Levend begraven worden!

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 year ago     516 Views     Leave your thoughts  

Als de betichte op heterdaad wordt betrapt
Een zekere Jehan le Cod wordt voor eeuwig verbannen, op de galg, om geweigerd te hebben om voor de wet te verschijnen. Voor minder erge feiten wordt de straf echter teruggebracht tot een fikse boete. De procedure van daging geldt enkel in de gevallen waarbij de beschuldigde zich op het grondgebied van Ieper bevindt. De dag van vandaag kan een beschuldigde enkel veroordeeld worden indien er fysiek bewijs is van zijn of haar schuld.

In de hoge middeleeuwen geldt nog steeds het Germaanse principe: de beklaagde moet zijn onschuld bewijzen! Hij wordt als schuldig beschouwd zolang hij geen bewijs van zijn onschuld kan voorleggen. Meer en meer laat de kerk zijn invloed gelden in de barbaarse rechtspleging. In de 14de eeuw zijn die barbaarse principes al helemaal omver gesmeten. De betichte is zolang onschuldig tot dat de aanklager zijn schuld op een klare manier heeft kunnen bewijzen. ‘Martin le Boom est jugiet quitte de la calainge et poursiente de Bette Werregaers de li avoir efforchiet pour ce qu elle fist la dicte calaigne sour luy sans offrir a prouver se demande et calaigne par le verité ou par cognissance de le vierscare comme par droit es loy nuls ne doit estre creus de sa mesme cause’.

Het voorbeeld toont duidelijk aan de Ieperse samenleving het oud Germaanse principe in de 14de eeuw volledig over boord heeft gegooid. Natuurlijk is verdere bewijskracht niet meer nodig als de betichte op heterdaad wordt betrapt. In de andere gevallen dient de schuld te worden vastgesteld door getuigenissen, door eeddoende bijstaanders, ‘cojureurs’. Maar ook door vrijwillige getuigenis al dan niet na foltering. Dat is niet het geval in Ieper, maar in andere Vlaamse steden, zoals Valenciennes kan een gerechtelijk tweegevecht ingebracht worden als bewijskracht. Tot in de 15de eeuw blijft dit onredelijk en onrechtvaardig gebruik in gebruik. I

n Ieper wordt het gebruik van tweegevechten en de water- en vuurproef al in 1116 afgeschaft. Het toont aan hoe vroeg de macht van de kerk zich heeft ontwikkeld in het Ieper van de middeleeuwen.

De eed is belangrijk in de rechtspraak van toen
Het is niet voldoende als slechts één getuige afkomt met bewijzen tegen de betichte. Het ‘unus testis, nullus testus’ is van kracht. Als de baljuw of aanklagende partij iemand willen beschuldigen, moeten ze dus afkomen met getuigenissen. Het aantal op te roepen getuigen verschilt naar gelang de ernst van het misdrijf. Om iemand te beschuldigen van ‘geweldgebruik’ moeten er 7 getuigen worden opgeroepen. Al dan niet in één sessie of in twee sessies. Bij meer zwaarwichtige gevallen zijn er 21 getuigen vandoen. Getuigen moeten minstens 15 jaar zijn en als burger worden aanzien.

Daarvoor moeten ze de getrouwheidseed zweren aan de gemeente. Iemand met een politieke straf op zijn kerfstok wordt geschrapt als getuige. Vrouwen worden in Ieper niet als getuige opgeroepen tenzij als er hiervoor een toestemming bestaat door beide partijen. De beklaagde kan hier trouwens getuigen weigeren. Hiervoor moet hij wel de reden tot weigering doorgeven aan de schepenen. Iedereen die opgeroepen wordt om te verschijnen, is verplicht om voor het gerecht te verschijnen op straffe van boete of verbanning.

De eed is een belangrijke zaak in de rechtspraak van de middeleeuwen. Bij lichte gevallen van klachten volstaat een eed van de beklaagde soms als bewijs van zijn onschuld. ‘…. x est quite par sen simple serment de la demande que y lui demanda..’. Wanneer de overtreding van ernstige aard is, volstaat één enkele eed van de beklaagde niet om zijn onschuld te bewijzen. Hij moet voor het gerecht verschijnen met ‘cojureurs’ die samen met hem zijn onschuld staande houden. In het charter van 1116 is er trouwens al sprake van die ‘cojureurs’. In de 14de eeuw is het gebruik ervan nog steeds actueel.

De baljuw doet de betichte door foltering bekennen
‘Jehan Ywayn ets quite de tout ce que Jehan d’Espaigne luy demanda par V serment qu’il fist ‘bi bevanghe’ bien et sufficsamment’. De ‘cojureurs’ worden trouwens niet aanzien als wettelijke getuigen maar als partijen die verklaringen afleggen ten gunste van de betichte. Het aantal loopt op van minimum 4 cojureurs maar soms kan dit oplopen tot boven de 20. En dan komen we bij de foltering van de betichte.

De baljuw wil de betichte zijn misdaad doen bekennen door middel van pijniging. Het is een verschrikkelijk gebruik dat aangewend wordt om de dader te kennen. Een wraakroepend en onrechtvaardig gebruik want al te vaak geeft de beklaagde zijn schuld toe om te ontkomen aan de verschrikkelijke pijnen die hij aan het ondergaan is. In veel gevallen is er zelfs geen sprake van schuld of misdrijf.

Het is niet echt geweten of het Ieperse magistraat in de 14de eeuw dikwijls zijn toevlucht neemt tot foltering. Feit is dat er wel foltering aangewend wordt: ‘.. dont il fu mis à géhine et riens ne confessie’. De oude teksten tonen wel aan dat foltering door de rechters wel beschouwd wordt als allerlaatste toevlucht wanneer er onvoldoende bewijskracht op tafel ligt. Foltering als ultiem redmiddel laat de rechters toe met overtuiging te veroordelen; ‘la ou il confessèrent devant eschevins de leur gré et propre volenté sans géhine et constrainte de fers’.

Uiteindelijk wordt het vonnis geveld
Als de beschuldigde zijn misdaad toegeeft, gaat de rechter zonder veel aarzeling over tot het uitspreken van de zwaarste straffen. De klerk noteert de bekentenis en voegt er aan toe dat die gedaan wordt ‘sans géhine et constrainte de fers’. Er gelden trouwens nog enkele bewijzen voor schuld of onschuld. Als schepenen van een andere gemeente rapporten sturen naar het Ieperse tribunaal betreffende de (on)schuld van een betichte, wordt die op basis van dat rapport veroordeeld of vrijgesproken. Ook de resultaten van voorafgaand kerkelijk onderzoek gelden als bewijzen pro of contra de beklaagde.

Uiteindelijk wordt het vonnis geveld tegenover de beschuldigde. Het zijn de schepenen die het vonnis, op vraag van de baljuw, uitspreken. De vierschaer is het tribunaal in de hoogste expressie. In de kamer ‘ter siege’ of in de ‘gemeene kamer’ worden de minder zwaarwichtige rechtzaken uitgevoerd. De vierschaer behandelt zaken van kapitale en correctionele aard. Het lijkt vreemd, maar aanvankelijk worden de zittingen in open lucht gehouden. Op één van de bijzonderste kruispunten in de stad staan vier banken, ‘scarre’, opgesteld. Eén voor de baljuw. Rechtover de baljuw zitten de schepenen en op de twee andere banken zitten de verdediger en de betichte.

Hier komen we terug naar de afkomst van de naam van de ‘vierschaer’. Ze slaan op de vier scarres ergens op de kruising van belangrijke straten. Daar waar het middeleeuws recht wordt uitgesproken. In de keure van 1174 staat geschreven dat de schepenbank van Ieper haar zittingen houdt in open lucht; ‘et cil ki la plaie a fait doit estre semons sour le marchiet par les eschevins et par le justice le conte’. Er kan natuurlijk enig voorbehoud gemaakt worden tegenover deze tekst want mogelijk wordt hier een gebouw vermeld dat aan de Ieperse markt is gelegen en waar de schepenen zetelen.

De vierschaer zetelt op woensdag en vrijdag
Hoe dan ook, in het begin van de jaren 1300, houden de magistraten hun zittingen in verscheidene gebouwen en plaatsen in het rechtsgebied ‘in domo templi’ op de ‘terre de la ville’, op ‘la motte le conte’, het Zaelhof, of ‘supra motum’. Het is trouwens de klerk die notuleert waar de rechtszittingen plaats grijpen. In de 14de eeuw zetelt de vierschaer twee keer in de week: op woensdag en op vrijdag. Op vrijdag gaat het meestal over schuld- en erfeniskwesties.

De echte misdaden komen voor op woensdag. Als de vierschaer is ‘gebannen’ en alle betrokken partijen gehoord zijn, richt de baljuw zich persoonlijk tot alle individuele schepenen en vraagt van hem een veroordeling of een vrijspraak. Het is dus de baljuw die de keuze maakt en de schepenen één voor één ondervraagt. ‘De Scepenen worden ghemaent van den rechte naer tale ende naer nedertale’. Geen vrijspraak betekent automatisch een veroordeling en een straf. De voornaamste straffen in de 14de eeuw zijn verbanning, strafbedevaarten, doodstraf, verminking, verlies van burgerrechten, ambtsberoving, ontzegging van het recht om als getuige op te treden of de huissloping.

Het is de baljuw die zorgt voor de uitvoering van de straffen. Als de schepenen en de baljuw oordelen dat een vrijspraak gerechtigd is, dan wordt de aanklager verplicht om de kosten van het geding te betalen. De beklaagde wordt vrijgesproken. Dat kan als hij gehandeld heeft in wettige zelfverdediging, als hij gehandeld heeft zonder slechte bedoelingen of wanneer het slachtoffer zelf een banneling was. Ook procedurefouten kunnen leiden tot een vrijspraak.

In de middeleeuwen is de manier waarop een klacht wordt aangebracht aan strikte regels gebonden. De minste fouten tegen die regels geven procedurefouten en aanleiding tot de meest ongehoorde uitspraken. ‘Pietre de le Thune ets jugiet d’escapez sanz repondre a loy sour le demande ob luy proposée par Jaquème, fieus Paesschen, pour che que Jaquème ne plaida point le stile de le vierscare’.

Een ontaarde moeder heeft haar kind levend begraven
Ook de baljuw moet erg op zijn hoede zijn om de debatten te leiden en bij de strafaanklachten. Als hij bijvoorbeeld ‘het lijf verbeurd’ verklaart van de betichte en de schepenen het daarmee niet eens zijn, wordt de beschuldigde vrij gesproken. Diegenen die de verschrikkelijkste misdaden hebben begaan, zo bijvoorbeeld een ontaarde moeder die haar kind levend begraven heeft, worden vrijgesproken omdat de baljuw een fout maakt bij het uitspreken van de aanklacht. In bepaalde gevallen verlenen de schepenen genade. Er wordt op de zitting van Goede Vrijdag nogal wat gebruik gemaakt om vergiffenis of kwijtschelding van straf te vragen.

Het strafrecht maakt tijdens de middeleeuwen een grote evolutie mee. Het strafrecht baseert zich op zijn Germaanse wortels. Strenge bestraffing van inbreuken op de ‘freda’, op de hoofdman, de gouw en het land. Er bestaat maar één principe: oog om oog, tand voor tand. De Vlaamse gemeentetribunalen baseren zich op die voorvaderlijke rechtsprincipes. In de keure van Ieper staat geschreven: ‘et si aucuns ochist homme il donra teste pour teste’. De kerk zorgt er voor dat er meer zachtheid komt in die barbaarse grondbeginselen. In de 14de eeuw heeft de invloed van die kerk gezorgd voor een revolutie in het rechtswezen.

De oeroude Germaanse principes zijn weggevallen. De doodstraf wordt nu eerder uitzonderlijk toegepast. In de keure van 1171 wordt nog de doodstraf gevraagd voor het verkrachten van een vrouw. ‘quiconques aura femme efforchie par forch et il est convenues par le vérité des eschevins il sera condampnes a le hart’. In de 14de eeuw wordt verkrachting bestraft met verbanning. In de 11de , 12de en 13de eeuw zijn de doodstraf, de verminking, de verbanning en de huissloping de voornaamste straffen. Geleidelijk aan wordt de boete, ‘composito’, als straf toegevoegd.

Ook het Romeins recht doet zijn intrede in de vonnissen van de vierschaer: de betichte is onschuldig zolang de aanklager zijn schuld niet heeft bewezen. Het nieuwe recht betekent een bocht van 180° tegenover het oude Germaanse recht, waar de water- en vuurproef nodig waren om de onschuld te bewijzen. De mix van het Romeins recht met de christelijke principes van de kerk zorgen voor een meer gebalanceerde rechtspraak in de 14de eeuw. Een rechtspraak die dan ook in die jaren zijn beste periode meemaakt.

Geen langdurige gevangenisstraffen
In de 21ste eeuw hebben we te kampen met een chronisch gebrek aan gevangenissen en ruimte voor gevangenen. De middeleeuwse magistraten breken zich zeker het hoofd niet met de vraag of een lang gevangenisregime al dan niet gunstig inwerkt op een veroordeelde. De gevangenisstraf wordt slechts in uitzonderlijke gevallen toegepast. De gevangenis heeft meer de functie van een veiligheid tot wanneer de straffen zijn uitgesproken.

In Ieper wordt de gevangenisstraf vooral toegepast in schuldzaken, waarbij schuldeisers zeker ook hun zeg in hebben. In een keure van 1291 verordenen de schepenen dat de schuldenaar voor 15 dagen opgesloten wordt in de stadsgevangenis. Na die termijn mag de schuldeiser hem opeisen als zijn persoonlijke gevangene. De schuldeiser mag de schuldenaar op gepaste manier in zijn eigen woning opsluiten. Er bestaan bepalingen voor: de manier van het in de boeien slaan is gepreciseerd, de ketting mag niet te licht zijn en niet te zwaar. Langdurige gevangenisstraffen zijn niet aan de orde.

Mensen die de rest van hun leven moeten doorleven tussen celmuren en wegkwijnen bij gebrek aan vrijheid, zon en vrije lucht, worden eenvoudigweg terechtgesteld of verbannen naargelang de ernst van hun misdrijf. Af en toe veroordelen de schepenen een schuldige tot een gevangenisstraf van onbepaalde duur. Vooral als ze op het tribunaal beledigd worden door de beschuldigde. De schuldige moet in de gevangenis blijven tot dat het de magistraten belieft om het vonnis op te heffen; ‘au rapièl d’eschevins’.

Sommige overtreders van de keure worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 40 dagen of het dubbel ervan. Een zekere Cotinet die het aandurfde de baljuw te beledigen, krijgt 40 dagen gevangenisstraf. Hij wordt verplicht om ereboete af te leggen tegenover de heer en de wet. Daarna wordt hij voor 7 jaar verbannen.

Een grote variatie aan straffen
Pierre Bieseboud vliegt voor 15 dagen in de bak omdat hij in zijn huis met teerlingen liet spelen. Wie de tegenpartij aanvalt wanneer die in de handen is van de peysmaekers riskeert ook voor 15 dagen te worden opgesloten. Een individu die de prijs van de vis wat te hoog vindt en denkt iets van die prijs af te doen door de straatventer een pak slaag te verkopen, krijgt dezelfde straf. Voor het slecht uitoefenen van een stadsambt of voor het bevuilen van de straten worden gevangenisstraffen van een week of minder uitgedeeld.

Ook wanbetalers van stadsbelastingen worden met celstraffen getrakteerd: ‘…. IIJ jours et IIJ nuits pour ce qu il ont esté désobeinans de payer leur taille…’. De gevangenissen krijgen toezicht van een opzichter die wekelijks nagaat hoe de gevangenen behandeld worden. Voor schulden en civiele zaken mogen de gevangen niet in de ‘ijzeren’ of ‘blocken’ worden gelegd. Misdadigers worden in ijzers en boeien geslagen ‘bij zulcker maniere dat hij ze niet en quetyze noch en myncke in hun beenen noch andere leden..’. In de 12de eeuw wordt de doodstraf nog regelmatig toegepast bij roof, verkrachting en doodslag. Ook het verleiden van minderjarige meisjes wordt mogelijk zo bestraft.

In de 14de eeuw wordt voor dat laatste meestal overgegaan tot verbanning. Maar zelfs ondanks de zachtere rechtspraak wordt de doodstraf nog altijd vrij consequent toegepast en worden er zelfs nog gevallen aan toegevoegd. Zo is ketterij eveneens een reden om de doodstraf te krijgen. De basisgedachte bij de schepenen blijft: de schuldige moet onschadelijk gemaakt worden. De doodstraf of de verbanning zijn de enige alternatieven om dit te realiseren.

Bij een zware aanslag tegen de veiligheid van stad en land, zijn de magistraten onverbiddelijk. In 1362 wordt een samenzweerder tegen de graaf en de baljuw op de Ieperse markt terechtgesteld. Tijdens een volksopstand van datzelfde jaar wordt de baljuw uit één van de ramen van het belfort geduwd. De dader wordt terechtgesteld. In 1381 is er een opstand van de rode kaproenen. Ze worden voor eeuwig verbannen, de aanvoerder wordt terechtgesteld ‘de ce qu il avoit este kievetain des rouge capprons vers Dickemue…ainsi qu il mes ne confessa’.

Moord wordt bestraft met verbanning of de doodstraf
Oproerlingen hebben het al wel eens gemunt op de magistraten zelf; ‘justiciet de le gibet….de faire emeute et conspiration pur venir au pont du jour a la porte de le ville tuer des ischerenieters, venir a le marchiet et wainguier le bezand et emprisonner la loi’. In de 13de en 14de eeuw is de kerk onverbiddelijk tegenover ketters. De rechtbank van de inquisitie, samengesteld door de pauselijke afgevaardigde, speelt het hard om alle ketterijen uit te roeien.

Ze gaat proactief op zoek naar mogelijke ketters omdat die de veiligheid van de staat in gevaar brengen. Als de betichte schuldig bevonden wordt, levert de kerkelijke rechtbank die uit aan de wereldlijke rechter die de doodstraf toepast. In Ieper valt het al met al nog mee met ketters in de 13de en 14de eeuw. Pas met de komst van het protestantisme in de 16de eeuw zal de ketterij over heel Vlaanderen woekeren. De ketters worden door het vuur ter dood gebracht. ‘1377. Pool le Haestigghe, foullon, convaincis de hérésie, pardevant les inquisiteurs commis de la sainte Eglise et par eaulx rendu oultre au seigneur et jugés fuars sour le marquiet d’Yppre’.

Het befaamde Ieperse laken is voorzien van een officieel kwaliteitslabel: een zegel. Wie het aandurft om die zegels te vervalsen veroorzaakt ‘schâ en schande’ aan stad en volk. De schepenen verbannen de dader. Tijdelijk of zelfs definitief. Als iemand het aandurft om drie jaar of langer zijn heil te zoeken in valse zegels, dan wordt hij ter dood verwezen. Ook verraad wordt in Ieper met de dood bestraft. Beschuldiging van moord leidt ofwel naar verbanning ofwel naar de doodstraf. Moorden begaan op de openbare weg worden met de dood bestraft. Als het plegen van doodslag een stempel van afschuw en afgrijzen draagt, wordt de schuldige ook tot de doodstraf verwezen. Zo eist de baljuw de doodstraf door vuur en vlam van een ontaarde moeder die haar pasgeboren kind levend heeft begraven.

Helers worden identiek gestraft als dieven
Personen die zich schuldig maken aan roof en diefstal worden onmiddellijk met de dood bestraft. Op voorwaarde dat er geen twijfel bestaat rond hun schuld, ‘sans constrante de paine et de fers’. Als er geen 100% zekerheid bestaat, wordt de doodstraf vervangen door verbanning. Als er geen twijfel is, wordt de dader gehalsrecht en soms geradbraakt. Zo ook in 1363: ‘…furent justieiet Andries le Medem et Thiri Capon de l’espee et de le rave de rober sour chemin’.

Helers worden op dezelfde manier berecht als dieven. Het principe ‘de heler is zo goed als de steler’ wordt consequent toegepast. Zo wordt Andrieux Brunel gehalsrecht en wordt Chris van Menine opgeknoopt omdat hij gestolen voorwerpen gekocht en verkocht heeft. Ook een zelfmoordenaar krijgt postuum de doodstraf: hij wordt onthoofd. ‘Memoire que Jehan Bagehin qui se meisines avoit strangulé et pendu en sa maison au Briel fu justieret au temple le XXJ jour de febrier. Brandstichters worden voor eeuwig verbannen. Wie het op de hele stad heeft gemunt, ondergaat de doodstraf.

De straffen op verkrachting zijn de voorbije eeuwen ietwat lichter geworden maar speciale omstandigheden kunnen de misdaad wel erger maken dan die al is. Personen die elkaar helpen bij een verkrachting lopen de doodstraf of. Er is een geval waar twee Ieperse poorters ‘s nachts een huis binnendringen, een gehuwde vrouw meesleuren tot aan de Halle en één van hen beiden haar daarna verkracht. De persoon die meegeholpen heeft aan de ontvoering en verkrachting wordt door de Ieperse schepenen tot de dood veroordeeld. Er bestaan een aantal varianten op de uitvoering van de doodstraf.

Na de uitspraak van de schepenen, geeft de baljuw de opdracht aan de beul en zijn beulsknechten om de straf uit te voeren. Een ‘roeper’ kondigt de voorziene uitvoering in het openbaar aan. In Ieper wordt de opknoping, de dood door het zwaard, het vuur, de ketel, het radbraken en het begraven toegepast. De opknoping en meer bepaald de galg, zien er schrikwekkend uit in onze middeleeuwse stad. Veel bannelingen lopen de straf op bij hun onwettige terugkeer naar de stad. Ook voor veel misdaden wordt de ‘galghe’ gebruikt om de schuldige te straffen. Na de uitvoering blijven de opgeknoopte lijken een tijdje hangen. Tot afschrik van jong en oud. De minst pijnlijke variante wordt het meest toegepast: de halsrechting.

Het oog om oog en tand voor tand principe
De radbraking van zijn kant is een echte folterstraf. De ledematen van het slachtoffer worden uitgerokken en gebroken. Er moeten echt verzwarende omstandigheden bestaan om de radbreking te moeten ondergaan! De ongelukkigen doorstaan de ijselijkste pijnen voor ze de dood vinden. Brandstichters krijgen van hetzelfde laken een pak: het vuur. Soms wordt een misdadiger in een ketel kokend water gedompeld.

Levend begraven worden! Een ijzingwekkende dood. De misdadiger wordt letterlijk in de grond geplant en bedolven tot aan zijn hals. Dan blijft het afwachten tot de dood. Sterven van honger en dorst maar ook vaak van het krankzinnig afgrijnzen van wat er nog te wachten staat. Hoe is het mogelijk dat er zulke straffen kunnen worden toegepast in een eeuw waar de invloed van de kerk op de maatschappij op haar hoogtepunt is? Ondanks de toenemende verfijndheid van de rechtspraak blijft het voor het stadsbestuur cruciaal om met barbaarse strengheid de orde in de maatschappij te bewaren. Het ‘oog om oog, tand voor tand’ principe wordt ook toegepast bij de verminking van daders. In de 14de eeuw worden in Ieper voorbeelden teruggevonden van vuistafhouwing, tongverkorting, amputatie van oren of ogen.

De verbanning is een meedogenloze straf
Waultier Ademare wordt veroordeeld tot het afhouwen van zijn vuist nadat hij de baljuw heeft aangevallen: ‘il est jugiés en le volenté du seigneur de perdre le puing pour ce qu il mist main au seigneur vilainement..’. De baljuw veroordeelt een onterecht teruggekeerde banneling als volgt ‘zijne vuist afhauwen, daernaer onthoofden ende den lichaeme legghen up een wiel’. Godslasteraars worden meestal gestraft met verbanning maar krijgen ook een symbolische straf; de tongverkorting. In 1375 ‘Meulin Keerbrecht est jugiet d’ acourtir le langhe et est bannis VIJ ans pour les despiteuses parolez blasfèines qu’il dist sour notre Seigneur Jhesus Crist et de le glorieuse Vierge Marie’.

Filips van den Elzas maakt uitvoerig gewag van de verbanning in zijn keure van 1171. De straf is inderdaad eeuwenoud, afkomstig van het Germaanse recht die van de misdadiger een ‘outlaw’ maakt. Het is voor de schepenen en bestuurders een gemakkelijke straf, het ‘nimby’, not in my back yard, syndroom van de middeleeuwen. Het probleem wordt simpelweg op een ander gestuurd. De Ieperse archieven puilen uit van de verbanningen. De verbanning is natuurlijk menselijker dan de doodstraf. Toch is het een meedogenloze straf. Ongelukkigen worden weggejaagd van hun geliefde geboortegrond, hun vaderland.

Burgers worden weggejaagd van hun thuis, hun veilige samenleving. Ze worden verstoken van de veiligheid van een gemeenschap. Verbanning betekent een ramp voor de slachtoffers. Wanhopig en moederziel alleen weggestuurd worden naar onbekende oorden. Tijdens de 14de eeuw heerst er dikwijls een slechte sfeer in Ieper. Er is maar één middel om hier wat aan te doen: de slechte elementen verwijderen uit de stad en het graafschap.

De magistraten bepalen het type verbanning en hoelang die zal duren. Soms is het ‘uten lande van Vlaenderen’. Soms ‘IIJ milen van der poort als verre als de gravelijcheide strect. Soms ‘hors le ville trois lieues loin de le ville’. Vaak ‘hors de le ville d’ Ypres’. Naast de verbanning wordt er telkens een voorwaardelijke straf bijgevoegd, een sanctie die de uitspraak kracht moet bijzetten en moet verzekeren dat de bannelingen terug zullen keren voor het einde van de opgelegde termijn. De doodstraf is meestal de stok achter de deur.

Uit deel 3 van De Kronieken van de Westhoek

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>