Met de tram naar Hoogledeberg

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       2 years ago     444 Views     Leave your thoughts  

Peegie op weg naar het klooster van Hooglede

Het was nieuwjaar. Tanite nam Peegie mede naar Hooglede. Zij gingen op nieuwjaarvisite naar ‘t klooster: trouwe kliënten en goede kennissen die zusterkens. Peegie zat fier lijk een pinthaan op de oude stoomtram, die zich puffend afsloofde om over de gladde sporen vooruit te komen.

De tweede machinist liep voor de machine met zavel en afval die hij zorgvuldig vóór de wielen strooide, wat niet belette dat de ketel zich bij iedere inspanning verslikte en brobbelde als iemand die in zijn kelegat gekitteld wordt.
Peegie zat aan zijn vingertoppen te knabbelen, alsof hij in de laatste week geen eten kreeg. Daarover miek Tanite zich wrevelig.

– Vintjie, ge moet uitscheen met aan joen vingers te knabbelen, zi! zei ze, ge zijt nog slechter dan de keuntjies. Daarbij dat is stijf gevaarlijk, van ge komt daarvan ol zo dikke ols ik. (Tanite was immers in gezegende toestand).

Peegie schrok bij de gedachte zulk een patapoef te worden. Hij stak zijn vuisten op zak en tuurde de velden in, naar de hofstedekens en krotten die in de sneeuw uitgeworpen schenen als stukken uit zijn blokdoos.

Halverwege de baan, aan de voet van de Hoogleêberg, rustte de tram even uit. Een wandelende dame miek dankbaar van de gelegenheid gebruik en kwam opstappen, moeizaam en traaf. Ze scheen ook in blijde verwachting. De kaartjesknipper floot en daar hijfde ons tramke langzaam de berg op. Tanite hield haar hart vast: zou het er boven op geraken?

– ‘t Is olgelijk zo glets in ol die sneeuw… moedre! zei Peegie. zouden wij niet ‘n beetje helpen steken?
– Laat maar zijn, zei Tanite. ‘t zou passen dat me joe nie meer were vinden ols me boven kommen.

– Wok goed, zei Peegie, en hij ontdekte plots die gezette madame die vlak voor hem had plaats genomen Het begon te knipogen en schalks te lachen. De dame snapte er niets van en keek elders. Peegie fixeerde haar zodat zij niet wel begrijpende wat die snotter in ‘t schild voerde, opeens geërgerd vroeg:
– Wat schilt er di, mijn jongentje?

Peegie liet het zich geen tweemaal vragen. Hij wipte van zijn bank en liep tot bij de zwaarlijvige dame en fluisterde haar in het oor:
– He je wok up joen vingers geknabbeld di?
– Hier zi, snakte Tanite, up joen plekke luizejoeng. Ge moet er niet up letten madamkie, maar j’en hee geen zittende achterste.

En tegen Peegie:
– ‘t Es de laatste keer da je meegaat up voyage, hee je ‘t verstaan? Ols t de laatste keer is en dat ‘t de laatste keer gaat zijn!

Dat ‘k het nog zo laatste keerachtig moete zeggen, potferttietebolle. Ge moet de minsen gerust laten up den tram. he je ‘t verstaan?

– Ja’k moedre, zei Peegie, hè je olte metsen geen spekke of nen totetrekker?

– Nog schondre, pruttelde Tanite, en ze deed haar kaba open. Hierzie ‘s schete up’n stokksgie en maak joe niet vuil of ‘k steke joe geheel te gans in t vernoois ols me t’huus kommen.

Neffens de dame zat een freule. Rode nagels, rode lippen, een hoedje vol pluimen, een voilette, een grote duivel van een chignon en schoenen als uit ‘n stuk hout gekapt, haar teentjes staken er door.

Pccgie had reeds lang dat eigenaardig Bernadetje in de gaten. Op haar benen was er ergens een vlooi aan ‘t frutselen, want keer op keer wreef het juffertje nijdig haar benen met een snok tegen elkaar.

Pecgie werd overal krievelig bij ‘t aanschouwen van zoveel jukte en onbewust wreef hij ook eens zijn dikke kuiten over mekaar Doch geen ogenblik verloor hij ‘t spel uit de gaten. Het juffertje was van langs om meer gegeneerd onder de open blik van Peegie, tot het ten einde raad. plots al zijn moed verzamelde, zich vooroverboog en met ‘t platte van haar hand op dc kritieke plaats kletste.

Het ongeluk wilde nu dat deze plotse beweging gepaard ging met een verdacht geluid…

– Bravo! riep Peegie, als ontlast uit zijn spanning, en hij nipte op zijn bank. Zeg meisgie, ‘t es best da je ze dood geschoten heet, van ge ging ze anders nooit heen!

Perdaf… zei Tanite, cn Peegie kreeg een veeg uit de pan dat hij van zijn bank robbelde.

– Moet je gie nu da meisgie zo beschaamd maken? Ni, kijkt het zitten hoe rood dat ‘t komt? Wukke manieren zijn dadde nu?

– Wel, zei Peegie, Ieffrouwke, ge moet niet beschaamd zijn, weie, stik het maar up mij.

Gelukkig dat de tram precies de berg opklom en Tanite zich moest vasthouden, anders zwierde ze Peegie nu geheel onder de bank. De tram zwenkte met een klassieke draai de kromming van de berg op. Daar troonde in al zijn heerlijkheid het momument der gesneuvelde soldaten.

– Moedre, ge moet hier nekeer kijken, riep Peegie en hij wees naar die krijgshaftige soldaat. Kijk moedre, Sisgie Snuivers staat hier ols ‘t ne soldaat wos, ‘t wos djuuste zulkeen vernukkeld akkerbuksgie.

– Ge meugt da niet mee lachen, zei Tanite, ‘t is den schonsten burger van Hooglee dat z’ achtergemaakt heen, ge ziet dat wel aqan zijn voeten zeekre, ze zijn groter dan zijn schoenen, en ze schoot in een lach.

Voor de kerk viel de tram stil en Peegie en Tanite stapten af.

– Houd joe maar goe vaste, riep Peegie, van ‘t es hier glets in Hooglee.

En op ‘t zelfde moment sleerde hij uit en plofte neer op zijn kasteel.

– Aai mijn doze, schreeuwde hij, z’is platgedouwen..

– Ge moet maar voor joe kijken, donderde Tanite, ‘t is jammer van de kasseistenen, kom hier, ‘k ga joe uprapen.

En Peegie kwam.

– Oeijoeijoei, mijn hespen, k gelove dat ze aan lam zijn.

– Me gaan naar ‘t klooster, zei Tanite. en ze zette haar hoedje recht, verstak een speld of via in haar chignon.

 

Wordt vervolgd…..

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>