Maarten Luther, de stoute monnik

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 month ago     44 Views     Leave your thoughts  

Zo arriveer ik bij Maarten (Martinus) Luther. Hij kon geen betere tijdsomstandigheden aantreffen om zijn redevoeringen kracht bij te zetten. Hij trekt de kracht van de aflaten in twijfel en begint uit te varen tegen het ongeregeld gedrag en de valse leer van Tetzel en de zijnen. Luther werd geboren in Eisleben, in Saksen. Hij komt uit een familie van boeren. Zijn vader heeft echter zijn soelaas gezocht in de kopermijnbouw en heeft het in Mansfeld geschopt tot rijkste man van de stad. Maarten heeft dus zeker een degelijke opvoeding gekregen. ‘Hij liet zich al vroeg opmerken door de sterkte van de doordringendheid van zijn geest. Maarten vond plezier in de afzondering en besloot om kloosterling te worden en nam het kleed van de Augustijner monniken aan’.

Hij is de traditionele revue van schoolse wijsbegeerte en godgeleerdheid gepasseerd. Als pientere gast moet hij ongetwijfeld grote ogen trekken over al hetgeen zijn leraars hem op de mouw willen spelden. Hij beschikt over een karakter dat niet rond de pot draait en wil meestal direct ‘to the point’ gaan. In de jaren 1700 illustreren ze dat eigenlijk wel perfect: ‘er ontbrak hem geen schranderheid van geest en de natuurlijke bondigheid van zijn oordeel, ver boven al het beuzelachtige verheven, kreeg ras een afkeer van deze nutteloze en ijdele wetenschappen.’

Ik kan Maarten Luther niet meteen van ongeloof verdenken. Hij wantrouwt enkel de interpretatie die de kerk gegeven heeft aan het oorspronkelijk verhaal van Jezus en gaat op zoek naar de bron van de waarheid. Hij laat al zijn studies varen en gaat zich voortaan concentreren op de bijbel. Hij ontpopt zich tot een heuse godgeleerde en schopt het tot hoogleraar in de hogeschool van Wittemberg aan de Elbe. De Rik Torfs van zijn tijd.

Terwijl Luther op het hoogtepunt van zijn carrière is, begint deze Tetzel al die nonsens over zijn aflaten te prediken. Aanvankelijk met het nodige succes. Het geld stroomt binnen. Kassa kassa. In Saksen zijn ze niet verlichter dan in de rest van Duitsland. Luther stoort zich aan de lichtgelovigheid van de massa en ziet ‘met de uiterste smart wat voor een loosheid de aflaatveilders in het werk stelden en hoe eenvoudig diegenen waren die de aflaten van hen kochten.’ Tetzel baseert zijn autoriteit op de bijbelkenner Thomas Aquinas die ooit het systeem van de aflaten uitgevonden heeft. Maar in de heilige schrift, Luthers enige bron van waarheid, worden dergelijke praktijken als verderfelijk beschouwd.

‘De driftigheid en oplopendheid van zijn karakter lieten hem niet toe deze gewichtige ontdekking lange tijd verborgen te houden. Van op de kansel van de grote kerk van Wittemberg voer hij uit tegen de ongeregeldheden en ondeugden van hen die de aflaten predikten. Hij durfde de leer onderzoeken welke zij leraarden en deed het volk duidelijk zien hoe gevaarlijk het was zijn zaligheid te bouwen op andere middelen dan die, welke God in de heilige schrift had aangewezen.’

Zijn woorden maken diepe indruk op de toehoorders. Maarten Luther ziet zich hierdoor in zijn overtuiging gesterkt. Ietwat overmoedig en vooral naïef meent hij dat de kerkelijke autoriteiten het wel met zijn stelling eens zullen zijn. Hij schrijft een brief naar Albertus, de aartsbisschop van Maagdenburg, waarbij hij op ‘een levendige wijze de valse gevoelens en het goddeloos gedrag van de aflaatpredikers afschildert.’ De prelaat is niet geneigd om er een stokje voor te steken. Uiteraard niet natuurlijk want hij is waarachtig de opdrachtgever van de aflatenveiling in Saksen. Mijn godgeleerde is bij de duivel te biecht gegaan en heeft daarbij een kettingreactie op gang gebracht die tot diep in de 17de eeuw zijn verwoestende invloed zal hebben op het leven in West-Europa.

Luther besluit dan maar om op zoek te gaan naar de goedkeuring van de intelligentsia. De geleerde lieden. Hij publiceert op 31 oktober van het jaar 1517 een proefwerk waarbij hij vijfennegentig stellingen tegen het licht houdt in zijn aversie tegen dat aflatensysteem. Hij organiseert een symposium waarbij hij belooft om mondeling toelichting te geven. Daarbij bevestigt hij zijn totale eerbied en onderdanigheid aan de paus. Hij ziet echter geen kat op zijn vergadering. De academische wereld weigert zijn hersenen te gebruiken. Is het uit schrik of is het uit vooringenomenheid? Ik vraag het me af. Ondertussen vindt Luthers lijst van stellingen vlotjes zijn weg in heel Duitsland. ‘Men las dezelve met eene ongemene gretigheid en men bewonderde de onversaagdheid van een man, die de volheid van de pauselijke macht in twijfel durfde te trekken en de Dominicanen aantaste, zij die gewapend waren met al de verschrikkelijkheden van de inquisitie.’

De Augustijner monniken steunen hun collega Luther. Waarom zouden ze dat niet doen? Ze respecteren hun paus. Blijkbaar beseffen ze niet dat hij de opdrachtgever is van de katholieke aftroggelpraktijken. Dat hij uitvaart tegen de orde van de Dominicanen vinden ze hier excellent, want tussen beide kloosterorden blijkt er een oude vete te bestaan waar ik niet dieper wil op ingaan. Het belangrijkste voor de Augustijnen is de wetenschap dat ze plots wel een heel goede stok hebben gevonden om mee te slaan naar hun collega’s. Het klinkt als muziek in de oren van de Luthers opperheer, de keurvorst van Saksen, die hem heimelijk aanmoedigt om verder te gaan in zijn verzet.

Zijn tegenstanders rijzen als paddenstoelen uit de grond. De tentakels van de macht schieten vuur om de bacteriën die de rijkdom van het kerkelijk imperium willen aantasten te gaan bestrijden. Christelijk antibioticum denken ze. Tetzel zelf die reageert met enkele tegengeschriften. Godgeleerden zoals Eccius en Prierias verwijten Luther ervan dat hij een ordinaire onrustzaaier is. Hoe meer Luther afkomt met bewijsstukken, hoe meer de wijsgeren zwaaien met besluiten van canoniek recht, gevoelens van schoolgeleerden en met pauselijke vonnissen. Prietpraat. De man in de straat begint dat ook te beseffen: ‘de uitspraken van zulke partijdige rechters voldeed het volk niet. De mensen begonnen het gezag van deze eerbiedwaardige leidsmannen in twijfel te trekken, toen zij het zelf strijdig vonden met de redenen en de beslissingen van de Goddelijke wetten.’

Paus Leo laat de onrust in Duitsland niet aan zijn hart komen en slaat er nauwelijks acht op. De pogingen van die verachtelijke Duitse monnik laten hem onverschillig. De hele zaak is niet meer dan een storm in een glas water, een geschil tussen monniken van verschillende strekking. Later zal blijken hoe verkeerd zijn inschatting wel is. Pas wanneer de etterbuil echt uitgebarsten is in Duitsland, wordt Leo wel verplicht om in te grijpen. Hij dagvaardt Luther op 23 augustus 1518 om binnen de zestig dagen in Rome te verschijnen voor de rekenkamer die onder de leiding staat van Prierias.

‘Een stoute monnik die de gans orde van de Augustijnen onteert en de gehele kerk verontrust en beledigt’, de dreigementen verdwijnen niet meer uit de lucht. De toon ervan laat niets aan onduidelijkheid over. Rechter Prierias is zo bevooroordeeld als de pest, Luther weet wat hem te wachten staat in Rome. Waarom kan hij niet berecht worden in neutraal gerechtshof in Duitsland?

Luther bevestigt nog maar een keer dat hij de autoriteit van de paus zelf nog nooit in twijfel heeft getrokken. Enfin, na veel vijven en zessen stemt Leo toe dat kardinaal Cajetanus zelf naar Duitsland zal afreizen om te oordelen over deze zaak. Ter titel van inlichting: deze Thomas Cajetanus is eveneens een Dominicaan. Ook keizer Maximiliaan is er ondertussen als betrokken partij bijgesleurd.

Luther heeft eigenlijk opnieuw alle redenen om zich niet te onderwerpen aan Cajetanus, maar accepteert niettemin om zich in Augsburg te gaan aanbieden. De kardinaal ontvangt zijn gast met eerbied en met de afstandelijkheid van iemand die duidelijk wil aangeven dat hijzelf de meerdere is. Maarten Luther mag eerst zelf wat praten en dan zal Cajetanus het zelf wel even expliceren. ‘Stop met die dwalingen en die zever. Bemoei u niet langer met het verspreiden van uw gevaarlijke nonsens.’ Daar komt het allemaal op neer.

Luther staat er bij en kijkt er naar. Hij weet dat hij de waarheid in pacht heeft. Zijn tegenstrever doet zelfs niet eens de moeite om te luisteren naar wat hij te vertellen heeft. Hij heeft geprobeerd om zich zo goed als mogelijk voor te bereiden. Hij voelt zich bekakt door de onkunde en de kwaadaardigheid van de tegenpartij. ‘Vergeet het maar dat ik mijn woorden inslik’, de hautaine kardinaal krijgt het dan toch op zijn boterham. ‘Mijn overtuiging verraden betekent voor mij hetzelfde als het beledigen van God, en dat kan u niet van mij verlangen. Mijn grootste respect voor paus Leo en zijn apostolische stoel kan u wel krijgen.’

Terwijl ik hier anno 2016 het idiote van die term ‘apostolische stoel’ aan het uitbenen ben, loopt de ontmoeting van half oktober 1518 tussen de kardinaal en de dissidente monnik verder. Luther stelt voor om een periode van radiostilte in te lassen in afwachting van een grondige inhoudelijke discussie voor enkele hogescholen. Op voorwaarde dat ook de tegenpartij zich even gedeisd houdt. Voorstel geweigerd natuurlijk, de ban van de kerk, het verbod om ooit nog erediensten te leiden, laat staan om nog verder priester en monnik te blijven. Veel goeds belooft het hier allemaal niet voor mijn monnik waarvoor ik warempel wat sympathie aan het koesteren ben.

Ondanks de vrijgeleide die hij ontvangen heeft van Maximiliaan, vinden Luthers vrienden het aangewezen om het onderhoud onaangekondigd te verlaten. De vergadering sleept nu al drie dagen aan, het zou nu beter zijn om niet meer terug te keren en heimelijk te vertrekken van het land. ‘Cajetanus, vergramd over Luthers schielijk vertrek, klaagde daarom in geschrifte aan de keurvorst van Saksen en verzocht van hem, uit hoofde van ’t belang van deze vorst, in de rust der kerke en in het gezag van haar opperhoofd die oproerige monnik gevangen naar Rome te zenden of hem uit zijn staten te verbannen.’

Wie is eigenlijk deze keurvorst aan wie Rome dit verzoek toestuurt? Frederik. De weggeglipte monnik heeft aan deze Frederik een belangrijke vriend. Het bijzonder religieus staatshoofd van Saksen is één van de zeven keurvorsten van het land, en dus mee bevoegd voor de latere aanstelling van keizer Karel. Keurvorst Frederik de Wijze is helemaal niet geïnteresseerd in het welles-nietesspelletje rond de aflaten. Als staatsman houdt hij zich ver van dit rumoer vandaan. De geschiedenis schetst hem als een integer man die zich bijvoorbeeld niet heeft laten omkopen om te kiezen voor Karel als keizer. Frederik heeft Luther nog nooit persoonlijk ontmoet en toch steunt hij deze man heimelijk en met de grootste omzichtigheid. Luthers naam en faam weergalmt door heel Duitsland en dat is Frederik niet ontgaan.

Keurvorst Frederik houdt er een speciale verzameling op na. Zijn vreemde collectie typeert zijn eigenzinnigheid. Hij spaart relikwieën. Geen postzegels of sigarenbandjes, maar relikwieën. Die haalt hij vandaan uit Rome of uit het heilig land. Stukken van heiligen en pausen. Knoken, beenderen, plukjes haar. Splinters van lansen waarmee Jezus doorboord werd, botten en lichaamsresten van martelaren. Op een bepaald moment zal de verzameling bestaan uit 19.000 relikwieën. De waarde ervan staat equivalent met het ontlopen van twee miljoen jaar vagevuur.

Hij heeft zich rijk geboerd met zijn beentjes en bouwt er onder andere de brug over de Elbe mee. Wittemberg is de hoofdstad van Saksen en het is diezelfde Frederik die er in 1502 de universiteit sticht en er een aantal humanisten aan verbindt. Onder hen de nog jonge Luther die trouwens erg meewarig en schamper doet over Frederiks relikwieënhandeltje. Iets wat de keurvorst niet lijkt te storen, want hij blijft onverminderd achter deze predikant staan. Al is het maar om de zuiverheid van zijn betoog.

De oproep van de kardinaal om een burger uit zijn land op te pakken, schiet bij Frederik in het verkeerd keelgat. De investeringen aan zijn nieuwe hogeschool waren niet min en de verwijdering van Luther zou grote schade kunnen toebrengen aan de roem het prestige van deze universiteit. Frederik weigert categoriek om in te gaan op het verzoek van de kardinaal. Veel tralali en tralala over al de achting die hij toont voor hem en voor de paus, maar ze moeten niet denken dat ze Maarten Luther zo maar kunnen ontvoeren.

Cajetanus blijft aandringen. ‘De rechters van Rome, voor welke Luther gedagvaard was geworden, waren zo gretig om hun ijver tegen zijn dwaling te tonen, dat zij, zonder de zestig dagen te laten verlopen die hem gegeven waren om naar Rome te komen, hem reeds als een ketter veroordeeld hadden.’ De aanhangers van de monnik kunnen er niet om lachen. Het lijkt duidelijk dat de hele geloofszaak aan het escaleren is dat het geen naam heeft.

Ik vraag me af hoe Luther zelf zal reageren. Hij beseft dat de macht van de pauselijke kliek ontzaglijk is. Hoe lang zal zijn beschermheer Frederik de bliksems van de kerk en de paus kunnen tarten? De meest prestigieuze Duitse keizers hebben zich altijd al geschikt naar de wil van de katholieke loge. Hier in zijn Saksische schuilplaats bevindt hij zich momenteel in veiligheid, maar hoe lang zal hij er nog van kunnen genieten? Toch blijft Luther ferm en resoluut. ‘Hij bleef volharden met zijn gedrag en zijn gevoelens te rechtvaardigen, en hij weerhield zich niet om heviger nog dan te voren uit te varen tegen de gevoelens van zijn wederpartijders.’

De paus heeft een bok geschoten. Juridisch hangt Luthers veroordeling tot ketter met haken en ogen aan elkaar. Er is niet eens een kerkelijk proces geweest, de paus heeft zich van zijn meest rancuneuze kant laten zien. Alleen een algemene kerkvergadering, een soort hof van cassatie, kan het falen en dwalen van paus Leo ongedaan maken. Luther tekent dus beroep aan bij deze instantie. ‘Hij appelleerde aan een algemene kerkvergadering, welke hij bevestigde van hoger gezag te zijn dan de paus, die een feilbaar mens zijnde, dwalen konde, gelijk de heilige Petrus, de volmaaktste van zijn voorzaten, gedwaald had.’

Een klein kind kan zien dat de paus het spel belazert en bedriegt. Luther heeft zich niet vergist. De pauselijke bulle waarbij hij het systeem van de aflaten legitimeert en verplichtend maakt voor alle christenen werd zogezegd ondertekend op een datum van voor zijn proces. Zuivere valsheid in geschrifte is het. De typische truc van het antidateren van documenten maakt trouwens weinig indruk bij aanhangers van Maarten Luther. ‘Het is een onbillijke poging om de grote inkomsten te behouden welke hij van de aflaten trok.’

Terwijl de paus de druk in Duitsland overal opvoert, wordt het overlijden van keizer Maximiliaan bekend gemaakt. Paus Leo verliest daarmee zijn belangrijkste medestander. Frederik wordt aangesteld als tijdelijke opvolger in afwachting van de nieuwe keizer. Luther kan plots weer vrijuit ademen. Leo bindt in, hij kan het zich niet permitteren in onmin te leven met de hoogste autoriteit van Duitsland. ‘Hij scheen niet geneigd om tegen Luther het banvonnis uit te spreken, ofschoon onophoudelijk door het vervelendste geroep van Luthers tegenpartij daar toe werd aangedrongen.’

Een interbellum van zestien maanden. De handelingen tegen de rebelse monnik verdwijnen even in de koelkast. Er komen pogingen om de kwestie in der minne te regelen. Luther krijgt nu plots alle gelegenheid om de dwaling van de paus scherp te stellen en te bewijzen. Maar eigenlijk legt hij de vinger op de voornaamste wonde, die van de vooringenomenheid, trouwens weer al eens prima weergegeven in de oude teksten.

‘Luther kreeg meermaals de gelegenheid om het bederf van het hof van Rome, zijn halsstarrige gehechtheid aan de vastgestelde dwalingen en onverschilligheid omtrent waarheden op te merken. Dit maakte dat hij enige twijfels begon te voeden wegens de goddelijke oorsprong van het pauselijk gezag.’ Luther zaagt verdorie de poten van onder de troon van paus Leo en zorgt hiermee voor een hevige controverse in grote delen van Europa. Zo bijvoorbeeld in Zwitserland waar Zwinglius niet moet onderdoen voor Luther en de hele maatschappij zich door zijn toedoen van het pauselijk gezag afscheurt.

De grondvesten waarop de kerk gebouwd is, gaan wankelen. Waggelen staat er eigenlijk geschreven, maar ik snap het plaatje wel. De pauselijke entourage dringt er bij Leo op aan om af te rekenen met de Duitse ketter. ‘Hoe lang zal hij nog op zijn kop laten zitten?’ De waardigheid van de heilige stoel verplicht de paus ertoe om deze ketterij op de strengst mogelijke manier te vervolgen. De nieuwe Duitse keizer zal zich hopelijk solidair opstellen ten opzichte van de paus. De katholieke machinerie komt op gang. ‘Het college van kardinalen kwam dikwijls bijeen om met rijp overleg een vonnis te bereiden. De canons werden geraadpleegd hoe het zelve op de onwraakbaarste wijze uit te spreken.’

Het verdict valt op 15 juni van 1520. Op dat moment is Karel al op komst om zich tot keizer te laten kronen. De tegenstand van Frederik is niet langer relevant. Vanuit het oerconservatieve Spanje kunnen de geestelijken eindelijk de nodige steun verwachten om hier in Duitsland de puntjes op de i te plaatsen. Eenenveertig stellingen uit de werken van Luther worden in een pauselijke bulle veroordeeld als ketters, ergerlijk en beledigend voor godsvruchtige oren. De mensen krijgen een formeel verbod om Luthers geschriften te lezen en wie dat toch doet, zal onmiddellijk in de ban van de kerk worden geslagen. Wie in het bezit is van zijn boeken, moet ze verbranden.

Dit is een fragment uit deel 6 van ‘De Kronieken van de Westhoek’ 

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>