vaders voeten, heeft van den zelven genade verzocht en bekomen.’ Ik zie het Laurent niet doen, en misschien is dat maar goed ook. Het is tijdens het leven van Filips de Goede meermaals tot uiting gekomen. De man staat op zijn strepen. Wie iets mispeutert dat hem niet aan staat, zal het geweten hebben.

De zesde Ieperse rederijkerskamer komt er in Sint-Jan
De Turken hebben de stad Constantinopel overmeesterd en paus Pius de 2de roept de christelijke prinsen van het westen op om die ongelovigen te gaan verjagen. Filips de Goede engageert zich hiertoe met een leger van 6.000 goed gewapende mannen die onder de leiding zullen staan van zijn bastaardzonen Antonius en Balduinus. Met 12 galleien varen ze de haven van Sluis uit richting Italië, ‘dog dezen oorloge hadde geenen voortgang, zoo dat zy moesten wederkeeren.’ De Ieperse kronieken maken er 10.000 man. 220 Ieperlingen vertrekken mee onder leiding van Simon van Lalaing, en dat allemaal op de kosten van de stad.

‘Maer daer zijn zoo vele swaerigheden onder de reyse opgekomen, dat elk heeft moeten wederkeeren naer zijn vaederlandt.’ De terugkeer en het engagement van de groep Ieperlingen, leidt bij hun aankomst tot de stichting van een rederijkerskamer. ‘De Yperlingen hadden op de reyse malkander altijdt genoemt getrouwig herte, dus wederkeerende, hebben onder malkander, met privilege van den grave, opgerecht een redenrijcke gulde onder de bescherminge van den h. Engel bewaerder, voerende voor divisie ofte kenspreuk, getrauwe herten. Zij bauden hun guldhof op de prochie van St Jan, buyten de Antwerppoorte, in de voorste, zijnde de 6de redencamer binnen Ypre.’ In 1465 breekt er een conflict los tussen Filips de Goede en Frankrijk. De Ieperse kroniekschrijvers spenderen er niet de minste aandacht aan.

In Brugge wordt de oorlog als een fait-divers aangekondigd. ‘Ten zelven tyde was den hertog Philips tegen den koning van Vranckryck in oorlog getreden, en hadde zynen zone Charles op den 14. meye aen het hoofdt van een machtig leger gezonden, den welcken op de Franschen, ontrent Monthery eene volkomen victorie bochten heeft.’ Ik krijg wel een datum mee. 11 juli 1465. Wikipedia geeft meer details. Filips de Goede is al op 29 mei met een leger van 20.000 man binnengevallen in de Champagne. De slag eindigt inderdaad met een overwinning van onze graaf, maar die raakt wel gewond zodat zijn zoon Karel de Stoute vanaf dat moment eigenlijk de macht overneemt in Vlaanderen.

Brugge 1467: de dood van Filips de Goede
Ik ben wel benieuwd of ik diezelfde informatie zal opscharrelen in de kronieken die ik aan het bestuderen ben. Geen woord dus over de machtswissel. ‘De Bruggelingen van de tydinge bekomen hebbende, wierdt by hun tot danckzegginge eene generaele processie extraordinaire met het H. Bloedt omgedragen, het welcke van te vooren noyt geschiedt was, ‘t en zy alleenelyck op den derden Meydag.’ En dan gaat de prins richting Luik. ‘Hier naer trock hy in het landt van Luyck om de inwoonders, die tegen den hertog opgestaen hadden, te straffen. Naer dat hy de zelve tot onderdaenigheyt gebracht hadde, quaem hy naer Brugge, alwaer hy met groote eere en blydtschap ontfangen wierdt.’

In 1466 wordt het niet met zoveel woorden gezegd, maar het is in elk geval Karel de Stoute die in de wapenen komt tegen de Luikenaars. ‘Ten jaere 1466 hadden de Luyckenaers wederom de wapenen in de handt genomen; maer den prince Charles met een leger van dertig duysent mannen derwaerts getrocken zynde, wist hun haest andermael ten onderen te brengen.’ De overdracht tussen vader en zoon moet inderdaad een feit zijn, want zo lang trekt Filips de Goede het zelf niet meer. ‘Den hertog Philippus op den 13. juny 1467 tot Brugge in zyn paleys zynde, wierdt ontrent den avondt met eene haestige zieckte zoodaenig overvallen, dat hy korts daer naer de spraeke verloos.’

Karel de Stoute verblijft op dat moment in Gent en wordt verzocht om zich naar Brugge te reppen. ‘En dit vernomen hebbende, quaem op de 15. ontrent den noen tot Brugge, en zig geworpen hebben voor het bedde van zynen vader, badt om genade van alle het gene hy misdaen hadde. Philippus dede zyne oogen open, en niet konnende spreken, bewees hem alle teekenen van vriendtschap; waer naer hy den zelven avondt, wezende eenen maendag, tusschen 9. en 10. uren overleden is, in den ouderdom van een-en-zeventig jaeren.’ Tijdens het 48ste jaar van zijn heerschappij, voegen ze er in Ieper aan toe.

Het lichaam van de dode prins wordt gebalsemd
Het lichaam van de dode prins wordt nu gebalsemd. Het hart, de ingewanden en het lichaam worden in drie verschillende loden kasten gedeponeerd en worden de eerstvolgende zondag ter aarde besteld in de Sint-Donaaskerk. Pas in 1473 zullen de stoffelijke resten van Filips de Goede definitief verhuizen naar Dijon in zijn Bourgondië. De begrafenis was zeer prachtig vertellen de Brugse kronieken. ‘Het lichaem wierdt ‘s avondts ontrent den vyf uren uyt het paleys gebracht.

Vooren op trocken zesthien hondert mannen met zwarte kleederen, draegende ieder eene tortse in d’handt, met de wapenen van den prince. Vier hondert van de zelve, zynde van het hof, waeren uytgerust ten koste van den hertog.’ ‘Andere vier hondert ten koste van de stadt, gelycken nomber door de ambachten, en de andere door de Vrylaeten bekostigt zynde.’ Met de begrafenis stappen 900 edellieden en officieren van de graaf zwijgzaam mee met in hun zog de magistraten van Brugge en het Vrije en 21 bisschoppen en prelaten. ‘En naer deze vier herauten, en eyndelinge het lichaem, gedraegen wordende door twaelf van de treffelyckste bediende van het hof. Recht over het zelve ging den eersten schildknaap van den overleden hertog, draegende desselfs degen met den punt naer de aerde. Boven het lyck was een pavillon van goude laken, het welcke ondersteunt wierdt door den graeve van Nassauw, den graeve van Boucan, Boudewyn bastaerdt van Bourgogne, en den heere van Chalons.’

De begrafenis van de graaf in Brugge
De teksten in de krantenkoppen van vandaag flitsen als ze het hebben over hun gebeurtenissen. Ze zijn de authenticiteit en de charme van het vertellen vergeten. En die vind ik hier volop terug in deze Brugse kronieken. De nazaten van de prins zullen me het hopelijk niet kwalijk nemen als ik met volle teugen geniet van de pompeuze beschrijving van zijn uitvaart. Het is alsof ik er zelf bijsta. ‘Alsdan quaem den nieuwen hertog Charles; korts daer naer Jacques de Bourbon en Adolf van Cleven, zyne twee rechtszweers, ende meer andere groote heeren van het hof, vergezelschapt zynde met alle de geestelycke van de stadt.’

Naer Adolf van Cleven volgden andere van de voornaemste heeren van het hof. Het lyck wierdt aldus gedraegen in den choor van S Donaes kerke. Over de kiste lag een goude laken geboort met damast, ende een kruys van wit fluweel. Op de hoecken stonden vier groote brandende wasse keirssen, ende daer nevens noch vele andere tot meer als veerthien honderdt in het getal, waer door eene zoo groote hitte veroorzaeckt was eenige gaten door het gewelfsel te booren, om alzoo de warmte te laeten uytwaesemen.’ Voorders was de geheele kercke behangen van onder met zwart laken, ende van boven met zwart camelot.’ ‘Op den volgenden dag heeft Guilielmus, bisschop van Doornik eenen solemnelen dienst gedaen, gelyck oock ten zelven tyde in alle parochiale kerken van de stadt gebeurt is.’

Ook in Ieper wordt er een herdenkingsmis gehouden voor de overleden graaf. In zijn testament toont hij zich weldadig voor de kloosters en de kerken. Hij moet er ontgetwijfeld mee ingezeten hebben dat er na zijn dood onvoldoende voor het welzijn van zijn ziel zou worden gebeden. In Ieper zien ze ‘de mildaedigheyd tot de kloosters en de kerken en de zorge die hij droeg op dat naer zijne dood gebeden en sacrificien aen God tot laevenisse van zijne ziele gehouden zouden worden.’

Een aardige geschiedenis als dessert
In Brugge mijmeren ze nog na nadat hun prins er niet meer is. Het is wel de eerste keer dat de stedelingen zo treuren om het overlijden van een graaf. Van de doden geen kwaad, en dan komen ze nog met een ‘aerdige geschiedenisse van den hertog’ als dessert. ‘Men vertelt, dat hy op zekeren tydt, tot Brugge wandelende ‘s avondt naer eten, en gekomen zynde op de marckt, aldaer eenen slaependen man gevonden heeft, den genen t’eenemael door den drank overvallen was.’

Een man met een stuk in zijn voeten. ‘Hy dede hem aenstondts opnemen en naer zyn paleys draegen. Deze dronckaert wierdt aldaer by order van den prince in een prachtig bedde geleyt. ‘s Anderendags wacker geworden zynde, wierdt hy onthaelt ende gedient, al of hy den hertog zelfs geweest hadde, zoo in kleederen als ter tafel. Maer ontrent den avondt andermael door den dranck gegrepen zynde, wierdt hy (naer dat men hem zyne eygen kleederen aengesteken hadde) wederom op de marckt geleyt: alwaer hy wacker geworden zynde, niet anders peysde, als dat hy gedroomt hadde.’

Dit is een fragment uit het vandaag gepubliceerde deel 5 van De Kronieken van de Westhoek

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>