Manten en Kalle

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       2 years ago     2067 Views     Leave your thoughts  

De uurwerken, die men eigentlijk horlogiën noemt, kwamen in Europa, gelijk men weet, veel vroegtijdiger in gebruik als de zakuurwerken: men gelooft dat er gevonden werden ten tijde van Karel den Grooten , en zelfs ten tijde van Pepin den Korten, in de VIIIe eeuw.

De kruisvaarders bragten de kunst van ze te verveerdigen of te verbeteren in onze streken, in de XII eeuw; zoo dat men van in de XIIe eeuw af, zulke horlogiën hier en daar in Vlaanderen geplaatst zag op kerktorens, op kloosters, op wachttorens , op kasteelen, op bijzondere openbare gebouwen, als hallen, beursen, pleitzalen, enz.

Men vond er die, door bijzondere en rare werken, alsdan reeds merkweerdig waren: bij voorbeeld , de horlogië op den kerktoren van Nivelle, op den hallentoren van Brugge, op den wachttoren van Gent en van Aalst, op den hallentoren van Kortrijk.

Deze laatste werd aanzien als eene der voornaamste: een manneken en een vrouwken, die van bet volk Manten en Kalle genoemd werden, gemaakt van ijzer en geplaatst bij het uurwerk, sloegen overhand, elk met een hamerken, de uren van den dag zoo juist, elk op zijne beurt, dat er nooit de minste verwarring bemerkt werd en dal de buitenlieden hunne voorbeeldige overeenkomst bewonderden.

Daaruit sproot, in de omstreken, het vlaamsch spreekwoord: Zij komen overeen als Manten en Kalle, bedoelende eenen man en vrouw, eenen broeder en zuster, eenen gebuur en gebuur die malkander wel beminnen en zich wel verstaan.

De Franschen, na de zegepraal van Westroosebeke, in 1382, plunderden en verwoestten Kortrijk en voerden, onder den roof, het bovengemeld uurwerk mede. De herhaalde aanvragen en poogingen om het weder te krijgen zijn voor Kortrijk vruchteloos gebleven: men bewondert het heden nog te Dijon, in Frankrijk, alwaar het aanzien wordt als een oud gedenksluk van zegepraal over de Vlamingen, en de naam blijft behouden van vlaamsche horlogië.

Priester J. DE SMET in het jaar 1866

.

Dit verhaal uit 1866, vraagt anno 2015 om wat extra verduidelijking.

Hier komt alvast volgende tekst van Francis Foubert, geplaatst in zijn blog over de Kortrijkse Reuzen:

De legende van Manten en Kalle
Er was eens een man, zijn naam was Manten. Samen met zijn vrouw Kalle stonden ze dag in en dag uit op wacht om de grenzen van de stad Kortrijk te beschermen. Er gebeurde zelden iets in deze rustige stad maar op een zekere morgen zagen ze in de verte een rookpluim uit de horizon verschijnen. Eerst dachten ze dat een van de boeren uit de streek een baal hooi aan het opbranden was maar na enkele momenten werd duidelijk dat er een vijandelijk leger richting de mooie stad Kortrijk kwam.

Manten en Kalle begonnen direct plichtbewust op de alarmbel te slagen met hun grote hamers. Dankzij deze gongslagen werd iedereen in heel Kortrijk gewekt. Heel het volk kwam direct in actie en de stad Kortrijk werd van het ene moment op het andere een versterkt gevest. Manten en Kalle bleven maar alarm slagen om toch zeker te zijn dat iedereen veilig zou zijn. Ze deden dit zonder zich iets van hun eigen veiligheid aan te trekken. Dit was hun plicht en het volk was belangrijker dan twee individuen.

Toen het leger aankwam voor de stadsmuren waren ze nog altijd alarm aan het slaan. Dankzij hun alarm was iedereen veilig maar waar ze in hun onzelfzuchtigheid niet aan gedacht hadden was dat ze zelf in het bereik van het vijandige leger waren. Manten en Kalle waren als vogels voor de kat en ze werden door het leger van hun uitkijkpost gehaald. Manten probeerde dapper de soldaten van hem en Kalle af te vechten maar ze waren met te veel en al snel werden ze ontwapend en voor de bevelhebber gedragen.

De bevelhebber zag al snel in dat deze twee dappere kortrijkzanen geen geheime zouden loslaten en hij beval een aantal soldaten van hen mee te nemen naar Dijon. Toen het volk van Kortrijk zag hoe Manten en Kalle werden weggevoerd door de soldaten kwam er enorme droefheid over hun heen. Ze waren hun beschermers kwijt.

Na enkele dagen kwamen Manten en Kalle aan in Dijon, daar werden ze in afschuwelijke kerkers weggestoken. Ze kregen maar net genoeg eten en drinken om te overleven en als ze uit volle borst schreeuwden konden ze elkaar nog net horen.

Ondertussen werd er in Kortrijk volksvergaderingen georganiseerd om de bevrijding van Manten en Kalle te plannen. Er werd voorstel na voorstel overwogen en weggeworpen. De kerkers van Dijon waren te sterk beveiligd. Het volk werd hopeloos in hun onmacht. Voor deze problemen zouden ze normaal gezien bij Manten en Kalle terecht kunnen. Toen kwam er uit een donker hoek een oud vrouwtje. Niemand van de Kortrijkzanen had deze vrouw ooit al gezien maar ze zei dat zij een plan had om De Beschermers te bevrijden. ‘Wat is jouw plan?’ vroeg het stadshoofd. ‘Dat zullen jullie wel zien.’ fluisterde het oude vrouwtje. Toen verdween ze weer in het niets.

Eén dag later werd Manten gewekt door een krakende stem vlak bij zijn oor. De stem zei tegen hem dat hij wakker moest worden. Toen hij zijn ogen open deed zag hij het oude vrouwtje staan en de deur was nog altijd ongeopend. De vrouw sprak direct tegen Manten, ze vertelde hem over een eeuwenoude spreuk die hem en Kalle in reuzen zou veranderen. Door deze spreuk zouden ze bovenmenselijke kracht bezitten maar er is wel één nadeel aan deze spreuk, ze zouden nooit meer in staat zijn om te spreken.

Manten dacht hierover na en besloot dat de voordelen veel groter zijn dan de nadelen. Het oude vrouwtje vroeg nog aan Manten of hij een laatste vraag had nu hij nog kon spreken. Hij vroeg aan het vrouwtje waarom ze hen hielp. De vrouw glimlachte geheimzinnig en zei toen in een cryptische stem: ‘Helden hebben soms ook hulp nodig.’ De oude vrouw begon ineens in het wild rond Manten te dansen en te zingen.

Hij voelde hoe zijn maag begonnen te keren en zijn darmen te kronkelen. Zijn hoofd duwde tegen het plafond aan en het oude vrouwtje bleef meer dansen en zingen en Manten bleef maar groeien. Hij groeide door het plafond heen en hoorde in de verte dat ook in Kalle haar cel het plafond aan het breken was. Ze bleven maar groeien en toen ze eindelijk volgroeid waren. Ze waren beiden nu enkele meters groot.

Toen hun ogen elkaar kruiste was de liefde in hun ogen zo duidelijk te zien dat iedereen die het kon zien direct tranen in de ogen kreeg. Ook Kalle kon het niet laten om een traantje weg te pinken om het blijde weerzien. Toen Manten zijn mond open deed om Kalle te begroeten kwam er niks anders uit zijn mond als het geluid dat de alarmbel maakte op de dag dat ze ontvoerd werden.

Uit teleurstelling voor dit geluid namen ze beiden een hamer en sloegen ze het kasteel waarin ze waren opgesloten tot er enkel nog gruis overbleef. Deze resten staken ze nog in brand. Ze wouden alle herinneringen over deze ervaring vergeten. Ze bleven hand in hand kijken hoe de laatste resten volledig tot as branden. Eens de laatste kolen gestopt waren met smeulen begonnen ze aan hun tocht naar Kortrijk.

Twee dagen later kwamen ze daar aan. Het volk had hun al van ver zien aankomen en de verbazing op hun gezichten nam toe met de seconde. Toen ze eindelijk de poort bereikt hadden begon het volk spontaan te klappen en te juichen. Er verscheen een glimlach op de gezichten van Manten en Kalle en al hun zorgen waren vergeten, ze waren terug thuis.

En ze leefden nog lang en gelukkig.

.

Op de website van seniorennet kan ik verder vervolledigen:

Op de oosterzijde van het Kortrijkse Belfort staan twee gouden figuurtjes, Manten en Kalle, de beroemde klokkeluiders. Manten slaat het uur, Kalle het halve uur. Maar in de middeleeuwen was het alleen Manten die deel uitmaakte van een, voor die tijd, erg vernuftig systeem om het uur te slaan. In 1382 werd Kortrijk geplunderd en in brand gestoken na de slag van West-Rozebeke en Filips de Stoute besloot de klok, die hij “l’un des plus biaux que on seuist dechà ni delà la mer” noemde, mee te nemen en aan Dijon te schenken. Tijdens het transport is de klok echter gebarsten maar niettemin werd ze in Dijon onthaald als een wonder.

In 1383 kreeg Manten een plaats op de zuidelijke toren van de westelijke gevel van de Notre Dame en kreeg de naam: ‘Le Jacquemart’. Le Jacquemart ” betekent op heden ook alle onderdelen van de klok, dat wil zeggen, de vier klokkenluiders, de drie klokken, het mechanisme en de wijzerplaat.

Of hij kreeg zijn naam pas later, want in 1422 is er sprake van een « orlogeur et serrurier nommé Jacquemart qui recut 22 livres pour les besongnes qu’il a faictes à l’orloge de Dijon », mogelijks dankt hij daar zijn naam aan. Het uurwerk werd geïnstalleerd door de Gentse uurwerkmaker Pièrart de Gand. Jacquemart heeft er tot 1651 al het werk alleen gedaan, maar na een succesvol toneelstuk genaamd “ Mariaige de Jaiquemar “ , kreeg hij effectief een metgezel, Jacqueline.

In 1714 was er alweer een toneelstuk waarin de spot werd gedreven met het kinderloze koppel, en een tijdje later kwam de kleine Jacquelinet erbij. In 1885 kwam er zelfs nog een jonger zusje bij; Jacquelinette.

In Kortrijk verving men Manten enkele jaren na zijn ontvoering door de Fransen en men schonk hem halverwege de 15de eeuw het gezelschap van Kalle. Omstreeks 1520 verdwenen beide uurslagers. Manten en Kalle stonden symbool voor onafscheidbaar samen zijn; in Brabant kende men het versje:

“Mantie en Kalle, Liepen te gare nor Halle; Mantie liep zeerst, En Kalle was eerst.”

Tijdens een stoet in 1926 verschenen Manten en Kalle opnieuw in de Kortrijkse straten in de vorm van twee reuzepoppen en de belangstelling was helemaal terug.
Er ontstond een polemiek in de pers waarbij zelfs werd aangedrongen om de oorspronkelijke beelden in Dijon terug op te eisen.

In 1961 werden, dankzij sponsoring van Grand Bazar, de huidige uurslagers ontworpen door kunstenaar Victor Cassiman en ingehuldigd in aanwezigheid van E. H. Kanunnik Kir, Burgemeester van Dijon. De officiële ‘restitutie’ van Manten en Kalle door de Franse stad Dijon, na hun ‘ontvoering’ in 1382, werd uitbundig gevierd op 23 en 24 september 1961.

.

Tot slot nog eens een Franstalig verslag van de ontvreemding van Manten en Kalle:

‘Le Duc, digne de son surnom Le Hardi, combat avec sa valeur ordinaire à la célèbre bataille de Rosebecque, gagnée, en novembre de la même année 1382, sur les rebelles, entre Lille et Courtrai. Vingt mille ennemis restent sur le champ de bataille ; tout l’honneur de cette journée est pour le Roi, et tout le profit pour le Duc de Bourgogne qui l’accompagne. Il est en effet dédommagé des frais immenses qu’il a faits dans cette guerre par le Roi et par le Comte de Flandre.

Après cette bataille, Courtrai ayant fait difficulté de rendre à Charles VI les éperons dorés des chevaliers français tués sous ses murs en 1302, le vainqueur enlève de force ce trophée dont l’existence est une humiliation pour les Français ; et après son départ, le Roi fait mettre le feu à la ville.’

.

De diefstal van Manten en Kalle is dus een revanche voor de verloren Guldensporenslag…..

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>