Meester Ghybe en zijn Keikoppen

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       4 months ago     333 Views     Leave your thoughts  

Onder alle Vlaamse steden van tweede rang schijnt Poperinge die te zijn waar de lakennijverheid zich het krachtigst ontwikkelde. In de 12de eeuw behoorde ze tot de Lonse Hanze. In de 13de huurden de Poperingenaars een deel van de Brugse hallen om er tijdens de jaarmarkt hun producten tentoon te stellen. In diezelfde eeuw voerde ze haar lakenstoffen al naar Frankrijk uit. We vinden ze in 1268 in Spanje, in 1293 te Reval, in 1301 te Liegnitz en in het midden van de 14de eeuw te Niezjni-Novgorod.

In 1382 schrijft een Frans kroniekschrijver over onze lakenstad die te Rijsel, Doornik en Bethune zijn producten verkoopt. Zijn tekst luidt als volgt: ‘deze voorspoed was een doorn in het oog van de Ieperlingen, die onder meer het monopolie van ‘Strieptje half lakens’ wilden hebben. De twisten sloegen in de 14de eeuw vaak over in bloedige gevechten waarin Poperinge gewoonlijk het onderspit moest delven.’

De onverstandige handelswijze van graaf Lodewijk van Nevers zou de nijd van de Ieperlingen nog in de hand werken. In 1322 vaardigde hij een bevel uit waarbij het aan al de steden en dorpen die op minder dan drie uur afstand gelegen waren van Ieper verboden werd om nog lakens te weven. Poperinge stoorde zich daar niet aan en bleef verder weven. Na iedere nederlaag, na iedere vernieling van zijn getouwen, rechtte Poperinge het hoofd en herbegonnen de Poperingenaars. Dat gebeurde op zo’n manier en met een taal en hardnekkigheid dat onze voorouders de bijnaam van ‘Keikoppen’ gegeven werden.

De grote steden Gent en Brugge spanden samen met Ieper. De Poperingenaars lieten zich daarom niet storen. Integendeel: ze dreven de spot met deze machtige tegenstrevers en ze richtten de ‘Zottengilde van Meeste Ghybe’ op. De naam van GHYB was gemaakt met de beginletters van de drie gehate steden. Gent (Ghent) – Ieper (Yper) – Brugge. Meester Ghybe trad in het openbaar tevoorschijn, op een ezel gezeten met zijn gezicht naar de staart gericht. De stijgbeugels waarin zijn voeten zaten, waren twee potijzers, zijn sporen twee potlepels. Op een fluwelen kussen droeg hij een overgrote kei; het rapier of zweerd van Ghybe was een braadspit.

De wijze man was omringd door zowat vijftig trawanten, gewapend met brouwersvorken of rieken, houten ovenpalen, bezems en keukengerief. Heer Ghybe trad op als afbeelding van Poperinge en de ezel deed dienst als zijnde Ieper. Het omgekeerd zitten op de ezel verwees inderdaad mogelijk op de vete die er tussen beide steden bestond. Zinspeelt die zware kei op het onbreekbaar hoofd dat niet wil buigen. Hun tegenstand verzinnebeeld met wapens van ambachts- en huisgerief om zich tegen die aanhoudende tegenstand te verdedigen?

De twist sleepte bijna een halve eeuw aan, tot eindelijk, na een barbaarse strijd, de Poperingenaars in 1371 voor lange tijd het hoofd moesten buigen. Toch lezen we nog in de 16de eeuws ‘Lamenstatien’ over het verval van Brugge, door Seger van Male’ volgende tekst: ‘in onze lakenhalle was er altijd een grote voorraad van laken. Op één dag heb ik 2600 stukken zien verkopen aan de Duitsers om naar Rusland te worden verzonden. Dit laken kwam en Poperinge en Tourkonje.’

De lakennijverheid was inderdaad al van in het begin van de jaren 1500 hernomen in Poperinge waar men toen al 17.000 wevers telde. Maar op dat tijdstip is er een felle beweging ontstaan om de Hanze van Brugge naar Antwerpen te verplaatsen. Dat werd een voldongen feit rond het jaar 1540. Poperinge had toen al Brugge verlaten en zond zijn lakens naar Antwerpen. Men kan besluiten uit de aangehaalde ‘Lamentatieën’ welke slag dit moet geweest zijn voor de Brugse Hanze.

In het archief van Poperinge vindt men een bundel betrekkelijk recente moeilijkheden die in 1609 ontstonden tussen de steden van Ieper en Hondschote tegen Poperinge. Eerstgenoemde steden wilden Poperinge beletten om ‘Bayen’ te weven. De Antwerpse kooplieden kozen partij voor Poperinge. In een getuigschrift verklaren ze dat de producten van Poperinge voor hen onmisbaar zijn voor hun handelsactiviteiten met Spanje en Italië.

De godsdienstberoerten en het in 1685 intrekken van het ‘Edict van Nantes’ had voor gevolg dat de protestantse wevers het land verlieten. Daarnaaste waren er de voortdurende oorlogen tussen Frankrijk en Spanje in de 17de en de 18de eeuw waarbij Vlaanderen grotendeels als slagveld diende. Beide fenomenen gaven de genadeslag aan de lakennijverheid.

Nog een woord over de Poperingse weefsels. Weefstukken dragen vaak de naam van de stad waar ze het eerst geweven werden. Deze namen zijn dan ook gangbaar gebleven in de markt en de handel. Nochtans zijn die namen vaak misvormd door de slijtage van de tijd. Een schrijver van ‘Notes and Queries’ acht het zo goed als zeker dat het Engels woord ‘Poplin’, in het Frans ‘Popline’, in het Spaans ‘Popolens’ of ‘Populina’ zijn oorsprong vindt in de stadsnaam van Poperinge. De Engelsen spreken trouwens over ‘Popering’, ‘Poperin’ en ‘Poppeling’.

De ‘Poperin Pears’, ofwel het Poperingse paars (violet) zijn welbekend bij de oude Engelse schrijvers. Heel waarschijnlijk werd de Popline, eerst in Vlaanderen en wel te Poperinge geproduceerd. Het Popline weven kwam naar Engeland met ambachtslieden die hun land verlieten ten gevolge van het herroepen van de vrijbrief van Nantes in het jaar 1685. Vooral in Ierland weefde men veel Popline en de Ierse Popline was tot in 1778 te verkrijgen op al de markten in het zuiden van Europa. Deze info werd vertaald uit ‘The Irish Textile Journal’ van 15 februari 1886.

Genoteerd uit de teksten in het Poperings stadsarchief

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>