Mijn honderdste kroniek

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       9 months ago     293 Views     Leave your thoughts  

Maandag 19 december 2016. Speciaal dagje vandaag. Ik heb vanmorgen mijn honderdste kroniek online gezet. Ik zit warempel met een jubileum. Viva Bomma. Mijn eerste (schuchter) geschiedenisverhaal dateert al van 2009. Ik had nooit kunnen denken dat deze hobby me zoveel passie zou brengen en dat vind ik gewoonweg fijn. Een liefhebberij als geen andere. Ik verzamel geschiedenis, liefst diegene die ik dan nog zelf herschreven heb in de taal van mijn keuze. Het wordt pas echt leuk als ik mijn collectie met jullie lezers kan delen. De aangename respons die ik regelmatig mag ontvangen doet me oprecht plezier en houdt de zin erin om verder te gaan met onze vaderlandse geschiedenis. Vandaag is het dus zover. Honderd kronieken. Ik besteed er ruim aandacht aan op mijn homepagina www.westhoek.net en ook op mijn nieuwspagina http://www.dekronieken.com/nieuws.html.

De nummers 99 en 100 zijn respectievelijk ‘De valstrik van Oranje’, te vinden op http://www.dekronieken.com/P1566100.html en ‘Drama in Vlaanderen’ die je zal aantreffen op http://www.dekronieken.com/P1567100.html.

Ik laat jullie uit beide kronieken een passage lezen in onderstaande tekst.

Eerst en vooral ga ik naar ‘De valstrik van Oranje’;

“Tijdens de julimaand van 1579 had Willem van Oranje zijn staten officieel vervallen verklaard van de heerschappij van de koning van Spanje. Alle hoge officieren, rechters, magistraten werden officieel ontslagen van hun eed die ze ooit aflegden aan Filips II. De nieuwe beschermheer wordt vanaf 20 augustus 1580 officieel deze Franse hertog van Alençon. Oranje behoudt het bestuur over Holland en Zeeland die officieel zijn eigen staten worden. ‘En van ginder uit zorgt hij wel voor zijn eigen voordelen!’. Het is maar al te duidelijk dat mijn schrijver niet hoog oploopt met Willem van Oranje.

Brabanders en Vlamingen zijn hem erg erkentelijk en schenken hem massaal erven en landen die ze zelf van de geestelijken hebben afgenomen. Zo krijgt de Hollander jaarlijks tweeduizend gulden opbrengsten van de abdij Ter Duinen bij Koksijde. Dat spel is al aan de gang sinds 1575 wanneer daar een wereldlijke ontvanger werd aangesteld. Een zekere Jan Speelman. Een gevaarlijke naam trouwens voor een financiële figuur. Abt Robert Holman, nummer vierendertig in de rij van abten, is er niet goed van geweest. ‘Hij trok het hem zodanig ter herte, te meer omdat hij uit zijn refuge te Brugge verdreven werd, dat hij in een gemeen burgerhuis stierf in het jaar 1579 en overnacht begraven werd in de kerk van de arme Clarissen, naast de sacristie.’

Die sekteleden van calvinisten vinden dat de opbrengst van deze tweeduizend gulden eigenlijk niet voldoende is en schenken Willem op 15 september 1580 al de goederen van de abdij om die eeuwig en erfelijk te bezitten. Later zal die schenking nog ongedaan gemaakt worden, maar ik laat mijn glazen bol even in de kast liggen. De goede patriotten van Gent zorgen ook goed voor zijne hoogheid van Oranje, hun afgod en beschermheer. Ze schenken hem het kasteel van de proost van Lochristi met inbegrip van de hele parochie. ‘Maar ik geloof niet of hij die lange tijd in zijn bezit heeft gehad, hoewel hij zich in augustus 1581 daar enkele dagen samen met zijn gezellin is komen verlustigen. Op die manier is de rijkdom van deze prins zeer toegenomen. Ten koste van onze godsdienst en middenin deze algemene ellende. Zodanig zelfs dat hij het daaropvolgende jaar 173.600 gulden kon besteden aan de aankoop van de heerlijkheden van Vlissingen en Vere.’

‘Ondertussen lieten de kleine dieven niet na om de grote te volgen.’ Mmmmh, wat is dat mooi en stout gezegd. ‘Het leek er wel op dat steden en dorpen ten roof gegeven waren aan al diegenen die durfden stelen. En dat terwijl de goede katholieken alles met treurende ogen aanzagen en niets openlijk durfden te zeggen want al hun zeggen werd zeer nauw opgevat en men luisterde naarstig of men hen niets in de mond zou kunnen leggen om hen dan achteraf te kunnen beboeten of verbannen.’

Volgens de calvinisten hebben de katholieken nog altijd te veel vrijheid voor wat betreft het uitoefenen van hun erediensten. Kijk maar naar Maldegem waar het krioelt van de rooms-katholieken. Willem van Oranje heeft Ryhove onlangs benoemd tot hoogbaljuw van Gent en die wordt opgeroepen om iets te doen aan de situatie in Maldegem. Ryhove en enkele ruiters vallen er binnen en verbieden er met de nodige dreigementen aan de geestelijken om nog verder misdiensten te houden.

Op 28 december 1580 spreekt het magistraat van Gent zich uit over de zaak van een zekere Adriaan, een zoon van de procureur Lieven Casteele. Adriaan werd half december betrapt in Aalst terwijl hij zat te boemelen in een café te Aalst. Hij had ervoor gezorgd dat twee bisschoppen en nog enkele anderen ontkomen waren uit Gent en hij bleek ook meegewerkt te hebben aan de voorbije acties van de malcontenten. ‘Adriaen werd nu als verrader, op een horde naar de Vrijdagmarkt gesleept, aldaar opgehangen en gevierendeeld en zijn hoofd werd boven de Brugse poort op een pin geplaatst.’ “

Hieronder een fragment uit ‘Drama in Vlaanderen’. Wees gerust ik heb niet overdreven, lees maar;

‘In het jaar 1601 woonde op de parochie Koekelare aan de kant van Eernegem een landsman die geboren werd aan de Leie in Ariën waar hij al zijn eigendommen kwijtgespeeld was. Hier leefde hij armoedig. Twee melkkoeien en hele dagen hard werken volstonden maar net om zijn vrouw en kinderen te kunnen onderhouden. Deze man bracht wat melk, kazen, boter en eieren naar het Spaans leger en werd er voor betaald zodat hij zijn pacht en zijn kosten zou kunnen betalen.’

‘Bij zijn terugkeer ’s avonds rond zeven uur, koos hij een een binnenweg via een groot bos om zo ongemerkt zijn thuis te kunnen bereiken. Na een uur stappen viel hij helaas in de handen van zeven vrijbuiters, allemaal gewapend met musketten, springstokken en houwers. Ze leidden hem naar het donkere hart van het bos waar ze hem beroofden van zijn geld. Zes gulden. In zijn beurs vonden ze een paternoster die vastgehecht was aan een loden medaille. Een paapse zaak dus, waarop de boer toegaf dat hij God en moeder Maria vereerde. Iets wat niet naar de zin was van de schelmen die wel in duizend vloeken uitbraken terwijl ze ermee dreigden om de sukkelaar te doden.’

‘Dan hebben ze de boer geblinddoekt en zijn handen vastgebonden, samen met de paternoster en hij werd door een struikgewas van doornen geleid waardoor hij erg gekwetst geraakte. Ze sleepten hem naar een woeste en moerassige plaats waar zijn blinddoek werd afgenomen. “Kijk maar”, zegden ze, “kijk maar goed, dit is hier ons groot kerkhof.” En inderdaad, de boer zag er aan de bomen tien à twaalf personen hangen en overal dode lichamen liggen. De struikrovers vertelden hem spottend dat het allemaal katholieken waren. Een van de booswichten die zich de portier van het vagevuur noemde en zeer schrikkelijk van gezicht was, met lange haren en een lange baard toonde drie geraamten aan de boer. Priesters die ze van de honger hadden laten sterven.’

‘Een andere pochte dat hij twee Spanjaarden op verscheidene plaatsen in hun lichaam verwond had om na te gaan waar ze het meest pijn konden lijden zonder er aan te sterven. Uit wraak omdat diezelfde Spanjaarden zijn grootvader van zeventig jaar en zijn broer van negen jaar levend verbrand hadden omdat ze zogezegd ketters zouden zijn geweest. Iets wat dan nog niet eens waar was. Deze vrijbuiter was niet erg oud en toch beroemde hij er zich op dat hij al vierendertig personen had omgebracht. En spijtig dat hij was dat hij ooit nog eens twee Engelsen had laten gaan omdat ze jong en schoon waren en dat het dan achteraf gebleken was dat ze jezuïeten geworden waren in Douay.’

‘Uiteindelijk vertelden ze de verschrikte boer dat ze hem in leven zouden laten. Op voorwaarde dat hij overal zou rondbazuinen wat ze hier allemaal hadden gedaan. Hun wraak moest bekend worden nu ze van plan waren om naar Oostende te trekken om belegerd te worden. En waar ze mogelijk zelf zouden gedood worden. De duivel zou de mis doen in Oostende riepen ze. Een aanval op hun bastion zou zeker het leven kosten aan zeventigduizend mannen. Daarop werd de boer vrijgelaten, weliswaar nog altijd gebonden aan de handen. Hij doolde nog een hele nacht door het bos en zag nog eens twee dode lichamen, verse lijken.’

‘Bij het aanbreken van de dageraad hoorde hij eindelijk de trommels van Gistel waar hij naar toe stapte. Wanneer hij bij het leger kwam keek men verwonderd omdat hij gebonden was. Zijn ogen en gezicht stonden verbijsterd van vrees en angst. Men heeft hem dan eten en drinken gegeven en iedereen wierp hem wat toe terwijl ze luisterden naar wat hij allemaal te vertellen had.’

‘Er waren veel van dergelijke moordenaars in deze ongelukkige tijden. Ze verscholen zich achter de naam van “soldaten” om hun crapuleuze daden te rechtvaardigen. Ze hielden zich vooral op in de bossen en als ze vreesden om opgejaagd te worden vluchtten ze naar hun waterachtige gronden of hielden zich schuil bij bekenden. Een van die vrijbuiters werd enkele jaren geleden betrapt en gevangen genomen in de kasselrij van Ieper. Een zekere Erasmus, afkomstig van Hazebrouck. De voorbije twaalf à dertien jaar was hij de aanvoerder van een hoop dieven en moordenaars. Hij kon zelfs niet bij benadering zeggen hoeveel mensen ze om het leven hadden gebracht.’

‘Hij had de wrede gewoonte om gevangenen met stokken te laten doodslaan als ze hem niet voldoende konden opbrengen. Tot zijn eigen mannen hem in de steek lieten en hij in de handen van het gerecht viel. De rechters beslisten dat hij met gloeiende tangen in het dikste van zijn armen en benen moest genepen worden en dan tot assen verbrand moest worden. Hij stierf met groot leedwezen over zijn schelmstukken.’

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>