Marie-Gertrude, een vrouw van slecht gedrag

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       2 years ago     408 Views     Leave your thoughts  

1382. Op maandag 17 november arriveert de Franse voorhoede voor Komen. De brug blijkt er effectief afgebroken, een overtocht van de Leie is onmogelijk. Temeer omdat er meer dan 9000 Vlamingen in slagorde opgesteld staan aan de linkeroever. Pieter van den Bossche bevindt zich op de kop van de losse brug. Met een bijl in de hand, schrijven de kronieken, het lijkt wel een pose. De Clisson stuurt zijn volk een mijl terug achteruit. Zijn mannen moeten op zoek gaan naar alternatieve oversteekmogelijkheden. Maar die zijn er niet te vinden. De Fransen zitten met een probleem en besluiten om ter plaatse te overnachten. Er vertrekt een boodschapper naar Rijsel met de vraag om enkele schuiten via wagens naar Komen te laten voeren. Met die schuiten zal geprobeerd worden een bruggenhoofd te maken.

Ik heb in het verleden de bewuste periode al enkele keren beschreven, maar nooit heb ik die zo uitvoerig gedocumenteerd geweten als hier in het jaarboek van Kortrijk. De schrijver ervan moet in het bezit zijn van interessante Franse bronnen. De extra accenten maken mijn geschiedschrijving in elk geval completer en dat stemt mij tevreden. De details vliegen me om de oren. De heer van Simpy en enkele andere ridders hebben zich in alle geval voorgenomen om zich met een stoutmoedige actie te laten onderscheiden.

Het is dit gezelschap dat naar Komen afzakt, met de gevraagde schuiten bij zich. Voorts hebben ze de nodige touwen, planken en staken geladen. Ze lossen hun materiaal een stuk zuidelijker dan Komen, op een beschutte plaats en buiten het gezicht van de Vlamingen. Aan weerszijden van het water wordt een staak geplant, een touw over het wateroppervlak verbindt beide staken en zorgt er voor dat de schuiten aan de andere zijde kunnen worden getrokken. Ik krijg een lijst van notoire ridders voorgeschoteld. ‘ten getalle van ruim honderdvijftig, meeste alle ridders van hoge edeldom’. Met zijn allen steken ze de Leie over en gaan ze zich verstoppen in een klein bos aan de overkant. In afwachting van de komst van nog meer versterking.

De connestabel wordt op de hoogte gebracht van de oversteek en stuurt zijn neef, een of andere pipo van Rieux, ernaartoe om poolshoogte te nemen van de toestand wat verderop aan de rivier. Die vindt er niets beter ook dan zich bij het gezelschap aan te sluiten. De hoofdmacht vindt het maar een riskante onderneming. Als ze door de Vlamingen betrapt worden, zullen de Franse waaghalzen het met hun leven bekopen. Hij besluit om een afleidingsmanoeuvre uit te voeren en begint met een beschieting van de Vlamingen.

Licht geschut en een massa van ‘schichten en ballen’ vliegen over de Leie. De Vlamingen antwoorden met gelijkaardige beschietingen. Enkele kilometers stroomopwaarts slagen de Fransen er in om een klein legertje aan de overzijde te loodsen. 16 banieren, 30 standaarden, 400 man, de ‘bloem van het ridderschap’, allemaal zonder hun knechten en gemene krijgslieden’. Ze voelen zich voldoende sterk om door de meersen en het slijk naar het noorden te sluipen, richting de Vlamingen in Komen. Het gebeurt allemaal onder leiding van de heer van Simpy.

De Vlaamse mannen krijgen ze na korte tijd in de gaten. Hoe zijn die Fransen godverdomme over de Leie geraakt? Tot aan Kortrijk is er geen enkele brug meer over? Pieter van den Bossche probeert rustig te blijven. Hij verbiedt zijn soldaten om het relatief klein groepje indringers aan te vallen. De drassige Leieboorden zullen hun vooruitgang wel stremmen en onmogelijk maken. Er zal sowieso geen gevaar uitgaan tegen hun eigen groot leger. En dus blijven de Vlamingen stilzwijgend geschaard rond de geaccidenteerde brug in Komen.

Aan de overzijde is de connestabel er niet gerust in. Zijn Franse ridders lopen grote risico’s. Hij heeft ze verboden om de brug te benaderen wat gezien de meerderheid van de vijand neerkomt op een zelfmoordactie. Het enige wat hij kan doen om zijn mannen te beschermen, is de aandacht van de Vlamingen af te leiden en om zelf aan te vallen. Zo komt het dat een menigte van ridders en schildknapen plots met houten ribben en planken naar de brug oprukt in een poging om de oversteek te realiseren. Franse afweerschutters proberen ondertussen met man en macht de Vlaamse afweer te neutraliseren.

Half november zijn de dagen kort. Met het invallen van de duisternis staken de Fransen hun pogingen. ‘Beide partijen moeten nu het aankomen van de dag verbeiden’. De ridders die door de meersen sluipen, moeten de hele lange koude nacht met hun voeten in de modder blijven staan. Zonder eten of drinken, zwaar bewapend. En de hele nacht blijft de regen naar beneden gutsen. Ik klappertand haast bij het omschrijven van de miezerige omstandigheden en de kouderillingen van de sukkelaars.

Kort voor dageraad worden ze dan nog overvallen door de Vlamingen. Ook dat nog. De Fransen hebben zich echter goed geconcentreerd opgesteld en verdedigen zich in gesloten slagorde tegen de aankomende zwaardslagen van de vijand. Ze schreeuwen er op los en dat geeft blijkbaar de indruk aan de Vlamingen dat ze met meer zijn dan gedacht en dat andere hulptroepen ook al de oversteek hebben gemaakt. De manschappen van Artevelde zijn er vrij licht gewapend op af gegaan en leiden hierdoor gevoelige verliezen tegen de zwaarbewapende ridders.

Er gaat veel Vlaams volk verloren. Pieter van den Bossche deelt eveneens in de malaise want hij krijgt een zwaardsteek in de schouder en raakt gewond aan het hoofd. Zijn lijfwacht, dertig kloeke knechten, kunnen hun kopman maar ternauwernood ontzetten en van het strijdtoneel wegdragen. Er zit niet veel anders op dan te vluchten en terug te keren naar hun beginposities aan de brug. Ze worden nu natuurlijk achterna gezeten door een bende gemotiveerde Fransen die bloed ruiken en die onderweg al een aantal woningen in brand steken. Hun kompanen aan de andere kant van de rivier zijn ondertussen volop in actie geschoten en slagen er deze keer wel in om over de gehavende brug te stormen.

Bij het krieken van de morgen van de 18de november staat de hele Franse krijgsmacht op Vlaamse bodem. De Vlamingen deinzen achteruit en proberen dekking te zoeken in het open veld. Er zijn boodschappers vertrokken naar de omliggende dorpen met een vraag om hulp, de paniek moet onbeschrijfelijk zijn. Dat lees ik trouwens in de taal van de Kortrijkse jaarboeken: ‘Men klipte geweldig de klokken op alle dorpen. De vlucht der vrouwlieden en onweerbare mensen met al wat zij konden wegvoeren was schrikkelijk, een groote menigte kwam naar Kortrijk gevlucht.’

Het baat allemaal weinig. De Vlamingen hebben bij het nieuws van de Franse doorbraak in Komen hun verdedigende posities in Waasten, Wervik en Menen achtergelaten en hebben nu natuurlijk vrij spel gegeven aan de Franse indringers. Die vallen nu als briesende leeuwen het Vlaamse land binnen, ‘te lande waart in, alles rovende en brandende waar zij konden aangeraken.’ Menen wordt helemaal geplunderd. Wervik ondergaat hetzelfde lot, ‘dat boven dies nog gans door ‘t vier vernield wierd en alle de menschen die zij er nog vonden, vermoord.’

Hier voel je dat oorlog meer is dan enkele lijnen opgeblonken tekst. Het is de pijn, de intense vrees, de panische angst, het verliezen van je geliefden. De letterlijke en figuurlijke agonie van lijf, leden en geest. De hulpeloosheid en de onmacht tegen de brutaliteit van vreemde soldaten die hun wraak uitspuwen en zich zonder medelijden of empathie uitleven in een orgie van geweld en bestialiteiten. Mijn onmacht om de telkens terugkerende tragiek van de oorlog met een fileermes te omschrijven staat in scherp contrast met de dramatische horror die mensen allemaal voor zichzelf moeten ondergaan.

De Vlamingen krijgen hun versterkingen vanuit West-Vlaanderen, maar die helpen allemaal niet. Ze kunnen onmogelijk stand houden tegen de overmacht van de oprukkende Fransen. Een deel slaat op de vlucht naar Ieper en de rest zoekt hulp in Kortrijk. Drieduizend Vlaamse mannen worden ter plaatse afgemaakt en dan reken ik nog niet de slachtoffers mee die sneuvelen tijdens de chaotische vlucht.

Ze zijn trouwens zo bijgelovig geweest om hun standaard te laten dragen door een vrouw van slecht gedrag. Gelukkig kan er nog een beetje humor af. De dame in kwestie heet Marie Jetrud, een naam die nu vermoedelijk Marie-Gertrude zal zijn. Ze had de Vlamingen er vooraf van verzekerd dat, als zij de eerste Fransman tot bloedens toe kon kwetsen, ze dan allemaal de ‘volkomen victorie’ zouden halen. Het draait natuurlijk helemaal anders uit en mijn Marie-Gertrude wordt al van bij het begin van de gevechten gedood.

Vlaanderen is in 1382 nog behoorlijk rijk en heeft die rijkdom vooral te danken aan de weverij van stoffen en laken. De oorlog heeft de handel tot stilstand gebracht en de pakhuizen puilen uit van de voorraden. Een bekoorlijke buit voor de Fransen. Geen enkele stad is naar evenredigheid rijker dan Wervik die trouwens vermaard is omwille van zijn hoge ouderdom. De Fransen sparen er hun wreedheden niet. Vooral de Bretoenen, Normandiërs en de Bourgondiërs laten zich in kwalijke zin opmerken. Maar de Bretoense soldaten zijn de wreedste, staat er neergeschreven.

Ze verkopen hun buit op het ‘Hooghe’ bij Ieper. Kopers uit Doornik, Douai, Rijsel en Atrecht slaan er de slag van hun leven. Dure en exclusieve lakens kunnen ze nu kopen aan de soldaten voor een spotprijs van één gulden per stuk. De Fransen blijven natuurlijk niet hangen aan het Hooghe. ‘Korts daarna is het Frans leger afgedaald naar Ieper, alwaar op lijfstraffe verboden wierd dat men geene andere tale mochte gebruiken als de Franse, altijd iets kwaads vindende in de Vlaamse taal, om dat zij die niet konden spreken, noch verstaan’.

De komst van de Fransen zorgt voor oproer in de stad: ‘de wethouders en andere ambtenaren wilden de stad aan de Fransen overgeven, en Pieter hun gouverneur, die aldaer van Artevelde gesteld was, wilde het beleg afwachten’. De burgers zien een beleg hoegenaamd niet zitten. Er zijn wel Engelse hulptroepen op komst, maar die zullen er nooit in slagen om binnen te geraken en zonder hun hulp zijn ze helemaal niet opgewassen tegen de overmacht die de Fransen etaleren.

Dit fragment komt uit ‘Het debacle van Westrozebeke’ en verschijnt volgende week op http://www.westhoek.net/P1386100.htm . Zal deel uitmaken van boek 6 van ‘De Kronieken van de Westhoek’ en zal verschijnen begin 2017.

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>