‘k hèn drommegedoan

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       3 months ago     117 Views     Leave your thoughts  

Dakke (dat ik)
Damme (dat wij)
Danke (moest ik)
De Bucht (maandstonden)
Deefln (bepotelen)
De piest in (hazenpad)
Derlansn (er neven)
Der neffen (ernaast)
Desschn (dorsen)
Deuredraain (slippen van wiel)
Deurjaagr (magere veeleter)
De Zulle (overnameprijs van een zaak)
Diekant (gracht)
Dilt (hooizolder)
Dingsche (hij daar)
Djentn (een rare)
Doeninge (huis)
Doeninsche (hoeveke)
Dreevl (rugzak van smokkelaars)
Dresschn (stortregenen)
Driefjacht (klopjacht)
Droef (stout)
Drommedoen (iets met opzet doen)
Dukkeln (duiken)
Dukn (verbergen)
Dukkenekn (gebukt lopen)
Dunnekeuntje (klein ventje)
Dutje doen (korte slaap)
Duts (sukkelaar)
Dwaazekloot (onnozelaar)
Dweis (dwars)


900 Westhoekse dialectwoorden door Adhemar Vandroemme (2005)